Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Militaire karakter van DDR aan kaak gesteld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Militaire karakter van DDR aan kaak gesteld

Onthullende publicaties in thema-nummer JASON

11 minuten leestijd

DEN HAAG — Deze week verscheen een speciaal aan de DDR gewijd nummer van het blad JASON. JASON betekent Jong Atlantisch Samenwerkings Orgaan Nederland en het tweemaandelijkse tijdschrift wordt uitgegeven door de stichting JASON „die zich toelegt op het verschaffen van informatie over de Atlantische vraagstukken, Oost-West samenwerking en andere mondiale problemen".

Onlangs lazen wij in "Die Welt" hoe jonge kinderen in de DDR in sterk mililairistische geesl worden opgevoed. Derhalve waren wij vooral benieuwd of JASON daar ook aandacht aan zou schenken. In dit opzicht kan het speciale JASON-nummer geprezen worden omdat het sterk militaire karaker van de DDR onverbloemd aan de orde wordt gesteld in een aantal bijdragen.

Veel minder zijn wij te speken over het artikel „Kunst ten behoeve van het "socialisme" van de hand van Hans van Dam (direkteur Leidse Schouwburg en lid hoofdbestuur Vereniging Nederland-DDR). De heer Van Dam beschrijft de cultuurpolitiek van de DDR". Deze meneer produceert zinnen als ,,Het principiële cmderscheid met Nederland is echter het feit dat kunstbeleving als een der eerste levensbehoeften wordt beschouwd, niet tot ondersteuning van het politiek systeem, maar als basis van geestelijk welzijn". Hij schrijft ook nog over de "fascinerende overdaad van cultureel aanbod" en verhaalt van goed voorziene boekwinkels enz. Kortom de heer Van Dams artikel zal zeker door de beugel kunnen van de Oostduitse autoriteiten! Wij vragen ons wel af wat de heer Van Dam in zijn dagelijkse functie werkelijk doet ter ondersteuning van ons „politiek systeem"?

Berlijnse crisis

Echter afgezien van Van Dams artikel en een weinig zeggend interview met een Oostduitse onderwijzeres, menen wij dat het DDR-nummervan JASON nuttige informatie biedt. En op die nuttige informatie willen wij enigszins nader ingaan. JASON biedt zijn lezers twee vooral historisch gerichte artikelen over ,,Het ontstaan van de twee Duitse staten" en „De tweede Berlijncrisis: 1958-1962". Beide artikelen vonden wij het lezen zeker waard, zij het dat bij het bestuderen van het eerste artikel het ons nogal eens overkwam dat wij de literatuuropgave zwak vonden en met name de Russische politiek onvoldoende uit de verf kwam. Ook zouden wij graag veel meer vernomen hebben over de gevoelens van de Duitse bevolking zowel in het Westen als Oosten in die zeer belangrijke eerste naoorlogse jaren. Geschiedenis gaat uiteindelijk altijd om mensen! Hoe gecompliceerd de studie van de internationale situatie kan zijn, om nog maar te zwijgen van het politieke reageren en meespelen in zo'n situatie, toont ons overduidelijk het artikel over de Berlijnse crisis aan.

Defensie
Drs. J. van der Velde heeft een interessante bijdrage geleverd over de defensie in de DDR. Hij wijst o.a. op de belangrijke rol van paramilitaire organisaties. Onder -paramilitaire organisaties verstaat hij „organisaties die op militaire wijze zijn georganiseerd, bewapend en geüniformeerd, onder nationaal gezag staan en actief kunnen bijdragen tot de verdediging van het land". Ons land kent ook paramilitaire organisaties (marechaussee én Nationale reserve), maar die paramilitaire organisaties vallen in het niet wanneer zij vergeleken worden in numeriek opzicht bij de Oostduitse. Uitgedrukt in aantal manschappen komt het neer op een verhouding van 1:70. In de DDR vormen bovendien het aantal manschappen van de paramilitaire organisaties een veelvoud van het aantal reguliere militairen! Van der Velde geeft de volgende cijfers over de aantallen manschappen die betrokken zijn bij de defensie vaii de DDR: reguliere strijdkrachten: X8 .000 militairen; paramilitaire organisaties: 71.500 grens- en veiligheidstroepen en 400.000 arbeidersmilitia. Van der Velde vergelijkt telkens de Oostduitse defensiegegevens met die van ons land.

De arbeidersmilitia worden ,,Kampfgruppen der Arbeiterklasse" genoemd. Die „Kampfgruppen" hebben sterke bindingen met de Oostduitse socialistische partij (de SED = Sozialistische Einheitspartei Deutschland). Een lid van de ,,Kampfgruppen" belooft het volgende: „Ik ben bereid, als „Kampfer" van de arbeidersklasse de instructies van de partij te volgen ... en mijn leven voor haar in te zetten". Ieder lid van de SED behoort in feite deel te nemen aan de arbeidersmilitia. Een niet-lid van de SED moet, indien hij maatschappelijk hogerop wil, wel dienst nemen bij de arbeidersmilitia.

20 Sovjetdivisies

Van der Velde noemt de ,,Kampfgruppen" uniek in de wereld. Zij vallen uiteen in normale en zware bataljons. De normale bataljons hebben in tijd van oorlog een -streekgebonden taak (b.v. bewaking van bruggen, bedrijven, verkeersknooppunten enz.) en zijn uitgerust met lichte infanteriewapens. De zware bataljns (ongeveer 150 in aantal met elk zo'n 300 man) hebben uitgebreidere militaire taken en zijn uitgerust met pantserwagens, artillerie, antitankgeschut en zelfs tanks! De leden van de "Kampfgruppen" oefenen regelmatig met het gewone leger, het Nationale Volksleger. De Oostduitse autoriteiten hebben niet zonder grond zich positief uitgelaten over de militaire waarde van genoemde „Kampfgruppen". Een ander belangwekkend militair verschijnsel in de DDR is de aanweigheid van 20 zeer modern bewapende Sovjetdivisies. T.a.v. de militaire kracht van de DDR stelt Van der Velde dat deze ,,geen autonome internationaal-politieke factor" is en dat ,,het Nationale Volksleger aangaande zijn militaire mogelijkheden uiteraard niet los kan worden gezien van het Warschau-Pact en van de Sovjetunie".

Schietvaardigheid

In zijn boeiende artikel ,,De DDR -op de niet-reguliere toer" wijst drs. G. K. Timmerman ons op het bestaan van de GST in de DDR. De afkorting (GST staat voor „Gesellschaft für Sport und Technik". Deze vereniging werd in 1952 opgericht en waarvan, zegt de heer Timmerman, ,,de benaming on.schuldiger is dan de activiteiten". Bij deze vereniging worden jonge mensen voorbereid op hun dienst in het volksleger. Aldus werd de taak van de GST zelf omschreven in een besluit van de Oostduitse ministerraad van 1968. In het kader van de activiteiten van de GST worden vele takken van sport beoefend en daarbij worden allerlei militaire vaardigheden aangeleerd. Zo wordt er naast hardlopen ook geoefend in het werpen van handgranaten! Drs. Timmerman vermeldt: ,,ln het geheel van de prestaties neemt de schietvaardigheid een belangrijke plaats in. Honderdduizenden zijn zo aan hun bewijs van schietvaardigheid gekomen. Ten behoeve van de GST zijn in geheel Oost-Duitsland talrijke schietbanen aangelegd". En die schietbanen in de DDR zijn niet recreatief bedoeld, maar in het belang ,,van de socialistische weerbaarheid". De leidende functionarissen van de GST zijn officieren en reservisten van het Nationale Volksleger! In 1960 al zei generaal-majoor Erich Mielke (thans leider van het ministerie voor de Staatsveiligheid): ..Sport is bij ons in de DDR geen privé genoegen, maar een politiek bezig zijn... Het schept de voorwaarden voor moed en uithoudingsvermogen, eigenschappen, die wij nodig hebben bij de bewapende organen van onze staat".

Dus sport bij de GST heeft niet alleen een militair karakter, er bestaat ook een duidelijke organisatorische relatie met het normale leger. Het leger zorgt voor materieel en uitrusting, verzorgt de opleiding en heeft de leiding! Zodoende hebben Oostduitse jongeren al een flink portie militaire scholing achter de rug voordat zij officieel in het Volksleger moeten dienen.

Twee jeugdorganisaties in de DDR worden ons tevens onder de aandacht gebracht i.v.m. het militaire aspect. Het gaat dan om de pioniersorganisalie „Ernst Thalmann" (voor kinderen . vanaf 6 jaar) en de FDJ („Frei Deutsche Jugend een organisatie voor tieners). Ook bij deze verenigingen is er sprake van militarisme. Naast sport en spel worden de kinderen politiekideologisch en militair-theoretisch "geschoold". De Oostduitse kinderen wordt bijgebracht dat „de socialistische verworvenheden" moeten worden beschermd.

Een eersteklasser in de DDR kan zo in één van zijn leerboeken een „brief van soldaat Heinz" aan de „Jonge Pioniers" aantreffen. In deze „brief staat o.a.: "Onze dienst is zwaar. Maar wij doen het graag, want dan kunnen jullie in alle rust leren en spelen. Geen vijand zal onze Duitse Democratische Republiek durven aan te vallen".

Oostduitse kinderen wordt van staatswege geleerd dat socialistische samenlevingen uitmuntend zijn; kapitalistische landen worden zonder meer voorgesteld aan de kinderen als verdorven, agressief en tegenover deze landen past slechts haat. Ten bewijze hiervan een Oostduits citaat: ,,Het karakter van de moderne oorlog vereist dat de opvoeding van haat tegenover de vijand aanzienlijk dient toe te nemen. Reeds in vredestijd moet dit gevoel van haat duidelijk uitgedrukt zijn...". In het Westen weten wij derhalve waar we aan toe zijn: de Oostduitse communisten indoctrineren hun jeugd om de Westelijke .iimperialisten en militaristen" te haten! Tekenend voor het Oostduitse militarisme is het eveneens dat per 1 september 1978 op de middelbare scholen ,,Wehrunterricht" als een apart leerplan in het lesrooster is opgenomen. Tevergeefs hebben Oostduitse kerken tegen déze maatregel geprotesteerd. De kerken werd er van overheidswege op gewezen dat het militaire onderwijs in relatie moet worden gezien met de vredespolitiek van de DDR. Bovendien zouden er in het militaire onderwijs aspecten zitten die overkomen met het bedrijven van christelijke naastenliefde. Conclusie van drs. Timmerman t.a.v. deze kwestie: ,,Beide partijen hebben elkaar niet weten te overtuigen".

DDR - Sovjet-Unie

In een goed artikel schetst Ben de Jong (wetenschappelijk ambtenaar aan het Amsterdams Oost-Europa Instituut) de onderlinge verhouding tussen de DDR en de Sovjet-Unie. De titel van zijn bijdrage luidt: ,,De DDR: een provincie van de Sovjet-Unie?" met als ondertitel „Enkele kanttekeningen bij de relatie DDR - SovjetUnie". De Jong stelt in het begin van zijn artikel: ,,De DDR is in 1949 opgericht. Wat er in de Sovjet-Unie gebeurde en wat de Sovjet-leiders wilden, heeft voor een belangrijk deel de ontwikkelingen in de DDR vanaf 1949 bepaald. De DDR en de andere regimes in Oost-Europa zijn door de Sovjet-Unie in het zadel geholpen. In laatste instantie is hun politiek voortbestaan afhankelijk van de aanwezigheid van het Sovjetleger, dat kan ingrijpen om een bepaald regime in het zadel te houden of juist ten val te brengen (DDR 1953, Hongarije 1956 en Tsjechoslowakije 1968)".

De Jong wijst op de zeer nauwe economische banden tussen de DDR en de Sovjet-Unie: beide landen zijn voor elkaar belangrijke handelspartners en op het punt van de grondstoffenvoorziening is de DDR bijna totaal afhankelijk van de Sovjet-Unie. Ter illustratie van dit laatste feit de volgende gegevens: de Sovjet-Unie voorziet de DDR voor 100% van aardgas; voor bijna 100% van ruw ijzer; voor meer dan 80% van aardolie; voor 80% van ijzererts voor meer dan 70% van gewalst staal en aluminium en voor meer dan 90% van hout en katoen. Bovendien ondernemen de DDR en de SovjetUnie ie gezamenlijk tal van economische projecten: de DDR neemt b.v. voor 8 miljard mark deel aan de aanleg van een 2750 km lange aardgaspijpleiding in Rusland.

Beste maatjes

Wanneer de leiders van de DDR en de Sovjet-Unie elkaar ontmoet hebben (en dat gebeurt nogal eens: de twee topleiders Honecker en Brezjnjev ontmoetten elkaar tussen juni 1971 en december 1976 25 maal!) dan wordt in de officiële communiqués altijd gesproken van ,,volledige overeenstemming der opvattingen over alle actuele kwesties". Nu zit er voor de Oostduitse topleiders ook niets anders op dan om goede vrienden te blijven met Moskou, dit gezien hun eigen positie: Ulbricht in 1971 en Sindermann in 1976. Hij schrijft dat het aftreden van genoemde personen duidelijk maakt, „dat de Sovjet-leiders een vetorecht hebben waar het de bezetting van topposities in het partij- en staatsapparaat van de DDR betreft".

Heel duidelijk demonstreert de DDR van kameraad Honecker haar loyaliteit tegenover de Sovjet-Unie. Voorbeelden daarvan treffen we aan in de nieuwe grondwet van de DDR van 1974. Daarin lezen wij in artikel 6 lid 2: „Die Deutsche Demokratische Republik ist für immer und unwiderrutlich mit der Union der Sozialistischen Sowjetrepubliken verbündet". En om te besluiten nog één voorbeeld van zo'n Oostduitse loyaliteitsverklaring. In het meest recente partijprogramma van de SED (mei 1976) staat dat de vrede en veiligheid van de DDR gegarandeerd worden door ,,3ie unerschütterliche Waffenbruderschaft mit der Sowjetarmee und den anderen Bruderarmeen". In theorie is het mogelikk dat het Oostduitse leger steun verleent aan de Sovjet-Unie bij een eventueel gewapend conflict van de Russen met de Chinezen. Zo ver reiken de vriendschappelijke betrekkingen van beide regimes!

Keer op keer betonen de DDR-politici hun verbondenheid met de Sovjet-Unie. Grappig hoogtepuntje: vorig jaar, toen het Sovjelleger 60 jaar bestond, zorgde de Oostduitse minister van Defensie Karl-Jeinz Hoffmann voor een nieuwe „wet" ten behoeve van het Nationale Volksleger met als inhoud de onoverwinnelijkheid van het roemruchte Sovjet-leger. Welk een geruststelling voor Oostduitse soldaten.

Vraagteken

Wij blijven, na lezing van het speciale Jason-nummer, nog steeds erg benieuwd naar de ware gevoelens van DDR-burgers, t.o.v. tal van zaken. Maar zij zijn, de balans opmakend, tevreden over de door Jason geboden informatie. Moge het een stimulans zijn de DDR nogmaals aan de orde te stellen en dan dieper op het dagelijks leven van Oostduitsers van alle leeftijden in te gaan. Ook zouden wij het interessant vinden meer te vernemen over de verwerking van de Tweede Wereldoorlog in de DDR. En is de vraag niet wettig: wat gelooft de doorsnee Oostduitser van de officiële propaganda en welke staatsvorm voldoet het beste aan zijn maatschappelijke behoefte? Kortom vragen genoeg. Maar mogelijkheden van betrouwbare antwoorden?

N.a.v. DDR-nummer van Jason.
Stichting Jason,
Van Stolkweg 10,
Den Haag.

.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1979

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Militaire karakter van DDR aan kaak gesteld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1979

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken