Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ook voor kleine werven ziet het er somber uit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ook voor kleine werven ziet het er somber uit

Sanering en internationaal overleg nodig

5 minuten leestijd

HiELET — Ook met de kleinere scheepsbouw staat het er niet best voor. Hoewel de laatste tyd alle aandacht is g-evallen op de gerote werven, zit het er dik in, dat oplossing^en voor de kleinere niet lang^ meer uitg-esteld kunnen worden.

Dezer dageen voerden we een gresprek met de heer P. J. Bos, hoofd van de afdeling Industriële informatie van de Centrale bond van scheepsbouners in Nederland (Cebosine), waarby m ons vertelde van de zorgel^ke situatie waarin de kleinere scheepsbouwers verkeren. „We hebben hier natuiirlijk te doen met een hele andere sector dan de grote scheepsbouw, die nog directer te maken heeft met de internationale concurrentie", aldus de heer Bos. „Toch liggen de zaken van de kleine werven eveneens erg moeilijk. Neem bijvoorbeeld de binnenvaart. Men heeft daar te maken met een grote overcapaciteit. Dat betekent zware concurrentie en lage tarieven. De rentabiliteit staat daardoor sterk onder druk en het is begrijpelijk dat er door de werven practisch geen orders meer uit die hoek worden ontvangen. Dan de visserij. Het is overbekend, hoe moeilijk het daar ligt, vooral ook in verband met de vangst-quotering. Dus ook de vissers laten practisch geen schepen meer bouwen. Hoogstens is er wat nieuwbouw voor derde landen, wat dan met ontwikkelingsgelden wordt gefinancierd, maar ook dat is al niet eenvoudig. Tenslotte komen we dan bij de kustvaart. Hier zijn de problemen wat uitgesteld, omdat er door de overheid in 1976 een maritiem plan is opgesteld. Dit plan beoogde tot vlootvemieuwlng te komen onder Nederlandse vlag. Daarnaast was het een steun in de rug voor de werven. De reders ontvangen bij bestellingen die in Nederland zijn gedaan 6 jaar lang een investeringspremie van 4,75 procent.

Dat was natuurlijk interessant en iedere reder die nieuwbouwideeën had heeft daar wel van geprofiteerd. Dat heeft vooral in de eerste maanden van het vorige jaar voor een flink aantal orders gezorgd".

Door het werk heen

Dat gaf de kleine werven dus wat lucht. Kunnen ze daar nog lang mee vooruit?

Daar is heer Bos niet al te optimistisch over. „Er zijn er die tot aan '80 werk hebben, maar veel anderen raken dit jaar door het werk heen. Dan ziet het er somber uit. Het is erg moeilijk om orders vanuit het buitenland hier heen te halen want practisch elk zeevarend land steunt de eigen scheepsbouwindustrie op de één of andere manier".

In de Beleidscommissie scheepsbouw is naast de huidige situatie ook de verwachting voor de toekomst van de kleine scheepsbouw bekeken. De belangrijkste bedrijven zijn ingedeeld in de zogenaamde werfgroep vijf. in de nieuwbouwafdelingen van deze werven werkten eind '75 nog 2250 man. De Beleidscommissie heeft voorgesteld dat aantal arbeidsplaatsen te reduceren tot ongeveer 1850. Daarbij moeten dan bedrijven sluiten. Het is de bedoeling dat verouderde en slecht draaiende bedrijven dicht gaan en dat de best uitgeruste bedrijven behouden blijven. Als de situatie dan wat verbetert moeten er in Nederland een aantal moderne werven zijn, die op nieuwe kansen in kunnen haken. Daar zijn overigens ook de plannen van de Beleidscommissie op gericht. In de taakomschrijving voor de commissie werd gezegd dat de doelstelling moest zijn: een gezonde, rendabele scheepsbouwindustrie met geavanceerde produkten en produktietechnieken, die in de wereld goed kan concurreren.

Hoe ligrg^en de kansen?

Is dat niet wat hoog gegrrepen? Zyn er kansen om uit het moeras te komen?

De heer Bos: „Voor de grote scheepsbouw zal het vooral voor de wat eenvoudiger schepen wel erg moeilijk blijven. Japan is met uiterst moderne bedrijven een zware concurrent, omdat de kosten daar lager liggen. We zien echter nu weer een verschuiving naar landen die het nog goedkoper kunnen doen. Korea, Taiwan, Brazilië en de Oostbloklanden bijvoorbeeld. Met Japan kunnen we in het kader van de OECD nog wat overleg voeren, maar met die nieuw opkomende scheepsbouwlanden ontbreekt dat helemaal. Eigenlijk zou er een wereldwijd overleg over de scheepsbouw moeten zijn. West-Europa en Japan kimnen wel tot beperkingen komen, maar als die nieuwe naties dan doorgaan met uitbreiden helpt dat geen zier.

Uitbreidingr

De kansen voor Nederland liggen in het bouwen van technisch hoogwaardige schepen, waar een groot stuk know-how voor nodig is. De markt zal heus wel weer aantrekken, want varen blijft men natuurlijk altijd. Er zal dus straks weer vervanging nodig zijn. Bovendien blijft de wereldbevolking zich nog altijd sterk uitbreiden. Dat betekent ook meer vervoer. Het is dus belangrijk, dat we het

Niet alleen de grote, maar ook de kleinere werven gaan een weinig rooskleurige toekomst tegemoet. huidige dieptepunt in Nederland gebruiken om klaar te zijn als zich nieuwe kansen voordoen. Voor de kleinere scheepsbouw ligt het iets anders.

Er zullen niet zo gauw opdrachten voor coasters en andere kleine schepen naar veraf gelegen landen gaan. Dat is te duur. Hier hebben we vooral met' de Europese concurrentie te doen. Ik vind dat er dringend internationaal overleg nodig is. Je kan je namelijk afvragen hoe lang de overheid door kan met het steeds maar susidiëren van een bedrijstak. Dat gebeurt in de scheepsbouw in practisch alle West-Europese landen. En dat is toch een ongezonde zaak".

Tijd dringrt

Uit het verhaal van do heer Bos wordt duideiyk, dat er ook in de kleine scheepsbouw op korte termyn sp^kers met kop'^ pen moeten worden geslagen. Het is nationaal gezien nodig>ï dat we een zo efficiënt mogelijke basis overhouden, die hoogr waardige produkten kan leveren. Sanering doet p^n en voor de ondernemers die erby zyn he= trokken én voor de werknemers die by zo'n bedryf him baan verliezen. AI het mogeiyke zal moeten worden gedaan om die nare gevolgen goed op te vangen. Maar de tyd dringt wel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 april 1978

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Ook voor kleine werven ziet het er somber uit

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 april 1978

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken