Bekijk het origineel

Toeristische vluchten binnen Ieders beteik

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Toeristische vluchten binnen Ieders beteik

6 minuten leestijd

Wie de wereld eens van een andere kant wil bekijken, hoeft daarvoor niet per se een vliegreis te boeken, maar kan dat ook door middel van een korte vlucht, een rondvlucht in een klein toestel. Tot voor kort behoorde zoiets tot de exclusieve aangrelegenheden voor mensen die er veel geld voor over hadden, maar vliegen ligt tegenwoordig binnen ieders be-^ reik.

Er zijn diverse plaatsen in ons land waar men rondvluchten kan maken, onder andere vanaf vliegveld Teuge, tussen Apeldoorn en Deventer. Daar kan men kiezen tussen acht verschillende vluchten: een kwartiervlucht boven Apeldoorn of Deventer, een acht kastelen vlucht, een Veluwemeer vlucht, een Betuwe vlucht, een IJssel vlucht, een vlucht naar Duitsland, een Waddeneilanden vlucht of een vlucht volgens eigen opdracht en dat voor vanaf 36 gulden per persoon. De toestellen, éénmotorig of tweemotorig, bieden plaats aan respectievelijk vier of zes personen, inclusief de piloot. Sen korte tocht wordt doorgaans in een éénmotorig vliegtuig gemaakt van het type Cessna. Bij het instappen krljg^t men de indruk in een auto te stappen, omdat men een deur moet openen om in een ruimte te komen, die ongeveer net zo groot is als die van een auto; twee zitplaatsen voor en twee achter, alle vier echter voorzien van veiligheidsgordels.

Vol gas

De motor wordt gestart en voor ons aan de neus van het toestel zien we de propeller met toenemende snelheid ronddraaien. Al schommelend taxiën we over het grasland naar een van de vier startbanen, die tegen de wind in ligt, omdat er altijd tegen de wind in gestart en geland moet worden. Daarom zijn er meer startbanen, om afhankelijk van de wind, uit te kiezen. Dan wordt er vol gas gegeven en de kist stuift met een razende vaart over het grastapijt vooruit, tot het plotseling afgelopen is met hét schudden en de grond langzaam onder ons wegzakt. Het toestel blijft tijdens het klimmen iets achterover hangen tot de gewenste hoogte is bereikt. Het landschap glijdt langzaam onder ons voorbij. AI spoedig is Deventer in zicht. De IJssel kronkelt met scherpe bochten door het uitgestrekte land en de huisjes van Deventer staan tegenelkaar aangedrukt langs de oever. De Lebuïnuskerk torent hoog boven alles uit en de autootjes - onherkenbaar - schuiven er als miniatuurtjes langs, terwijl we in een grote bocht weer richting Apeldoorn koersen. We komen langs boerderijen, de nieuwe rijksweg A60, het watersportgebied Bussloo, tot we eindelijk boven de uitgestrekte huizenmassa van Apeldoorn vliegen. Diverse bekende punten trekken de aandacht, hoewel het vanuit de lucht toch moeilijk is om je goed te kimnen oriënteren.

Even voorbij paleis het Loo begint het toestel al te dalen, naar ons idee veel te vroeg, maar al gauw blijkt dat er een enorme afstand voor nodig is om de grond weer te bereiken. De landing verloopt perfekt.

De piloot, de heer Folman, heeft inmiddels al 11000 vlieguren op zijn naam. Na zijn militaire dienst, waar hij het vliegen heeft geleerd, is hij op Schiphol terecht gekomen. In 1070 vertrok hij naar Suriname en hij heeft tot 1977 in ZuidAmerika gevlogen. Het hele Caribisch gebied is hem beliend, tot Miami toe. In 1977 kwam hij naar Teuge en werd chef vlieger en hoofd van de vliegopleiding. In Teuge kan men namelijk een vliegopleiding volgen vooi* het A-brevet. En dat niet alleen, men maakt er ook brandpreventievluchten over de Veluwe, fotovluchten, kleine verkeersvluchten en reclame-sleepvluchten.

ZweefVliegen

Een heel andere soort van vliegen, wat. men in Teuge in clubverband ook beoefent, is het zweefvliegen. Het nationaal zweefvliegcentnmi vinden we echter in Terlet, even benoorden Arnhem. Dit zweefvliegcentrum wordt bemand door betaald personeel en wordt onderhouden door de 40 clubs in Nederland. Iemand die de hobby van zweefvliegen wil gaan bedrijven, kan lid worden van zo'n club en betaalt dan contributie, waarvan het zweefvliegcentrum in Terlet wordt onderhouden. Daar kan men namelijk een opleiding volgen in zweefvliegen die gegeven wordt door professionele instructeurs. Men kan na de opleiding gebruik maken van de vloot van het zweefvliegcentrum of van de eigen club en betaalt naast de contributie een bedrag per vlucht, de zogenaamde startkosten. Al met al is deze hobby niet zo duur. Als men 60 è. 70 vluchten per jaar wil maken in clubverband, kost dat ongeveer 600 gulden. Er zijn jongelui, die het zweefvliegen bekostigen met een krantenwijk. Op Terlet is het mogelijk een proefles te nemen en zodoende als toerist kennis

Een vierpersoons vliegtuig van het type Cessna, waarmee men een rondvlucht kan tnaken vanaf vliegveld Teuge. te maken met de zweefvliegerij. Helaas werd ons geen gelegenheid geboden zo'n proefles mee te maken. Wel was men bereid het een en ander over de zweefvliegerij te vertellen. Een zweefvliegtuig wordt omschreven als een volledig bestuurbaar vliegtuig zonder voortstuwing en het wordt op gang gebracht door een lier of door een motorvliegtuig. De lier, die wordt aangedreven door een motor van 400 pk, trekt het toestel, dat een kilometer verder staat opgesteld, snel vooruit, zodat het de lucht ingaat. De lier blijft trekken, totdat het vliegtuig bijna recht boven de lier hangt, waar het de kabel los gooit, die aan o^n parachuutje weer naar beneden komt.

Nu gaat het erom dat het zweefvliegtuig gebieden opzoekt, waar de door. de zon verwarmde lucht opstijgt. Daar bevindt zich namelijk een thermiekbel. Dat is eigeiüijk een bete luchtballon zonder omhulsel. Wanneer die warme lucht in hoge, koudere, luchtlagen komt, condenseert deze lucht en wordt een wolk gevormd, een cummuluswolk. Aan zo'n wolk is dus een thermiekbel te herkennen. Wanneer nu het vliegtuig in zo'n thermiekbel terecht komt, kan het zich omhoog werken door alsmaar rondjes te draaien in die thermiekbel. Wanneer de gewenste hoogte is bereikt, kan het verder vliegen naar een volgende thermiekbel. Zo kan een zweefvliegtuig grote afstanden afleggen; een afstand van vijfhonderd kilometer is niets bijzonders. Vooral wanneer een zweefvliegtuig door een gemotoriseerd vliegtuig wordt aangesleept tot op grote hoogte, zijn grote afstanden mogelijk. De grootste afstand die per zweefvliegtuig werd afgelegd, is 1600 kilometer.

Zonne-energie

De lengte van de vlucht is dus afhankelijk van het weer en met name van de zonneschijn. Een zweefvliegtuig vliegt dus eigenlijk op zonne-energie. Na zonsondergang is geen stijging meer mogelijk en is een zweeAreis meestal spoedig ten einde. Behalve door een thermiekbel, kan men ook nog omhoog komen door de stijgwind tegen de hellingen van een gebergte. In de Alpen bijvoorbeeld kunnen hoogtes van wel 9000 meter bereikt worden. Dat is in Nederland uiteraard niet mogelijk. Hier komt men tot maximaal 2600 meter en dcui is het alleen de zeer geoefende vlieger, die dat haalt.

Als toerist kan men dus ook de lucht in. Hetzij met een rondvlucht in een motorvliegtuig (vanaf 36 gulden), hetzij met een proefles in een zweefvliegtuig (36 gulden). Vooral in de zomer, met goed weer, is bet raadzaam om vooraf een afspraak te maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 juni 1978

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Toeristische vluchten binnen Ieders beteik

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 juni 1978

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken