Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Orgel in Sneekse kerk verloor barokke klank

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Orgel in Sneekse kerk verloor barokke klank

4 minuten leestijd

De Grote- of St. Maartenskerk, ook wel Martinikerk grenoemd. In Sneek is een grotendeels laatgotische driebeukige basilikaal opgebouwde kerk, waarvan de Romaanse westpartij met twee torens in 1681 instortte. De westzijde werd daarop door een driezijdige gesloten koorvormige ingangsparij afgesloten en het muurwerk van het schip boven de zuilen vernieuwd.

Het koor dat ontstaan is in 1498-1601 werd daarna verhoogd, wellicht bij de gelegenheid van de vernieuwing van het dak in het jaar 1709. Een merkwaardig feit is dat in het jaar 1709 op het dak van het schip der kerk een klokkestoel van Eib. Dirks werd geplaatst, waarvoor P. Nijsloot het ontwerp maakte. Aan de zuidzijde van de kerk bevindt zich de 16e eeuwse sacristie met verdieping en gedekt door een zadeldak tegen een topgevel. Het inwendige van de kerk is eveneens vrij sober. De preekstoel is eenvoudig van stijl met komisversiering op de palen en werd vervaardigd in het jaar 1626, door B. Winstens. In het koor zijn enige wapenborden afkomstig van Vroedschapsbank Vroedscpasbank uit de kerk oggesteld.

Orgelhistorie

Na deze korte inleiding over de kerk willen wij ons eens gaan verdiepen in de orgelhistorie dezer kerk. Het blijkt dat de orgelhistorie dezer kerk reeds teruggaat tot 1497, aangezien er in laatstgemeld jaar zoals bekend is, reeds een orgel in de kerk aanwezig was wat gebouwd werd door een zekere Mr. Johannes, burger te Sneek. Uit een bewaard gebleven contract blijkt dat de opdracht werd verstrekt voor de bouw van een orgel met twee klavieren en vrij pedaal met 27 regristers. Kadien werd nog een borstwerk met 8 registers besteld. Op 21 december 1711 kreeg Schnitger de laatste termijn betaald en werd het orgel gekeurd door de Groninger organisten Petrus Havingha en Johann Eitzen. De orgeldeskimdige Am. Knock heeft in het destijds door hem samengestelde Dispositiënboek ook dit orgel beschreven. Wel wijkt deze beschrijving op enige punten af van die in het contract.

De dispositie van het orgel luidde als volgt:
Manuaal; Praestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Spitsfluit 4', Nasat Quint 8', Gemshoorn 2', Superoctaaf 2', Mixtuur 4-6 st. Rulschpijp 2 St., Sexquialter Z st. Trompet 8', Vox Humana 8'
Borstwerk: Fluit dous 8', Holpijp 4', Woudfluit 2', Praestant 2', Sifflet 1', Mixtuur 3-4 sterk, Kromhoorn 8'
Rugwerk: Praestant 4', Gedekt 8', Quintadena 8', Octaaf 2', Quint IVa', Scherp 4 st., Sexquialter 2 st. Dulciaan 8'
Pedaal: Praestant 16', Octaaf 8', Octaaf 4', Magthoom 2', Mixtuur 6 sterk. Bazuin 16', Trompet 8'. Clairon 4'.

Het was een schitterend instrument geworden. Voor het eerst lezen we daarna weer iets over dit door Schnitger gebouwde orgel in het jaar 1726. Toen werd aan het orgel gewerkt door Christiaan Muller die toen juist bezig was met de bouw van het orgel in de Groteof Jacobijnerkerk te Leeuwarden. Ook wordt nog melding gemaakt dat de orgelmaker Johannes Badeker reparaties aan het orgel uitvoerde. In 1779 werd een kleine herstelling verricht door de Leeuwarder orgelmaker Lambertus van Dam terwijl in 1833 nog aan het orgel wordt gewerkt door de eveneens uit Leeuwarden afkomstige orgelmaker Van Oruisen.

Al deze restauraties hadden niet direct tot gevolg dat het karakter van dit kostelijke instrument ingrijpend werd gewijzigd. Dit was wel het geval toen in het Jaar 1897 de fa. Van Dam uit Leeuwarden het Sneker-orgel ingrijpend wijzigde. Men zou terecht kunnen zeggen dat het orgel totaal werd geruiïneerd. De orgelmaker Van Dam nam het pijpwerk van het Rugwerk en Borstwerk weg en bouwde als het ware een geheel nieuw orgel in de oude kas, terwijl een Bovenwerk werd bijgebouwd. De fa. Van Dam gebruikte ongeveer 8 registers van de orgelmaker Schnitger.

Restauratie

Het orgel verloor echter zijn fraaie barokke klank en kreeg een romantische intonatie. In 1826 werd door de laatste telg uit het orgelmakersgeslacht Van Dam, t.w. Pieter van Dam een herstelling uitgevoerd waarbij een nieuw pneumatische pedaallade werd geplaatst. Gelukkig heeft men ook in Sneek plannen om dit orgel geheel te restaureren en in oude glorie te herstellen. De dispositie van dit orgel luidt thans:
Manuaal: Bourdon 16', Prestant 8', Holpijp 8', Violen 8', Octaaf 4', Fluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Mixtuur 3-6 sterk. Cornet 3 sterk disc. Trompet 8' Bovenwerk in zwelkast): Boerfluit 8', Quintadena 8', Salicionaal 8', Viola di Gamba 8', Vox Celeste 8', Salicet 4', Flute harmonique 4', Quintfluit 3', Woudfluit 2½, Carillon 3 sterk. Hobo 8'
Pedaal: Prestant 16', Subbas 16', Prestant 8', Gedekt 8', Cello 8', Octaaf 4', Bazuin 16', Trombone 8', Trompet 4', Pedaalkoppel, Manuaalkoppel, tremulant.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 april 1979

Reformatorisch Dagblad | 92 Pagina's

Orgel in Sneekse kerk verloor barokke klank

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 april 1979

Reformatorisch Dagblad | 92 Pagina's

PDF Bekijken