Bekijk het origineel

Nakomeling van Calvijn maar geen lid van geref. gezindte

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nakomeling van Calvijn maar geen lid van geref. gezindte

Bij de 65-ste verjaardag van prof. dr. G. Quispel

6 minuten leestijd

UTRECHT — Niet alleen Molenaarsgraaf maar ook de vroege kerk had weet van bevinding. Dat zegt de internationaal bekende Utrechtse hoogleraar dr. G. Quispel die vandaag 65 jaar wordt. Quispel is er in de Gereformeerde Gezindte om bekend dat hij de lijn der bevinding graag „doortrekt" van de oefenaar van Kinderdijk naar de Oosters-Orthodoxen in Moskou. Ter gelegenheid van zijn verjaardag hadden wij een vraaggesprek met prof. Quispel.

De eerlijkheid gebied mij te zeggen, aldus professor Quispel, dat ik niet tot de Gereformeerde Gezindte behoor. Dat te stellen zou oneerlijk zijn.

Ik voel me wel een nakomeling van Calvijn. Veel heb ik geleerd van de bevindelijken. Dat kwam door dr. Hendrix en toen ik een jongetje van twaalf was luisterde ik veel naar een timmerman die tot de Gereformeerde Gemeenten behoorde. Die man zwetste niet, maar had een levend geloof. Hij sprak over Maria Magdalena als die „innig lieve vrouw". Hij was een diep ingeleid man.

Oudvaders
Daarna ben ik de „Geestelijke Verlatingen" van Voetius gaan lezen en het „Gekrookte Riet" van Symtegelt. Ik las Schortinghuis en andere oudvaders.

Bij de Gereformeerden voel ik me wel enigszins thuis omdat daar de genadeleer van Augustinus serieus genomen werd. Bovendien staan zij een typologische uitleg van het Hooglied voor.

Prof. Quispel denkt aan het proefschrift van dr. I. Boot. De oudvaders kenden Origenes zegt hij als we het over Hellenbroek hebben. Ook bij Macarius, in de vroege kerk was bevinding.

Deze wetenschap verlost de hedendaagse bevindelijken uit hun isolement. Niet alleen Molenaarsgraaf heeft er weet van.

Prof. Quispel spreekt graag over de „kennisse" als hij het bevindelijk God kennen bedoelt. In de eerste plaats gaat het om de persoonlijke kennisse zegt Quispel.

Maar als we met ons verstand Macarius en andere kerkvaders lezen krijgen we helderheid over de geestelijke ervaring. Door de Bijbel leren we echter ook kritisch te staan tegenover de ervaring.

RK en Gereformeerd
Ik kom, aldus Quispel, uit Kinderdijk. Ik groeide op in een Hervormd gezin. Omdat ik niet goed rekenen kon ben ik naar het Gymnasium gegaan. En daar ben ik onder invloed van mijn leermeester dr. P. Hendrix gekomen.

Deze geleerde man sprak, op een openbaar gymnasium, openhartig over de Bijbel. Hij leerde ons onder andere het „Onze Vader" in het Russisch.

Bovendien ging de Rooms-katholieke Hendrix een maal per week luisteren naar een gereformeerd oefenaar, een bevindelijk man. Dat maakte mij nieuwsgierig want thuis werd er wat smalend over de gezelschappen gesproken.

Hendrix was een kenner van de gnostiek en het Russisch christendom. Maar, zo vervolgde Quispel, Hendrix is bekeerd van de hoogmoed van de gnostiek tot de nederigheid van het christendom. Er is altijd een bijzondere band geweest tussen hem en mij.

Op zijn sterfbed hebben we hand in hand de Heere God de lof toegezongen met de woorden van de Griekse liturgie. Ik heb altijd als Zijn hand ervaren dat die man op mijn weg geplaatst is.

Ploeteren
Na de promotie over Tertullianus, cum laude (Quispel zegt: „duister, moeilijk en hartstochtelijk"), verdiepte hij zich in Valentinus. Jaren van ploeteren resulteerde in grote kennis van de gnostici.

Toen Quispel vernam dat in Egypte gnostische handschriften ontdekt waren gelukte het hem, ondanks internationale tegenwerking, samen met de Züricher psychiater Jung een codex te kopen. Dat is de „Jung Codex", nu algemeen bekend als de Nag Hammadi Codex I.

Ook hierin, aldus Quispel, zie ik Gods hand. Achteraf is gebleken dat deze vondst de theorieën van Bultman wegvaagde. De verlegenheid van Duitse theologen was groot.

Ach, zegt Quispel, men zegt wel eens dat ik niet serieus genomen wordt. Onlangs kreeg ik een brief van Ernst Kaseman (tot voor kort fervent Bultmanniaan) en Marcus Barth die hun instemming met mijn theorieën betuigden. Dat acht ik een voldoende antwoord.

Aan de wetenschappelijke triomfen van de Utrechtse hoogleraar werden ook de ontdekking van onbekende fragmenten uit de handelingen van Andreas en de uitgave van het Thomasevangelie toegevoegd.

Koud water
Ik begrijp niet, zegt prof. Quispel dat daar zo'n probleem van gemaakt is binnen de Gereformeerde Gezindte . Men durft zich kennelijk niet aan koud water te branden. Wat heb ik eigenlijk gezegd? Mijn visie was dat er echte woorden van Jezus in kunnen staan. Goed, zo gaat hij verder, ook ascetische en puur heidense.

Maar een van de leidinggevende figuren uit de Gereformeerde Bond zei eens tegen mij: In de belijdenis staat dat Gods Woord genoegzaam is tot onze zaligheid. Er staat nergens dat er geen woorden buiten de canon om gesproken kunnen zijn.

Even wordt de rustige wetenschapper fel. Ik kan het niet hebben als mensen zeggen: Quispel is weer bezig. Smalend en schimpend praten over hypothesen der wetenschap is kwetsend. Er dient gedebatteerd te worden.

Dankbaar
Ik hoop en verwacht dat ik mijn vijfenzestigste verjaardag mag vieren in mijn gezin, tussen mijn collega's en studenten. En dat ik dan kan zeggen dat ik, met mijn scherpe tong, ook fouten gemaakt heb. Maar dat ik ook de dank uit kan spreken tegenover allen die mij de handen boven het hoofd hielden.

Ik ben dankbaar voor de kans om mijn roeping te volgen. Alleen dit werk kan ik maar, iets anders beslist niet.

Ik dank ook het universiteitsbestuur dat mij met grote welwillendheid volgde en soms geamuseerd gadesloeg. Men maakte het mij weleens bijna onmogelijk, het bestuur bleef echter solidair.

Dankbaar denk ik terug aan de kring van de Utrechtse senaat. Ik ging goed om met mijn collega's, nooit een onaangenaam woord.

Van Ruler
Naar geleerde mensen die toch over God spraken luisterde ik altijd graag. Van Ruler was zo'n stralende persoonlijkheid, melancholiek en scherp denkend. Hij stond ook open voor bevinding en religieuze ervaring. Dat kwam door zijn belangstelling voor Ruusbroec, die zowel oog voor de mystiek als voor de geschapen werkelijkheid had.

Op de faculteit werd het Van Ruler door de dogmatici moeilijk gemaakt. Ach, zo vervolgt Quispel: Van Ruler was een paradijsvogel tussen de papegaaien.

Hoewel in een onafhankelijke geest ben werk ik in de lijn van zijn theologie.

Wetenschap
Professor Quispel is erg tevreden over zijn studenten. In de Gereformeerde Gezindte is een groot reservoir aan intellect. Als professor waardeer ik het zeer op een vruchtbare bodem te mogen werken.

Binnen de Gereformeerde Gezindte constateer ik een vijandige houding ten opzichte van de wetenschap, overigens in contrast met de houding van Calvijn. Die kende Seneca en beschikte over een prachtig Latijn.

Maar zo vervolgt hij: er moet gepromoveerd worden. Juist uit de kring van de Gereformeerde Gezindte dienen professorabele mensen te komen.

Hoewel het niet ter sprake kwam, professor Quispel is een van de oprichters van het internationale tijdschrift voor de beoefening van de patristiek, Vigiliae Christianae. Hij is daar nu ook hoofdredacteur van. Zijn puur wetenschappelijke werken verschenen in twee forse delen onder de titel „Gnostic Studies I en II".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 mei 1981

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Nakomeling van Calvijn maar geen lid van geref. gezindte

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 mei 1981

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken