Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Zakgeld" provincies wordt anders verdeeld

Nog dit najaar voorstellen regering

5 minuten leestijd

DEN HAAG — Naar alle waarschijnlijkheid zullen nog dit najaar door het rijk voorstellen worden gedaan tot verandering van de zogenaamde verdeelsleutel van het provinefonds. Het is de bedoeling dat de miljoenenpot, waaruit de provincies een groot deel van hun „zakgeld" krijgen, anders wordt verdeeld. Met name de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Groningen en Friesland zullen daarvan profiteren.

De laatste weken is de roep om een ;tere verdeling van de gelden — iets at trouwens niet alleen bij de proncies voorkomt — weer bijzonder ;tueel geworden bij het presenteren in de verschillende begrotingen voor 181. Daaruit blijkt opnieuw dat, nog 'gezien van allerlei bezuinigingen, vooral de beurs van de Randstadprovincies bijzonder smal is geworden. Ter illustratie: de provincie Zuid-Holland heeft een reservepositie van ongeveer 16 miljoen gulden; dit bedrag is in Gelderland ruim 300 miljoen!

In hoeverre tegemoet zal worden gekomen aan de wensen van de al jaren steen en been klagende dichtbevolkte provincies, valt nog niet te zeggen. Zeker is dat de door de drie eerder genoemde provincies als onrechtvaardig betichte situatie binnen nu en twee jaar zal veranderen. Op 1 januari 1983 dient de verdeelsleutel te zijn gewijzigd. Bij de provincies verwacht men dat de staatssecretaris voor financiële zaken, mr. H. E. Koning, die dit klusje mag opknappen, binnen enkele weken belangrijke knopen zal doorhakken.

Zoals velen wellicht (niet) weten zijn de provincies in hun inkomsten vrijwel geheel afhankelijk van het rijü. Naast zogenaamde doeluitkeringen is ongeveer de helft van de totale inkomsten van een provincie afkomstig uit het provinciefonds. De verdeling hiervan is voor de provincies extra belangrijk omdat zij niet — zoals een gemeente — in een „faillisementstoestand" een beroep kunnen doen op het rijk. Sinds 1948 was de verdeling van het provinciefonds, omdat de ene provincie nu eenmaal meer geld nodig heeft dan de andere, afhankelijk van een drietal criteria: 'eenderde op basis van het inwonertal, eenderde naar oppervlakte en de rest werd in elf gelijke mootjes gedeeld.

Verschuiving

In het begin van de zeventiger jaren gingen bij de provincies stemmen op om aan deze verdeling te sleutelen. In toenemende njate werd duidelijk dat ook bijvoorbeeld de vaarwegen en de bevolkingsdichtheid een grote rol speelden bij de uitgaven. Ook bleek meer en meer dat het provinciale takenpakket in beweging was, waardoor een verschuiving in uitgavenposten ontstond. In een rapport van de provincies werd er bij het rijk op aangedrongen een wetenschappelijk onderzoek in te stellen naar de factoren die de provinciale uitgavenverschillen bepalen. Tevens vroeg men om een andere verdeelsleutel.

In 1978 kregen de provincies hun zin. Het parlement besloot tot een wijziging van de verdeelsleutel. De lengte van de vaarwegen ging voortaan een rol spelen, terwijl verder de verhoudingen enigszins werden aangepast. Tegen de zin van de regering in nam de Tweede Kamer een amendement aan waarin stond dat een uitgebreid onderzoek zou worden ingesteld naar de uitgavenverschillen. Op 1 januari 1983 zou de kwestie opnieuw aan de orde moeten worden gesteld. De regering had hiermee willen wachten omdat in die tijd de plannenmakerij rond nieuwe provinciale indeling nog volop aan de gang was.

Flexibeler

Dank zij de vooruitziende blik van de meerderheid van de Tweede Kamer voor wat betreft de toekomst van de provinciale herindeling, is begin 1979 een onderzoek naar de financiële verhouding rijk - provincies van start gegaan. Het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven, dat het onderzoek heeft verricht, concludeert nu dat het verdelingssysteem van het provinciefonds flexibeler moet worden gemaakt. „Zodat op een eenvoudiger wijze dan nu het geval is die verdeling aan de ontwikkelingen kan worden aangepast", aldus de onderzoekers, drs. W. D. Franckena en drs. R. Gerritse. Zij menen dat het provinciale takenpaicket sterk in beweging is. „Lagen de taken van de provincies in het verleden vooral in de sfeer van toezichtuitoefening en administratief beroep, nu komen er vooral nieuwe taken op de provincies af, zoals onder meer op het terrein van planning, uitvoering en coördinatie. Ook wat betreft de nabije toekomst moet met een in omvang groeiend provinciaal takenpakket worden gerekend. Dat heeft gevolgen voor de verdeling van de te maken kosten".

Conclusies

De onderzoekers constateren dat de verschillen, in uitgaven vooral ontstaan door het inwonertal (voor 30%), bevolkingsdichtheid (5%), oppervlakte (13%) en de lengten van de vaarweSinds 1978 spelen de lengte van de vaarwegen een rol bij de verdeelsleutel die het rijk gebruikt bij de verdeling van de gelden. Foto: De Merwede bij Sliedrecht. gen, die door de provincies worden onderhouden (7%). De overige 45% van de uitgaven is gelijkelijk over de provincies gespreid. Uiteraard gelden deze percentages voor die provinciale uitgaven die bekostigd worden uit het provinciefonds. Kijlcen we nu even naar de huidige verdeelsleutel, dan zien we dat die nogal afwijkt van de werkelijkheid: 40% naar inwonertal, 22,5%. naar oppervlakte, 2,5% naar het aantal kilometers vaarweg, en 35% in elf gelijke delen.

De voorstellen van het onderzoeksinstituut gaan dan ook in hoofdlijnen uit van een aanpassing van de percentages, een verfijning van het criterium vaarwegen (ook bodemgesteldheid meetellen) en het invoeren van de bevolkingsdichtheid als wegingsfactor.

Volgens de rijksbegroting bevat het provinciefonds voor volgend jaar 920 miljoen gulden. Als de huidige voorstellen door het. kabinet zouden worden overg^omen, zullen bij een ge-' lijkblijvende pot ook een aantal pro-? vincies minder geld ontvangen. Voor-; alsnog lijken vooral Noord-Brabant en Gelderland (geen vaarwegen en een daling van de uitkering naar oppervlakte) in dat geval de dupe te worden. Als er tenminste geen „smeergelden" worden betaald. „Het lijkt ermet de huidige economische situatie niet erg in te zitten dat het rijk bij een andere verdeling extra geld beschikbaar zal stellen om de pijn te verzachten", zo zegt evenwel een woordvoerder van Binnenlandse Zaken.

Als in november concrete voorstellen zullen verschijnen, mogen eerst deprovinciale besturen commentaar geven. Voorlopig is in IPO-verband (inter-provinciaal-overleg) afgesproken; dat voor die tijd geen officieel standpunt zal worden ingenomen over de conclusies van het onderzoek. Maar zeker is nu al wel dat de voorstellen voor een nieuwe verdeelsleutel door verschillende provinciale besturen niet zonder gemor zullen worden ontvangen, terwijl anderen vinden dat ze eindelijk in het gelijk worden gesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1980

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1980

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken