Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Justinus de martelaar was christen in filosofenmantel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Justinus de martelaar was christen in filosofenmantel

Dialoog tussen Jodendom en Christendom

10 minuten leestijd

Het gebeurde in ons land, ruim honderd jaar geleden. Een van afkomst Portugese Israëliet, Abraham Capadose, vindt in de bibliotheek van zijn oom een eerbiedwaardig foliant. £r staat een zeer oud geschrift in afgedrukt, een twistgesprek tussen een Christen-filosoof en een Jood.

'Het stamt oorspronkelijk uit liet begih van de tweede eeuw, maar na zovele jaren maakt het nog diepe indruk o^ de zoekende Capadose. Hier vindt hij een kort overzicht van de Oudtestsfmentische profetieën aangaande de Messias. Hartstochtelijk wordt een beroep op hem gedaan om de Beloofde in Jezus van Nazareth te erkennen: „Ach, mijn broeders, spreekt toch geen kwaad tegen Hem, de Gekruisigide. Hoont niet over Zijn striemen, waarin voor allen genezing mogelijk is, waardoor ook wij genezen werden! Wat zou het schoon zijn, wanneer ge u door die woorden liet overtuigen en de hardheid van uw harten liet besnijden".

Voor Capadose zijn de oude woor» d«n inderdaad overtuigend en later ook voor zijn boezemvriend Isaafc da Costa. Ooit werden ze gesprolten in een op een van de wandelpromenades van de Kleinaziatische atad Ëphese begonnen gesprek. Daar maakte in of omstreeks liet jaar 135 een in Hlosofenmantel gehulde Christen zijn morgenwandelingetje en raakte hij in diskussie met een geleerde Jood, Trypho. Twee dagen lang duurde bun twistgesprek en het is later (tussen 156 en 161) te ' boek gesteld. Schrijver is Justinus.

l Christen
'* Laten we eerst kort nagaan wie deze Justinus was. Omstreeks het jaar 100 werd hij in de landstreek Samaria geboren, in de stad die toen Flavia Neapölis heette, het uit de Bijbel bekende pteatsje Sichem, nu Nabloes. Evenvitel, hij was geen Jood of Samaritaan, maar kwam als zoon van Grieks-heidense ouders ter wereld. De Romeinse bezetter had in verschillende steden van het Joodse land Grieks-sprekende kolonies gevestigd en in een daMvan groeide Justinus op. Hier en elders kwam hij in kontakt met de Griekse cultuur en inzonderheid de Griekse filosofieën boeiden hem. In het gesprek met Trypho vertelt hij zijn speurtocht naar de waarheid. Eerst komt hij in aanraking met een Stoïcijn, maar deze weet hem over God niets te vertellen.

Dan wendt hij zich tot een Peripatetikus, maar hem blijkt dat het deze verre leerling van Aristoteles meer om het verdienen van geld, dan om mededeling van wijsheid te doen is.Ook bij een volgeling van Pythagoras vindt hij geen heil, want hij wordt door deze afgewezen. Tenslotte komt hij terecht bij een Platoons filosoof. Spoedig hoopt hij te komen tot onmiddellijke aanschouwing van God, „want dat is het einddoel van Plato's filosofie" (Dialoog 2,2).

Maar dan ontmoet hij eens op het strand (het was waarschijnlijk te Ephese) een grijsaard en in het gesprek dat zich ontspint, wijst deze hem op de God der Openbaring en der Heilige Schrift. De zoekende Justinus wordt overtuigd en de verwijzingen van de oude man naar de profeten die door de Heilige Geest en met betoon van wonderen en krachten hadden getuigd van God en Zijn Zoon, de Messias, troffen doel: Justinus wordt 'Christen. In het profetisch woord heeft hij de enige betrouwbare en acceptabele filosofie gevonden: ,,Ziedaar hoe en waarom ik filosoof ben" (Dial. 8,2).

Dit . laatste woord en het gegeven verhaal van zijn levensgang vereisen wel enige toelichting. Want betekent het niet, dat het christelijk geloof voor hem weinig meer is geweest dan een filosofie? Weliswaar de hoogste en de volmaakste maar toch een filosofie?

Ongetwijfeld heeft de Griekse wijsbegeerte — en dan vooral Plato — een blijvende invloed op Justinus' denken uitgeoefend. Niet voor niets blijft hij zich ook na zijn overgang tot de christelijke kerk tooien met het pallium, de mantel der filosofen. En zoals heden nog gewaad, praat en daad veelal samenhangen, zo ook bij deze figuur uit de tweede eeuw. Onmiskenbaar is er een sterk filosofische komponent in zijn geschriften aan te wijzen. In zijn apologetische werk probeert Justinus met zijn leer van de Logos een brug te slaan tussen christelijk getoof en Griekse filosofie: de Logos, het Woord (zie bijv. Johannes 1) was in den beginne en is als scheppingsmiddelaar van de Vader uitgegaan. Hij wordt verondersteld in het meervoud van Genesis 1:26 (,,Laat ons mensen maken..."), is gelijk aan de Wijsheid uit Spreuken 8 en heeft in Christus het menselijk vlees aangenomen. Ook ziet Justinus sporen van de Logos werkzaam in de profeten en daarenboven daarenboven in de mensheid in het algemeen. Daarom kan hij zeggen, dat „alle mensen die overeenkomstig de Logos (=Woord, Rede) geleefd hebben" Christenen waren.

Voor de consequentie dat dan tevens mensen als Socrates, Plato en Heraclitus daartoe gerekend moeten worden, deinst Justinus niet terug! Men zie o.m. zijn eerste Apologie, hoofdstuk 46. In zijn tweede verdedigingsgeschrift zegt hij kort en bondig: ,,A1 wat dus bij allen aan goeds gevonden werd, is van ons de Christenen" (II Apologie, 13). Justinus behoort met deze leer tot de grondleggers van alle humanistisch Christendom: niet alleen Erasmus, ook de Reformator Zwingli leerde (tot grote verontwaardiging van Luther!) dat bijvoorbeeld Socrates en Seneca heiligen zouden zijn. De invloed van Justinus gaat hierin diep en ver, tot in de zestiende en zelfs tot in onze eeuw. Men denke slechts aan de moderne, onder sommige Protestanten en vooral in Rooms-katholieke kring voorkomende discussies over het „anonieme Christendom".

Martelaar

Gelukkig is met het voorgaande nog lang niet alles over Justinus gezegd. Het is slechts de ene lijn die in zijn geschriften naar voren komt, gedreven als hij is om zijn geloof voor de buitenwacht apologetisch te verdedigen. Maar ook geeft hij in en naast zijn filosofisch getinte redeneringen een helder en klaar getuigenis van zijn levend geloof it\ Christus en Zijn verzoenend werk. En het is zeker niet voor een of andere wijsgerige opinie, maar door en omwille van zijn vurige liefde tot de Heiland, dat Justinus in het jaar 165 — samen met zes anderen, waarschijnlijk allen leerlingen van zijn school! — te Rome de marteldood ondergaat.

De martelaarsacte is nog bewaard. Ontroerend is het te lezen, hoe hij de eis om zijn geloof af te zweren, beantwoordt met: ,,Het is onze begeerte voor onze Heere Jezus Christus gemarteld en daardoor zalig te worden. Want dat zal ons heil en vertrouwen zijn voor de schrikkelijke rechterstoel van onze Heere en Heiland, voor wie de gehele wereld moet verschijnen". Op de vraag van Rusticus, de stadsprefect: „U is dus een Christen?" ' belijdt Justinus vrijmoedig: „Nai, Christianos eimi — Ja, ik ben een Christen". Samen met zijn metgezellen wordt hij weggeleid en onthoofd.

Dialoog

Van deze terecht door TertuUianus als „Philosophus et Martyr" getypeerde man en zijn geschriften zou H. ZWINGLI nog veel gemeld kunnen worden. Aan zijn hoogst belangwekkende mededelingen over de oud-christelijke eredienst, over de zondagsviering etc. willen we hier voorbi.igaan. Zo ook aan zijn dogmatische invloed en bijvoorbeeld zijn chiliastische beschouwingen. Slechts attenderen we erop, dat laatstgenoemde grote indruk hebben gemaakt op Da Costa en Capadose. Wie spreekt over de gedachte van een duizendjarig Godsrijk op aarde bij deze Réveilfiguren, vindt de bron bij Justinus.

Maar het liefst schenken we nog enige aandacht aan het geschrift dat Capadose zo boeide en diep in zijn hart raakte: de Dialoog met de Jood Trypho. Want het is ook heden nog van de hoogste aktualiteitl Hier immers hebben we een van de laatste gesprekken tussen Jodendom en Christendom voor ons, voordat de wegen eeuwenlang op smartelijke wijze zijn uiteen gegaan. Eerst in onze tijd is de dialoog weer hervat en ongetwijfeld kan van Justinus' ontmoeting met Trypho dit geleerd worden: de Heilige Schriften dienen centraal te staan. Want om de interpretatie daarvan is het zowel Justinus als Trypho te doen.

Drie vragen

In het langdurige gesprek gaat het voornamelijk om een drietal vragen: 1. Wat de Wet betreft, geldt die nog of niet? 2. Is de Messias in Jezus verschenen of niet? 3. Maken de Christenen terecht aanspraak op de titel „het ware Israël" of niet? Het verloop van de dialoog is belangwekkend, want uit alles komt naar voren dat twee eicegetische tradities tegenover elkaar ISAAC DA COSTA staan. Wanneer het gaat over de „zin" der Schriften, blijkt dat de Joden daar blind voor zijn geworden, want zij verstaan alles „vleselijk". Maar de Christenen kennen de ,,pneumatische", de „Geestelijke" uitleg. Men vergelijke hiermee wat Paulus bijv. in 2 Korinthe 3 zegt.

Justinus wil laten zien, hoe het Oude Testament in al zijn delen getuigt van Jezus Christus. Van hieruit voert hij over het drietal genoemde punten het gesprek. Op de vraag van Trypho hoe de Christenen ,,die geen feesten en sabbatten onderhouden en geen besnijdenis hebben, terwijl zij hun hoop stellen op een aan een rebellenkruis gehangen mens, nog iets goeds durven verwachten van die God, Wiens geboden zij niet houden", antwoordt Justinus met het onderscheid duidelijk te maken tussen een blijver(de en een ceremoniële wet.

Inzonderheid spitst de discussie zich toe op het tweede probleem: de Messianiteit van Jezus. Vooral Christus' kruisdood is voor de Jood Trypho een ergernis. Zal niet de Messias in glorieuze heerlijkheid verschijnen, zoals de profeten voorzegd hebben? „Die zogenaamde Messias van u is immers zohder eer en heerlijkheid geweest, ja hij is zelfs getroffen door de felste vloek van Gods Wet, want hij is gekruisigd," aldus Trypho (Dial. 32,1). Justinus wijst dan op de tweevoudige komst van de Christus, de eerste in nederheid, de tweede in volle majesteit.

Met vele teksten — en ze leven sindsdien als „loca probantia",, als bewijsplaatsen voort in de christelijke theologie! — poogt hij aan te tonen, dat Christus' kruis is voorzegd. Niet ABRAHAM CAPADOSE alleen plaatsen als Ps. 22 en Jes. 53 getuigen van Zijn lijden, maar bijvoorbeeld ook het bloed van het paaslam, het bloedrode koord waarmee Rachel de verspieders gered heeft en de op een hout verhoogde koperen slang in de woestijn. Interessai^t — en vol actualiteit! — is ook Justinus' uitleg van Jesaja 7:14 als bewijs voor de maagdelijke geboorte. Uitvoerig behandelt Justinus tenslotte hoe de Christenen het ware zaad van Abraham zijn en erfgenamen van de aan deze gegeven beloften Gods. In het bijzonder beroept hij zich hierbij op Jesaja 42:16: ,,Ik zal de blinden leiden op «de weg die zij niet geweten hebben..."

Genade

De Dialoog met Trypho is geworden tot een omvangrijk compendium van Oudtestamentische bewijsplaatsen voor het geloof in Jezus als de Messias. Niet alles erin zal ons heden als geoorloofde Schriftverklaring in de oren klinken, want Justinus maakt meer dan eens gebruik van een gewaagde allegorese. Maar inzonderheid treft het ons, hoe alle partners in het gesprek — niet alleen Justinys en Trypho, maar ook enkele andere Joden uit het gevolg van laatstgenoemde — redeneren vanuit de Schriften. En een groots voorbeeld voor ons is bij dit alles Justinus' hartstochtelijke bewogenheid om Israels behoud: ,,In al mijn spreken voer ik alle bewijzen aan van de door u als heilig en profetisch erkende geschriften en ik hoop dat velen van u door de genade van de Heere der heerscharen onder de voor het eeuwige behoud overgelatenen gevonden mogen worden" (Dial. 32,2).

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1979

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Justinus de martelaar was christen in filosofenmantel

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1979

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken