Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Troelstra's vergrissing: liep uit op massale trouwbetuigfing: aan Orai\je

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Troelstra's vergrissing: liep uit op massale trouwbetuigfing: aan Orai\je

9 minuten leestijd

<div>„Novemberstormen" luidt de titel van een oude christelijke roman, welke lang: vóór de Tweede wereldoorlog verscheen. Onwillekeurig kwam deze titel in onze gredachten, toen wij een vergelijking trokken tussen de </div><div>novembermaand van 1978 en die van 1918</div>

Nu een politieke storm op het Haagse Binnenhof, welke nauwelijks zijn weerga heeft in onze parlementaire geschiedenis doordat een politicus van formaat zich vergiste in de draagwijdte van zijn handelingen in het verleden. AantJ8S, in de oorlogsjaren 1B40-194G een jongeman, beging als 21-jarige een misstap, welke vele jaren later zijn politieke carrière als een mooie bloeiende roos deed afknappen. Het gebeuren zal in de „staatkundige geschiedenis van Nederland" zeker niet onvermeld blijven.

Zestig jaren geleden was er eveneens een politicus, die zich vergiste, niet in zijn handelingen van het verleden doch in zijn gedragingen van het ogenblik. Ook een politieke storm in novemberdagen, die werd opgetekend in de geschiedenisboeken en in de memoires van politici, maar een storm met een geheel andere windrichting, waarmee dan ook de vergelijking tussen beide ophoudt, zij het dat beiden hun basis hadden in miskenning van het wettige gezag. 

Het was de grote voorman van de Sociaal-democratische arbeidarapartij (SDAP), mr. Fieter Jolles Troelstra, die in de novemberdagen van 1918 opriep tot revolutie. Zijn omwentelingspoging werd echter zijn vergissing, welke hem tot een gebroken man maakte, naar zijn eigen verklaring. In plaats van een staatkundige revolutie, werd Troelstra's grote vergissing een huidebetoging voor koningin Wühelmina en haar huis, zo ongekend en spontaan als maar zelden voorkomt.

Het sein

De in 1860 geboren Fries Troelstra, die in 1894 met elf andere Nederlanders de SDAP oprichtte, zag in de revolutie in Duitsland bij het aflopen van de Eerste wereldoorlog het sein om ook in ons land een revolutionaire situatie te ontwikkelen. De machtsovername in de woelige novembermaand van 1018 door de socialist Ebert na de vlucht van keizer Wilhelm II naar ons land, vormde niet de enige aanleiding tot de „vergissing".

Wat vas er aan de hand In Nederland? Koningin WUhelmlna wilde reeds vóór de KamerTerUezlng-en van 1918 van het kabinet Cort van der Linden af, In het bUzonder van de M^oedaelmlnlater" dr. F. E. Poathuma, aangreslen de voedseltoestand voor de bevolking- haar zorgren baarde. De uitslag: der verkiezingen was dat de verhouding recht B-llnkB 50-60 werd. (De Tweede kamer telde destijds honderd leden).

„Slechte geest"

Na veel moeite kwam een kabinet met als minister-president jhr. mr. Charles J. M. Ruijs de Beerenbrouck tot stand. Deze wüde begin november niet direct tot demobilisatie van het leger overgaan. Enkele persorganen maakten gretig gebruik van de ontevreden geest, welke hier en daar vanwege de sedert 1914 durende mobilisatie was ontstaan. De minister van Oorlog, jhr. G. A. A. Alting von Geusau, stelde een commissie van onderzoek in naar de „slechte geest" en ontsloeg de opperbevelhebber generEial Snijders, die zich later beklaagde dat „hem op vordering van een volksmenner (Troelstra) ontslag werd verleend".

Troelstra vroeg als Kamerlid een Interpellatie en wenste opheldering over het ontslag, want hij acht de ontslagzaak van groot belang „èn om de hajidhaving van ons parlementaire stelsel èn om bekend te zijn met de verschillende stromingen, ook op militair gebied. welke hier in hoge kringen bestaat". Mr. H. P. Marchant, de vroegere leider van de toen nog bestaande Vrijzinnig democratische Bond, mengde zich in het debat en meende, dat het grootste deel van de weermacht best naar huis kan.

Eisen

Toen de debatten op dinsdag 12 november werden voortgezet waren inmiddels berichten over de in Duitsland uitgebroken revolutie bekend geworden. SDAP en NW gaven een manifest uit, waarin een demonstratief congres op 16 en 17 november in Rotterdam werd aangekondigd. Tal van eisen werden gesteld, o.m. onmiddellijke demobilisatie van alle soldaten en uitkering van een behoorlijke vergoeding zolang de gedemobiliseerden werkloos zijn, directe invoering van het algemeen vrouwenkiesrecht, socialisatie van alle bedrijven, die daarvoor in aanmerking komen, Intrekking van de stakingswetten van 1903 (het jaar van de spoorwegstaking), invoering van staatspensionering op ÖO-jarlge leeftijd, onverwijlde invoering van een wettelijke 8-urendag, salarisverhoging voor werklieden en lagere ambtenaren in overheidsdienst enz.

Revolutionaire taal

In deel I van „Het jongste verleden" (1918-1940) schreef mr. P. J. Oud destijds: „De taal van het manifest moge fors zijn, zij is niet forser dan men het bij andere gelegenheden van deze zijde gewend is geweest en den indruk dat voor de verwezenlijking der eisen revolutionaire middelen zullen worden aangewend, maakt het geenszins". Troelstra. die op een volksmeeting sprak, gebruikte echter wel revolutionaire taal. Hij zag het ogenblik aangebroken, dat de arbeidersklasse ook ons „de macht in handen zal geven. Verzuimt het oogenblik niet, grijpt de macht, die u in den schoot wordt geworpen, en doet wat gij moet en kunt doen... Wij maken een revolutie, omdat het kan en moet". 

Een andere spreker, de toenmalige bekende figuur uit de gemeentepolitiek, A. W. Heykoop (later wethouder van de Maasstad) deed er nog een schep bovenop door uit te roepen: „De eigchen van ons manifest stellen wij aan de bourgoisie, niet om erover te congresseeren, maar om ze ingewilligd te krijgen binnen enkele dagen. Anders nemen wij het, wanneer gij het ons niet geeft... Nu trekken wij samen op om de bourgoisie het roer in den Staat te ontnemen"...

Ook in Tweede kamer

Dit geluid was op 11 november te horen en Heykoop kondigde aan, dat Troelstra morgenmiddag 1 uur in de Tweede kamer het revolutionaire woord zou spreken, dat nodig was en de SDAP-Ieider sprak de 12e november in de Tweede kamer de taal van de revolutie. Zijn rede wekte emotionele reacties op, niet alleen in de Kamer, doch ook daarbuiten, ja, ook in zijn eigen partij. Hij slingerde de regering in het gezicht, dat zij niet in staat is de grote levensvoorwaarden voor ons volk ongeschonden in stand te houden en te ontwikkelen. „Ge mist de zedelijke kracht en het politieke staatkundige recht om daar te blijven zitten als de regeering van het Nederlandsche volk". 

Zouden Ruijs de Beerenbrouck en zijn ministers toch doorgaan, dan voorspelde Troelstra uitbarstingen, waarbij anarchie zou worden gemaakt om toestanden te scheppen die geen revolutie zijn, maar onder de naam revolutie het grootste ongeluk zullen zijn voor ons volk.

Wij gevoelen ons thans niet alleen voor onze elgren klasse verplicht te grepen naEir de staatsmacht* maar w^ meenen ook dat het Nederlandsche volk voor het heden en voor de toekomst geen grootere dienst kan worden bewezen dan wanneer men ons In staat stelt dien doorslaanden Invloed op de verdere ontwikkeling van ons volk uit te oefenen..." Troelstra besloot met de verklaring, dat het moment was aangebroken om de modern georganiseerde arbeiders op te roepen om het werk van een staatkundige revolutie in Nederland te aanvaarden. 

Fel verzet

Zijn woorden stuitten op verzet bij nagenoeg alle andere groeperingen. De regering wilde met instemming van de andere partijen hervormingen doorvoeren, maar „de wog om deze in een democratisch bewind met medewerking der sociaal-democraten tot stand te brengen is op 12 november afgesneden", concludeerde Oud terecht, en velen met hem.

Troelstra vond geen steun in zijn partij, al vielen de meeste socioal-democraten hem niet openlijk af. De socialist, die zijn gedachten de vrije loop had gelaten, meende de machtsverhoudingen goed te hebbon gepeild, maar hij kwam bedrogen uit. Het congres, dat enkele dagen later werd gehouden, bezocht hij slechts na een telegrafische oproep. Hij kwam terug op zijn toespraak in de Tweede kamer door het congres voor te houden, dat het niet gebonden is aan zijn woorden. Hij moest erkennen, dat de „machthebbers nog de sterksten zijn, maar wat vandaag is, behoeft morgen niet te zijn", zei hij.

De SDAP-Kamerfractie had zich eigenlijk ook reeds van haar leider afgekeerd. Troelstra's plaatsvervanger, het Kamerlid Schaper moest toegeven, dat de socialistenleider dan wel niet van een staatsgreep had gesproken, maarwel van „een grijpen naar de macht". Schaper, die „het dolle avontuur diep verfoeide", wilde Troelstra niet geheel verloochenen.

Spontane reactie

Inmiddels was onder ons volk spontaan een reactie op de revolutionaire taal van Troelstra ontstaan. Er was een „Bond van regeringsgetrouwen" onder leiding van het Eerste-kamerlid H. Colijn gevormd, dat een aanhankelijkheidsbetuiging aan koningin Wühelmina wilde brengen. Er werd op 18 november een betoging op het Haagse Malieveld georganiseerd, waaraan tienduizenden landgenoten, onder virie talrijke gedemobiliseerde soldaten zowel uit het noorden als zuiden des lands, deelnamen.

Het werd een manifestatie, die bij degenen die deze meemaakten onvergetelijk werd. Toen koningin Wilhelmina met prins Hendrik en prinses Juliana eraan kwamen, spanden soldaten en burgers de paarden van het rijtuig, dat zij zelf voorttrokken niet alleen over het Malieveld doch ook door de straten van Den Haag om zo de koninklijke familie naar het paleis Noordeinde te brengen.

Vergissing...

In haar herinneringen, getiteld „Eenzaam maar niet alleen'' schreef prinses Wilhelmina later „Wij maakten enkele spannende dagen door. Ik was, met het oog op de toestand, van De Ruygenhoek naar Den Haag teruggekeerd. Echter bleek het een vergissing te zijn te menen, dat ons volk in zijn geheel of voor een aanzienlijk deel geneigd was een omwenteling te ontketenen.

Wij werden uitgenodigd op het Malieveld te komen, waar een grootse demonstratie van trouw aan het gezag plaatsvond. De paarden van het rijtulg, waarin Hendrik, Juliana en ik waren gezeten, werden uitgespannen en de demonstranten trokken dit over het Malieveld en daarna door de stad naar het Noordeinde terug. Onmlddellijk daarna nodigde Amsterdam ons uit ter betuiging van zijn trouw. Ult alle delen van het land waren inmiddels burgers en militairen opgekomen, bereid de regering daadwerkelijk te steunen".

Afgelast

De geschiedschrijver prof. dr. Jan Romein oordeelde in zijn beschrijving van de gebeurtenissen in 1918, dat de aangekondigde revolutie werd afgelast alsof het een parade bij slecht weer betrof.

Troelstra's grote vergissing ontketende geen revolutie, eerder een grotere trouw aan het gezag dan ooit, welke trouw in ons vaderland gelukkig nog voortduurt hopelijk onder Gods zegen moge blijven bestaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 november 1978

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Troelstra's vergrissing: liep uit op massale trouwbetuigfing: aan Orai\je

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 november 1978

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken