Bekijk het origineel

Mensenrechten in Oost en West (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Mensenrechten in Oost en West (I)

Brochure wekt valse hoop

9 minuten leestijd

„Misschien mag in deze omstandigheden een aanwijzing gezien worden, dat de opvattingen van de communistische en niet-communistische wereld op den duur beter met elkaar te verenigen zullen zijn, dan de vergelijking van de tot dusver door de Sovjet-Unie ingenomen standpunten met die van de Westelijke landen deed vrezen. Men mag daarom ook hopen, dat er meer gesprekken, zowel tussen de regeringen als tussen de kerken van Oost en West, over de wederzijdse gedachten over mensenrechten zullen komen. Dat zal meer resultaten voor de verwerkelijking van alle mensenrechten hebben dan over en weer beschuldigend met de vinger te wijzen".

Bovengenoemd citaat, waar we nog op terugkomen, vormt het slot van de bijdrage van mevr. J. ter Vrugt-Lentz, wetenschappelijk hoofdmedewerkster bij het Instituut voor Missiologie en Oecumenica te Utrecht, aan een recentelijk verschenen brochure „Mensenrechten in Oost en West".

In deze brochure, die een uitgave is van het Algemeen Diakonaal Bureau van de Gereformeerde Kerken in Nederland, de Generale Diakonale Raad van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Stichting Oecumenische Hulp aan Kerken en Vluchtelingen, wordt de kwestie van de mensenrechten, die de laatste jaren zo in de belangstelling gekomen is, vanuit twee invalshoeken belicht: de interpretatieverschillen tussen Oost en West en de theologische doordenking.

Het laatste krijgt gestalte in een analyse van de Scandinavische theoloog prof. dr. Gustav Wingren, van de tekst van een lezing van de Oostduitse lutherse bisschop dr. Hans Joachim Frankel uit Görlitz en de „Stellingen over de theologie van de mensenrechten en de theologie van de bevrijding", die het materiaal vormden op een bijeenkomst van de Wereldbond van Hervormde/Gereformeerde kerken.

Voor het eerste zorgde mevr. Ter Vrugt-Lentz, in samenwerking met drs. T. N. A. van der Voort, studiesecretaris van de Europacommissie van de Protestantse Kerken in Nederland, waarin de drie genoemde hulpinstanties samenwerken. In het onderstaande willen we, mede aan de hand van het in deze brochure aangedragen materiaal wat nader ingaan op de kwestie van de mensenrechten, waarbij het accent zal vallen op het verschil in benaderingswijze tussen de communistische en de Westerse landen.

De UNO-Verklaring

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die op 10 december 1948 door de derde Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd aangenomen, was een intentieverklaring. De landen, die dit document ondertekenden, waren (en zijn) moreel, doch niet juridisch gebonden aan de bepalingen ervan.

Anders ligt dit met de twee VN-verdragen inzake mensenrechten, het Internationale Verdrag inzake Economische Sociale en Culturele Rechten en het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. Deze verdragen die een uitvloeisel zijn van de Verklaring van 1948 en op 16 december 1966 werden opengesteld voor ondertekening en ratificering (bekrachtiging door de volksvertegenwoordiging), moeten sinds enkele jaren door de ondertekenaars "in acht genomen worden", evenwel zonder dat naleving door middel van bijvoorbeeld sancties afdwingbaar is.

Facultatief protocol

Tegelijk met het Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (nl. 23 maart 1976 na ratificatie door Tsjecho-Slowakije als 35e land) werd het Facultatief Protocol (PP) van kracht. Staten, die eveneens het PP bekrachtigd hebben, erkennen daardoor de (supranationale) bevoegdheid van het zogenaamde VN-comité voor de Mensenrechten om klachten van individuele burgers in behandeling te nemen. Die burgers moeten dan wel eerst alle nationale rechtsmiddelen beproefd hebben.

Nu is het zo, dat de Oosteuropese landen wel de beide verdragen bekrachtigd hebben, maar niet het Facultatief Protocol. Burgers in die landen kunnen hun regeringen wél wijzen op de bepalingen van de verdragen (en dat is niet niks) maar kunnen vervolgens niet meer doen dan hopen, dat hun regering die bepalingen ook zo uitlegt als zij bedoeld zijn.

Het Verdrag inzake Economische e.a. rechten kent aan de burgers onder meer het recht op een redelijk bestaansniveau, het recht op arbeid en het recht op sociale zekerheid toe. Het tweede verdrag omvat de klassieke grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting, de gewetensvrijheid, de vrijheid van godsdienst, het recht van vereniging en vergadering etc.

Uitleg

Het onmiskenbare feit, dat de communistische staten de mensenrechten veelal anders interpreteren dan de Westerse staten, doet de vraag rijzen, welke interpretatie de (meest) juiste is.

De communistische uitleg plaatst de mensenrechten in het kader van de ideologie van het marxisme-leninisme, waarin het collectieve prevaleert boven het individuele. Niet de mens als zodanig heeft rechten, maar uit de enig juiste maatschappelijke orde, de communistische, vloeien mensenrechten vanzelf voort. Andersom is in alle niet-communistische systemen de verwezenlijking van de rechten van de mens per definitie uitgesloten.

De sociaal-economische orde is dus bepalend en dit verklaart ook de volgorde, die in de communistische benadeOok op de Europese veiligheidsconferentie van Helsinki kwamen de mensenrechten uitgebreid aan de orde. ringswijze telkens opnieuw te voorschijn komt: de sociale en economische rechten gaan voorop en zijn voorwaarde voor de politieke en burgerrechten.

Grondwet USSR

Over de vraag hoe de politieke en burgerrechten vanuit de marxistisch ideologie gevuld worden, geeft de grondwet van de USSR de nodige opheldering. Zo worden bijvoorbeeld aan de burgers van de USSR gegarandeerd de vrijheid van het gesproken en geschreven woord, het recht van vereniging en vergadering, het recht om demonstraties te houden e.a. ,,in overeenstemming met de belangen van het volk en met het doel het socialistische systeem te versterken en te ontwikkelen..." (art. 50).

De gerichtheid op „de opbouw van het communisme", die hieruit spreekt, is niet incidenteel, maar vloeit voort uit het totalitaire karakter van de Sovjet-maatschappij, waarin alles (het onderwijssysteem, de communicatiemedia, de rechtspraak, het culturele leven enz.) in dienst staat van de ideologie.

De hierboven aangehaalde zinsnede uit artikel 50 en vele soortgelijke formuleringen in de grondwet en in officiële verklaringen zijn dan ook niet alleen theorie: om te waarborgen, dat genoemde vrijheden door de burgers uitsluitend zo worden gebruikt als zij in de grondwet bedoeld worden, bevat het Wetboek van Strafrecht van de RSFSR Rusland, de artikelen 70 en 190, die voorzien in straffen tegen resp. „antisovjet-agitatie en -propaganda" en tegen „het verbreiden van wezenlijk onjuiste beweringen, die de Sovjet-staats- en maatschappelijke orde belasteren". (De wetboeken in de overige unie-republieken bevatten soortgelijke passages). Deze artikelen worden veelvuldig toegepast tegen „andersdenkenden" en door Russische dissidenten betiteld als kapstok-artikelen.

Om er voor te zorgen, dat de vrijheid van drukpers alleen wordt gebruikt om „het socialistische systeem te versterken" functioneert in de Sovjet-Unie een systeem van preventieve censuur, dat in de wereld zijn weerga niet kent en waarbij vergeleken de toch ook niet malse Het opstellen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd ingegeven door het verlangen om de verschrikkingen van Hitlers totalitaire staat te voorkomen. censuur onder de vroegere tsaren kinderspel was.

Juiste uitleg?

De Vlaag of de UNO-Verklaring bovengenoemde communistische interpretatie toelaat, kan kort en eenvoudig beantwoord worden. In de hoogdravende preambule van deze uit dertig artikelen bestaande Verklaring wordt duidelijk gesproken over een „gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal" en over het „algemeen en daadwerkelijk doen erkennen en toepassen van deze rechten zowel onder de volkeren van staten, die Hd van de VN zijn zelf, als onder de volkeren van gebieden, die onder hun jurisdictie staan".

Voorts is het van belang te bedenken, dat de UNO-Verklaring was ingegeven door het verlangen om de verschrikkingen van Hitlers totalitaire staat in de toekomst te voorkomen. Het is ongetwijfeld niet de bedoeling van de (Westerse) opstellers geweest om ruimte te geven aan welk totalitair systeem dan ook.

Ouders

Men hoeft dan ook niet lang te zoeken om in de Verklaring een aantal artikelen te vinden, die haaks staan op de communistische denkwereld. Eén voorbeeld: in artikel 26 (lid 3) staat, dat „aan de ouders in de eerste plaats het recht toekomt, de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven".

Welnu, het is duidelijk dat in de communistische landen van een keuze in het geheel geen sprake kan zijn. Het hele onderwijssysteem is immers in handen van de staat en heeft als allesomvattende taak van de jeugd „bouwers van het communisme" te maken. Van de ouders wordt in overeenstemming daarmee verwacht, dat zij hun kinderen opvoeden tot „waardige leden van de socialistische maatschappij" (art. 66 van de grondwet). De Sovjet-Unie en de andere communistische staten hebben dus documenten ondertekend (ook in de Slotacte van Helsinki, waar overigens nadrukkelijk naar de UNO-Verklaring verwezen wordt), die zij onmogelijk kunnen naleven. Met drs. W. A. Timmermans (Rusland-bulletin van december 1977) zijn wij dan ook van mening, dat zij dit alleen gedaan hebben om „voor het wereldforum blijk te geven van hun democratische gezindheid, die al hun burgers in staat zou stellen de hun toekomende rechten vrijelijk uit te oefenen".

De staat

In de brochure wordt de vraag opgeworpen, of de mensenrechten ook voor staten gelden (pag. 4). Een nogal merkwaardige probleemstelling, want men kan zich moeilijk een situatie voorstellen waarbij die mensenrechten voor de inwoners van een staat wél en voor de staat zelf niet geldig zijn.

Iets anders is, dat er altijd een zekere spanning bestaat tussen de verwezenlijking van de rechten en vrijheden van de burgers en de belangen van de staat. Anders gezegd: de belangen van de staat leggen bepaalde beperkingen op aan de rechten der burgers; absolute rechten zijn niet mogelijk, ook al niet omdat zij onontkoombaar een aantasting zouden betekenen van andere rechten van de burgers.

Zo houdt de in de Nederlandse grondwet gewaarborgde vrijheid van meningsuiting niet het recht in om medeburgers op te ruien tegen de staat en om militaire en staatsgeheimen aan de openbaarheid prijs te geven. Het is duidelijk, dat dergelijke inperkingen van de fundamentele vrijheden in iedere zichzelf respecterende staat onontbeerlijk zijn, wat overigens in de VN-documenten wordt erkend. Artikel 12 (lid 3) van het Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten bijvoorbeeld noemt als beperkingen bij het recht van emigratie (lid 2) „bescherming van de nationale veiligheid", „de openbare orde", „de volksgezondheid of de goede zeden".

Misleidend Het is derhalve misleidend, wanneer in de brochure wordt gesteld dat in de Westerse opvatting het recht van het individu uitgaat boven het recht van de staat. Het is eenvoudig zo, dat de Westerse staten in overeenstemming met de VN-documenten van mening zijn, dat de belangen van de staat bepaalde beperkingen van de mensenrechten noodzakelijk maken. Daar doet het feit, dat de meeste Westerse landen het Facultatief Protocol ondertekend hebben, niets aan af. 

De supranationale bevoegdheid van het genoemde VN-comité is bedoeld om misbruik van de op zichzelf reële beperkingen door afzonderlijke staten tegen te gaan. Wat wel waar is, is dat de mensenrechten in het Westen, evenals in de VN- documenten, duidelijk op de individuele mens betrekking hebben. Ondertussen is het wel zo, dat de beperkingen die aan de burgers van communistische staten worden opgelegd onvergelijkbaar groter zijn dan In het Westen het geval is en in de VN-documenten bedoeld is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 1979

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Mensenrechten in Oost en West (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 1979

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken