Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Versterking positie minister voor wetenschapsbeleid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Versterking positie minister voor wetenschapsbeleid

Van Agt in brief aan Tweede kamer

2 minuten leestijd

DEN HAAG — De minister voor Wetenschapsbeleid moet de mogelijkheid hebben over de grenzen van de verschillende ministeries heen te reiken evenals over de scheidslijnen die lopen tussen het universitaire en het buitenuniversitaire onderzoek benevens het onderzoek bij het bedrijfsleven.

Dit staat in een brief van ministerpresident Van Agt aan de Tweede kamer over het besluit van afgelopen vrijdag in de ministerraad de taken en bevoegdheden van de minister voor wetenschapsbeleid uit te breiden. Minister voor wetenschapsbeleid drs. M. Peijnenburg heeft zelf een aantal voorstellen daartoe ingediend.

Blijkens de brief van premier Van Agt is als uitgangspunt voor de verruiming van minister Peijnenburgs portefeuille vastgesteld dat deze bewindsman zowel een coördinerende als een initiërende en een medesturende taak heeft ten aanzien van het gehele veld van wetenschap en technologie. 

De minister voor wetenschapsbeleid bevordert, aldus de brief, verder een kwalitatief hoog onderzoekpotentieel, dat voldoende is afgestemd op maatschappelijke behoeften. De prioriteitenstelling van het door de overheid gefinancierde onderzoek (dit jaar ruim 2,6 miljard gulden) moet in overeenstemming met alle betrokken ministers tot stand komen binnen het kader van het totale regeringsbeleid. Daarbij is iedere minister verantwoordelijk voor het onderzoek ten behoeve van zijn eigen beleid. 

Maar op basis van overeenstemming met de minister voor wetenschapsbeleid moet dat beleid in een gecoördineerd geheel worden ingevoegd, waarover in hoogste instantie de ministerraad zich uitspreekt.

De mede-betrokkenheid van de minister voor wetenschapsbeleid bij het wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten en hoge scholen zal tot uitdrukking komen bij alle beslissingen en de voorbereiding daarvan die op middellange en lange termijn de richting, de aard en het niveau van het universitaire onderzoek vastleggen.

Verantwoordelijk

De minister van onderwijs en wetenschappen blijft in de eerste plaats verantwoordelijk voor dat onderzoek, maar de minister voor wetenschapsbeleid wordt in een vroegtijdig stadium betrokken bij zaken als:

— Het leerstoelenbeleid, dat is de benoeming van professoren.

— De toewijzing van onderzoeksgelden in het kader van het zogenaamd zwaartepuntenbeleid („waar moet extra aandacht aan worden gegeven"),

— Universitair onderzoek op basis van opdrachten, de contractresearch. 

— De toekomstige positie van interuniversitaire instituten, de instituten direct ressorterend onder het ministerie van O en W en de instituten van de organisatie voor zuiver wetenschappelijk onderzoek (ZWO) en de koninklijke academie voor wetenschappen (KNAW),

— De internationale samenwerking van het (para)universitaire onderzoek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 september 1978

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Versterking positie minister voor wetenschapsbeleid

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 september 1978

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken