Bekijk het origineel

LEREN WANDELEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

LEREN WANDELEN

4 minuten leestijd

´En Henoch wandelde met God´. Genesis 5 22a


Wat is het heerlijk om van tijd tot tijd als man en vrouw, als ouders en kinderen, of als vrienden met elkaar te wandelen , maar we moeten het wel leren, want echt wandelen kan alleen als we liefhebben,  als de verhouding goed is.


In Genesis 5 is sprake van ,,wandelen", niet van een mens met een mens, maar van een mens met God, en ook dit kon alleen omdat de verhouding „goed" was. Dat was niet altijd zo geweest, want ook Henoch was een kind van Adam, dat wil zeggen een mens die voor God verloren lag, en toch... hij „wandelde met God". Dat was een wonder, maar dan een wonder van Gods kant in het leven van deze Henoch. God „leerde" Henoch ,,wandelen".


De eerste 65 jaar „leefde" Henoch (vers 21) — en wij hebben daarover niets te oordelen — maar na de geboorte van Methusalach leerde Henoch „wandelen met God". Wat tóen en déór heeft plaatsgevonden vermeldt de Schrift niet. De Heilige Geest heeft dat voor ons verborgen gehouden, en wij moeten niet meer willen weten dan God ons heeft geopenbaard. Maar één zaak is duidelijk: God is op een zodanige wijze Henoch tegemoet getreden, dat hij — door genade — leerde van zijn eigen weg af te gaan en de weg van de Heere te lopen.


Dat is tevens de indringende vraag aan ons allen, want evenals Henoch eerst lopen wij allen met de rug naar God toe, en het gezicht naar de wereld, de zonde en het verderf. Weten wij van zo'n ontmoeting waarbij — van onze jonge jaren af, of in ons latere leven — Gods weg de onze kruiste en God zei: „Tot hiertoe en niet verder op die weg der zonde... volg MIJ, wandel voor Mijn aangezicht..."?


Wanneer u morgen een wildvreemde man of vrouw ontmoet, gaat u dan met hem of haar wandelen? Neen toch...! Om ongedwongen te kunnen wandelen, moetje elkaar kennen, góéd kennen!


Kende Henoch de Heere? Ja zij het ten dele — ons kennen is altijd ten dele... Mede in de lijn der geslachten wist Henoch van het,,aanroepen van de naam des Heeren". Dit is een wonder.


Kende God Henoch...? Ja, en dat „ten volle". Zeker, God kende Henoch van voor de grondlegging der wereld, maar het kwam uit in de tijd. God kende Henoch als een Adamskind, verdorven in zichzelf, en toch wilde Hij met deze mens wandelen. Dit is een nog veel groter wonder, zoals we het niet minder als een wonder ervaren wanneer God naar ons omziet... met ons wil optrekken.


„Henoch wandelde met God...". De verwondering verdiept zich ais we bedenken dat de Heere, na de val, in het paradijs had kunnen blijven en niets met die wereld van afval en zonde te maken had willen hebben. Maar neen. God wilde wandelen met Henoch over deze aarde die door de zonde doornen en distelen voortbracht.


Wanneer twee mensen gaan wandelen, zegt meestal de één: „Ga je mee, zullen we een eindje omgaan...?" Eén neemt het initiatief. Nam Henoch het initiatief? Neen... nooit, en dat doet geen enkel mens. God neemt het, HIJ is en blijft altijd de eerste in de omgang met Zijn kinderen, ook in het „wandelen".


Wat is het fijne van wandelen? Dat het zo gemakkelijk spreekt, als je naast elkaar loopt. (Denk aan de Heere Jezus en de Emmaüsgangers). Dat je dan gemakkelijker de diepste dingen van je leven uitspreekt. De diepste geheimen, de diepste conflicten, de vuilste zonden, die ongerechtigheden, al wandelende mogen ze voor God uitgesproken worden. We mogen dan ons hart openleggen voor God, en God legt Zijn hart in Christus — open voor ons.


Vaak behoef je alleen maar te luisteren, zoals goede vrienden meer luisteren dan spreken, soms Is er zelfs een „woordeloos" genieten van het bij elkaar zijn. Er behoeft dan niets meer gezegd te worden. Zo luisterde Henoch scherp naar God, en God naar Henoch... en naar allen die, net als Henoch, met God leren wandelen. In de psalmen staat: „Gij hebt (zelfs) mijn zuchten gekend". Dit leren we alleen in een vertrouwelijke omgang.


,,Wandelen met God", dat is dan tevens een „wandelen naar Zijn geboden", (Ps. 119:1) de wet krijgt zijn goede plaats jn het leven, én het is een „wandelen in de liefde" zegt Paulus.


Wanneer we dit alles overdenken, kunnen we er moedeloos van worden. Wie kan dat aan? Niemand van ons... althans uit zichzelf. Het kan dan ook alleen als we leren gaan achter die ENE, die volmaakt gewandeld heeft met Zijn Heilige Vader tot in het uur van Golgotha, toen God niét bij Hem kon blijven, opdat Hij in die verschrikkelijke weg zou bewerken dat zondige en zwakke mensen zouden kunnen wandelen met God... maar wat moet het geleerd worden, door de Heilige Geest.

Oudewater

B Oosterom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1978

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

LEREN WANDELEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1978

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken