Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GZB: voortgang werk in Peru en bezorgd over problemen in Kenya

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GZB: voortgang werk in Peru en bezorgd over problemen in Kenya

Druk bezochte zendingsdag in Rijsenburgse bos

10 minuten leestijd

DRIEBERGEN — Jezus-Christus is de Wegwijzer: ,,Kom en zie!", zo vermaant Hij Nathanaël in Johannes 1. De Geest werkt door. Hoeveel pastorale zorg spreekt niet uit deze woorden van Jezus Christus. Is dit „kom en zie!" ook uw devies al? Hebt u dit wel eens gezegd, tegen uw buurman, die voor eeuwig verloren dreigde te gaan. En jullie, jongeren, zeggen jullie dit ook tegenelkaar? Gaat dan met uw zorgen achter Nathanaël aan naar de Heere Jezus.

Zo sprak gistermorgen dr. J. Broekhuis, Hervormd predikant te Rijssen en tweede voorzitter van de Geref. Zendingsbond, in zijn openingswoord op de jaarlijkse zendingsdag van de GZB, die weer werd gehouden in het Rijsenburgse bos bij Driebergen.

Dr. Broekhuis verving de zieke voorzitter, ds. J. de Lange uit Huizen, die i.v.m. een operatie — het plaatsen van een nieuwe hartstimulator — in het ziekenhuis moest worden opgenomen.

Ds. Broekhuis nam in zijn speech wel wat motieven uit de (al gedrukte) rede van de voorzitter over.

Twee elementen

Nadat een brief was voorgelezen (waarin hij benadrukte dat wij ons leven
in Gods dienst hebben te geven omdat Zijn Zoon Zijn leven gaf in onze dood) was het woord op deze 68e zendingsdag aan ds. J. Jongerden te Zeist. Hij sprak over het thema ,,Onder alle volken" (omdat ds. De Lange had zullen spreken over ,,Het Evangelie verkondigen"). Het dagthema was ,,Getuigen tot aan het uiterste der aarde".

Ds. Jongerden las uit Lukas 24 (over het prediken van bekering en vergeving der zonden) en begon met een citaat van pionier William Carey. Deze zei van het zendingswerk, dat het twee elementen heeft: opdracht tot evangelieverkondiging aan alle mensen en de verklaring van God, dat Zijn Woord dat zal doen, waarvoor het is gezonden. Die prediking moet geschieden in Zijn Naam. Waarom? Omdat er maar Eén is. Die God behaagde en omdat wij allen afgeweken zijn en Hem niet meer kunnen behagen. Die Naam Jezus overwint, zoals de predikant met een voorbeeld duidelijk maakte, alle taal- en andere barrières. ,,In Zijn Naam" betekent ook: niet in de naam van veranderlijke mensen en de grillen van de tijdgeest. Het is prediken, dat Zijn zaak al gewonnen is; de zendeling is een heraut van Koning Jezus.

Ongeloof

Tegenwoordig zet men, aldus ds. Jongerden, zending veel op de noemer van internationale ontwikkelingshulp, maar de eerste hulp is de prediking van het Evangelie in Zijn Naam. De predikant richtte zich ook met nadruk tot de aanwezigen: bent ü wel recht voor God, ook al bent u misschien recht in de leer? Bekering èn zondenvergeving moeten verkondigd. Als we ons bekeren wil Hij zonden vergeven, maar er is een keerzijde: als we ons niét bekeren blijft Zijn toorn op ons! Er is gadeloze ontferming in een rijk en vrij aanbod aan allen, maar als wij die prediking verwerpen zal ons en ieder een zwaarder oordeel treffen. De prediking komt tot de netste en de slechtste mens; beiden hebben haar nodig. Beiden hebben ook een dagelijkse bekering nodig en wij moeten goed weten, dat niet de zónde ons buiten de zaligheid houdt, want die is te vergeven, maar alleen ons ongeloof, zo besloot ds. Jongerden.

Peru

Hierna werd een brief voorgelezen van ouderling Pedro Arana Quiroz, voorzitter van de pastorale commissie van de Presbyteriaanse Evangelische Kerk van Peru. (De heer Arana zou eerst de zendingsdag bijwonen, maar kon helaas niet komen.) Hij uitte zijn dankbaarheid voor het feit dat de GZB sinds enige tijd zijn — vanuit de Schotse zending ontstane — kerk steunt met eigen zendingsarbeiders, zoals nu reeds,ds. en mevr. Donkersgoed en straks ook ds. J. E. de Groot. Senor Arana vertelde in zijn schrijven iets over de arbeid van de Van Donkersgoeds in het Amazonegebied; een moeilijke streek ook door de grote afstanden.

Hierna konden de vele duizenden aanwezigen — een exacte schatting is door het verspreid zitten overal in het bos moeilijk te geven — luisteren naar informatie over diverse terreinen door huidige en toekomstige zendingsarbeiders. Dr. Th. van den End, als docent kerkgeschiedenis sinds 1970 verbonden aan de theologische hogeschool van de gezamenlijke Indonesische kerken in Jakarta, nam de plaats in van dhr. Arana en gaf voorlichting over ,,zijn" school, waar hij nog tot 1981 werkzaam hoopt te zijn.

Jakarta

Het is een ander type school dan die van Rantepao (Torajaland) en die van Ambon, omdat deze beide uitgaan van één kerk en een beperkt gebied omvatten: Toraja's, Molukkers. ,,Jakarta" is echter een school van alle kerken en de studenten komen uit alle 27 provincies van Indonesië met hun grote verschillen: Batakkers, Javanen, Summatranen etc. Zo leer je als docent de kerken daar wel goed kennen met hun problemen, aldus Van den End. Hij wees erop, hoe veel studenten bezorgd zijn: men verwacht na hun afstuderen door gebrek aan kader meteen al zo erg veel van hen. Ze worden vaak moderamenlid, kerkvisitator, grotestadspredikant Weinigen van hen tonen méér dan praktische en (bijv. wetenschappelijke) interesse. Al hun vragen hebben betrekking op dat ene: is mijn studie relevant voor mij en mijn kerk.

Allah God?

Een der vragen waar ze mee aankomen is die naar de verhouding van Allah en God: is het een en dezelfde God? De Islam betoogt van wel: de christen is in een lagere vorm religieus dan de Islamiet; hij heeft nog niet alle informatie, is minder volmaakt, maar in wezen zijn Allah en de God der christenen dezelfde. Dat is ook de koers van de regering: alle religies leiden via verschillende wegen tot de top van een en dezelfde berg, de Al-Ene Heer. In die situatie is het belijden van Jezus Christus als de werkelijk Enige Naam niet gemakkelijk.

Een heel andere, praktische, vraag is: Mag een predikant zitting nemen in een parlement van streek of land? Bedoeld wordt: Mag hij zijn minimale salaris aanvullen met neveninkomsten die niets met zijn ambtswerk te maken hebben? Veel predikers weerstaan die verleiding niet en hun werk in de gemeente lijdt eronder. Ze krijgen dan een huis, auto, status en geld en leggen soms hun ambt neer.

Als derde vraag noemde dr. Van den End de discussie over wat men vanouds geleerd heeft en wat men in de studie nieuw ontdekt. De Indonesische studenten en kerken zijn orthodox; kennen wel strijd over geld e.d., maar geen richtingenstrijd. Ze zijn theologisch zwak onderlegd, weten niet veel van de leer en hadden weinig of geen christelijk onderwijs en catechese.

Er is onder de christenen ook geen traditie van bijbellezen in het gezin e.d.; ook de theologiestudenten weten vaak niet veel van de grondslagen en raken dan in verwarring tijdens hun studie. Van ons vragen ze dan, aldus Van den End, pasklare antwoorden op hun vragen om die straks weer zonder meer te kunnen doorgeven in hun gemeente.

Kenya

Na Indonesië werd de situatie in Kenya belicht door ds. J. Kommers, die hoopt te worden uitgezonden naar dat land. (Zijn opleiding is praktisch voltooid; visa worden wel gegeven, maar er zijn problemen gerezen die zijn uitzendihg nog belemmeren, red. RD). Ds. Kommers wees op drie aspecten, die nodig zijn voor een zendeling: blijdschap in de hoop, geduld in de verdrukking en volharding in het gebed. Hij vroeg ook voorbede voor de fam. Van Wageningen, die wel A)u vertrekken, maar voor wie dit werk in de zending door ernstige ziekte nu definitief van de baan is.

Het werk in Kenya, waar de GZB sinds 1963 arbeidt, breidt zich uit, maar de problemen doen dat ook: er zijn vacatures, er is wel verheugende belangstelling, maar drie posten van predikanten daar (Geuze, Bouw, Van Donkersgoed) zijn nog niet vervuld. De regering van Daniel Arap Moi is welwillend, maar er is veel zorg ook over de onderlinge verhoudingen binnen de Hervormde Kerk van Oost-Afrika.

De bijbelschool is nu gesloten; de evangelisten worden niet adequaat door de zestien inheemse predikanEen deel van de grote menigte in het Rijsenburgse bos, gezien vanaf het podium. De schattingen liepen op tot, volgens de politie, wel 25000 belangstellenden. (RD-foto's) ten begeleid en er bestaan spanningen tussen hen. De GZB wil meer op het grondvlak der soms erg kleine gemeenten gaan werken, maar voor de Afrikaanse predikanten is het steeds moeilijker te aanvaarden dat zij de hulp van overzee (nog) nodig hebben. Hun zelfbewustzijn groeit, en ook wij willen de overdracht aan hen, maar er zijn dreigingen: de opmars van de oude stamreligies (samen met het nationale bewustzijn), de honderden onafhankelijke kerken, de Islam.

Niet idealiseren

We moeten, aldus ds. Kommers, de jonge 'kerken niet idealiseren. Ook daar is lauwheid en velen volgen Demas weer en krijgen de wereld lief. Daar èn hier is er verlegenheid over de situatie in de kerk in Kenya, al doet het GZB-bestuur zijn best. Maar we moeten wachten op de wenken, die God ons geeft, ook als de Geest soms verhindert te gaan naar wat wij wilden. Een romantisch beeld van de zending is niet juist, zo besloot Kommers.

Zending is, naar het woord van Cameron Scott van de Africa Inland Mission, een harde strijd. Dat geldt in dit laatste der dagen: wij moeten werken tot aan de Dag van Gods glorie en hebben niet het recht, de zendingsarbeid te staken.

Arme kerk

Als laatste tijdens de ochtendbijeenkomst wees ds. J. E. de Groot op zijn aanstaande werk in Peru: de Evang. Presbyteriaanse Kerk is erg arm; heeft nauwelijks predikanten en zelfs de ouderlingen die het werk doen — ook het zelf preken — ontbreken soms nog.

Onze taak is vooral het,, versterken van de zielen der discipelen" van deze kerk, die in het noorden zo'n 20 tot 25 Ds. J. Jongerden uit Zeist tijdens zijn toespraak op de GZB-dag. gemeenten heeft en vier preekplaatsen in de miljoenenhoofdstad Lima.

Het is, aldus ds. De Groot, een kerk met veel problemen: wegtrek van de jeugd naar de steden, het opgaan in de politieke en maatschappelijke vragen door de schrille sociale tegenstellingen van kleine rijke elite en grote arme massa's, het dreigen van de ideologieën, de vele sekten en ook de verslapping in het kerkelijk leven, o.a. omdat door gebrek aan voorgangers soms maandenlang geen diensten meer worden gehouden in die plaatsen, waar toch evangelische families wonen.

In de ochtendbijeenkomst werden ook de zendingsarbeiders en officiële afgevaardigden begroet, onder wie ds. G. Spilt namens het moderamen der synode, ds. R. J. van der Veen (Ned. Zendingsraad) en ds. A. de Haan (Herv. Raad voor de zending). In de middagbijeenkomst werd na opening door ds. H. Talsma sr uit Den Haag het jeugdverhaal ,,Het geheim van de tempelruïne" verteld door de heer F. Boor uit Veenendaal. Daarna sprak ds. C. van Sliedregt (Wapenveld) over „Voor beiden toegang vrij", n.a.v. Efeze 2 vers 18: de toegang door één geest tot de Vader. Als uitgangspunt nam hij Jesaja 2:3, ,,Komt, laat ons opgaan..." Er is een vrije toegang tot de stad van de Allerhoogste, zoals ook Hand. 2 laat zien.

Hebt u moeite met de toeëigening van het heil? Zie dan naar de Enige Getrouwe, zie af van uzelf, aldus de predikant die uitvoerig inging op Paulus en het volk léraël: de middelmuur is gebroken en Jood en heiden hebben nu toegang tot de Vader door (in) één Geest, aldus ds. Van Sliedregt.

Binnenkamer uit

Daarna sprak prof. dr. C. Graafland uit Gouda over Markus 5 vers 19a: ,,Ga heen naar uw huis tot de uwen" over de bezetene van Gardara, die van de duivelen verlost wordt. In een vrij uitvoerige schets tekende de hoogleraar deze bezetene vóór en na zijn bekering; hoe hij aan inwendige zending gaat doen. Wij mogen niet maar veilig geborgen bij Jezus in de binnenkamer blijven.

Hij zendt ons erop uit om, hoe gebrekkig ook, vrucht voort te brengen, aldus de Utrechtse hoogleraar, die ook een pleidooi voerde voor het werk van de evangelisten in de grote steden en nieuwbouwwijken: ook zij zijn door de Heere gezonden. ,,Onderwijst alle volken" en „Ga heen naar uw huis tot de uwen": beide is het het zendingsbevel!

Het slotwoord op deze ondanks een buitje zo nu en dan toch vrij mooie werd gesproken door ds. J. H. Cirkel uit Woudenberg. Hij mediteerde over ,,Het gebed des Heeren in de zending" n.a.v. Matth. 6 vers 9 tot 13: ,,Want Uw is het Koninkrijk..,".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 augustus 1979

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

GZB: voortgang werk in Peru en bezorgd over problemen in Kenya

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 augustus 1979

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken