Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Korps Mobiele Colonnes bij rampen actief

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Korps Mobiele Colonnes bij rampen actief

GROEIEND AANTAL VAN BURGER-SLACHTOFFERS BIJ OORLOGEN REDEN TOT DE OPRICHTING; TAKEN: BESTRIJDING VAN BRANDEN, REDDEN VAN MENSEN EN DE GENEESKUNDIGE HULP

7 minuten leestijd

Het aantal burgers dat tijdens een oorlog slachtoffer wordt, vergeleken met het aantal gesneuvelde militairen stijgt aanzienlijk. In de Eerste wereldoorlog werden twee soldaten gedood tegen één burger. In de Tweede wereldoorlog was dit al drie burgers tegen één soldaat. In Vietnam waren van de zeventien slachtoffers zestien burger. In een nieuwe, moderne oorlog zal die verhouding waarschijnlijk zestien staat tot één zijn.

Deze gegevens waren medebepalend voor de oprichting van de organisatie Bescherming Bevolking in 1952. Vrijwilligerskorpsen werden op plaatselijk en regionaal niveau opgericht, om bij calamiteiten in actie te komen. Landelijk gezien kwam deze organisatie echter nietvoldoende van de grond om bij een eventuele ramp over voldoende mankracht te beschikken. Het gebruik van dienstplichtige militairen vormde hier de oplossing. Zo werd in 1955 het Korps Mobiele Colonnes (KMC) opgericht. Eerst vierde onderdeel van de krijgsmacht, maar om administratieve redenen ondergebracht bij de Koninklijke Landmacht.

Wordt het KMC gemobiliseerd, dan heeft het een sterkte van 22.000 man. Het KMC treedt op zodra hierom door de BB wordt gevraagd. De taak van 't korps is gericht op de bestrijding van branden, het redden van mensen, geneeskundige hulpverlening en het transporteren van slachtoffers naar burgerziekenhuizen. Het KMC is gelegerd in Crailo, nabij Blaricum. Het korps bestaat uit twaalf colonnes.

Eén geneeskundige/reddingscolonrie bestaat uit ongeveer 900 man, verdeeld over twee reddings- en twee geneeskundige compagnieën. Drie a vier Bij de brandweeropleiding van het Korps Mobiele Colonnes hoort ook de „vuurdoop". Een zes-duimer voert een enorme hoeveelheid water via de nieuwbouwwijk van Lelystad naar het „Vuurfront". reddingspelotons van twaalf man plus een ondersteuningspeloton vormen een reddingscompagnie. Het ondersteuningspeloton doet bijzondere werkzaamheden, zoals het hanteren van compressors en het omgaan met onder andere een bulldozer. De twee reddingscompagnieën van één colonne bestrijken ongeveer een gebied van anderhalve vierkante kilometer. De beide geneeskundige compagnieën kunnen vier gewondenverzamelplaatsen inrichten. Per uur kan aan 100 slachtoffers medische hulp worden geboden.

Sinds 1974 maakt ook een nooddrinkwatercompagnie deel uit van het KMC. Drie pelotons, waaruit de compagnie bestaat, hebben elk de beschikking over tien kilometer transportleiding en circa vijf kilometer distributieleiding voor directe bevoorrading van bijvoorbeeld ziekenhuizen. De burgerbevolking kan geholpen worden door drinkwater ter beschikking te stellen met behulp van aftappunten. Voor de waterzuivering zijn nog eens zes pelotons opgenomen in het korps. Deze pelotons worden gevormd door drie groepen. De per groep toebedeelde waterzuiveringsinstallatie kan ongeveer 10.000 liter zuiver water per uur produceren, wat voldoende is om een stad als Amsterdam van drinkwater te voorzien.

Brandweer

In de over het land verspreide mobilisatie-complexen staat materiaal voor twaalf brandweercolonnes. Zo'n colonne telt ongeveer 800 man. Volgens een bepaald aflegsysteem is het mogelijk om met deze 800 man een vuurfront te bestrijden van 4800 meter. Ook deze colonnes zijn onderverdeeld in compagnieën en pelotons. Eén peloton bestaat uit vier blusgroepen. Tien man en een pomp, die gemiddeld 2500 liter water per minuut levert, vormen een blusgroep. Elke groep heeft de beschikking over een voertuig. Eén pomp. kan zes aanvalsslangleidingen voeden. Zesenveertig slangen van twintig meter worden op een groeps-voertuig meegenomen.

Geen nood echter als dit niet voldoende is. Bij oefeningen zijn er per peloton nog twee slangenwagens aanwezig met de dikke zes-duims slangen. 680 meter slang per wagen. Een totale slanglengte van 65 km bevindt zich met de reserveslangen meegerekend bij één colonne. De genoemde zes-duims slang wordt door twee pompen volgepompt en het eind daarvan wordt aangesloten op een zogenaamd manifold, een hulpstuk waarop weer zes slangen aangesloten worden.

Techniek

De tactiek van de brandweer van het KMC is anders dan van de gemeentelijke brandweer. Proberen deze altijd een brand met zo min mogelijk water te blussen, de KMC-brandweer kijkt niet op een spatje.

Door de officieren wordt bepaald welk gebied of woonwijk aan de vlammen wordt prijsgegeven en op die lijn begint men met nathouden en of blussen. Men gaat er ook vanuit dat als het KMC voor een brand wordt ingeschakeld deze al een paar uur woedt. Als voorbeeld gelden de branden in de grote steden tijdens bombardementen in de Tweede wereldoorlog.

Opleiding

Wie de grote getallen leest waaruit het KMC is samengesteld, zal zich afvragen wie daar nu eigenlijk aan meewerken. Alle mannen die voor het KMC mobilisabel zijn hebben hiervoor een opleiding ,,genoten" tijdens een herhalingsoefening op de legerplaats Crailo. Bijna iedere dienstplichtige heeft een mobilisatiebestemming. Door reorganisatie en dergelijke kan het voorkomen dat deze bestemming vervalt. Niet iedereen is dan ,,van defensie af'. Uit verschillende onderdelen van de krijgsmacht worden via de computer de nodige mensen op herhaling geroepen voor een herscholing bij het KMC in Crailo. Hier bevindt zich voor officieren en onderofficieren een KMC-school en voor de manschappen een instructiecompagnie. Er worden in drie weken brandweermensen gemaakt uit „vogels van diverse pluimage".

In de groep waar schrijver dezes deel van uitmaakte zaten bouwvakkers, een brood- en banketbakker, een varkensfokker, een accountant en meerderen met een administratief beroep. Werkelijk, al is het in het begin  nog zo'n ,,puinhoop", aan het eind van de drie weken worden vlot verschillende oefeningen afgewerkt.

De eerste week van de opleiding bestaat haast uit enkel theorie. Naast natuurlijk een les krijgstucht werd ook aandacht besteed aan de ZHKH: de zelf-hulp en kameraden-hulp. Een soort soldaten-EHBO. Met behulp van overheadprojectie en video werden in snel tempo de grondbeginselen van de brandbestrijding bijgebracht. Een film over het onderwerp werd getoond en dan was het snel naar het oefen/rampterrein van de legerplaats.

Nummer

Ieder in de groep heeft een nummer en elk nummer heeft een taak. Het is de bedoeling dat iedere man elk nummer kan spelen. Het materiaal waarmee geoefend wordt, ziet er haast antiek uit. De brandweerwagens dateren al uit 1952. Sommige zijn reeds door de militaire politie afgekeurd en weer opgelapt. Draaien deden ze nog steeds. Wel moesten voor het uitrijden naar een oefenterrein buiten de legerplaats één of meer wagens nog even langs de garage. Bij een gemeentelijke brandweer zouden deze wagens al jaren zijn vervangen maar bij het KMC schijnt niet duidelijk te zijn welk ministerie deze wagens moet vervangen. Verteld wordt dat de manschappen van Defensie zijn en het materiaal bij Binnenlandse zaken thuishoort.

Tijdens de opleiding moest in het ijs een gat gehakt worden om water op te kunnen pompen. Na enorme wolken uitlaatgassen gaven deze ook inderdaad water en niet zo zuinig.

Vuurdoop

Op het oefenterrein wordt van afvalhout ook enkele malen een grote brand gesticht om „nat" te kunnen oefenen. Er bestaan verschillende systemen, waarbij 'n commandant naar wens grotere afstanden kan bestrijken en met dunne of dikkere stralen het vuur kan bestrijden.

Natuurlijk ontbreekt bij de brandweeropleiding de ,,vuurdoop" niet. Een grote oliebak wordt aangestoken en beveiligd door een straalpijp van speciale constructie kan men achter een waterscherm tot dichtbij het vuur naderen. Van de warmte voel je dan vrijwel niets meer, maar je wordt goed nat. Aangezien het water vanonder het ijs moest komen was de vuurdoop een koude, natte bedoening. Dat waren trouwens de meyste oefeningen.

Deze oefeningen worden gehouden, in de Flevo-polder, op een industrieterrein in Amersfoort en in het dorp Bunschoten/Spakenburg. De grote compagniesoefening vindt de laatste twee dagen plaats, meestal in Biddinghuizen en Lelystad. Deze oefeningen zijn vooral gepland voor de officieren. Zij moeden de standplaatsen van de voertuigen bepalen en berekeningen maken over de druk die de pompen moeten geven enz. Bij deze oefeningen zijn alle deelnemers van hoog tot laag opgekomen voor herhalipg. De officieren komen langer op herhaling en moeten vóór de oefeningen met de soldaten beginnen, de KMC-school doorlopen.

Zes jaar

Na de opleiding blijft het dienstplichtig personeel in het algemeen zes jaar mobilisabel. Dit betekent, dat elke dienstplichtige na zijn opleiding gedurende zes jaar ter beschikking blijft binnen de oorlogsorganisatie van het KMC en in die periode nogmaals een (twee-wekelijkse) herhalingsoefening kan verwachten. Iedereen is echter blij als hij na de opleidingsperiode naar huis kan. Vooral de laatste week is het vaak hard sjouwen met al de slangen. De zes-duimsslangen opruimen is een zwaar karwei. Gespoten wordt er haast niet. Het is opbouwen, even water geven en de zaak weer afbreken. Gemopperd wordt er flink als blijkt dat door een verkeerd commando, of door een verkeerde berekening halverwege de oefening slangen verplaatst moeten worden. Het woord „balen" is dan ook heel wat keren gevallen. Eén ding moet echter gezegd worden: na drie weken is het op herhaling gekomen allegaartje klaargestoomd voor de oorlogsbrandweer van het Korps Mobiele Colonnes.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 april 1980

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Korps Mobiele Colonnes bij rampen actief

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 april 1980

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken