Bekijk het origineel

Zonder toepassing getuigt orthodoxie eens tegen ons

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zonder toepassing getuigt orthodoxie eens tegen ons

Ds. J. van der Haar veertig jaar predikant

8 minuten leestijd

HOUTEN — Ik heb er in de prediking, het pastoraat en de catechese altijd op gehamerd dat het geloof niet alleen een verstandelijke zaak is. Maar er is ook een bevindelijke kant. De mate van bevindelijkheid mag niet door ons bepaald worden. Wat de hoofdpunten van de leer betreft ben ik altijd dezelfde gebleven. Er dient separerend gepreekt te worden.

Aan het woord is ds. J. van der Haar uit Houten. Hij hoopt op 26 oktober veertig jaar predikant te zijn. Hij werd in 1917 in Genemuiden geboren, zat op het Gereformeerd Gymnasium in Kampen waar hij in contact stond met vrienden van prof. dr. K. Schilder, rond wiens figuur zich de vrijmaking in de Gereformeerde Kerken zou gaan afspelen.

Ik heb veel van Schilder uit zijn weekblad, „De Reformatie", geleerd, aldus ds. Van der Haar; later heb ik me van hem gedistantieerd. Zo'n man was tegen elke vorm van piëtisme. Om ruimte in de bibliotheek te krijgen heb ik dan ook al zijn werken verkocht.

In Utrecht liep Van der Haar college bij hoogleraren als Hugo Visscher, Maarten van Rhijn en iemand als Obbink en Berkelbach. Ik heb me toen ook heel sterk in de theologie van Karl Earth verdiept. Die theoloog is, zoals toen beweerd werd, helemaal geen wettige voortzetting van Calvijn. In die periode las ik ook veel van Kierkegaard.

Kerkmuren

Als jong predikant heb ik letterlijk alles van Luther gelezen, nu richt ik me vooral op Calvijn. In mijn geboorteplaats Genemuiden vond ik veel van Calvijn. Niet dat iedereen een Institutie had. Toch kwam in leer en leven de Calvinistische inslag naar voren. Ook leerde ik over kerkmuren heen te kijken. Ds. Van der Haar heeft in Genemuiden nog op catechisatie gezeten bij dr. H. Bout.

In Genemuiden kreeg ik mijn eerste „oudvaders", dat waren een boek van Binuingh en „De viervoudige staat" van Boston. En met iets van spijt op zijn gezicht: „geen oude boeken hoor, die waren er niet vanwege de vele dorpsbranden". Een kenmerkende opmerking van de Houtense pastor, liefhebber van „goede oude werkjes".

Getrokken

Door mijn eigen levenservaringen heen ben ik trouw gebleven aan Schrift en belijdenis, aldus ds. Van der Haar. Van de jeugd af aan mocht ik de vreze des Heeren kennen en wist ik me door Zijn Woord getrokken, Vanaf de zondagsschool was dat zo. Achteraf heb ik er licht over gekregen dat predikant worden mijn roeping was, zonder overigens er de consequenties van te kunnen overzien.

Bij het sterven van mijn eerste vrouw heb ik een persoonlijke crisis doorgemaakt. Die crisis heeft bij mij geleid tot zekerheid van het heil. Ik weet dat mijn Verlosser leeft, zo gaat ds. Van der Haar verder.

De gereformeerde bevindelijke leer ligt mij na aan het hart. Geloof is niet alleen een zaak van het verstand maar ook van het hart.

Ds. Van der Haar zegt dan ook de meeste strijd te hebben met diegenen die slechts in naam belijden. Er is een grote categorie die ontdekkende prediking ontloopt. Als vanzelfsprekend komen we in het gesprek weer bij het neo-Calvinisme terecht. Van der Haar heeft niet zoveel waardering voor Kuyper, voor een groot exegeet als Veldkamp maakt hij een uitzondering. Je vindt bij hem wel neo-Calvinistische tendensen, toch kan hij ook ontdekkend zijn.

Zuiverheid

Met het neo-Calvinisme komen we ook op het zuiver houden van de leer. Eén ding is zeker, zo betoogt ds. Van der Haar, door afscheiding houdt men de leer niet zuiver. Als voorbeelden haalt hij de hem bekende prof. Schilder aan en dr. Steenblok. De gevolgen zijn scheuring op scheuring. Hij wtjst

op Kohlbrugge. Een man als Kohlbrugge wenste ook niet in afgescheiden gemeenten beroepen te worden. En, zo voegt hij er gelijk aan toe: Ledeboer is in zijn hart eigenlijk altijd Hervormd gebleven.

Ds. Van der Haar is erg benauwd voor een dode orthodoxie. Zo is er bijvoorbeeld meer nodig dan alleen een zuivere vertaling van Gods Woord, zegt hij. Het Woord moet ook toegepast worden. Natuurlijk moeten we een zuivere vertaling hebben maar als ons hart er niet voor opengaat zal het eens, met al onze orthodoxie, tegen ons getuigen.

Wij zijn wel aan een zuivere vertaling gebonden. De Heere God daarentegen niet. Wij mogen niet zeggen dat de Heere God alleen door deze vertaling of door die kerk kan werken.

Pastorie

Naast het vele vertaalwerk en het herschrijven van oude schrijvers heeft deze pastor, die op 26 oktober in Poederoyen begon, veel liefde voor het werk in de gemeente. Ja, het pastoraat is mij een aangelegen zaak, ook via de kerkbode, met name voor de zieken en ouden van dagen.

Ik breng wel veel tijd in de studeerkamer door, maar, zo beklemtoont hij, voor een predikant liggen er ook andere taken. Die taak heeft hij naast zijn eerste gemeente Poederoyen ook in Kamperveen, Neer-Langbroek, Waddinxveen, St. Maartensdijk en tot zijn komst naar Houten in Achterberg vervuld. Als consulent was hij in Brakel werkzaam. Daar had ik als jong predikant, ik moest nog veel leren, regelmatig ontmoetingen met gezelschapsmensen.

Overigens, zo zegt hij opeens, dr. J. R. Cuperus heeft mij middellijkerwijs aangezet tot verdere studie en tot schrijven toen ik nog een heel jong domineetje was.

Wie verre reizen doet kan veel verhalen. Een dominee die in verscheidene gemeenten gestaan heeft eveneens. In de Maartenskerk, een van de mooiste kerken van Tholen, aldus haar voormalige predikant die de restauratie ervan grotendeels meemaakte, had ik na een kerkdienst nogal eens een natte toga als het tijdens de dienst.geregend had of wat denkt u, toen ik in Hedel moest preken en ik een lekke fietsband kreeg.

Boeken

En dan, het kan niet uitblijven, komen de boeken op tafel. Een van de levensdoelen is het herschrijven en toegankelijk maken van de oude schïijvers voor onze generatie. In het begin las ik veel Engelse Puriteinen, een vrucht daarvan is het bibliografisch werk uit 1980: „Van Abbadie tot Young", pas later de Hollandse. De werken van Schilder en Wisse moesten daarvoor de bibliotheek definitief verlaten.

Misschien een van de meest bekende boeken die Van der Haar herschreef en gedeeltelijk opnieuw vertaalde was „Paulus' brief aan de Galaten" van Luther. Het betreft de jubileumuitgave van Lindenberg's antiquariaat en boekhandel in Rotterdam. Dat was in 1964 en er zijn nu twee drukken van uitverkocht. Van der Haar was blij met de goede ingang.

Maar hoeveel boeken vermelden niet dat ze opnieuw vertaald, herschreven of voor de druk gereed gemaakt zijn door J. van der Haar. We denken dan aan traktaten van Perkins, de bekende Banieruitgave over De Prins der Predikers, Spurgeon, zo'n zes boekjes van Teellinck, de zaligsprekingen van Watson, of de grote uitgave van de Noord-sterre van Teellinck.

Wie kent niet de tweeëndertig preken van Smytegelt, het boek over het leven van Kohlbrugge, al de werken, het leven en het dagboek van Ralph Erskine of het Schatboek van Ursinus. De rij van namen is groot want we moeten er geschriften van Van der Groe, Simonides, Comelii, Rippertus Sixtus, Richard Sibbes, Udemans, Saldenus en Oomius aan toe voegen.

Maar er staat nog meer op stapel. Er moet nog een puriteins dagboek uitkomen. Van Jacobus de Hondt komt het Zwart register van duizend zonden en het Wit register van vertroostingen. Verder komen er nog boeken van Anthony Burgess, Jac. Borstius en Preston.

Wie inmiddels de indruk heeft dat alleen het verleden voor ds. Van der Haar interessant is vergist zich. „Je moet ook op de hoogte blijven van hedendaagse theologen"; een vluchtige blik leert mij dat het laatste grote werk van Berkhof, opvallend door de kleur, ook aanwezig is.

Ook wat betreft de actuele theologie zijn er in de loop des tijds van zijn hand publikaties verschenen. In 1964 bijvoorbeeld schreef hij over voorzienigheidsgeloof en polio-inenting. Onderwerpen als gemeente-opbouw hadden zijn aandacht. Een publikatie over het Heilig Avondmaal, met „Vragen rondom de heilszekerheid", verscheen. Een ütel als „Synodale leer over de Heilige Schrift gewogen" is in dit verband veelzeggend, evenals „In de leerschool van het lijden". Maar ook een boekje als de Volharding der heiligen kwam uit, waarin afgezet wordt tegen de leer van Karl Barth.

Kritiek

Een boek dat nogal kritiek opriep ging over het geestelijk leven bij Calvijn. Van der Haar zou een te bevindelijke Calvijn getekend hebben. Ach, is zijn antwoord, het toepassende element zien we toch ook in zijn commentaren, het meest overigens in zijn preken. In de Nadere Reformatie is zijn leer uitgewerkt. Het beginsel ligt bij hem; want de bevindelijke beleving van het heil is reeds bij hem aanwezig.

Valt er nog iets groots te verwachten van deze dominee die als hobby orgelspelen heeft, eens organist was en meewerkte aan een orgelplaat voor een restauratiefonds waarop hij de Pastorale van Bach speelde?

Binnen niet al te lange tijd, jammer genoeg niet meer voor eind oktober, verzucht de dan jubilerende dominee, komt er een Bibliografie van de Gereformeerde Theologie, toegespitst op de Nadere Reformatie. Dat moet een uniek werk worden. Het gaat ruim vierhonderd pagina's omvatten met ruim 8000 uitgaven van circa 1200 auteurs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1981

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Zonder toepassing getuigt orthodoxie eens tegen ons

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1981

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken