Bekijk het origineel

Conservenindustrie sterk afhankelijk van het weer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Conservenindustrie sterk afhankelijk van het weer

Geen groei meer in afzet glas- en blikgroente

10 minuten leestijd

(Van onze RD-plusredactie) 'Verse groente is gezonder dan blikgroente. Dat weten we allemaal. Maar wat is vers, wat is werkelijk zo vers dat het die waarde, dat etiket i^n gezondzijn dragen mag? Echt vers betekent dan dat de groente van het Idtid komt en dezelfde dag nog op tafel staat of hooguit de volgende dag. •^pn niet — zoals dat meestal gebeurt — eert dag bij de groenteman en twee dagen in de groentcla van de koelkast laten liggen en helemddl niet een restje gekookte groente van de vorige dag nog eens op tafel zetten. Dan heeft groente geen enkele waarde meer. Dan kan men beter blikgroente eten omdat die dan veel gezonder is. Geconserveerde groente wordt namelijk luchtdicht of zelfs vacuüm verpakt, twee uur nadat ze geplukt |s..^n dat is toch wel kers-vers. Er gaan dan wel voedingswaarden verloren door het steriliseren en conserveren, maar een groot deel van de vitaminen blijft toch tewaard. ••;ïcht verse groente blijft te allen tijde .gezonder, maar dat geconserveerde gïöente geen vitaminen bevat is beslist ojijuist. Maar waar praten we eigenlijk oser? Eigenlijk alleen maar over groene groenten. In een blik of pot zitten meestal; peulvruchten zoals doperwtjes, bruine bonen, witte bonen, kapucijners, en dergelijke en hebben die iets met vers te xnaken? We doen toch geen sla, andijvie of Jof in een blik? Het hele vergelijkingspatroon — dat maar al te vaak gemaakt wordt — gaat in feite maar ten dele op. Wanneer we verse groenten en blik-groenten willen vergelijken, geldt dat maar voor enkele soorten, zoals bijvoorbeeld spinazie. Om nu eens te weten te komen hoc men groenten en peulvruchten conserveert, brachten we een bezoek aan Hak in Giessen.

Glasconserven

Hak, een familiebedrijf in het Brabantse tuinbouwgebied, begon in 1952 een bescheiden bedrijfje dat zich toelegde op het inmaken van groenten in potten en niet in blik. Nu is Hak uitgegroeid tot de grootste producent van groenten in glas. Waarom in glas?

Om een produktieproces te beginnen is glas veel ecnvodiger dan blik. Er zijn geen ingewikkelde sluitmachines nodig, maar slechts een glazen pot met een deksel. Met dat glas bleek Hak een reputatie op te bouwen, die de moeite waard was om mee door te gaan en zich daarop ook te concentreren.

Dat sloeg aan. Het produkt presenteert zich helder en eerlijk, men ziet wat men koopt en het visuele aspect is dan ook doorslaggevend geweest voor glas. Bij een blik moet men maar afwachten wat erin zit. Er wordt ook weleens gedacht dat de smaak van invloed is om voor glas te kiezen, maar dat is niet waar. Misschien dat er fijnproevers zijn die vinden dat er een bliksmaak aan bepaalde conserven is waar te nemen, maar er kan wel gesteld worden, dat er tegenwoordig zoveel aan het blik gedaan wordt, dat bijsmaken tot een minimum worden beperkt. Dat is dus niet doorslaggevend voor glas. Hèt uitgangspunt van Hak was steeds de kwaliteit, ongeacht of het nu in blik of glas zit. Daar wordt vanaf het begin scherp op gelet.

Contractteelt

De produkten van Hak worden verbouwd in contractteelt. Dat houdt in dat er contracten worden afgesloten met boeren, die een stuk grond beschikbaar stellen. De grond wordt dan door middel van grondmonsters onderzocht of hij aan bepaalde voorwaarden voldoet. Op grond waar kippemest op heeft gelegen, kunnen bijvoorbeeld geen wortels worden verbouwd voor de conserven-industrie. Dan zouden namelijk de potten later openspringen.

Als de grond goed is, wordt er eventueel nog wat bijgemest en kan het zaaien beginnen. Het zaalzaad wordt door Hak beschikbaar gesteld en er wordt pas gezaaid, op een moment dat Hak bepaalt. Bovendien moet er op de juiste breedte gezaaid worden, zodat later de oogstmachines hun werk kunnen doen. Op de dag dat er gezaaid wordt, wordt er op de afdeling planning al een oogstdatum vastgesteld. Deze datum is in de groeiperiode afhankelijk van diverse factoren, zoals regen, wind en temperatuur, uitgedrukt in zonuren. Er wordt bij het plannen uitgegaan van het gemiddelde aantal zonuren. Elke dag komt er van het KNMI een weerkaart, waar diverse gegevens van worden overgenomen om het aantal zonuren te bepalen. Zo verschuift de oogstdatum dan weer naar voren, dan weer naar achteren.

Om nu continuïteit in het bedrijf te verkrijgen, wordt er met tussenpozen gezaaid. Bijvoorbeeld op de eerste van de maand een hectare sperziebonen, zodat bij het oogsten de fabriek de bonen geleidelijk kan verwerken. Ook worden hiertoe verschillende rassen gebruikt, die ongelijk tot ontwikkeling komen. Hierbij moet natuurlijk gelet worden op kleur en smaak. Die moeten wel overeenkomst vertonen. Vooral wanneer produkten in glas worden verpakt, kan men zich geen kleurverschillen veroorloven.

Tijdens het groeiproces wordt het gewas door mensen van Hak regelmatig gecontroleerd. Een rijdend laboratorium gaat regelmatig langs de velden en landbouwkundigen houden het gewas nauwlettend in de gaten. Wanneer er een ziekte of ongedierte wordt waargenomen, waarschuwen zij onmiddellijk de afdeling inkoop, die op haar beurt een vliegtuig bestelt om de gesignaleerde ongerechtigheden te bespuiten. Er wordt dus nooit van tevoren gespoten.

Kwaliteitscontrole

Wanneer de werkelijke oogstdatum daar is, worden er monsters van het veld genomen, die op het laboratorium een kwaliteitscontrole ondergaan. Een erwt bijvoorbeeld moet de juiste hardheid hebben. In die hardheid kunnen binnen enkele dagen verschillen optreden, zodat de juiste oogstdatum van groot belang is. Het oogsten wordt daarom ook niet aan de boer zelf overgelaten, die misschien gaat oogsten wanneer het hem schikt, maar wordt door Hak zelf gedaan met oogstmachines. Het nadeel van de oogstmachine is dat het land platgereden wordt en dat er een deel van de oogst (4 procent) blijft zitten. Hiervoor is — vooral wanneer zo'n veld dicht bij de bewoonde wereld ligt — altijd veel belangstelling van mensen, die met grote plastic zakken de rest weghalen.

De boer krijgt uitbetaald per kilo met een toeslag voor kwaliteit. Wanneer zo'n veld wordt afgekeurd, gaat de oogst weg voor veevoeder of het wordt verwerkt onder een ander merk, maar nooit met een Hak-etiket. Daarvoor stelt men hoge eisen, waarvan niet wordt afgeweken.

De boeren hebben dus vrij weinig aan het gewas te doen en hoeven daar ook geen extra personeel voor aan te trekken. Toch hebben zij de verantwoordelijkheid voor het gewas en moeten direct de afdeling inkoop waarschuwen als er iets bijzonders is. -, . ,

Sperziebonen

In deze tijd - de tijd waarin de sperziebonen geoogst worden - rijden grote vrachtwagens af en aan tussen land en fabriek. Hun kostbare lading storten zij op het fabrieksterrein in Giessen in een grote bak, waarvanuit de bonen met regelmaat op een lopende band terecht komen. Ze vervolgen hun weg via bakken en trechters - waar ze ontdaan worden van blad en stenen en waar ze ook goed worden gewassen - naar binnen.

Binnen worden ze in vernuftige trommels met messen ontdaan van de punten, ze worden gesorteerd - de grote gaan weg • en gesneden in keurige stukjes. De bonen gaan vervolgens met een jakobsladder - er komt nog steeds geen hand aan te pas - naar grote stoomketels, waar ze gesteriliseerd worden en waar het conserveringsproces plaatsvindt. De steriele stukjes sperziebonen vervolgen hun weg naar de trechters, waar de schoongewassen potten al in de rij staan te wachten om gevuld te worden. Wanneer de potten gevuld zijn, wordt er water bij gedaan en een deksel sluit de zaak - nog niet hermetisch - af. Met tientallen tegelijk gaan de potten in een bad, waar de temperatuur wordt opgevoerd tot boven de honderd graden in een afgesloten ketel, zodat er geen kookpunt bereikt wordt. Door het geheel snel af te koelen, condenseert de ontwikkelde stoom in de potten, waardoor de deksels zich dicht zuigen en er een vacuüm in de potten ontstaat.

Dan pas zijn ze klaar om gestapeld en naar het magazijn vervoerd te worden. Maar voordat ze de produktiehal verlaten, worden er steekproeven gehouden ter controle van de kwaliteit. Uit elk krat wordt een pot genomen, waarbij het vacuüm wordt gemeten het vloeistofpeil wordt gemeten, de inhoud wordt gewogen en de temperatuur wordt opgenomen. Indien de pot aan alle gestelde eisen van de Hakkwaliteit voldoet, mag de hele partij in het krat getransporteerd worden naar het magazijn. Voldoet de pot niet aan die eisen, dan gaat die partij onder een ander merk het leven door.

Testvoorraad

Nu kunnen de potten echter nog niet naar de consument, omdat eerst bewezen moet worden dat ze goed geconserveerd zijn. De tijd zal dat leren. Daarom worden alle potten minstens een maand opgeslagen in het magazijn. Blijken ze dan goed te zijn dan kunnen ze rustig enkele jaren bewaard worden. Door dat opslaan ontstaan enorme voorraden, die oplopen tot een waarde van dertig miljoen gulden, wat op zichzelf al een hele investering is en prijsverhogend werkt. Men wil koste wat het kost garant staan voor een goede kwaliteit. Dat is het uitgangspunt.

Zo is Hak snel gegroeid van klein familiebedrijfje tot conservcngigant. In 1952 begon men met de appelmoesproduktie, waarvoor de appels met een appelboor van hun klokhuizen werden ontdaan en gepasteuriseerd werden in de weckketel van moeder Hak. De potten werden gevuld met een steelpannetje en op de eerste dag werden 2224 kg appels verwerkt, die 4272 potten appelmoes opleverden. Nu zijn dat 164.450 kg appels, goed voor 277.570 potten.

In 1970 ontstond er een zeer sterke groei en werd „Blom-conservcn" te Doetinchem overgenomen. Vier jaar later werd „Lama-conserven" te Oud-Gastel overgenomen en Hak groeide uit tot een bedrijf - nog steeds een zelfstandig familiebedrijf - met 450 mensen in dienst.

Toekomst

Over de toekomst zegt de heer Hak: „Er zijn voor ons nog wel wat expansiemogelijkheden, maar voor de conservenbranche is het een bijzonder moeilijke tijd en wat dat betreft gaan we de toekomst wel met zorgen tegemoet. De totale conservenmarkt groeit niet meer, dus alles wat er bij ons groeit, komt bij andere conservenfabrieken vandaan. Vooral de exportmarkt is een heel moeilijk gebied, omdat in diverse EEG-landen de conservenfabrieken door de overheid worden gesteund en dan wordt concurreren bijna onmogelijk. Internationaal is het dus ook al niet best en als het daar regent, dan kan het ergens anders druppen.

Nee, de toekomst ziet er niet rooskleurig uit en op de lange termijnplanning zullen we voorzichtig moeten zijn. De 20 procent groei, die we jaar op jaar hebben meegemaakt zullen we in de toekomst wel niet meer halen. Maar op de Nederlandse markt hebben we gelukkig een vrij sterke positie mede door onze glasreputatie, waarmee we een marktaandeel hebben van 70 procent. Maar ondanks dat is het goed om de vinger aan de pols te houden", aldus de heer Hak. Via een lopende band gaan de sperziebonen de fabriek in. De schoongewassen stukjes gaan naar de steriliseer-afdeling. Nieuwe statiegeldloze potten gaan op een lopende band naar de vulafdeling. Een draaiende trechter vult de potten een voor een met bonen. •••X-IXf^f OWJJ'Wt

Gevulde potten vervolgen hun weg naar de afdeling waar het water erbij komt en •waar ze hun deksteltje ontvangen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1978

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Conservenindustrie sterk afhankelijk van het weer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1978

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken