Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Heruitgave tractaat van Oomius

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Heruitgave tractaat van Oomius

Over inwerping godslasterlijke gedachten

7 minuten leestijd

APELDOORN — Al geruime tijd ligt op bespreking te wachten „Satans vuistslagen", „tractaat over de inwerping van godslasterlijke gedachten, zowel tot noodzakelijk onderricht als tot vertroosting van vele treurigen te Sion". Het is een door Kool, Veenendaal, heruitgegeven werkje (naar de tweede druk van 1663) van Simon Oomius, dienaar van het Goddelijke Woord te Purmerlandt. Ds. J. van der Haar heeft het overgezet in de hedendaagse spelling.

Ik kan niet nalaten aan een dergelijk boekje een wat breder artikel te wijden. Eenvoudig omdat men in die categorie predikers waartoe Simon Oomius behoort wist waar men over schreef. Dat kan ook nu nuttig zijn. „Onze bedoeling is", schreef Oomius in zijn voorrede, „om vele treurenden Sions die op dit punt door de Heere geoefend worden enerzijds te onderrichten en anderzijds te vertroosten".

Allereerst iets over de titel. Die is ontleend aan 2 Corinthe 12 vers 7: ,,een scherpe doorn in het vlees, namelijk een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet verheffen zou."

Titel

Luther schreef daarover: ik heb er met de apostel Paulus over gedisputeerd, en ik heb nog heden vreugde over die disputatie, wat toch wel zijn scolops, zijn doorn in het vlees zou zijn geweest, met welke hij is gekruisigd, en de vuistslagen, met welke de duivel hem geslagen heeft; en ik ben soms zo hoogmoedig geweest, dat ik mij inbeeldde dat ik met hem daarover kon disputeren, of dat ik dergelijke, evenzo zware en veelvuldige verzoekingen had ondervonden, als hij zelf heeft doorstaan, maar ik weet niet wat het geweest is. (Dachsel)

Theodorus a Brakel spreekt van lichamelijke benauwdheid die de duivel hem aandeed — een „toegrijpen", ,,aanvatten" en ,,weg willen voeren" — en verwees daarbij naar de aan Paulus toegediende vuistslagen. (Trappen des geestelijken levens)

Alexander Comrie spreekt naar aanleiding van 1 Cor. 12:7 over een lichamelijke gedaante van de satan. ,,De ondervinding leert meer hiervan, dan mij geoorloofd is te zeggen", aldus Comrie. (Eigenschappen des geloofs) Matthew Henry zegt weinig concreets, maar spreekt toch ook over verlokkingen tot zonde, evenals nu Oomius over godslasterlijke inwerpingen.

Inhoud

Men denkt dat Paulus om de wegneming van de lastige inwerping van godslasterlijke gedachten tot zijn God zou hebben gebeden in 2 Cor. 12 vers 7, zo zegt Oomius, daarbij verwijzende naar tal van collega's theologen.

De duivel heeft — aldus Oomius — macht op onze geest in te werken. De mens, ziel en lichaam, staat tussen de engelen, geesten, en de dieren, in. De duivel is krachtens schepping engel of geest en bezit dus natuurlijke vermogens om op onze geest in te werken, zijn macht wordt sterk vermeerderd vanwege de zonden en overblijfselen van verdorvenheid die nog bij de allervroomsten gevonden worden.

Hoe dat nu precies in zijn werk gaat is niet zo belangrijk voor eenvoudigen. Als ze maar vast en bondig houden dat die inwerpingen verschillen van de ingevingen en opwellingen van hun eigen verdorvenheid, aldus Oomius.

Lasterlijk

Die duivelse inwerpingen zijn zeer lasterlijk: of er wel een God bestaat, of er een Voorzienigheid is, of God wel almachtig, waarachtig, rechtvaardig, alwetend en barmhartig is enz. Ze zijn menigmaal wreed, betreffen wanhoop of zelfmoord enz. Ze zijn walgelijk, b.v. onkuis.

Om te tonen hoe moeilijk ze Gods kinderen — denk aan Paulus — vallen, citeert Oomius onder anderen Teellinck: ,,deze blasfemische gedachten zijn voor de teerhartigen en voor wie de wegen Gods met Zijn kinderen nog niet juist verstonden, als even zovele helse vonken in hun vlees, die hun jeugd- en levenssap opdrogen".

Satans opzet is het geweten van Gods kinderen te verschrikken, hen in de waan te brengen dat het hun eigen inbeeldingen zijn. Hij hoopt ons ongeschikt te maken tot gebed, het horen naar Gods Woord en wil onze vrede met God verstoren. Zo hij de gelovigen al niet van hun voornemen tot volharding kan terugroepen zal hij hen het vorderen op de weg naar de godzaligheid trachten te beletten.

Waarom?

Waarom laat God zijn kinderen lan zo kwellen? Het overkomt hen niet ten onrechte, aldus Oomius, vanwege onze onachtzaamheid, zorgeloosheid en oneerbiedigheid in onze Godsverering; en terwijl de Heere het toelaat in Zijn grote wijsheid strekt het tot ootmoed en tot ons bestwil: tot beproeving. Intussen bewaart en beschermt God Zijn kinderen krachtig.

Sprekende over het onderscheid tussen de kwade ingeving van de duivel en de boze werkingen van onze wil zegt Oomius, dat Ken die in het geloof en de bekering nog onvast zijn schuld wordt toegeschreven inzoverré ze de godslasterlijke inwerpingen niet flink en absoluut genoeg verwerpen. Verder zijn ze niet altijd goed te onderscheiden. Want verkeerde gedachten tegen het Schriftgezag, de waarheid des geloofs, enz. ontstaan óók uit ons vlees.

De inwerpingen in de verdergevorderden in de genade komen echter plotseling als een bliksemschicht. De gelovigen bedroeven er zich hartelijk over, verfoeien ze van ganser harte en voortdurend. Deze ingeblazen lasteringen zijn dwaas, zonder enige schijn van reden en waarheid en daarom ook hatelijk.

Troost

Er is reden tot troost voor Gods kinderen, zo betoogt Oomius verder. Drie trappen zijn er in de aanvechting: de inblazing, het vermaak en de bewilliging. Als wij die inblazing niet in hft geringste inwilligen, er een absolute afkeer van hebben, is die ons geen zonde, maar een kruis. Het zijn oefeningen en beproevingen.

Zelfs aangenomen dat zulke godslasterlijke gedachten waarmee Gods kind geplaagd wordt gekoesterd worden, hoe erg ook, dan is er geen reden tot wanhoop. Slechts de lastering tegen de H. Geest is onvergeeflijk. Christus zelf werd immers lastig gevallen door de duivel opdat Hij arme zielen in dergelijke omstandigheden te hulp kwam. Alleen indien Hij overwonnen wordt zal satan óns overwinnen.

Een andere reden tot troost ontleent Oomius aan de grote ontsteltenis in het gemoed. Dat is een teken dat er iets tegen de verzoeking strijdt. Rust onder die lasterlijke gedachten zou lijken op toestemming. Voorts, zelfs de allergodzaligsten, Paulus, Job, worden gekweld. Maar nu, Christus is in al onze benauwdheden benauwd geweest.

Hoe nuttig is het als dergelijke kwellingen ons dringen tot een nabije wandel met God, ze ons bekend maken met de noodzaak van dagelijkse reiniging en vergevende genade, ze ons ernaar doen streven in Christus te worden gevonden, Zijn Geesf af doen smeken om die vervloekte vloed te stuiten en om een levende Fontein van betere gedachten in ons te zijn.

Zolang wij maar met de duivel goede vrienden zijn zal hij ons weinig last bezorgen, aldus Oomius, maar wanneer wij de samenwerking in ernst hebben opgezegd, zal hij ons nooit met rust of vrede laten. 

Weerlegging van de lasterlijke ingevingen dient te geschieden, zonder ze lang aan te horen, met het „er staat geschreven". In plaats van met de lasterlijke gedachten te onderhandelen past ons beter gelovig en vurig gebed, heilige meditatie, het zingen van Psalmen en het overdenken van Gods beloften. Voor ledigheid hebben wij te waken en onze standvastigheid opmerkende zal de duivel te eerder van ons vlieden.

En verder: olie en reukwerk verblijdt het hart, alzo is de zoetigheid van iemands vriend, vanwege de raad der ziel, aldus Oomius.

Tijdens het doorlezen van Oomius' boekje viel mij zijn grote belezenheid op, zowel in eigentijdse Calvijnse, als in Roomse schrijvers en in kerkvaders. Hij verwerkt verder tal van voorbeelden en praktijkgevallen in zijn geschrift.

Wie vreemd is van hetgeen Oomius aansnijdt haalt wellicht de schouders op. Bij heruitgave kan echter noch de bewerker, noch de uitgever veel anders voor ogen hebben gestaan dan de bedoeling van de schrijver: onderwijs en troost voor treurenden. Met dat doel stemmen wij van harte in. 

N.a.v. ,,Satans vuistslagen", door Simon Oomius, in hedendaagse spelling gezet door ds. J. van der Haar, Houten, uitgave G. Kool, Veenendaal, 94 blz., prijs/13,90, 1977.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 15 augustus 1978

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Heruitgave tractaat van Oomius

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 15 augustus 1978

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken