Bekijk het origineel

SPEURTOCHT NAAR STAMBOOM KAN INTERESSANTE HOBBY WORDEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

SPEURTOCHT NAAR STAMBOOM KAN INTERESSANTE HOBBY WORDEN

8 minuten leestijd

De eerste die u tegen komt op het pad van de genealogie bent uzelf. Dan komen uw ouders en u werkt dan verder terug in de familie van vaderszijde en/of moederszijde. Thuis of bij familieleden zijn vaak belangrijke bronnen voor onderzoek te vinden, zoals trouwboekjes, bijbelaantekeningen, geboortekaartjes, uwbrieven, diploma's en dergelijke. Men noemt dit allemaal familiepapieren. Ook van de familieleden kunt u heel wat te weten komen. Natuurlijk is het ook mogelijk om door het schrijven van brieven aan de gewenste informatie te komen.

Met deze werkwijze zijn we ervan uit gaan dat u bij uzelf begint. Daarenten kan men ook een van de voorouders men en daarvan de nakomelingen an opzoeken. In het eerste geval spren we van een kwartierstaat. Het wern in omgekeerde richting wordt een nealogie genoemd (in de engere betenis van het woord). Het oude gezegde 1 doende leert men" gaat zeker op bij t onderzoek naar de voorouders, als ;n het maar op de juiste wijze doet. )ordat we verder gaan met onze speurtocht nog enkele belangrijke spelregels.

- Werk stap voor stap, gezin voor gezin, terug van het iieden naar het verleden, (of omgekeerd)

- Verzamel altijd juiste en zo volledig mogelijke gegevens over ieder gezin (dat voorkomt later dubbel werk).

- Noteer steeds de bron, waaraan namen, plaatsen, data, beroepen en andere bijzonderheden zijn ontleend.

Het vastleggen van de verzamelde gevens kan op verschillende ,manieren beuren, waarop op een andere plaats der zal worden ingegaan.

Welke gegevens?

Welke informatie moet men eigenlijk teren? Dat zijn in de eerste plaats de men en voornamen van ouders en kinren, zoals die zijn ingeschreven bij de irgerlijke Stand. Verder natuurlijk alle ^ensdata, dat wil zeggen plaats en dain van geboorte, doop, huwelijk en erlijden. Dit alles vormt slechts het amwerk. Bijzonderheden over opleiig, militaire dienst, beroepen, functies, hobby's, bezit van huizen of land, woonadressen en dergelijke zijn eigenlijk de invullingen van het verkregen raamwerk. De een stelt zich tevreden met dat raamwerk, de ander wenst dieper in te gaan op het wel en wee van de voorouders om daardoor een echte familiegeschiedenis samen te kunnen stellen. Hoe meer gegevens men verzamelt, des te meer gaan uw voorouders voor u leven. Wanneer men thuis en bij familie de gewenste informatie heeft verzameld gaat men echt op onderzoek uit, zij het eerst nog per brief.

Bevolkingsregisters

Sinds 1850 worden in alle gemeenten in Nederland bevolkingsregisters bijgehouden. In 1939 werd het systeem van de persoonskaarten ingevoerd. Deze kaarten bevatten in de regel juiste informatie over de man of vrouw op wie ze betrekking hebben, zijn of haar ouders, echtgenoot of echtgenote en kinderen met alle data en plaatsen. De persoonskaarten van alle sinds 1939 overleden personen, die in een Nederlands bevolkingsregister waren opgenomen, berusten bij het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag. Bij de gemeenten zijn de persoonskaarten van nog levende mensen. De beide soorten kaarten mogen niet ter inzage worden gegeven. Voor genealogisch onderzoek of voor wetenschappelijke doeleinden worden echter uittreksels verstrekt met alle data en andere informatie die voor het onderzoek van belang zijn. Voor de uittreksels moeten de onkosten vergoed worden. Bij de aanvraag per brief moet u — zover mogelijk — een opgave verstrekken van de familienamen, voornamen en de geboorte- en overlijdensdata. De oude bevolkingsregisters (1850-1939) bevinden zich doorgaans bij de afdeling Bevolking van de gemeentesecretarie. Ook daar kan men schriftelijk informatie aanvragen.

Burgerlijke Stand

De persoonskaarten, worden regelmatig aangevuld en gewijzigd. De Burgelijke Stand bevat slechts „momentopnamen": akten van geboorte, huwelijk, echtscheiding en overlijden, die elk in afzonderlijke registers worden ingeschreven. Men kan verzoeken om een volledig afschrift of om een uittreksel van de verschillende akten. Ook hieraan zijn kosten verbonden.

De Burgerlijke Stand werd in Nederland in 1811 door de Franse bezetter ingevoerd (in Limburg en Zeeuws-Vlaanderen al in 1796). Er werd voorgeschreven dat degenen, die geen familienaam hadden, er een moesten kiezen en die laten registreren. Uit protest tegen deze maatregel namen een aantal mensen, onder wie veel joden, de meest vreemde namen aan. Ze waren zich niet bewust dat ze daarmee hun hele nageslacht opscheepten met een grote last.

De registers van geboorte, huwelijk en overlijden worden in tweevoud opgemaakt. Eén exemplaar blijft bij de gemeente en het tweede gaat naar de griffie van de arrondissementsrechtbank. Na verloop van 50 jaar worden de tweede exemplaren overgedragen aan de rijksarchieven in de provincie. De registers van de Burgerlijke Stand over de jaren 1796 of 1811 tot en met 1902 zijn nu in de rijksarchieven en liggen voor iedereen kosteloos ter inzage. In de gemeentearchieven van de grote steden kan men de aldaar berustende exemplaren van de registers inzien.

Bijlagen

Verder treft men in de archieven de huwelijksafkondigingen aan. Daarnaast zijn er nog de huwelijksbijlagen. Dat zijn de bescheiden die bruid en bruidegom moesten inleveren bij hun ondertrouw. In ieder geval zijn daarbij uittreksels van hun geboorte- of doopakten, soms ook van overlijdensakten van (een van) de ouders of van eerdere echtgenoot, een akte van toestemming tot het huwelijk en dergelijke. Voor de negentiende eeuw zijn er nog andere bronnen van informatie. Voor gegevens vóór 1850, toen de bevolkingsregisters werden ingesteld, kunnen de lidmatenregisters van protestantse kerkgenootschappen van nut zijn. In de rijksarchieven berusten de memories van successie (vanaf 1818).

In de archieven treft men ook de zogenaamde nieuwe notariële en de nieuwe rechterlijke stukken aan, achtereenvolgens van de perioden 1811-1892 en 1811-1838. Andere hulpbronnen voor de !9de eeuw zijn de oude adresboeken, de volkstellingslijsten van 1829, kiezerslijsten. Meestal zijn deze in de gemeentearchieven te vinden. Voor het begin van de 19de eeuw zijn er nog het registre civique van 1811 (een soort primitief bevolkingsregister) en de registers van naamsaanneming.

Kerkelijke archieven

Vóór de invoering van de Burgerlijke Stand werden op enkele uitzonderingen na geen geboorte- en overlijdensdata geregistreerd, maar doop- en begraafdata. De doop- en trouwboeken werden bijgehouden door predikanten of pastoors; de begraafregisters waren aan de zorg van de kosters toevertrouwd. Bij het invoeren van de Burgerlijke Stand moesten de kerkelijke gemeenten de doop-, trouwen begraafregisters aan de burgerlijke overheid overdragen (gemeentesecretarie). In 1919 werd bepaald dat de ingeleverde registers moesten worden overgebracht naar de rijksarchieven. Lang niet alle kerkbesturen hebben in de tijd van Napoleon al hun registers ingeleverd. Veel bescheiden werden achtergehouden en zijn soms nog in het bezit van de kerkelijke gemeenten. De kerkelijke archieven zijn particulier bezit. Men kan in de regel wel inzage in de stukken krijgen, maar dan moet ruim van te voren een aanvraag ingediend worden. Er zijn nog veel andere bronnen voor amateurgenealogen, maar het zou te ver voeren om die hier allemaal aan de orde te stellen. Wij willen u verwijzen naar de informatie over de publikaties. Bij het onderzoek kunt u ook stuiten op familiewapens en familieportretten. Ook dit zijn zaken die bij de speurtocht van belang zijn.

Archieven

Ons land heeft een uitgebreid net van rijks-, gemeente-,streek-en waterschapsarchieven. Verder zijn er nog streekarchivariaten, particuliere, bedrijfs- en verenigingsarchieven. In Den Haag is het Algemeen Rijksarchief gevestigd. In de elf provinciehoofdsteden zijn de rijksarchieven. Een aantal grote gemeenten beschikt over een eigen archief. Kleinere gemeenten werken samen in streekarchieven, waarbij er sprake is van een centrale bewaarplaats. Bij een streekarchivariaat berusten de archieven bij de diverse aangesloten gemeenten, waarbij een archivaris heen en weer reist. Verder zijn er nog de waterschapsarchieven. In artikel 7 van de Archiefwet uit 1962 is de openbaarheid van de archieven geregeld. Dat houdt in dat iedereen in de studiezalen van de archiefdiensten de bescheiden kosteloos kan raadplegen. Men kan tegen betaling fotokopieën maken of laten maken. Ook is het mogelijk dat er uitlening van bepaalde stukken plaatsvindt aan andere archieven of instellingen, waardoor ze gemakkelijker voor bepaalde bezoekers te raadplegen zijn. Veel archieven zijn ook op een avond in de week of op zaterdag voor bezoekers geopend. De rijksarchieven zijn echter op maandag gesloten. Bij het bezoek aan een archief meldt men zich bij de studiezaalambtenaar en vult een bezoekerskaart of -register in met naam, adres en doel van het bezoek. Men vraagt de gewenste bescheiden ter inzage met behulp van op de leestafels aanwezige aanvraagformulieren.

Tot het jaar 1800 is het vrij gemakkelijk om de gewenste gegevens van de voorouders te verzamelen. Dan wordt het echter moeilijker. Door naamswijzigingen van personen en door verhuizingen van de voorouders kan het gebeuren dat u niet verder kunt komen. U moet dan niet met de armen over elkaar gaan zitten, maar verder op onderzoek uitgaan en andere bronnen trachten aan te boren. Bij het onderzoek kunnen zich air lerlei moeilijkheden voordoen, waarvan het ontcijferen van het oude schrift er een is. Bij het zoeken naar gegevens van vóór 1700 kan dat oude onbekende schrift een belemmering zijn om verder te gaan. Door veel archiefdiensten en verenigingen worden echter cursussen in oud schrift gegeven, waardoor de amateur-genealoog zich met enige inspanning die taal eigen kan maken en gemakkelijker toegang krijgt tot de informatie uit vroeger eeuwen. De verzamelde gegevens kunnen genoteerd worden op gezinsbladen en allerlei andere formulieren. Om alles goed te bewaren is het aan te bevelen dossiers aan te leggen. De verschillende formulieren kunnen besteld worden bij de verenigingen en itm stellingen op genealogisch gebied.

Nadat uw genealogieën of kwartierstaten „gereed" zijn, kunt u deze gaan verspreiden onder uw familieleden of andere belangstellenden door ze te kopiëren, te stencillen ofte laten drukken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1980

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

SPEURTOCHT NAAR STAMBOOM KAN INTERESSANTE HOBBY WORDEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1980

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken