Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Aanleg pijlerdam in volle gang

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Aanleg pijlerdam in volle gang

Deltawerken in 1985 gereed

7 minuten leestijd

ZIERIKZEE/ST. PHILIPSLAND — De aanleg zo veelbesproken pijlerdam in de Oosterschelde is in volle gang. De eerste fase van de ,,open" afsluiting is klaar. Bij Rijkswaterstaat verwacht men dat orden voldaan aan de eis van het parlement dat omvangrijke werk in 1985 gereed moet zijn.

de bedoeling dat in datzelfle compartimenteringsdamTholen worden „opgele}an zijn de Deltawerken af. in dertig jaar na de grote oodramp, die zoveel slachtpstte, moet Zuidwest-Nederchermd zijn tegen de zee. aanleg van het laatste deel Deltawerken, de pijlerdam twee bijbehorende compartiigswerken, speelt naast de d ook het milieu een belang. Met behulp van de open edkering en de compartimenimmen wordt er naar toe geflora en fauna van het Ooslegebied zoveel mogelijk in houden en tevens de invloed zoute water in de oostelijker treken tegen te gaan.

n in de Oosterschelde, op het nd Neeltje Jans, worden de ge pijlers voor de doorlaatvaardigd. Momenteel zijn er e in totaal 66 pijlers in aanun uiteindelijke bestemming in de drie stroomgeulen, ondergrond al is geschikt geoor het plaatsen van de bee vaarten.

18.000 ton

ers, die door de verschillende an de geulen van grootte verwegen maar liefst maximaal n. De grootste hoogte in de bedraagt 40 meter. Na afde stroomgeul wordt dit 53 Dmdat de bodem van de ul op diverse plaatsen niet e draagkracht bezit, zijn rondlagen weggebaggerd en is in de plaats geschikt zand icht. Maar ook dan nog is de draagkracht van het zand onvoldoende. Om een goede funderingsgrondslag te verkrijgen wordt de bodem daarom tot een diepte met behulp van het speciaal daarvoor gebouwde schip de „Mytilus" (mossel) verdicht: met trilbuizen wordt de grond als het ware aangestampt.

Om de ondergrond blijvend op te sluiten is gekozen voor een extra funderingslaag in de vorm van geprefabriceerde tiltermatten. Deze matten, die in een fabriek op het werkeiland zijn vervaardigd, zijn eveneens door een daarvoor gebouwd schip, de Cardium op de bodem gelegd. Daarmee worden de zijkanten van de keringen beschermd tegen uitscheuring. Dit werk is deze maand gereedgekomen. Op de fundering komen drempels met daarop dorpels. Hierop kunnen de pijlers worden geplaatst.

Plaatsing

De eerste pijler is de afgelopen weken gereedgekomen. Als alles volgens de planning verloopt zal eind volgend jaar de eerste van de drie bouwputten op het werkeiland, waarin de pijlers worden gebouwd, onder water worden gezet. Het speciale werktuig de „Ostrea" (oester) kan dan binnenvaren, de eerste pijler opheffen, naar de plaats van bestemming varen en het gevaarte plaatsen. Als de pijlers er staan wordt de voet van iedere pijler stevig ingestort in natuursteen. Daarvoor zijn in Duitsland en Finland een tweetal alpen afgegraven. Na het plaatsen van de inmiddels gebouwde brugdelen zal dan de pijlerdam een feit zijn.

De 66 pijlers komen in de stroomgeulen op 45 meter afstand van elkaar te staan met daartussen 63 schuiven van 42 meter lang. Zo ontstaat de in totaal 2800 meter lange stormvloedkering, waarvan de schuiven bij veel wind en hoog water kunnen worden neergelaten. Doordat de doorstroomopening van de Oosterscheldemonding wordt verkleind van 70.000 vierkante meter naar netto 14.000 vierkante meter zal de stroomsnelheid meer dan verdubbeld worden. De getijwericing neemt met ongeveer éénvierde af.

Het plaatsen van de pijlers wordt geraamd op 50 tot 70 uur. „We denken in ongeveer twee jaar de pijlers te plaatsen", aldus ir. ü. Offringa, directeur van het bedrijfsbureau van Dosbouw, de groep aannemers die het werk voor Rijkswaterstaat uitvoeren. Op het werkeiland Neeltje Jans zijn momenteel zo'n 1200 arbeiders van de aannemers en 350 van Rijkswaterstaat aan het werk. Aanvankelijk werd verondersteld dat het moeilijk zou zijn vakmensen te werven voor de aanleg van de pijlerdam, maar door de teruglopende economie is die gedachte achterhaald. Van de 800 werknemers die betrokken zijn bij de pijlerproduktie is ongeveer de helft afkomstig uit Zeeland. Van de overigen verblijft een aantal in een speciaal daartoe ingericht woonoord op Schouwen.

Moeilijk

Volgens ir. Tj.: Visser, hoofd van de waterbouwkundige werken west van de Deltadienst, moet het moeilijkste deel van de werkzaamheden nog beginnen. ,,Hoewel we met vertrouiyen de toekomst tegemoet zien, weten we nog niet precies hoe het plaatsen Van de pijlers onder wisselende stroom-, wind- en weersomstandigheden zal verlopen". Hij meent dat de aanleg van de pijlerdam — ondanks het feit dat dat bij de beslissing niet heeft meegespeeld — toch rechtstreeks financieel rendement kan hebben. „We doen hier erg veel ervaring en kennis op en verwachten dat we ook elders zullen worden gevraagd om die kennis te gebruiken".

Met het begin van de werken in de monding van de Oosterschelde is men al in 1967 begonnen. In 1968 werd een aanvang genomen met de aanleg van de drie werkeilanden Roggenplaat, Neeltje Jans en Noordland, het damvak üeul en de damaanzetten NoordBeveland en Schouwen. Aan het einde van 1973 was zo in totaal 5 kilometer dam klaar, waarvan circa 2 kilometer op de definitieve hoogte van NAP plus 11,5 meter. Volgens de plannen zouden tussen 1974 en 1980 de drie overgebleven sluitgaten Hammen, Schaar van Roggenplaat en Roompot worden dichtgestort.

Zoals bekend nam de Tweede Kamer echter op 23 juni 1976 een ander besluit: er moest een stormvloedkering komen in de stroomgaten. Een wijziging in de plannen die de totale kosten verhoogden van ongeveer 3,7 miljard naar 6,7 miljard gulden!

Milieu

De belangrijkste reden voor deze verandering was het behoud van het milieu. De unieke planten- en dierenwereld van het Oosterscheldegebied is namelijk in grote mate afhankelijk van de getijwerking van het (zoute) water. Ook de visserij zou bij een afsluiting verdwijnen. Onder meer de mossel- en oesterbedrijven zouden tot sluiting moeten overgaan, alsmede de kreeftenhandel. Dit zou een economisch verlies van ongeveer 200 miljoen gulden hebben gegeven plus de nodige sociale gevolgen,, zoals een verlies aan werkgelegenheid in deze sector. Bovendien is de Oosterschelde de „kinderkamer" voor een belangrijk deel van de Noordzeevis, zoals tong, schol en garnalen.

Aan de bouw van een stormvloedkering in de Oosterschelde is echter ook een zogenaamde compartimentering van het Oosterscheldebekken verbonden. Het door de regering gekozen model omvat de aanleg van de Philipsdam, de Oesterdam en een spuikanaal ten behoeve van peil- en kwaliteitsbeheer van het randmeer, dat achter deze dammen ontstaat. Vooral deze werken hebben de doorlaatdamoplossing tot een dure keus gemaakt. Tot de compartimenteringswerken behoort tevens de aanpassing van het kanaal door Zuid-Beveland en het verwijderen van de sluis bij Wemeldinge

Compartimentering

Waarom deze compartimenteringswerken?

- in het traktaat met België over de aanleg van de Rijn-Scheide-verbinding is overeengekomen dat dit kanaal getijvrij wordt. Het kanaal behoeft dan ook „extra" dammen in de Oosterschelde, verder landinwaarts.

- Door de dammen wordt het Oosterscheldebekken kleiner, waardoor de „oude" getijwerking zoveel mogelijk blijft gehandhaafd.

- Achter de compartimenteringsdammen kan een zoet randmeer worden aangelegd, waardoor de verzilting van West-Brabant kan worden tegengegaan.

Aan de Philipsdam wordt al sinds 1977 gewerkt. Om te voorkomen dat vervuild zoet water het zoutgehalte in de Oosterschelde aantast en andersom het nieuwe randmeer verzilt, worden de sluizen in deze dam voorzien van een vernuftig zoet-zout-scheidingssysteem, waardoor de schepen zonder enige overlast geschut kunnen worden. Het systeem berust op het feit dat zout water zwaarder is dan zoet water. Het zoute water zakt door de open bodem van de sluis en wordt via riolen afgevoerd naar een tweetal bufferbekkens.

Natuurgebied

Nabij de Oesterdam wordt de Rijn- Schelde-verbinding aan de oostelijke zijde eveneens afgesloten door de aan te leggen Markiezaatsdam. Daarachter (nabij Bergen op Zoom) zal een apart randmeer worden gecreëerd dat zal worden ingericht als natuurgebied.

Naar de wijze waarop de Oesterdam en de Philipsdam zullen worden afgesloten, vindt nog steeds studie plaats. Zo overweegt men onder meer om — als het getij door de aanleg van de pijlerdam afneemt — zoveel mogelijk op te spuiten met zand en dat te bedekken met bodembescherming. Daarop kan de rest van de dammen worden aangelegd. Andere (duurdere) oplossingen zijn het volstorten van de gaten door middel van een kabelbaan of met vrachtwagens vanaf een eind 1985 vrijkomende noodbrug van het werkeiland Neeltje Jans. Op dit moment lijkt het opspuiten mft zand licht favoriet in verband niet de kosten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1980

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Aanleg pijlerdam in volle gang

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1980

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken