Bekijk het origineel

Benzineprijs loskoppelen van ontwikkelingen ,spotmarket'

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Benzineprijs loskoppelen van ontwikkelingen ,spotmarket'

Prijsstijgingen doen discussie ontvlammen:

7 minuten leestijd

DEN HAAG — Autorijdend Nederland is dit jaar al enkele malen opgeschrikt door een nieuwe verhoging van de benzineprijs. De laatste keer (op 3 mei) werd de literpriijs van de superbenzine zelfs met niet minder dan zes cent verhoogd. Daar kwam de mededeling dat inflatie in april met 1,1 procent is toegenomen nog eens bovenop. Dat alles leidde ertoe dat het prijsbeleid, in het bijzonder de prijsvaststelling voor aardolieprodukten, volop in discussie kwam.

Begin 1979 kostte een liter superben- 3 ƒ 1,15. Nu staat er inmiddels een s van ƒ 1,51 op de pomp aangege- . Dat betekent in nog geen anderhalf : tijd een verhoging met bijna 3S üent. Bij andere aardolieprodukten Is stookolie en huisbrandolie zijn de ' sstijgingspercentages nog groter geist. Zo werd de huisbrandolie geduie hetzelfde tijdvak maar liefst 101 ;ent duurder. Uiteraard roepen derjke prijsstijgingen, die ver uitgaan en het inflatiepercentage in ons land, gren op over de oorzaken daarvan.

Laten we beginnen met op te merken de prijsaanpassingen, in tegenstel- ; tot hetgeen vaak wordt gedacht, n onderwerp zijn van politieke dissie. Alleen in het geval van een wijing van de overheidsheffingen op de zine (accijns, milieuheffing en BTW) it het duidelijk om een regeringsbesing die goedgekeurd moet worden door het parlement. Meestal liggen aan prijsverhogingen andere factoren ten grondslag. In die gevallen gaat het om een prijsaanpassing die berekend wordt volgens een vastliggende formule. Die berekening is voor iedereen controleerbaar en wordt niet beïnvloed door politieke overwegingen. De regering heeft op dit punt geen mogelijkheid om te marchanderen.

Sinds 1975 kennen we in Nederland een systeem waarbij maandelijks door het ministerie van Economische zaken aan de hand van vaste regels wordt bekeken of de prijzen van de aardolieprodukten al of niet moeten worden gewijzigd. Men heeft voor een dergelijk systeem van maandelijkse aanpassingen gekozen om té voorkomen dat dé prijzen voortdurend schommelen. Voor de oliecrisis in 1973 bestond het gevaar van sterk fluctuerende prijzen eigenlek niet omdat de ruwe olieprijzen toen stabiel waren.

De laatste jaren is daar verandering in gekomen. De prijzen die de verschillende olielanden berekenen worden nu vrij vaak gewijzigd. Om een regelmatig verloop van de produktprijzen te verkrijgen heeft men in 1975 het huidige systeem ingevoerd. De maximumprijzen kunnen nu slechts eenmaal per maand gewijzigd worden. Dit in tegenstelling, tot bijvoorbeeld West-Duitsland waar de prijzen onder invloed van het vrije marktmechanisme elke dag kunnen veranderen.

Spotmarket

Uitgangspunt van ons maximumprijssysteem is dat binnen bepaalde grenzen de prijzen van olieprodukten gerelateerd zijn aan de ontwilckeling van de prijsnoteringen op de Europese vrije markten, opk wel spotmarkets geheten. De belangrijkste daarvan is Rotterdam, waartoe men geografisch ook Amsterdam en Antwerpen rekent. Op die spotmarket wordt gehandeld in olie(produkten) die buiten de normale contracten om beschikbaar komt (komen). De prijzen op die markt die worden bepaald door het mechanisme van vraag en aanbod verschillen van dag tot dag.

Nu gaat men aan het begin van de maand de gemiddelde noteringen berekenen zoals die op de vrije markt van toepassing waren gedurende een referentieperiode van tien werkdagen in het midden van de vorige maand. Omdat de marktnoteringen allemaal in dollars luiden moet er een omrekening plaatsvinden naar guldens. Op die manier vindt men het prijsniveau van de produkten op de vrije markt. Houdt men dan nog rekening met de overheidsheffingen en handelsmarges dan kan men dat prijsniveau vergelijken met de geldende maximumprijzen. Zijn die maximum produktprijzen niet meer in overeenstemming met de prijzen op de vrije markt dan vindt er een aanpassing plaats in de richting van de marktprijs.

„Dood van een prinses"

Een dergelijke aanpassing bleek ook noodzakelijk te zijn in het begin van mei. In de voorgaande maand april waren de vrije-marktprijzen namelijk nogal opgelopen. Eigenlijk was er sprake van-twee sprongen. De eerste hield verband met het tumult dat in ons land ontstond over de vertoning van de film „De dood van een prinses" en de tweede vond zijn oorzaak in de mislukte militaire aktie van de Verenigde Staten in Iran. Hieruit blijkt meteen dat die spotmarket erg gevoelig is voor wat er in de wereld gebeurt en zeker met een prijsverhoging reageert op gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op de hoeveelheid ruwe olie die aangevoerd wordt. Behalve de prijsnotering kan bij een aanpassing aan de vrije-marktprijzen ook de dollarkoers een rol spelen. Zoals reeds opgemerkt luiden de noteringen in dollars. Dat betekent dat bij een stijging van de koers van de dollar (de dollar wordt dan duurder) de notering in guldens uitgedrukt stijgt. Een daling van de dollarkoers maakt de olie in guldens goedkoper.

Nu zijn er echter een aantal bepalingen opgenomen in het maximum-prijssysteem die grenzen stellen aan de omvang van een prijsaanpassing en ertoe bijdragen dat het systeem niet helemaal marktconform is. Het geldende systeem heeft namelijk in tijden van sterke prijsstijgingen op de vrije markt, zoals bijvoorbeeld vorig jaar het geval was 'in verband met de schaarste van olie door de gebeurtenissen in Iran, een matigende werking. De prijsstijgingen voor de consument zijn dan aanzienlijk geringer dan bij een volledig vrij marktmechanisme het geval zou zijn geweest. In de eerste plaats is er de regel dat voor wat betreft benzine een prijsverschil tussen de vrije markt en de geldende maximumprijs van minder dan een cent niet tot een aanpassing zal leiden van die maximumprijs. Indien de benzineprijs wordt gewijzigd zal dat dus altijd een verhoging of verlaging betreffen van meer dan een cent. Bij dieselolie moet het verschil, alvorens tot een aanpassing wordt overgegaan, groter zijn dan een halve cent.

Er zijn aan de andere kant ook bepalingen die een maximum stellen aan een noodzakelijke prijswijziging. Hierbij speelt de gemiddelde waarde van de invoer van ruwe aardolie in Nederland een belangrijke rol. Dat gemiddelde is gewogen in die zin dat naarmate een bepaald olieland een groter aandeel heeft in onze . invoer een prijsverhoging van dat desbetreffende land sterker zal doorwerken in het g'emiddelde. Zonder uitvoerig in te gaan op de werking van de vrij ingewikkelde rekenformules die hierbij worden gehanteerd kunnen we met betrekking tot de jongste prijsverhogingen vaststellen dat een meer volledige aanpassing aan de stijging van de vrije-marktprijs kon plaatsvinden doordat in februari de gemiddelde invoerprijs was gestegen.

In die maand werd namelijk de ruwe olie die afkomstig is uit Algerije, Nigeria en de Noordzee duurder. Aangezien men rekening houdt met een zekere transporttijd werkten die verhogingen in mei pas door in de prijzen. Bovendien werd in februari de dollar tien cent duurder waardoor die verhogfingen in guldens gemeten extra hoog uitvielen.

Ondanks de stijging van de invoerprijs van ruwe olie en de invloed daarvan op de prijsstijging vond er toch nog geen volledige aanpassing plaats aan de vrije marktprijzen. Was dat wel het geval geweest dan zou de superbenzine zeven cent duurder zijn geworden. We zien de eerder beschreven afvlakkende werking van het huidige aanpassingssysteem nog eens geillustreerd. Het is natuurlijk niet uitgesloten dat het achterblijven met een cent in een volgende maand zal bijdragen tot een verdere verhoging van de benzineprijs.

Zoals uit het voorafgaande wel is gebleken zijn er een groot aantal factoren die invloed uitoefenen op de benzineprijs en de prijs van andere aardolieprodukten. De prijsverhoging in mei kwam, vooral tegen de achtergrond van de loonmaatregel, hard aan, maar kwam geheel overeenkomstig de spelregels tot stand; Mede door het tegenvallende inflatiepercentage in april is het hele prijsbeleid, waarvan het prijssysteem voor de olieprodukten een belangrijk onderdeel is, volop in discussie gekomen.

Prijsbeïnvloeding

Er gaan nu stemmen op om het berekeningssysteem op de helling te zetten. Men vraagt zich daarbij af of we niet toemoeten naar een systeem dat minder gebonden is aan de. prezen op de spotmarket. Die prijzen worden namelijk voor een groot deel bepaalde door de hoeveelheid olieprodukten die door de grrote oUe maatschappyen wordt verkocht op die markt. Aldus kunnen de maatschappiUen de hoogte van de benzlneprijs aanzienlijk beïnvloeden.

De vaste kamercommissie voor economische Zaken wil hierover op korte termijn met minister Van Aardenne spreken. De benzineprijs houdt dus voorlopig de gemoederen nog even bezig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 mei 1980

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Benzineprijs loskoppelen van ontwikkelingen ,spotmarket'

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 mei 1980

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken