Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KNMI 125 jaar in de weer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KNMI 125 jaar in de weer

Plaatselijke verschillen groot probleem voor verwachting

6 minuten leestijd

"Overwegend droog, later op de dag zonnige perioden en een matige wind tussen zuid en zuid-west. Maximum temperaturen van 7 tot 9 graden". Dit was het weerbeeld op 31 januari 1854, de dag waarop Koning Willem III het Koninklijk Besluit tekende, waarbij het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut werd opgericht, het KNMI, onder leiding van prof. dr. C. H. D. Buys Ballot.

Professor Buys Ballot, hoogleraar in de wiskunde, meende dat ook in ons land een instelling moest komen die zich ging bezighouden met het verzamelen en bestuderen van weerkundige gegevens. Hij was enige jaren eerder, in 1848, in samenwerking met dr. F. W. C. Krecke, reeds begonnen met het verzamelen van deze gegevens. Toch was hij niet de eerste op dit gebied. Ruim honderd jaar voor zijn activiteiten mat men in Zwanenburg (vlak bij Halfweg) al de temperatuur van de lucht, las men de luchtdruk af en werd de regen afgetapt. Daaraan is het te danken, dat Nederland sinds 1736 beschikt over aantekeningen over het weer, die — en dat is erg belangrijk — berusten op metingen. Deze oude meetgegevens dienen op de dag van vandaag als vergelijkingsmateriaal met de huidige gegevens.

Bescheiden

Buys Ballot werd de eerste hoofddirecteur van het KNMI en bleef dat tot aan zijn dood, in 1890. In 1854 waren taak n omvang van het instituut nog bescheiden. Het verzamelen en publiceren van meteorologische waarnemingen verricht „binnen het rijk, de buitenlandse bezittingen en op de schepen", werd behartigd door een kleine staf van nog geen tien personen. In 1897 waren het er al zestien geworden. De behuizing was te klein geworden en het instituut verhuisde van Utrecht naar De Bilt. Daar had men in een rustige omgeving een. landhuis met een, grote tuin gevonden en in De Bilt begon de grote bloei van het instituut pas goed.

De taken van het KNMI breidden zich sterk uit. In 1864, nog in Utrecht, ontstond de storm waarschuwingsdienst voor de scheepvaart. De waarschuwingen werden per telegraaf verspreid. In de jaren tachtig begonnen enkele kranten met het opnemen van weerberichten. Vanaf 1890 werd door het KNMI dagelijks een weerkaart uitgegeven, mede gebaseerd op buitenlandse waarnemingen

Weerstation

In 1854 bestond het waarnemingsnetwerk in Nederland uit het hoofdstation te Utrecht en acht buitenstations, verspreid over het land. Thans zijn er totaal 22 weerstations, die bemand worden door personeel van het KNMI, de luchtmacht, de marine en Rijkswaterstaat. Voorts werken vele vrijwilligers mee aan klimatologische waarnemingen van regen, wind, zonneschijn, straling en onweer. En dat was juist de bedoeling Van Buys Ballot. Hij zag duidelijk dat, als je wat van het weer wilde zeggen, je nooit af kon gaan op waarnemingen van één plaats, zoals dat in Zwanenburg gebeurde. Hij heeft toen besloten om op meer plaatsen op dezelfde tijd waarnemingen te doen, zodat een beeld van het weer verkregen werd over een grotere oppervlakte. Als die waarnemingen na enige tijd herhaald werden, was er een verschuiving in dat beeld te zien en kon men een depressie bijvoorbeeld „zien aankomen".

Het aantal waarnemingsstations is de laatste jaren zo uitgebreid, dat op hetzelfde moment de waarnemingen over de hele wereld vastgesteld kunnen worden.

Schepen

Nu wonen er op de zeeën en oceanen geen mensen. Daar moet men het dus hebben van satellietfoto's en enkele weerschepen. Om dit net van eigen waarnemingen aan te vullen, maakt het KNMI gebruik van vrijwillige waarnemers op schepen. Aan boord van bijna 250 koopvaardij- en vissersschepen en kustvaarders worden viermaal per dag waarnemingen verricht. De mensen die vanaf deze schepen steeds stipt hun waarnemingen aan het KNMI doorgeven, worden daarvoor onderscheiden. Elke twee jaar is er in Rotterdam een feestelijke bijeenkomst, waar deze onderscheidingen worden uitgereikt. Deze bijeenkomsten vinden altijd plaats in oktober, maar omdat het KNMI op 31 januari 125 jaar bestond, heeft men de bijeenkomst van oktober 1978 uitgesteld tot deze datum. Vorige week werden er dus onderscheidingen en beloningen uitgereikt aan kapiteins, stuurlieden en radio-officieren van de koopvaardij en, zoals u hebt kunnen lezen, aan een schipper van de zeevisserij, een visserman uit Urk, wegens bijzondere verdiensten op het gebied van de meteorologie.

Maar het belangrijkste van die dag was toch wel dat het KNMI 125 jaar bestond. In De Bilt heeft men er niets van gemerkt. Daar was de 31e januari een werkdag als iedere andere. Voor de personeelsleden heeft het KNMI echter nog wat in petto, zodat dit feit voor hen toch niet ongemerkt voorbij zal gaan.

Winter

In de maand januari heeft het het KNMI niet ontbroken aan belangstelling. Waar werd in deze winterse maand meer over gepraat dan over het weer? Met veel belangstelling werden elke dag de weerberichten gelezen of beluisterd. Het bleek weer dat de weersverwachtingen niet altijd uitkomen. Vooral met een dergelijk extreem weerbeeld, zoals januari dat liet zien, is voorspellen erg moeilijk. Zelfs het voorspellen van de temperatuur, waar het KNMI toch vrij sterk in is, ging door de enorme plaatselijke verschillen nogal eens de mist in.

Het gaat dan voornamelijk om de minimum temperaturen, die moeilijker te voorspellen zijn dan de maxima. De maximum temperaturen worden meestal overdag gemeten. Overdag is er meer luchtstroming, de lucht wordt dan beter gemengd en er ontstaat dan een homogenere lucht dan 's nachts vaak het geval is. Dan kunnen er bij windstilte, vooral als er sneeuw ligt, vlak bij de grond buitengewoon lage temperaturen ontstaan. Dergelijke situaties zijn natuurlijk moeilijk te voorspellen.

Depressie

Eveneens moeilijk is het, om het juiste tijdstip te bepalen waarop een depressie ons land binnenkomt. De depressie kan op het laatste moment vertraging hebben of eerder komen, zij kan afbuigen of tussen de mazen van het waarnemingsnet doorglippen. Als er aan de rand van zo'n depressie een zonnig weertype heerst, kunnen de verschillen tussen de verwachting en de werkelijkheid erg groot worden. Volgens dr. H. C. Bijvoet, hoofddirecteur van het KNMI, blijkt ongeveer vijf procent van alle voorspellingen achteraf een grote misser te zijn en twintig procent minder juist. Daaruit kunnen we dus concluderen dat 25 procent niet klopt. Een verzachtende omstandigheid daarbij is, dat het KNMI tracht de verwachting zo nauwkeurig mogelijk door te geven. En hoe nauwkeuriger de verwachting wordt, hoe groter ook de kans is dat er iets mis gaat.

Plaatselijk

Daar komt nog bij dat er plaatselijk enorme verschillen in het weer kunnen optreden. Dat hebben we weer kunnen zien tijdens de strenge vorst in januari. Van Zeeland tot Friesland werden verschillen gemeten van wel 15 graden. Ook de neerslag zoals de ijzel bleek toen plaatselijk veel te verschillen. We hoeven dan nog niet eens te praten van Zeeland en Friesland, nee, die verschillen worden al op enkele tientallen kilometers waargenomen.

Daarom is men bij het KNMI aan het onderzoeken of men in de toekomst een regionale weersverwachting kan geven. Dat zou voor het publiek veel problemen uit de weg ruimen, die er dan bij het KNMI bijkomen. Want dat is niet eenvoudig. Niet zo eenvoudig als bijvoorbeeld in Zwitserland, waar de Alpen een' natuurlijke grens in het klimaat vormen. Ons land is vlak en

daar kan van alles gebeuren. Op één dag kan het regenen, sneeuwen, stormen, de zon kan schijnen, ja, 't kan vriezen, 't kan dooien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1979

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

KNMI 125 jaar in de weer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1979

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken