Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Spanje wil graag Europese natie zijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Spanje wil graag Europese natie zijn

Buitenlandse politiek Madrid gewijzigd

6 minuten leestijd

DEN HAAG — Er zijn het afgelopen jaar nogal eens vraagtekens geplaatst bij de inhoud en de consistentie van de buitenlandse politiek van Spanje. Niet alleen vertoonde deze politiek bepaalde elementen die konden wijzen op een neiging tot neutraliteit van de regering Suarez, er werden ook interpretaties aan gegeven over een vermeende toenadering van de Spaanse diplomatie tot de landen van de derde wereld.

Deze laatste veronderstelling vond een logische basis in de langdurige vriendschap die tussen Spanje en de Arabische landen bestaat en in zijn nauwe banden met de volken van Latijns-Amerika.

In Madrid laat men er echter geen twijfel over bestaan dat deze indruk fout is. Minister van buitenlandse zaken Marcelino Oreja heeft bij verschillende gelegenheden de pro-westerse houding van zijn land onderstreept: „Wij wijzen elke vorm van neutralistische neiging van de hand. Spanje staat een Westerse en Europese optie voor", aldus de bewindsman.

Wijziging

Er heeft zich de laatste jaren natuurlijk een vrij radicale wijziging voorgedaan in de wijze waarop Madrid zijn buitenlandse politiek hanteert. Toen Spanje nog in de tang van het Franco-regime klem zat voerde het land een duidelijk passief en naar binnen gericht beleid. Het nieuwe Spanje stelt zich daarentegen actief op, met de blik naar buiten gericht, om in wereldzaken een individuele rol te spelen die overeenkomt met het nieuwe democratische gezicht van het (Van onze correspondent) land. Illustratief voor de wijziging was het bezoek dat PLO-leider Jasser Arafat vorig jaar september aan Madrid bracht. Het was de eerste formele aanwezigheid van de Palestijnse leider in een Westeuropese hoofdstad. Arafat bekeek de Spaanse hoofdstad vanuit de persoonlijke auto van premier Suarez, die bovendien de Palestijnse vlag voerde. Spanje bleef daarmee slechts een laatste fase af van een formele erkenning van de PLO.

Ook uit andere voorbeelden wordt de activiteit van de Spaanse diplomatie manifest. Spanje was als waarnemer aanwezig, begin september 1979, op de topcoitferentie van de niet-gebonden landen in Havana. Het land heeft tevens het nieuwe bewind in Nicaragua opvallend krachtig gesteund en het heeft zich uitgesproken voor eerbiediging van de mensenrechten in geheel Latijns-Amerika.

Het ministerie van buitenlandse zaken in Madrid bevestigt dat de voornaamste drijfveer achter deze diplomatieke activiteit is het versterken van de historische banden met Latijns-Amerika. Hoewel dat niet expliciet wordt toegegeven, hoopt Spanje in dit gebied een rol te kunnen spelen als partner en als bemiddelaar nu een aantal Zuidamerikaanse landen pogen een wat evenwichtiger relatie met Washington op te bouwen. In Madrid wordt tevens groot belang gehecht aan het aanhalen van de banden met de Arabische landen, hopend munt te kunnen slaan uit de historische betrekkingen met de Arabische wereld.

EEG-lidmaatschap

Dit neemt, niet weg dat het hoofddoel van Spanje buitenlands beleid ligt in het verkrijgen van het lidmaatschap van de EEG omdat, blijkens de woorden van minister Oreja, Spanje zich ziet als een integraal onderdeel van Europa. Op de tweede plaats, dus ook nog voor de vrijages met LatijnsAmerika en de Arabische wereld, komen Spanje betrekkingen met de Verenigde Staten, die tot voor kort veruit "de belangrijkste relatie van Madrid vormden aangezien Washington de verdediging van Spanje garandeerde.

Toetreding tot de EEG lijkt aanzienlijk meer offers te gaan vragen dan de meeste Spanjaarden beseffen. Tot nu toe hebben die Spaanse politieke partijen zich onomwonden voor zo'n lidmaatschap uitgesproken. Maar in gezaghebbende kringen is wel de suggestie geuit dat de steun van deze partijen meer voortkomt uit de hoop dat het EG-lidmaatschap een middel is om de Spaanse democratie te versterken, dan uit het bewustzijn van de volledige praktische consequenties. Minister Oreja lijkt op deze problemen te duiden als hij in een gesprek met Nederlandse journalisten zegt dat Spanje niet volledig blind vaart op de gemeenschappelijke markt. Volgens Oreja zal de EEG beslist niet alle problemen van Spanje oplossen, en hij verwijst daarbij in 't kort naar de moeilijkheden die zich de laatste maanden hebben opgestapeld rond de financiële bijdrage van Engeland aan de gemeenschap. ,,Spanje streeft naar het lidmaatschap zonder al te grote haast, maar ook zonder angst", aldus de bewindsman.

De problemen van een Spaanse toetreding concentreren zich in de eerste plaats op het gebied van de economie. En dan speciaal de landbouw, nota bene dat onderdeel van het EEG-beleid dat de laatste jaren onder de vele verwikkelingen dreigt in te storten. Spanje is een van de grootste exporteurs in de wereld van olijfolie, wijn, groenten en fruit en juist in deze sector kampt de gemeenschap met overschotprodukties, voornamelijk uit Frankrijk en Italië. In Madrid is men nu al bevreesd dat vooral de Fransen zich hard zullen opstellen rond de problemen van deze zogenaamde Mediterrane produkten, hetgeen een flinke hindernis in de toetredingsonderhandelingen kan opwerpen, anderzijds zal het voor de EEG moeilijk worden de „noordelijke" produkten in Spanje af te zetten als gevolg van het gebrek aan geld in de Madrileense staatskas.

Verschil

Ook op politiek gebied moeten enkele klippen worden omzeild willen de ondeirhandelingen over Spaanse toetreding met succes worden afgerond. Een in het oog springend voorbeeld is de problematiek in het Nabije Oosten. Spanje is een van de weinige westerse landen die geen diplomatieke betrekkingen met Israël onderhouden en juist in deze gevoelige kwestie heeft het Europa van de negen er altijd naar gestreefd zoveel mogelijk een gemeenschappelijk beleid te voeren. Vanuit Madrid is al enkele malen de aanwijzing gekomen dat Spanje zich niet verplicht zal voelen in deze kwestie een concrete stap te doen, voordat het volwaardig lid is van de EEG. Minister Oreja erkent dat in dit verband een groot verschil bestaat tussen de EG-lidstaten en het kandidaat-lid Spanje, maar hij meent dat het verschil de laatste jaren kleiner is geworden. „Wij erkennen Israël weliswaar niet, maar wij zijn ook voor veilige en erkende grenzen voor elk land in dat gebied", zo zegt de bewindsman. „Ons standpunt is dat een globale oplossing moet worden gevonden voor het Midden-Oosten."

Het meest problematisch in de buitenlandse politiek van Spanje ligt de discussie over al of niet toetreding tot het Atlantisch Bondgenootschap. Hoe explosief deze kwestie in Spanje zelf ligt bewees de regering zelf door enkele jaren lang geen harde publieke uitspraak te doen over haar houding in dezen. Pas het afgelopen jaar heeft minister Oreja duidelijk gezegd dat zijn regering een pro-atlantisch standpunt inneemt en dat daarom een van haar doelstellingen is een toekomstig Navo-lidmaatschap. Hij wees er wel op dat hierover een discussie zal moeten worden gevoerd in het parlement, aangezien een besluit hierover van nationaal belang is.

Defensieverdrag

De Unie van hèt Democratisch Centrum (UCD) van premier Suarez heeft zich voor een Navo-lidmaatschap verklaard, terwijl de socialistische partij van Felipe Gonzalez zo'n lidmaatschap van de hand wijst. De communistische partij volgde het socialistische voorbeeld, en voegde daar aan toe dat Spanje buiten de twee blokken van de supermogendheden zou moeten blijven. Daarmee heeft echter geen van de partijen het achterste van haar tong laten zien, omdat een eventueel Navo-lidmaatschap direct verband houdt met de vraag wat er moet gebeuren met het defensieverdrag tussen Spanje en de Verenigde Staten, dat binnen een jaar moet worden hernieuwd.

Dit defensieverdrag met de VS dateert van jan. 1976 en heeft een looptijd van 5 jaar. Het staat Washington het gebruik toe van een aantal bases (zowel voor luchtmacht als marine) op Spaans grondgebied.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 april 1980

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Spanje wil graag Europese natie zijn

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 april 1980

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken