Bekijk het origineel

KLM 60 jaar inde lucht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KLM 60 jaar inde lucht

10 minuten leestijd

Op 7 oktober 1979 is het 60 jaar geleden dat de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij werd opgericht. Daarmee is de KLM niet alleen de oudste nog onder dezelfde naam opererende luchtvaartonderneming, maar behoort zij tevens, zeker wat het internationale vervoer betreft, tot een van de belangrijkste lu^htvaartmaatschappyen ter wereld. Nederlanders zijn van oudsher vervoerders en zakenlieden. Vandaar dat enkele van die Nederlanders er zeer snel bij waren, toen het vliegtuig na de Eerste Wereldoorlog geschikt bleek als transportmiddel.

Via de in 1919 gehouden Eerste Luchtverkeer-Tentoonstelling te Amsterdam (ELTA) droeg een jonge luitenant vlieger in het Nederlandse leger, Albert Plesman, succesvol zijn ideeën uit om het vliegtuig op commerciële basis te gaan exploiteren.

Op initiatief van de heer Plesman werd een beginkapitaal van 500.700 gulden bijeengebracht, werd het vertrouwen van Koningin Wilhelmina gewonnen en op 7 oktober 1919 werd de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. gesticht.

Kranten

Na zeven maanden van voorbereidingen werd op 17 mei 1920 de thans oudste luchtlijn ter wereld tussen Amsterdam en Londen geopend. In een gehuurde De Havilland D.H. 16 vloog de eveneens gehuurde piloot H. „Jerry" Shaw, twee passagiers en een bundel kranten van Londen naar Amsterdam. Het jaar 1920 bracht nog vele andere primeurs zoals de eerste chartervlucht, luchtvracht, en het transport van dieren door de lucht. En dat werd dan voornamelijk uitgevoerd met de DH-9, het standaardvliegtuig uit die tijd. Aan het eind van het jaar hadden vier vliegtuigen 82.000 kilometer gevlogen en 345 passagiers, 22.000 kilo vracht en 3.000 kilo post vervoerd. Plesmans idee was een goed idee gebleken, er was plaats voor een luchtvaartmaatschappij.

Fokker

Naast Albert Plesman had een tweede Nederlander, Anthony Fokker, in de luchtvaart reeds naam gemaakt. De samenwerking tussen deze twee mensen, Albert Plesman, de reder, en Anthony Fokker, de vliegtuigontwerper en bouwer, deed de KLM snel uit de kinderschoenen groeien. Fokker bouwde, Plesman kocht.Het belang, dat men ook internationaal aan Fokkers kunnen „kunnen" hechtte, bleek overduidelijk in 1930 toen 65 procent van alle operationele verkeersvliegtuigen in de wereld door Fokker was gebouwd.

Expansie

De KLM opende in 1921 te Amsterdam haar eerste luchtpassage- en vrachtkantoor, terwijl men naast de reeds tot routine geworden lijnvluchten begon met het maken van luchtfoto's. Dit eerste stuk diversificatie wordt tot op de dag van vandaag uitgevoerd door een van KLM's dochterondernemingen, KLM Aerocarto B.V.

De Nederlandse luchtvaartpioniers speelden vanaf het begin met de gedachte de toenmalige rijksdelen in het Verre~ Oosten en het Caraïbisch gebied door de lucht met Nederland te verbinden.

Reeds op 1 oktober 1924 kon men getuige zijn van het vertrek van een eenmotorige Fokker F VII naar Indonesië. Een motorstoring boven Bulgarije was er de oorzaak van, dat men pas 55 dagen later in Batavia, thans Jakarta, landde.

De 15.373 kilometer waren in 127 vlieguren afgelegd. Het zou echter nog vijf jaren duren, voordat een geregelde dienst op deze route tot stand kwam, die toen het eenmaal zover was tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de langste lijndienst ter wereld zou blijven...

„Blikken'' A merikanen

Het jaar 1934 bracht een belangrijke ontwikkeling in de burgerluchtvaart. Het „geheel metalen" vliegtuig uit Amerika verscheen ten tonele. De KLM volgde deze revolutionaire ontwikkeling op de voet en een van de nieuw aangeschafte Douglas DC-2 toestellen, de PH-AJU „Uiver" werd meteen wereldberoemd door eind 1934 in de Londen-Melbourne race de eerste prijs te veroveren in de handicap sector voor verkeersvliegtuigen.

De Douglas DG*2 werd opgevolgd door de DC-3 (Dakota), waarvan er duizenden over de wereld uitzwermden. Dè KLM was de eerste Europese luchtvaartmaatschappij die de Douglas DC-3 in gebruik nam. Steeds meer landen werden door de lucht met Nederland verbonden en in het Caraïbisch gebied ontwikkelde zich een op zichzelf staand luchtnet.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de meeste KLM activiteiten gestaakt. Wel werd deze tijd benut om het Caraïbische route-net uit te breiden en werd in charter voor de BOAC een lijndienst uitgevoerd, de later beroemd geworden Bristol-Lissabon-Gibraltar lijn (De „life line" zoals Winston Churchill hem noemde).

Herboren

Mei 1945, de oorlog was voorbij en^ opnieuw net als in 1919 stond men voor' de gigantische taak uit niets iets te bouwen. Schiphol was totaal vernield. Bomkraters in start- en landingsbanen, stukgeschoten hangars, barakken en stationsgebouwen en een KLM praktisch zonder vloot.

Plesman durfde echter de uitdaging aan, vloog naar Amerika en kwam terug met 18 grote, viermotorige DC-4 „Skymasters" en enige tientallen Douglas DC-3 toestellen. Nederlands nationale luchthaven werd zo goed als mogelijk hersteld en de KLM startte haar operaties meC de heropening van het binnenlandse luchtnet naar Maastricht en Groningen. Reeds op 28 november van hetzelfde jaar 1945 werd de lijn op Jakarta heropend en geleidelijk ontvouwde zich het oude KLM route-net. Begin 1946 begon men met de eerste serie proefvluchten naar New York. Op 21 mei kwam de lijndienst naar New York tot stand, die de KLM als eerste Europese luchtvaartmaatschappij na de oorlog tussen beide continenten ging onderhouden. Voorts kwamen in 1946/47 de geregelde diensten naar Zuid-Afrika en Zuid-Amerika tot stand, terwijl in 1951 het enige, toen nog in het KLM-net ontbrekende werelddeel, Australië, een geregelde KLMluchtdienst vanuit Amsterdam kreeg.

Op de laatste dag van hel jaar 1953 kreeg de Nederlandse luchtvaart een slag te verwerken, toen dr. Albert Plesman, grondlegger en bouwer van de KLM, op 64-jarige leeftijd overleed.

Straaltijdperk

Een revolutionaire gebeurtenis deed zich medio 1955 voor toen Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen tientallen straalvliegtuigen aanschaften. De KLM volgde en bestelde bij Douglas als eerste niet-Amerikaanse luchtvaartmaatschappij een aantal Douglas DC-8 toestellen, die in 1960 werden afgeleverd. In 1964 introduceerde de KLM haar eerste straaivrachtvliegtuig, de Douglas DC8-55F en in 1966 de nieuwe, tweemotorige Douglas DC-9, die in verschillende versies op het Europese route-net werd ingezet. In april 1967 werd het geheel vernieuwde Schiphol geopend, waardoor Albert Plesman (rechts) en Anthony Fokker, de twee grondleggers van de Nederlandse burgerluchtvaart. Fokker bouwde, Plesman kocht vliegtuigen. de KLM in staat werd gesteld om vanuit een ultra moderne thuishaven te opereren.

De Boeing 747B, in 1967 besteld en in 1971 in dienst gesteld, bleek hét antwoord op de verwerking van het steeds stijgende vervoersaanbod. De gigantische investeringen, die de bestelling van de zgn. „widebody" vliegtuigen met zich meebracht, maakten het zoeken naar verdere samenwerking in de luchtvaart uit efficiency overwegingen tot een noodzaak. Die samenwerking kreeg gestalte in de vorming van de KSS groep, bestaande uit KLM, SAS en Swissair, die een specificatie voor de Boeing 747B opstelde en besloot de onderhoudswerkzaamheden, inkoop van onderdelen en training van het cockpitpersoneel onderling te verdelen.

Deze regelingen bleken ook van toepassing te kunnen zijn bij de gezamenlijke aanschaf van de Douglas DC-10-30, welk vliegtuig eind 1972 op de KLMroutes werd geïntroduceerd en waardoor de bestaande KSS groep werd uitgebreid met een vierde partner, te weten de Franse UTA. Voor het onderhoud van de 747 en DC-10 vliegtuigen werd op Schiphol-Oost een nieuwe hangar gebouwd, die in 1971 in gebruik werd genomen. Eind 1975 zette de KLM haar laatste vlootaanwinst, de Boeing 747M in. Dit nieuwste en derde lid van de KLM „widebody" familie is in staat om 412 passagiers en 20 ton vracht of 212 passagiers en 55 ton vracht te vervoeren, waardoor de flexibiliteit van de vloot verder wordt versterkt. De „wide-body" of breedrompvliegtuigen zijn van immense betekenis gebleken voor het populariseren van het wereld luchtvervoer. In vergelijking met de vorige generatie vliegtuigen zijn ze niet alleen comfortabeler en ruimer, ook stellen zij door hun goede economische eigenschappen een steeds groter publiek financieel in staat van het vliegtuig gebruik te maken en grotere afstanden te overbruggen. Het sterk toenemende aantal Nederlanders dat de laatste jaren op vakantie naar de Verenigde Staten en Canada gaat, is hiervan een goed voorbeeld.

Ook voor de luchtvracht betekende de komst van de breedrompvliegtuigen een letterlijke verruiming van de mogelijkhe° den. Met name de Boeing 747M speelt in dit opzicht een zeer belangrijke rol. Op het hoofddek van dit type vliegtuig kunnen ondermeer standaard 10 en 20 voets containers worden vervoerd.

Uitbreiding

De groei van de verkeersluchtvaart in de afgelopen tien jaar wordt ook duidelijk geïllustreerd door vergroting en modernisering van het stationsgebouw op de luchthaven Schiphol. De vertrek- en aankomsthallen ondergingen een uitbreiding met ruim 100%. Hetzelfde geschiedde met de wachtkamer en het belastingvrije winkelcentrum en er kwam een nieuwe pier, speciaal voor het afhandelen van breedrompvliegtuigen. Deze uitbreiding was in het voorjaar van 1975 gereed.

Het hoofdkantoor van de KLM verhuisde in 1971 van Den Haag naar een nieuw gebouw in Amstelveen. Op hetzelfde terrein bevindt zich het zeer moderne computercentrum.

Dochters

Om de mensen in de Nederlandse regio een snellere verbinding met het buitenland te geven, ging de KLM er voorde derde maal in haar bestaan toe over een binnenlands luchtnet te openen. Met twee Fokker F-27 Friendships begon de nieuw opgerichte KLM dochteronderneming, de Nederlandse Luchtvaart Maatschappij B.V. afgekort NLM CityHopper, in 1966 haar bestaan en zodoende kregen Groningen, Maastricht, Enschede en Eindhoven een iuchtverbinding met Schiphol. De NLM CityHopper vloot is in 1979 inmiddels uitgebreid tot zes Fokker F-27 Friendships en vier Fokker F-28 Fellowships. Het lijnennet strekt zich thans uit tot de omringende landen Duitsland, België en Engeland. Naast de NLM CityHopper en de uit de begindagen van de KLM daterende KLM Aerocarto B.V. werd er eveneens in 1966 een derde dochtermaatschappij opgericht, KLM Helikopters B.V.

Bij het begin van de exploratie van het Nederlandse deel van het continentale plat in de Noordzee zat men om transportmiddelen verlegen, die de bevoorrading van de tientallen booreilanden zouden kunnen verzorgen. De helikopter was hiervoor het meest voor de hand liggende hulpmiddel. Een Sikorsky S-61N voor 28 passagiers en een kleinere uitvoering, de Sikorsky S-62A voor 11 personen, werden gebruikt om de eerste opdrachten uit te voeren. Geleidelijk aan werden ook andere aktiviteiten ter hand genomen zoals het beloodsen van binnenkomende schepen, rondvluchten en het optakelen en verplaatsen van zware en omvangrijke objecten. Dat KLM Helikopters in een behoefte voorziet, bewees de uitbreiding van de vloot, die momenteel bestaat uit twee Sikorsky S-58T, zeven Sikorsky S-61N en twe,e ^ölkow BO-105D helikopters.

Ook exploiteert de KLM te zamen met de Nederlandse Spoorwegen het KLM Autobusbedrijf B.V., waarvan de bussen dagelijks passagiers vervoeren tussen Schiphol en Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

Toekomst

De luchtvaart is een dynamisch gebeuren, waarbij het noodzaak is voortdu-^ rend te anticiperen op de te verwachten ontwikkelingen. Met het oog hierop heeft de KLM enige maanden geleden 10 Airbus A 310-200 vliegtuigen besteld, waarvan de eerste in 1983 in dienst wordt gesteld. Een optie is genomen op nog 10 Airbussen.

Met de introductie van de Airbus zal het breedrompvliegtuig ook zijn intrede doen op de korte en middelgrote afstanden van het KLM lijnennet. De A 310, die plaats zal bieden aan ruim 200 passagiers, wordt door het gunstige brandstofverbruik en het geringe geluidsniveau een efficiënt en milieuvriendelijk vliegtuig. Om te kunnen voldoen aan de vraag naar meer accommodatie voor het onderbrengen van in onderhoud zijnde breedrompvliegtuigen wordt momenteel de laatste hand gelegd aan een nieuwe hangar op Schiphol-Oost. Hangar 12, die de naam van KLM's vroegere technische direkteur Han Luymes krijgt, zal begin 1980 in gebruik worden genomen.

Niet alleen het aantal passagiers zal verder toenemen, ook in de luchtvrachtsector wordt voor de toekomst een verdere groei verwacht. Op Schiphol Centrum is een begin gemaakt met de bouw. van een nieuw vrachtgebouw, dat in 1981" klaar moet zijn. Hierdoor zal de vrachtafhandelingscapaciteit van de KLM worden verdubbeld en komt dan op 500.000 ton per jaar.

Ook in Brussel en New York worden nieuwe vrachtcentra voor de KLM gebouwd. De KLM, de oudste luchtvaartmaatschappij ter wereld, die dit jaar 60 jaar jong is, ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. De groei van het wereldluchtverkeer en het enthousiasme waarmee 18.000 KLM'ers aan die toekomst werken helpen daaraan mee. Een Havilland DH9, het eerste type vliegtuig dat de KLM in 1920 in gebruik nam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1979

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

KLM 60 jaar inde lucht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1979

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken