Bekijk het origineel

Olielanden lijken niet bij machte rijen te sluiten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Olielanden lijken niet bij machte rijen te sluiten

Yamani: Prijzen zullen in najaar instorten

8 minuten leestijd

DEN HAAG — Vagende week maandag komen in fiers de vertegenwoardigers van de OPEC-landen !en om te onderhandelen over een gemeenschappee olieprijs. Sinds vorig jaar bepalen de olielanden ifhankelijk van elkaar hun eigen exportprijzen. Pogen om de eenheid te herstellen mislukten tot nu . Het prijsniveau is trolwens niet het enige geschilt binnen de OPEC. Ook over een gezamenlijke duktiebeperking kan men het niet eens worden.

de revolutie in Iran is er geen ke meer van een prijskartel. Het 'allen van een deel van de Iraanse roduktie en de schaarste die door ontstond op de wereldmarkt door veel olielanden aangegreDm te besluiten tot een eenzijdige verhoging. Dat leidde tot een tische prijsontwikkeling op de olrkt in het afgelopen jaar met alle gen van dien voor de westerse ïmieën. Bij de prijsvaststelling 1 de oliestaten zich niet langer n door economische overweginDe olieprijs werd daardoor een agen onberekenbare factor.

Verschillen
bestaat momenteel een verschil van zo'n tien dollar tussen de hoogste en de laagste exportprijs van een vat olie. De goedkoopste olie komt uit Saoedi-Arabië. Dat land laat de afnemers 28 dollar betalen voor een barrel (159 liter). Om een indruk te krijgen van de inkomsten van deze oliegigant vermelden we even dat dit land per dag 9 miljoen vaten aflevert. De hoogste prijzen worden in rekening gel^racht door Libië en Algerije. Een vat ruwe olie uit Libië koet thans 36,75 drtïïar en de Algerijnse olie kost zelfs 38,21 dollar per vat.

De overige leden van de OPEC, te weten Indonesië, Iran, Irak, Katar, Koeweit, Nigeria, Venezuela en de Verenigde Arabische emiraten, zitten met hun prijzen ergens tussen deze uitersten in. De gemiddelde prijs van de OPEC-olie bedraagt zo'n 31 dollar. Eind vorig jaar was dat 25 dollar en in januari 1979 lag de gemiddelde prijs rond 13 dollar. Dit laat wel zien tot welk een buitensporige prijsontwikkeling de ongecoördineerde prijspolitiek van het laatste jaar heeft geleid.

Mislukking

Tot nu toe hebben de pogingen om de verschillende landen weer op een lijn te brengen geen succes gehad. De OPEC-topconferentie die in december vorig jaar te Caracas (Venezuela) werd gehouden liep uit op een mislukking. Overeenstemming over de olieprijs bleef uit en een reeks nieuwe prijsverhogingen kon niet worden voorkomen. De meningsverschillen tussen enerzijds de gematigde landen en anderzijds de meer radicale landen binnen de OPEC werden niet overbrugd. Tot de laatste groep mogen gerekend worden Algerije, Iran en Libië. Aanvoerder van de gematigde groep olielanden is Saoedi-Arabië niet als woordvoerder minister Yamani. Hij beseft dat met de huidige gang vati zaken noch de olielanden zelf, noch de rest van de wereld is gediend. Yamani probeert daarom al maandenlang de eenheid binnen het oliekartel te herstellen. Hij werkte daartoe een plan uit dat zou moeten leiden tot automatische prijsaanpassingen in de toekomst.

Een dergelijk rationeel systeem, dat is gebaseerd op economische factoren, kan de stabiliteit van de olieprijs ten goede komen en daarmee een gunstige uitwerking hebben op de economische ontwikkeling in de westerse industrielanden. Het plan-Yamani voorziet in een driemaandelijkse aanpassing van de olieprijs met een koppeling aan de koers van de dollar en aan de inflatie en de economische groei in de geïndustrialiseerde wereld. Die koppeling zou erop neerkomen dat de olieprijs sneller stijgt naarmate de dollarkoers daalt en de inflatie en de economische groei hoger uitvallen.

Botsing

Vorige maand hebben de olieministers dit voorstel besproken op een bijeenkomst in Taif (Saoedi-Arabië). Tien landen konden instemmen met het plan-Yamani. Algerije, Iran en Libië weigerden voorlopig hun fiat te geven. Opnieuw een botsing tussen de radicale en gematigde vleugel van de OPEC. Op de najaarstopconferentie te Bagdad zal een definitieve beslissing moeten worden genomen over het voorstel van sjeik Yamani.

Het voorgestelde systeem kan alleen goed werken als men het eerst eens wordt over een gemeenschappelijke prijs, die als uitgangspunt moet dienen voor toekomstige prijsaanpassingen. Vandaar dat die kwestie maandag weer aan de orde komt in Algiers. Het resultaat van die confeMislukhinS rentle zou moeten zijn een nieuwe eenheidsprijs, waarop alleen toeslagen mogelijk zijn vanwege kwaliteitsverschillen tussen de olie uit de diverse landen.

Het valt echter te betwijfelen of men het in Algiers met elkaar eens zal worden. Daarvoor liggen de huidige prijzen eigenlijk te ver uiteen. Overeenstemming is alleen mogelijk, indien meer landen bereid zijn tot min of meer grote concessies wat betreft hun eigen prijs. Saoedi-Arabië heeft getracht de kloof tussen de hoogste en de laagste prijs binnen de OPEC wat te verkleinen. Op 14 mei besloot men de prijs van een vat olie op te trekken van 26 naar 28 dollar in de hoop de onderhandelingen daardoor te vergemakkelijken. Tot een dergelijke stap met hetzelfde doel besloot dé grootste olieleverancier ook vlak voor de topconferentie in Caracas. De gekoesterde hoop bleek toen ijdel te zijn en ook ditmaal is de opzet van Yamani en de zijnen produktie. mislukt.

Onmiddelijk na de prijsaanpassing van Saoedi-Arabië volgden er namelijk prijsverhogingen van Algerije en Libië. Zij reageerden door hun olie eveneens twee dollar duurder te maken, zodat de prijsverschillen zijn blijven bestaan en de kansen op een compromis in Algiers beslist niet groter zijn geworden.

Voorraden

Nu speelt bij dit alles nog een andere kwestie een rol. De olieproducerende landen kunnen het namelijk ook niet eens worden over een beperking van de gezamenlijke produkie. Dat is overigens niks nieuws want sinds de oprichting van de OPEC in 1960 is men er nog nooit in geslaagd een gezamenlijk produktieniveau vast te stellen. Momenteel beschikken de meeste westerse landen over enorme olievoorraden die in veel gevallen voldoende zijn voor een periode van bijna drie maanden. Er zijn tal van oorzaken aan te wijzen voor die grote voorraden.

Zo zal de verminderde economische groei en het daarmee gepaard gaande geringere olieverbruik wel een rol spelen. Verder neemt de olieaanvoer uit landen die geen lid zijn van de OPEC, zoals Mexico en GrootBrittannië, voortdurend toe. De rol van die landen in de totale olievoorziening wordt steeds belangrijker. Maar vooral is de politiek van SaoediArabië van invloed op de oliesituatie in de wereld.

Zoals reeds opgemerkt ligt het produktieniveau van dat land op zo'n 9 miljoen vaten per dag. Dat is eenderde deel van de totale OPEC-produktie. In verhouding tot de vraag produceert Saoedi-Arabië eigenlijk elke dag een miljoen vaten teveel. Dat alles leidt tot een ruime oliemarkt en volgens het mechanisme van vraag en aanbod zou de prijs eerder moeten dalen dan stijgen. Tekenend voor de ruime toevoer van olie is dat Japan en enkele grote oliemaatschappijen onlangs weigerden meer te betalen voor olie uit Iran. Tot nu toe waren de olieafnemers eigenlijk bereid tegen elke prijs de aangeboden olie te kopen, maar nu er meer dan voldoende aanvoer is lijkt daarin verandering te komen. Dat alles heeft een sterk prijsdrukkend effect.

Bewuste politiek

Saoedi-Arabië is voorlopig niet van plan zijn afzetpolitiek te wijzigen Eerder wordt verwacht dat deze grote leverancier de produktie in de toekomst nog verder zal opvoeren. De bedoelingen van die bewuste politiek zijn duidelijk. Wat Yamani niet kan bereiken aan de onderhandelingstafel, namelijk een lage uniforme prijs, tracht zijn land af te dwingen via het marktmechanisme.

Het zal in dit verband ook niet helemaal toevallig zijn geweest dat Yamani vorige week, zo kort voor de bijeenkomst in Algiers, in een Arabisch dagblad heeft voorspeld dat de olieprijzen in het najaar of wellicht volgend voorjaar zullen instorten als gevolg van de grote overschotten. Volgens Yamaiü zal dat een zware klap zijn voor de olieexporterende landen. Daarom is het naar zijn mening noodzakelijk dat er een uniforme prijs tot stand komt. Hij wees in het interview verder op de gevolgen van een hoge olieprijs. Dure olie zal de westerse landen stimuleren het verbruik te beperken en een beter besparingsbeleid te ontwerpen. Voorts zal het boeken naar alternatieve zoeken rendabeler worden. Dat alles zal er op de langere termijn toe leiden dat de industrielanden steeds minder afhankelijk worden van de OPEC en hun olie-importen gaan verkleinen. Het verkopen van de olie tegen een zo hoog mogelijke prijs, zoals de „prijshaviken" binnen de OPEC voorstaan, zal daarom op den duur alleen maar in het nadeel van de olieproducenten werken. Al met al een botsing tussen de lange-termünvisie van Saoedi-Arabië en de politiek van de radicalen die gericht is op een zo groot mogelijk rendement op korte termijn.

Touwtrekken

De radicalen zijn niet blind voor het gevaar van een inzakkende prijs. Daarom juist verlangen zij van Saoedi-Arabië dat men de produktie beperkt. Zolang dat niet gebeurt zijn zij niet van plan akkoord te gaan met het plan-Yamani inzake de prijsaanpassingen. Geen prijsakkoord zonder dat Saoedi-Arabië bereid is zijn produktie te beperken, zo stellen zij. Men meent terecht dat alleen op die manier een hoge uniforme prijs tot stand zal kunnen komen en in de toekomst gehandhaafd zal kunnen worden. Nee, zegt Saoedi-Arabië, eerst een gemeenschappelijke prijs op een niet te hoog niveau, daarna valt wellicht te praten over een bevriezing van de produktie. En zo wordt de bal rondgespeeld zonder dat men een stap verder komt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1980

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Olielanden lijken niet bij machte rijen te sluiten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1980

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken