Bekijk het origineel

Hatta was nationale figuur in Indonesië

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hatta was nationale figuur in Indonesië

4 minuten leestijd

DEN HAAG — De vrijdg op 78-jarige leeftijd overleden Mohammed Hatta, achtereenvolgens vice-president, premier en weer vice-president van Indonesië was een van de nationale figuren van zijn land. Met Soekarno proclameerde hij op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van de 13.000 eilanden tellende archipel, met een oppervlakte, 55 keer zo groot als Nederland.

Namens zijn regering tekende Hatta op 27 december 1949 in Amsterdam de Acte van Souvereiniteitsoverdracht.

In 1927 vertegenwoordigde Hatta de nationalisten van Nederlands-Indië op het „eerste wereldcongres tegen wereldimperialisme en koloniale onderdrukking" in Brussel. Hij onderhield ook contacten met de Partai Kommunist Indonesia, maar het kwam niet tot georganiseerde samenwerking omdat Moskou niet akkoord wilde gaan met een onderschikte rol van de communisten in een nationalistisch verbond.

Studie in Nederland

Mohammed Hatta werd op 12 augustus 1902 in Fort de Koek (Sumatra) geboren als zoon van welgestelde ouders. In Nederland studeerde hij van 1923 tot 19.'12 aan de toenmalige handelshogeschool in Rotterdam, waar hij actief was als voorzitter van de Perhimpunan Indonesia (P.I.) de Bond van Indonesische Studenten in Nederland.

In 1927 werd hij gearresteerd wegens opruiing tot gewelddadig optreden tegen het Openbaar Gezag. De aanklacht steunde op uitlatingen in het orgaan van de P.I. , „Indonesia Merdeka", dat opkwam ,,voor een verdrukte miljoenenbevolking tegen den vreemden geweldenaar". Maar bij gebrek aan bewijs werd hij in maart 1928 vrijgesproken.

Na zijn doctoraal keerde hij naar Indië terug, waar hij een van de leiders werd van de non-coöperatieve vleugel (die medewerking weigerde aan organen die de Nederlanders in het leven hadden geroepen) van de nationalistische beweging.

Internering

In 1934 werd hij door de Indische regering gemterneerd en achtereenvolgens naar Boven-Digul (Nederlands Nieuw-Guinea), Banda Neira (Banda-eilanden) en Sukabumi (Java) verbannen.

De Japanners lieten hem in 1942 vrij. Met Soekarno trad hij daarna op als ,,adviseur" van de Japanners. Hij maakte deel uit van de delegatie die in augustus 1945 met de Japanse opperbevelhebber, veldmaarschalk graaf Terautsji, in Saigon over de onafhankelijkheid van Indonesië onderhandelde.

Na de Japanse capitulatie riepen Soekarno en Hatta, onder pressie van de Pemuda (jongeren) de onafhankelijkheid uit. Hatta werd vicepresident van de nieuwe republiek. Op 31 januari 1948 werd hij tevens premier.

Tijdens de tweede politionele actie werd hij op 19 december 1948 door de Nederlandse troepen gevangen genomen. Onder druk van de veiligheidsraad volgde in maart 1949 zijn vrijlating.

RTC

In augustus-november 1949 leidde hij de Indonesische afvaardiging naar de Ronde-Tafel Conferentie in Den Haag met als bekroning de ondertekening namens zijn regering op 27 december 1949 in Amsterdam de Acte van Souvereiniteitsoverdracht. Daarop weid hij minister-pre.sident van de Verenigde Staten van Indonesië.

Bij de wijziging van deze federatie in een eenheidsstaat op 17 augustus 1950 werd Hatta als premier opgevolgd door Mohammed Natsir. Hatta werd op 14 oktober 1950 vice-president. Een in 1952 ontstane verwijdering tussen Hatta en Soekarno die zich steeds meer toespitste, bracht Hatta in 1956 tot aftreden. Daarna verschenen er enkele economische publikaties van zijn hand.'

Brief nagelaten
Mohammed Hatta heeft een brief nagelaten voor Goentoer, de zoon van de eerste Indonesische president Soekarno. In de brief gaat Hatta onder meer in op de totstandkoming van de inleiding van de door de Indonesische nationalisten opgestelde grondwet van 1945 (het jaar waarin zij de onafhankelijkheid van hun land uitriepen). Zo schrijft hij dat men toentertijd na ampel beraad besloot dat in deze constitutie zeven woorden geschrapt moesten worden, namelijk de zinsnede: „Met de mohammedaanse bevolking die onderworpen is aan het Islamitische recht". Men liet deze zinsede weg op aandringen van christelijke leiders die meenden dat zij de indruk wekten dat er een scheiding werd aangebracht tussen het Mohammedaanse en niet-mohammedaanse deel van de bevolking.

Hatta schrijft in de brief ook over zijn conflicten met Soekarno. Volgens hem had deze een te groot vertrouwen in het communisme. „Voor en na de onafhankelijkheid heb ik hem voorgehouden nooit het communisme te vertrouwen, dat eens — getrouw aan zijn inherente karakter — in opstand moet komen om de macht te grijpen", aldus Hatta in zijn brief.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 17 maart 1980

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Hatta was nationale figuur in Indonesië

Bekijk de hele uitgave van maandag 17 maart 1980

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken