Bekijk het origineel

Meestal lange nasleep bij gijzelingsdrama's

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Meestal lange nasleep bij gijzelingsdrama's

6 minuten leestijd

DEN HAAG — Bij de meeste ex-gegijzelden en hun gezinsleden hebben zich negatieve gevolgen voorgedaan van de gijzelingen die zij hebben meegemaakt. De meest voorkomende negatieve gevolgen in de eerste vier weken na de gijzeling waren gespannenheid, slaapstoornissen en angsten of fobieën. Ook lichamelijke klachten en denk- en concentratiestoornissen treden in de eerste vier weken vaak op.

Dit blijkt uit een rapport dat donderdagmiddag aan staatssecretaris Veder-Smit van Volksgezondheid en Milieuhygiëne is overhandigd over het psychologisch onderzoek naar de gevolgen van gijzelingen die tussen 1974 en 1977 zich in Nederiand hebben voorgedaan.

CBOG

Het onderzoek is verricht in opdracht van de Centrale Beleids- en Ondersteuningsgroep ten behoeve van de nazorg van ex-gegijzelden (CBOG) welke in 1976 door de toenmalige staatssecretaris Hendriks van Volksgezondheid en Milieuhygiëne werd ingesteld. Het primaire doel was de hulp aan slachtoffers van gijzelingen te verbeteren. In totaal zijn 168 ex-gegijzelden tijdens het onderzoek ondervraagd.

Het onderzoek heeft zich gericht op de gevolgen van de gijzelingen in de Franse ambassade in Den Haag (september 1974), in de gevangenis in Scheveningen (oktober 1974), in het Indonesisch consulaat in Amsterdam (december 1975), de treinkaping bij Wijster (december 1976), de kaping van een KLM-toestel (september 1976), de treinkaping bij De Punt (mei-juni 1977) en de gijzeling in de school in Bovensmilde 9eveneens mei-juni 1977).

Ook blijkt uit het rapport dat op langere termijn, na tenminste vier weken na afloop van de gijzeling, tweederde van de betrokkenen nog negatieve gevolgen van hun gijzelingsdrama ondervinden. Die gevolgen worden door de ex-gegijzelden voornamelijk omschreven als angsten of fobieën, prikkelbaarheid en psycho-somatische aandoeningen. Maar ook slaapstoornissen, een sterk in beslag genomen worden door de meegemaakte gijzeling, een algemeen gevoel van onveiligheid en zich onbegrepen voelen, worden vaak als klachten op langere termijn vermeld.

De fobische klachten hebben meestal betrekking op het reizen met het openbaar vervoer en dan speciaal de trein. Negatieve gevolgen die betrekking hebben op het gezin of familie en kennissen zijn weinig naar voren gebracht. Zij hadden meestal betrekking op het ervaren van onbegrip voor wederzijdse ervaringen ten aanzien van de gijzeling en een toeneming van ruzies en conflicten.

Positieve gevolgen

Toch blijkt ook uit het onderzoek dat er positieve gevolgen van de gijzelingen zijn geweest. De helft van de ondervraagden noemde als voorbeeld een beter vermogen om te relativeren, een versterkt zelfvertrouwen, en een bewuster genieten van het leven. In de relatiesfeer komen die positieve gevolgen tot uitdrukking in het ervaren van een hechtere band, een open uitwisseling van ervaringen en de steun bij het verwerken van de gijzeling.

Eerder gegijzelden en hun gezinsleden zijn bij nieuwe gijzelingen sterk met hun eigen gijzelingservaring bezig. Bij de helft is dan sprake van terugkeer van de angst, spanning en gevoelens van onzekerheid die ook bij hun eigen gijzeling optraden.

Vrouwen hebben duidelijk meer moeite gehad met het verwerken van de gevolgen van de gijzeling dan mannen. Ex-gegijzelden met een hogere opleiding kwamen de gevolgen van een gijzeling makkelijker te boven dan zij met een lagere opleiding.

De eerste opvang direct na de gijzelingen is het meest uitgebreid geweest bij de gijzelingen die het langst hebben geduurd (Wijster, Bovensmilde en De Punt). Voor de kort-gegijzelden van De Punt (in het eerste uur vrijgelaten) en de ex-gegijzelden van het KLM-toestel is nauwelijks sprake geweest van eerste opvang.

Die eerste opvang werd door 59 procent van de ex-gegijzelden positief gewaardeerd en door 14 procent negatief. De groepen waarbij de eerste opvang het meest uitgebreid was hebben hiervoor de meeste waardering uitgesproken. Nazorg is aan 80 procent van de ex-gegijzelden aangeboden, aan 20 procent is helemaal geen hulp aangeboden.

Nazorg

Het meest uitgebreid is de nazorg geweest voor de betrokkenen bij het Indonesische consulaat en de lang-gegijzelden van De Punt. Kort-gegijzelden en de KLM-groep hebben over het algemeen weinig gebruik gemaakt van de aangeboden hulp. In Bovensmilde heeft zich een gebrek aan continuïteit in de hulpverlening aan de gezinnen voorgedaan. Daardoor was de nazorg minder effectief, aldus het rapport. De nazorg voor de betrokkenen van de Franse ambassade en de Scheveningse gevangenis is te laat op gang gekomen. Voor velen was dit reden niet of nauwelijks van de aangeboden hulp gebruik te maken. Kort-gegijzelden van Wijster en ex-gegijzelden van de Scheveningse gevangenis zijn het minst tevreden over de aangeboden hulp. Ongeveer eenvijfde van alle betrokkenen gaf een negatief oordeel over de nazorg. Bijna de helft was over het algemeen tevreden over de aangeboden hulp.

Actieve opstelling

De ex-gegijzelden, gezinsleden, hulpverleners en beleidsfunctionarissen willen een actieve opstelling van de hulpverleners. Zij vinden dat huisartsen en andere hulpverleners de betrokkenen moeten benaderen om na te gaan of hulpverlening gewenst is. Zij vinden het raadzaam ook op langere termijn van de aangeboden hulp gebruik te maken, zelfs als zich aanvankelijk geen of weinig problemen voordoen.

Een positief oordeel over het optreden van de overheid gaf 40 procent van de ex-gegijzelden en eenderde van de gezinsleden. Een negatief oordeel werd gegeven door 24 procent van de ex-gegijzelden en door 31 procent van de gezinsleden. De helft van de betrokkenen heeft geen verwachtingen gekoesterd ten opzichte van de overheid. De overigen brachten materiële (financiële) tegemoetkoming en immateriële (belangstelling, hulpverlening en preventie) naar voren. Als er al verwachtingen bestonden ten opzichte van de overheid is hieraan meestal niet voldaan.

De pers

Ook gaven de betrokkenen een oordeel over de pers door wie ze bijna allemaal benaderd zijn. En dat oordeel was overwegend negatief. Negatief vooral door de wijze van benadering, die veelal als opdringerig werd ervaren en door de naar het oordeel van de betrokkenen onjuiste weergave van hetgeen naar voren werd gebracht. Naarmate de betrokkenen meer contacten met de pers hadden, was hun oordeel echter positiever.

Op grond van de uitkomsten van het onderzoek heeft de CBOG aanbevelingen gedaan over de eerste hulpverlening, de nazorg, de informatie en training van hulpverleners en de voortzetting van wetenschappelijk onderzoek op dit gebied. Zij pleit voor een uitgebreide en goed georganiseerde opvang voor toekomstig gegijzelden en hun familieleden. Daarbij is een actieve opstelling van de hulpverleners gewenst.

Om die hulpverleners beter vertrouwd te maken met de actieve hulpverlening (zelf het initiatief nemen) moet voor deze groep praktische en theoretische training worden georganiseerd. Het verdient volgens de CBOG aanbeveling de resultaten van het onderzoek zorgvuldig te evalueren en te bezien in hoeverre deze zijn toe te passen bij slachtoffers van andere vormen van geweld.

Het uitgebreide rapport is ook in handen gesteld van de ex-gegijzelden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juni 1979

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Meestal lange nasleep bij gijzelingsdrama's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juni 1979

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken