Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

TEGEN VALSE GERUSTHEID

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

TEGEN VALSE GERUSTHEID

7 minuten leestijd

Maar bekommeren zich niet over de verbreking van Jozef. Amos 6:6b

Wij leven in een tijd van grote veranderingen, ook op kerkelijk gebied, maar Hij, Die in de eeuwigheid woont en Wiens naam is Heere der Heerscharen, Die de tijd in het aanzijn riep, blijft eeuwig dezelfde. Hij verandert niet, ja, kan ook niet veranderd worden.

Dit is zeker, de donkere wolken, die reeds zo veel jaren dreigend samenpakten, hangen nog steeds boven ons hoofd vanwege onze zonde en schuld. Zonde en schuld in het persoonlijke, huiselijke, maatschappeliike, staatkundige en kerkelijke leven. In het jaar 1981 spreken we veel over het verval van de zeden en uitbrekende zonden in de steden en van mensen, die niet behoren tot onze gemeenten.

Er is veel bekommering over de vraag: „Is het niet alsof wij leven in het jaar 1939, toen de tweede wereldoorlog uitbrak?" Ja, waarlijk, er is nog een bekommering, dat er geen vrede is over de mensen en de volkeren, dat de wrevel, waarmee de aarde voor de zondvloed vervuld was, steeds erger wordt. Ja, de mens levende in het jaar 1981 roept om het oordeel Gods.

Erger dan een oorlog is, volgens Gods Woord, het oordeel der verharding. Wij als kerkelijke mensen weten zo goed, dat het oordeel der verharding gekomen is bij de inwoners der wereld. Hebt u, lezer(es), ook reeds bekommering, dat het oordeel der verharding ook reeds daar is waar men nog de leer van vrije genade kan beluisteren?

Er is een overblijfsel op aarde, dat uit vrije genade de breuk, die wij in het paradijs geslagen hebben, gaat bewenen. Dat volk gaat zuchtende over de aarde of de Heere uit vrije genade hun iets mocht schenken om het woord van Amos te leren verstaan: „Maar bekommeren zich niet over de verbreking van Jozef". Dan wordt alles schuld. Het oordeel begint vanaf het huis Gods.

In de dagen van de profeet Amos waren er vele mensen, die zich niet bekommerden over de verbreking van Jozef. Onder de verbreking van Jozef hebben we verstaan de breuk, die geslagen was tussen het rijk van Juda en het rijk der tien stammen. Doch velen bekommerden zich niet over die breuk. Men vond het wel goed, dat de broedervolken gescheiden naast elkaar heen leefden. Men berustte in de scheiding, hoewel Jozef (Efraim) toch een leidende positie had in het tien-stammenrijk.

Amos, die met de Heilige Geest Gods vervuld was, dacht er echter anders over. Hij vond het erg, dat ze zich niet bekommerden over de verbreking van Jozef. Hij vond het zo erg om de ere Gods, dat zij dronken van weelde in overmatig zingenot voortleefden; waar zij lagen op elpenbenen bedsteden en weelderig waren op hun koetsen, de lammeren der kudde aten en de kalveren uit het midden van de meststal wegnamen en op het geklank der luit kwinkeleerden en zichzelf instrumenten der muziek uitdachten en wijn uit schalen dronken en zich zalfden met voortreffelijke olie.

Was het niet erg, dat ze met hun godsdienst David, de koninklijke zanger, nog nadeden? Is dat ook niet de breuk van onze tijd willen nadoen het geklank der ouden, die uit het beginsel van vrije soevereine genade mochten leven? Niet alleen voorwerpelijk, maar juist onderwerpelijk en bevindelijk. O, de ongerechtigheden van de leiders des volks waren zo groot in de dagen van Amos, dat hij móest getuigen, ook al zou hij alleen overblijven.

Niet minder erg was het, dat zij de boze dag van verre stelden en de stoel des gerichts nabij brachten. Waarom vond hij dat zo erg? Waarom rekende hij het hun zo zwaar aan, dat zij zich niet bekommerden over de verbreking van Jozef? Omdat het voor de profeet een bewijs was, dat er nog een veel ernstiger breuk bestond. De breuk tussen God en hun onsterfelijke zielen. Want als zij een volk waren, dat met de Heere in vereniging leefde, dan zouden ze toch de verbreking van Jozef gevoelen en inleven. Dan zou het een smartelijke wonde zijn.

Maar nu kon het oordeel niet uitblijven en het oordeel wordt aangezegd met deze woorden: „De Heere heeft gezworen bij zichzelf: Ik heb een gruwel aan Jacobs hovaardij en ik haat zijn paleizen, daarom zal Ik de stad en zijn volheid overleveren". Ontzettend om het eeuwige oordeel te erven van de eeuwige rampzaligheid, goddeloos of levende in uitwendige godsdienst.

Ook nu moet het woord van de Godsman worden overgenomen als het wel is. Wij willen wel luisteren naar de spraak van grote geleerden in het jaar 1981, maar wie wil luisteren naar de veeherder van Thekóa? O, het is een eeuwig wonder als de Heere het geeft voor jong en oud. Wederom bedrijft het volk tweeërlei boosheid. Ja, Gods volk is van zijn plaats.

Er was een tijd: „Als Efraim sprak zo beefde men". Het spreken en getuigen tegen de zonde en de wereldgelijkvormigheid wordt in onze kringen zo weinig vernomen. Mocht het in waarheid worden: „Hoort dit, gij priesters en merkt op, gij huis Israels en neemt ter ore, gij huis des konings, want gij zijt een strik geworden te Mizpa en een uitgespannen net te Thabor" (Hosea 5:1).

De zonden hebben een scheiding gemaakt, maar wat een wonder, de Heere is en blijft dezelfde. Zijn goedertierenheid is van eeuwigheid tot in eeuwigheid over degenen, die Zijn verbond houden en die aan Zijn bevelen denken om die te doen. In onze tijd heeft er zo veel plaats onder de toelating Gods, maar niet in de gunst Gods. De verachtering in de genade sluit de gunst uit. De Heere mocht ons allen in de schuld brengen. Er moet een wederkeren plaatsvinden om de verbreking van Jozef te bewenen. In wederkeren ligt behoudenis.

In ons verbondshoofd Adam liggen wij verloren. Wij zullen wedergeboren moeten worden om de eerste breuk in het paradijs te leren bewenen. Dan komt er plaats voor de tweede breuk. Ja, die breuk, wat wordt daar weinig van vernomen. Gods volk is van elkaar gescheiden; de geestelijke liefde wordt zo gemist; wij zijn zo hoog, zo groot, zo klaar; de liefdeloosheid heeft uiteengedreven wat naar het bestel Gods bijeenhoort. Dan moeten we allen in de schuld.

Mocht het ervaren worden in de verzuchting, dat we ons waarlijk bekommeren mogen over de verbreking Jozefs. Zo gij uit vrije genade U wel bekommeren moogt, dan zult gij het recht Gods inleven, daar de Heere kwam te getuigen: „Ik zal heengaan en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelf schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als het hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken".

De Heere is machtig om grote wonderen te doen. Hij kan helen, want Zijn naam is Heiland. Ja, zo wonderbaar kan Hij helen, dat Jozef, dat is Gods volk, weer een vruchtbare tak wordt, een vruchtbare tak aan de fontein. Dan komt er in plaats van verbreking een samenbinding. Dan zal zeker de bekommering wijken. Onbekeerde lezer of lezeres, waag het niet op gemoedelijkheid, waag het niet met de godsdienst van onze tijd, die niet van schuld wil horen. Wij moeten eerst zondaar voor God worden om de ware samenbinding in Christus te leren kennen.

Maar wat groot; het is nog het heden der genade. De algemene roeping wordt U nog voorgehouden. De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de Heere, zo zal Hij zich zekerlijk ontfermen. Jakob is dun geworden. Toch is er nog een overblijfsel. Moge de Heere geven, dat er ware droefheid mocht komen in de weg van ontdekking, ook bij ons.

Wanneer nu dat benaarstigen om de enigheid des Geestes door de band des vredes te behouden, in beoefening wordt gebracht, dan zullen als vrucht van het genadeverbond de handen ineen gelegd worden en dan zal de lofzang worden aangeheven:

Gij zijt toch mijn Koning van ouder tijd.

Die mij wilt en openlijk kunt bewaren.

Als mij zware nood hier is wedervaren;

Gij hebt mij duizendmaal daarvan bevrijd.

ERMELO DS. C. HEGEMAN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1981

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

TEGEN VALSE GERUSTHEID

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1981

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken