Bekijk het origineel

Libellen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Libellen

Gehoord en Gezien

7 minuten leestijd

Een kleine poel, dicht bij de afrit van een autosnelweg, gegraven voor het zand dat daar nodig was en nu opvang voor het teveel aan regenwater. Omzoomd door berken, eiken en lage wilgestruiken. In korte tijd uitgegroeid tot een boeiend stukje natuur, zonder spectaculaire zaken, maar vol interessant leven.

De duilen zijn al meer dan een meter hoog en vormen dichte bossen aan de oever, er groeien pitrus, armbloemige bies, alierie: grassen en tientallen bermkruiden. Ik ontdek er nu en dan weer onbekende soorten, die me aan het determineren zetten, ook wel zonder succes, vooral voor de moeilijke eerstgenoemde drie families. En wat meer naar de wegkant staan de gele morgensterren "s morgens tot een uur of elf te pronken. Enkele jaren geleden ontdekte ik hier de eerste, nu staan er al veel, omdat de bermen niet meer worden gemaaid zoals vroeger.

De kikkerlarven of donderkopjes zijn nu, begin juni, verdwenen. De laatste ontwikkelingsfase, van waterdier tot volledige amfibie, gaat verrassend snel. Nog maar kortgeleden krioelden ze nog in het ondiepe water; nu springen de mini-kikkertjes bij tientallen uit het gras naar het nog steeds veilige water. De tuinfluiter zingt driftig in de houtwal en de fitis fluistert er tussendoor. In en om en boven het water is de fleur en bedrijvigheid van bloemen en allerhande dieren, groot en klein. Een hoekje vol schoonheid, waar honderden mensen achteloos langs komen en alleen kinderen nu en dan nog wat oppervlakkige belangstelling voor tonen.

Waterjuffers

De allermooiste wezentjes dansen vandaag boven het modderige water, dat even vriendelijk glanst in het zonlicht als de helderste beek dat doet. En even fraai als in de schoonste vennen, weerspiegelen zich de wolken en de bonte oeverbegroeiing in deze rimpelloze plas. Daarboven zweven de libellen, die toch wel de populairste en meest bekende waterinsekten mogen worden genoemd. Wie kent ze niet, die fraaie waterjuffers, met hun ranke lijven. Sierlijk, langgerekt en prachtig harmonisch gevormd.

Ik heb er één voor me, tijdelijk verdoofd om hem even goed te kunnen bekijken. Wie daarvoor de moeite neemt, ziet pas goed wat voor sierlijke en ook wonderlijk gebouwde diertjes het zijn. Ik heb hier een blauwe, die nu overal bij binnenwateren vliegt. De pootjes en het lange lijf bewegen nog, want de libel komt al weer bij. Hij is afwisselend lichtblauw en zwart. Lengtestrepen over het borststuk; het slanke lijf met vier smalle zwarte banden, aan het eind twee langere zwarte stroken, dan weer een wat langer stuk blauw en nog een puntje zwart, waar de kleine grijphaken zitten waarmee het mannetje tijdens de paring het veroverde vrouwtje achter de kop vastgrijpt. Men kan ze zo gezamenlijk wel zien vliegen.

Rovers

Hoe mooi ze ook zijn en hoe graag we ze bewonderen, libellen zijn onverzadigbare rovers, die een flinke opruiming houden onder de insekten en daardoor bijzonder nuttig werk doen. De diertjes zijn geheel op het vangen van vliegen, muggen en vlinders ingericht. Bij de volwassen exemplaren, de imago's, zit de halfbolvormige kop, die aan de rompkant bolrond is, met een soort steel beweeglijk verbonden aan de prothorax, het voorborststuk. Hij kan dus naar alle kanten worden gedraaid.

De grote, uitpuilende en geweldig ontwikkelde facetogen, zijn zo geplaatst, dat de libel beschikt over een waarlijk stereoscopisch gezichtsvermogen. Door een geringe beweging van de kop krijgt hij een gezichtsveld van 360 graden! De dieren kunnen dus het luchtruim voortdurend naar alle kanten, ook naar beneden en boven overzien, wat hen tot geduchte insektenvangers maakt. Ze helpen enorm mee om in de zomer het evenwicht in de wereld van de insekten in stand te houden.

Ook de bijtende monddelen zijn helemaal ingericht op hun levenswijze. De mandibels, of zijwaarts beweegbare bovenkaken, hebben de vorm van tangen met spitse tanden, waarmee de prooidieren worden verscheurd. Het voorborststuk is beweeglijk verbonden met de rest van het borststuk, wat uniek is in de insektenwereld. Daardoor zijn ook de voorste poten extra beweeglijk, wat van groot belang is, omdat daarmee de prooidieren worden gevangen en vastgehouden.

Nu zie ik, onder een loep, zelf pas goed de grote ogen als kleine knikkertjes aan de kop. Het aparte borststuk, de beweegbaarheid van de poten en de naar achteren ingeplante vleugels, die een kunstwerk op zich zijn. Wie oog heeft voor details moet ,echt eens zo'n diertje, met wat ether, half bedwelmen en aandachtig beschouwen, juist als het ,,bijkomt" en het met alle ledematen zijn behendigheid demonstreert, waarbij ook de in verhouding geweldige grijpkaken open en dicht gaan, alsof het bezig is prooi te verslinden.

Het wordt steeds actiever nu de bedwelming wijkt, begint de vleugels te gebruiken en dan is ook hun wendbaarheid heel goed te zien als het, op de rug liggend, de vleugels naar vier kanten gericht, over mijn bureau ritselt en even later als een dronkeman naar het raam tuimelt. Daar komt de hbel helemaal bij en krijgt de vrijheid terug.

Vliegkunstenaars

Het achterste deel van het borststuk is groot en stevig en daarin bevinden zich krachtige vliegspieren. Dat thoraxgedeelte is scheef geplaatst, waardoor als het ware de vleugelaanhechting naar achteren is gericht en die van de poten naar voren. Die poten zijn ook lang en slank, bezet met vele stekeltjes en niet erg geschikt voor lopen, wat libellen dan ook weinig doen. Vrijwel hun gehele leven als volwassen insekt speelt zich vliegende af. Wel zien we ze rusten op grashalmen en takken, waaraan ze zich met die tere pootjes vasthouden en er sonls wat mee klimmen.

De netvormig geaderde vleugels zijn lang en vrij smal, maar door de talloze dwarsaders heel stevig en toch buigzaam. Van de libellen worden deze kleine soorten waterjuffer genoemd en die houden in rust de vleugels verticaal boven het lichaam. De grote soorten, de zogenaamde glazenmakers, houden ze- horizontaal gespreid. Die grote libellen zijn al even fraai van kleur, tekening en lichaamsbouw als de bevallige waterjuffers. Het zijn forse dieren, die direct herkenbaar zijn aan hun halfbolvormige kop en de enorme ogen, die meestal de hele kop innemen en elkaar in het midden raken. Daar ziet men dan een duidelijke grensgroef, hoewel er ook soorten zijn met gescheiden facetogen.

De achtervleugels van de grote libellen zijn aan de basis sterk naar achteren verbreed. Zij worden dan ook ingedeeld bij de Ongelijkvleugeligen of Anisoptera; de kleine bij de Gelijkvleugeligen of Zygoptera. De grote glazenmakers vliegen snel en elegant en behoren tot de beste vliegers van het dierenrijk. Volgens de deskundige Dr. Kabos, zijn snelheden van 100 km per uur geen zeldzaamheid.

De larven van de libellen leven in het water en worden nymfen genoemd, maar hebben niets bevalligs. Het zijn ook vraatzuchtige rovers, met uitschuifbare monddelen, het zogenaamde „vangmasker", dat op de tekening goed zichtbaar is. Nergens anders in het dierenrijk treft men zo'n aangepaste omvorming yan de monddelen aan, als bij de larven van de libellen. Het bestaat uit twee verlengde, scharnierachtige met elkaar verbonden delen, die aan het eind sterke haken hebben. In de rusthouding is het vangmasker onder de kop geklapt, schiet plotseling snel naar voren om een prooidier te grijpen met de beweeglijke haken en het naar de mond te brengen. De larven van de waterjuffers halen adem door de drie kieuwplaatjes aan het achterlijf, die ze ook bij het zwemmen gebruiken. De grotere en dikkere larven van de glazenmakers, die ook in het water leven, ademen door het achtereinde van het darmkanaal. Door het samentrekken van de darm, kan ook het water er krachtig worden uitgestoten, waardoor de larve vooruit schiet. Het dient dus ook voor de voortbeweging.

Vliegkunst

Nog even iets over de vliegkunst van de imago's, die we boven het water zien dartelen. Ze kunnen direct starten en landen, uiterst snel wenden en keren, stilstaan in de lucht en zelfs achteruit vliegen. Een libel kan volgens de onderzoekers zijn beide paren vleugels tegengesteld aan elkaar bewegen, zodat ze als propellers van een helikopter dienst doen. Er wordt beweerd dat onze moderne vliegtuigen de libel als voorbeeld hebben gehad en dat deze diertjes de ontwerpers hebben geïnspireerd tot de bouw van hun vernuftige toestellen.

Deze wonderlijke, ragfijne vliegkunstenaars zijn er van het begin van de schepping en dwingen bewondering en eerbied af voor al het leven, maar meer nog voor de Schepper ervan. Wat een armoe te veronderstellen dat met de dood alle leven voorbij is. En welk een rijkdom te mogen leven naar een nieuwe hemel én een nieuwe aarde, waar zal worden gezien wat geen oog ooit heeft gezien, als hqt ganse schepsel nieuw en eeuwig zal zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Libellen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken