Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nederlandse dichters over natuur, liefde en vrede

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nederlandse dichters over natuur, liefde en vrede

Vrede wordt tot bloei gebracht

8 minuten leestijd

Er wachten enkele gedichtenbundels op een bespreking. Piet Kalteren verscheen met „Buiten mezelf' en Hans Bouma publiceerde „Wie liefheeft,leeft voorgoed", terwijl Jenny Bolt uitkwam met nieuwe poëzie „Om een dakkapel vrede". De drie dichters hebben allen al eerder gepubliceerd. Kok gaf van Piet Kalteren al uit „Een wak in IJsland", „Black-out" en „Blijdschap is duidelijk bekaf', titels die nu niet direct tot vreugde inspireren.

Hans Bouma's nieuwe boekje bestaat uit liederen, belijdenissen, gebeden, gedichten en notities, waarbij hij de opzet blijft volhouden die hij in „God wonend bij de mensen" al eerder had toegepast. Jenny Bolt tenslotte Het enkele jaren geleden haar bundel „Bloeiwljzen" eveneens bij Buijten en Schlpperheljn verschijnen. Plet Kalteren is duidelijk gegrepen door één liefde die tegelijkertijd één ergernis meebrengt, en dat Is de liefde voor de natuur en de ergernis over wat de mensen daar van maken. Het spreekt vanzelf dat hij ook In zijn beeldspraak bij de geliefde, maar bedreigde natuur aansluit. Zoals bv. In „Zichtbaar":

Onzichtbaar als de roerdomp
in de kraag van riet
sta ik verscholen
in dit ruisend lied
bescherming zoekend
in de schutkleur
van mijn woorden
maar als een paal
boven het zieke water.

De welvaartsmaatschappij Is voor Kalteren de bron van ellende, ze Is een
„wanstaltig been te veel". Met behulp van zijn poëzie („een gehate adder"!) wil
hij dan ook een tegenaanval Inzetten. Symbool van het tegen-natuurlijk bestaan dat de huidige welvaartsmens leidt, is de stad.

De stad stinkt als een bunzing

in het nauw gebracht

gedreven door de macht

van stampende machines

in dampende fabrieken

verdorden tot roofzuchtig dier...

Je leeft er langzamer
en lager bij de grond
dan in de ontevreden steden
van haast en haat...
Je leeft er warmer ook
en dichter bij mensen en dieren
Je leeft er stiller en
je ogen lopen door de bomen
je oren wonen tussen vogels
die het zingen meester zijn
je voeten vormen sporen in het zand
zorgen er voor dat je jezelf
terug kunt vinden.

...je leeft er stiller en
je ogen lopen door de bomen
je oren wonen tussen vogels
die het zingen meester zijn...

De dichter raakt „buiten zichzelf' van woede en verbijstering als hij merkt dat
de mens bezig is zijn eigen ondergang door milieu-verwoesting te bewerkstelligen. Deze vrij gemakkelijk aanspreekbare poëzie is een aanklacht en wil een kreet zijn, een schreeuw om gehoord te worden. Die schreeuw verdient en om de „boodschap" en om de poëtische vormgeving wel aandacht.

Levensthema

Voor Hans Bouma is het centrale levensthema de liefde. „Het zijn de ogenblikken van liefde, die de kern, het hart van ons bestaan vormen. Toen we ons lieten gaan In liefde, toen we onszelf vergaten en die ander ons leven vulde, toen we volstroomden met ontroering — waren we toen niet op ons mooist?" schrijft hij in zijn eerste notitie. Bouma noemt deze ervaring een „volop bijbelse gelukservaring". En even verder: „Wie liefheeft leeft voorgoed, heeft deel aan het geheim van GOod, reikt naar de eeuwigheid. Zeker, de eeuwigheid: niets anders dan de door Ood bewaarde en voltooide collectie van onze beste tijden op aarde — onze momenten van liefde".

Ik kan me bij deze en andere uitspraken niet onttrekken aan de stellige Indruk dat Bouma hier te oppervlakkig, te horizontaal denkt en spreekt. Komt zijn gedachtengang niet hier op neer: wie Intens een ander liefheeft, heeft Iets van Ood, draagt Zijn beeld en zal straks ook eeuwig bij God zijn. Dit Is echter een christelijke vlag die een humanistische lading moet dekken. Bouma schrijft weliswaar een prachtig lied over de liefde:
Liefde is het meeste,
liefde breekt niet stuk,
liefde is het meeste,
eindeloos geluk
Liefde is genade
gave van Gods Oeest,
liefde is genade,
vuur dat God ontsteekt
.
We mogen evenwel hierbij Bouma's eigen uitleg niet uit het oog verliezen.
Helaas!

Belijdenis


Dat Bouma toch ook wel andere accenten weet te leggen, kan blijken uit een belijdenis:

Zijn beeld zouden wij zijn

zijn gestalte op aarde

...

in geen enkel opzicht

beantwoorden wij aan zijn hoge verwachtingen

...

als zijn Zoon er niet was

de Heer die dient

de herder die zich opoffert

de koning die recht doet

allerwegen vrede sticht

de ware Adam

was alles hopeloos
 
Vanuit diezelfde houding komt hij ook tot een gebed, zoals In „Onaf is verwoord:

volstrekt onbevredigend

val ik o God

in uw handen

een schim

van wie

ik wezen moest

volkomen

verwerpelijk

mijn God

handhaaf mij

voltooi mij

herschep mij

tot de mens

zoals Gij die

steeds bedoelde.
 
Ik vind de compositie van Bouma's bundel wel aantrekkelijk, al moet er bij gezegd worden dat de monotonie van lied, belijdenis, gebed, lied, etc. wel een vermoeiend effect heeft. Tevens moet gezegd worden, dat de verschillen tussen de drie genres vaak nauwelijks aanwezig zijn. Ook zijn aparte gedichten, waaruit ik overigens niet geciteerd heb, ademen dezelfde geest en vertonen dezelfde vormgeving. De lezer die zich een halve avond of meer bezighoudt met Bouma's bundel, krijgt eerlijk gezegd teveel van het goede, maar zeker ook van het minder goede. En dat minder goede is mijns Inziens niet het minst te wijten aan een theologisch denken dat het onze beslist niet kan zijn.
 
Tenslotte is er de bundel van Jenny Bolt, die In „Om een dakkapel vrede" haar tweede reeks gedichten aan het publiek prijs geeft. De eigenaardige titel valt uiteraard direct op. In het gedicht „huls van de toekomst" wordt deze verklaard. De beschrijving van dat (symbolische) huls begint onderaan: bij de vensters, de stoep, de bel, de poort. Even later wordt de zaal beschreven („het gras is gelukzaal/ zo hoog als het schiet"), waarna In de laatste strofe het dak bereikt wordt:

je kunt het niet missen

op weg door de mei:

een dakkapel vrede

twee duiven erbij
 
Op een dakkapel zitten vaak duiven, waarvan we allen weten dat ze het symbool van de vrede zijn. De dakkapel wordt door de aanwezigheid der duiven tot „een dakkapel (van) vrede". Hiermee Is het centrale thema in deze bundel genoemd, namelijk de vrede. Vrede met Ood, met de medemens en niet te vergeten ook In en met de natuur. De hier gehanteerde driedeling meen Ik in deze volgorde ook In de bundel te kunnen terugvinden, waarbij dan opvalt dat er veel gedichten zijn die de relatie tussen de dichteres en Ood weergeven, terwijl er ook veel natuurgedichten zijn, maar betrekkelijk weinig die de verhouding tot de medemens aangeven. Tenslotte zijn er een aantal gedichten die Ik het liefst onder de rubriek „varia" zou willen rangschikken; ik kan ze althans minder gemakkelijk met het centrale thema in verband brengen.
 
De rangschikking van deze poëzie is op zichzelf reeds een getuigenis. De dichteres belijdt hiermee dat de mens in en uit zichzelf geen vrede kan verkrijgen, maar dat alleen door en in God; door Zijn Zoon en Zijn Geest ware vrede te vinden is.

hoe kon ik vergeten

onttakeld

een angstzee ten prooi

Hem die het moest weten?
 
vraagt zij zichzelf af na een periode van afdwaling. Maar vandaaruit is er toch ook het gebed

Immanuël,

onvolprezen Kind van dit vreugde-uur

kyriëleis,

breng ons heden tot rust en duur
 
In de herstelde relatie tussen God en mens is er sprake van een opdracht:

„ga" sprak Hij

„zaai de korrels van myn graan

lente voorgoed

ontwapening van de winter"
 
en wanneer dan gestameld wordt dat de opdracht te zwaar Is,

 „dan maar opnieuw

de aarde leren ontdekken"

sprak Hij

„werktuig zijn zonder meer

een ploeg om mee te beginnen"

en sloeg de hand aan mij
 
Het wonder is dan als „in de donkere vore" toch het Levenslicht mag worden gezien. De relatie tussen mensen onderling is door de zonde gestempeld tot onvrede. Alleen is de door God geheiligde liefde tussen bruid en bruidegom kan de vrede tot beleving worden, In een werkelijk bijzonder mooie herdichting van het Hooglied (waar echter uiteindelijk de liefde tussen de hemelse Bruidegom
Christus en de gelovige bruidskerk op aarde wordt getekend) blijkt dat duidelijk:

voorbij is nu de droefenis
der dromen

waarin ik stratenlang
mijn liefste zocht
en geen van Sions dochters
my vermocht te troosten
omdat ik hen niet
zag komen


hem wachtte ik
de prins van mijn verlangen
die mij zijn bruid zich noemt
en die myn hart doet bloeien
door geen duister meer benard
een kelk, door hem geheven
en ontvangen


een tastbaar teken
glimlach aan de muur
ben je
voerend elk jaar
het diepste blauw
horig aan jou

jij stille toorts azuur

doorschijnend in de zon

vrede tot bloei gedicht

'k wou dat ik zeggen kon

hoe puur

hoe zonder voorbehoud

je boodschap is 

jij

spoor van licht
 
De dichteres van een gedicht als dit heeft een gaaf talent. Het lijkt mij toe dat haar poëtische mogelijkheden nog niet zijn uitgeput. Dat zij ook qua inhoud verantwoorde poëzie weet te geven stemt tot blijdschap. Onze voor poëzie gevoelige scholieren by het voortgezet onderwijs doen er goed aan zich, behalve In het werk van andere christelijke dichters, ook in haar werk te verdiepen.
 
Vrede wordt tot bloei gedicht... De titel boven deze bespreking geldt in betrekkelijke zin voor alle drie hier genoemde dichters, maar toch wel het meest voor haar aan wie ze werd ontleend!

n.a.v. ,Buiten mezelf' door Piet Kalteren, uitgeverij Kok, Kampen; prijs ƒ 9,90, 44 bladzijden. „Wie liefheeft, leeft voorgoed" door Hans Bouma, uitgeverij Kok Kampen; prijs ƒ 12,90, 98 bladzijden, „Om een dakkapel vrede" door Jenny Bolt, uitgeverij Buyten en Schipperheyn, Amsterdam; prijs ƒ 8,90.


Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1978

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Nederlandse dichters over natuur, liefde en vrede

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1978

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's