Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Telephonie op breede schaal toegepast, gaat eene groote toekomst tegemoet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Telephonie op breede schaal toegepast, gaat eene groote toekomst tegemoet

Van 49 aangeslotenen naar 5 miljoen abonnees

11 minuten leestijd

Van 49 abonnees in 1881 tot vijf miljoen telefoonbezitters in 1981, ongeveer 90 procent van het totaal aan huishoudens. In 100 jaar kan er veel gebeuren. Telefonie ontwikkelde zich van een exclusiviteit voor welgestelden tot een normaal verschijnsel. Wij zijn vertrouwd geraakt met het rinkelende telefoontoestel. Het is de gewoonste zaak van de wereld datje vanaf je stoel in alle rust kunt praten met iemand in Nieuw-Zeeland. Wie was de uitvinder van de telefoon? De naam van die man heeft met de telefoon te maken, weet u nog van school? Oh ja, meneer Bell.

Het komt vaak voor dat verschillende uitvinders bijna tegelijkertijd dezelfde oplossing voor een probleem vinden. De tijd is er rijp voor, zegt men dan. Dat gebeurde ook toen in 1876 de in de Verenigde Staten wonende Schotse onderzoeker Alexander Graham Bell (1847-1922), een octrooi aanvroeg voor zijn elektrische telefoon, enkele uren voordat Elisha Gray (1835-1901) uit Chicago hetzelfde deed voor een gelijksoortig apparaat. Bell verwierf het octrooi en daarmee de naam als de enige uitvinder van de telefoon. De telefoon betekende een omwenteling in de communicatiemogelijkheden. De uitvinding waaide over naar Europa, ook naar Nederland.

„Eene groote toekomst"

,,De telephoon is tot beproeving voor de bezoekers van Natura Artis Magistra opgesteld en ieder wordt vriendelijk verzocht zich van de volmaaktheid van het "instrument te overtuigen". Dit stond in 1880 op een mededelingenbord in de Amsterdamse diergaarde Artis. In dat jaar was daar een proeflijntje aangelegd. Amsterdamse notabelen beproefden ,,de telephoon" tot hun genoegen. Een vertegenwoordiger van de International Bell Telephone Company schreef vervolgens aan uitvinder Bell: „Het zij mij vergund hierbij te voegen dat de uitslag Uwer proeven op de terreinen van het Genootschap gehouden, ieder heeft verrast die het voorregt had ze bij te wonen. Aan allen werd de overtuiging geschonken dat de uitvinding door Uwer maatschappij op breede schaal toegepast, eene groote toekomst tegemoet gaat". Voor een periode van vijftien jaar mocht de maatschappij in Amsterdam een telefoondienst exploiteren. Artis was één van de eerste abonnees!

De centrale voor Amsterdam was gevestigd op de zolder van het sociëteitsgebouw,,De Groote Club".

En zo werkte het dan: „Zij verbindt ieder geabonneerde door een draad met haar Centraal-Bureel en plaatst bij eiken geabonneerde op de door hem aan te wijzen plaats een Bell Telephoon, Blake Microphoon en een Wektoestel. Wenscht een der geabonneerden, A, met een der overigen geabonneerden te spreken, dan heeft hij slechts door het wekapparaat een sein té geven, waardoor hij het Centraal-Bureel in kennis stelt van zijn verlangen om met een ander abonnee, bijv. B, verbonden te worden. Hij noemt de naam of het nummer van den persoon of de firma, waarmede hij spreken wil en door het Centraal-Bureel wordt B gewaarschuwd dat A hem wenscht te spreken. Zoodra B bij zijn toestel is gekomen, wordt op het Centraal-Bureel de verbinding der draden van A en B tot stand gebracht; A en B spreken dan met elkander zonder dat het Centraal-Bureel of iemand anders het gesprek kan afluisteren; De geheimhouding van het gesprek is aldus verzekerd. Na afloop van het gesprek wordt het Centraal-Bureel door den geabonneerde gewaarschuwd de verbinding op te heffen en kan A met een der andere geabonneerden in verbinding worden gebracht. De maatschappij zorgt nu voor de plaatsing dezer toestellen, bediening en het gewoon onderhoud, tegen eene vergoeding van ƒ 118,- per jaar, bij vooruitbetaling aan ons te voldoen".

De eerste telefoonlijst bevatte alleen de namen van de (49) abonnees, in alfabetisch volgorde. Pas later ging men ertoe over de aangeslotenen vah een nummer te voorzien.

Handen van Staat

Na Amsterdam ontstonden, alle vanuit particulier initiatief, telefoonnetten in enkele tientallen steden. Omdat aangeslotenen met abonnees in andere plaatsen wensten te spreken, kwamen in 1888 de eerste interlokale verbindingen tot stand. Na vijftien jaar besloten Amsterdam, Rotterdam en Arnhem in het vervolg de telefoon zelf te exploiteren. Ze wilden door de zaak in eigen handen te nemen, de kwaliteit van de dienst verbeteren en zich van een extra bron van inkomsten verzekeren. Andere gemeenten' volgden dit voorbeeld. In 1897 ging het gehele interlokale net van de Nederlandse Bell Telephoon Maatschappij (opgericht in december 1880) voor twee ton over in handen van de Staat. Ziedaar het ontstaan van de Rijkstelefoon. Het parlement nam de Telegraaf- en Telefoonwet 1904 aan. Deze wet schiep voorwaarden voor een ordelijke exploitatie van de netten. Al snel maakte het Rijk hiervan gebruik door in 1906 als eerste in een lange reeks het lokale net Rheden te openen. Tussen 1913 en 1922 naastte de Staat alle telefoonnetten, behalve die te Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.

Vanaf 1927 kwam het internationale telefoonverkeer echt van de grond, toen met behulp van de jonge radiotelefonie zelfs de verste uithoeken van de aarde bereikbaar werden. Een topprestatie was de directe verbinding met Nederlands-Indië, de langste ter wereld. In de steden was de telefoondienst vaak 24 uur per dag beschikbaar, maar op het platteland ging de telefoniste met de kippen op stok. De enige manier om hierin verandering te brengen was automatisering. In 1930 viel de definitieve beslissing ons land tot in alle uithoeken te automatiseren, zodat iedereen op elk tijdstip zou kunnen bellen.

Afsluiting Joodse abonnees

De centrales voor dit grote project zouden van buitenlandse leveranciers worden betrokken. Voor kabels, toestellen, gebouwenvoorzieningen enzovoorts deed de PTT een beroep op de Nederlandse telecommunicatie-industrie, die in de jaren twintig was ontstaan. Het PTT-beleid werd ondersteund door omvangrijke reclamecampagnes, tariefveriagingen, telefooneeronderricht op scholen en voorlichting via de Hilvgrsumse omroep. Bij het uitbreken vanlde Tweede Wereldoorlog was al 80 procent van de telefoonaansluitingen voor de^igen regio volledig geautomatiseerd en was nog slechts voor de helft van de interlokale gesprekken hulp van een telefoniste nodig.

De telefonie bloeide in de oorlog aanvankelijk als nooit te voren. In 1940 werden de drie resterende gemeentelijkelelefoonbedrijven ook genaast. Vanaf 1942 werden de maatregelen grimmiger. De afsluiting van alle Joodse abonnees was het begin van de 'ontmanteling. Na september 1944 kwam het openbare telefoonverkeer vrijwel volledig stil te liggen. Illegaal ging het telefoonverkeer dankzij vele PTT-ers gewoon door. In mei 1945 waren ruim 200 centrales verwoest als gevolg van plundering, moedwillige vernieUng en oorlogsgeweld, vooral in Zuid- en Oost-Nederland. Van alle aansluitingen was nog slechts 10 procent intact. De wederopbouw verliep eerst moeizaam door gebrek aan deviezen. Desondanks kon PTT door veel improviseren het grootste deel van het net snel herstellen. Het automatiseringsplan, dat in 1946 voltooid had moeten zijn, kwam eind 1947 weer op gang mede dankzij geldelijke steun uit de Verenigde Staten.

Verschijnsel wachtlijst

Het duurde tot 1962 voordat alle netten en het gehele interlokale verkeer waren geautomatiseerd. Deze vertraging was, behalve aan de oorlog, te wijten aan de grote groei van het aantal abonnees. Toen het Groningse Warffum als laatste in de rij van het handbedrijf afstapte, telde ons land al 1,3 miljoen aansluitingen. Internationaal gezien sloeg Nederland geen slecht figuur; alleen de Zwitsers, aan wie het oorlogsgeweld voorbij was gegaan, hadden hun automatisering drie jaar eerder gereed dan wij. Het telefoonbedrijf kon van 1945 tot 1978 bouwen wat het wilde, de vraag overtrof steeds het aanbod. Het verschijnsel wachtlijst werd daardoor een bron van voortdurende ergernis. In het laatste decennium nam de jaarproduktie van telefoonaansluitingen toe tot boven de 300.000; dat is evenveel als 't gehele bestand van 1940. De telefoon kost het doorsnee gezin tegenwoordig ongeveer 400 gulden per jaar. Uit berichten in kranten blijkt dat er een verzadigingspunt is bereikt. De PTT plaatst minder telefoontoestelorders. Bedrijven moeten aan ontslagen gaan denken...


Computergestuurde centrale: „Ik doe het zélf wel"

De ruim 1000 telefooncentrales in ons land verwerken per jaar ruim twee miljard lokale en even zoveel interlokale en internationale gesprekken, gevoerd door ruim vijf miljoen abonnees. PTT-Telefonie is een zeer dynamisch bedrijf. Men probeert de communicatie steeds sneller te laten verlopen en steeds verder uit te breiden. De micro-elektronica zal in de komende jaren voor grote veranderingen zorgen.

Voor de PTT geldt dat het haar eerste taak is voor de mogelijkheid te zorgen dat mensen met elkaar op afstand kunnen spreken, dus zorg dragen voor een goede telefoondienst (tegen een zo laag mogelijke prijs). Vroeger was bij de PTT-organisaties de techniek het voornaamste uitgangspunt. Tegenwoordig treedt men meer klantgericht op. Telefoonwinkels, Klantendienst Telefoondistrict 004, de vertrouwde tijd- en weermeldingen en andere speciale informatienummers: kenmerken van een verandering van de bedrijfsbenadering. Voortdurend onderzoekt de PTT welke behoeften er onder haar klanten bestaan. Enige tijd geleden werden de Unifoon (druktoestel met een verzonken telefoonhoorn), de Diavox en de Ericofoon (eendelig toestel) geïntroduceerd in verschillende kleuren. Binnenkort is de invoering van een ,,antiek" toestel te verwachten, een duidelijke tegemoetkoming aan de wens de telefoon aan te passen aan nostalgische en antieke woninginrichtingen.

Elektronische centrales

Vroeger werd de telefooncel vooral gebruik door mensen die zelf geen telefoonaansluiting, hadden. Nu zijn het vooral passanten die de openbare telefoon gebruiken. De PTT wil op grotere schaal ook internationaal bellen vanuit de cel mogelijk maken, terwijl wordt geprobeerd de toegankelijkheid per rolstoel te verbeteren. Rond 1983 zal de „familietelefoon" zijn intrede doen. De huidige huisaansluiting zal dan met drie tot vier toestellen (van model naar keuze) kunnen worden uitgebreid. Gesprekken tussen deze toestellen onderling zal ook mogelijk zijn.

In ons land ligt in kabels voor een totaal aan 11.000 m' koper in de grond. Bij de transmissie van de telefoongesprekken gaat het allang niet meer om „gewone" kabels. Voor het interlokale verbindingsnet spelen coaxiale kabels (één dikke kabel i.p.v. veel kleine draadjes) en straalverbindingen (tussen torens) tussen de centrales al een belangrijke rol. In de toekomst zal wellicht de glasvezelkabel (omzetting elektrische signalen in licht) van zich laten horen. Aanschaf en exploitatie zijn goedkoper dan andere systemen. De telefonie in ons land is nu nog analoog, zowel bij de centrales als bij de transmissie. Dat wil zeggen dat het signaal dat via het telefoonnet wordt verstuurd gelijkvormig is aan het gesproken woord. Weldra zal tot de geleidelijke overschakeling op digitaal worden overgegaan, daar dit relatief goedkoper is. Bij digitaal wordt het signaal omgezet in aan/uit-signalen. In de toekomst zullen telecommunicatiesatellieten, in een baan om de aarde op 36.000 kilometer hoogte, steeds belangrijker worden voor de internationale transmissie van telefoongesprekken.

De centrales, de schakelende harten van telecommunicatie, zullen langzamerhand overschakelen van het „ouderwetse" elektro-mechanische systeem naar het (semi) elektronische systeem. In plaats van het (dure) schakelen in verschillende centrales zal dan één centrale ; een directe verbinding tussen twee abonnees tot stand brengen. Met andere woorden: de computergestuurde centrale denkt bij zichzelf: "Ik doe het zèlf wel." Er zijn al 200 moderne centrales in ons land in bedrijf. Ze staan er volgens de PTT borg voor dat de telefoonkosten niet hoger hoeven te worden.

Meer mogelijkheden

Hoofdmotief bij die modernisering is de kostenbesparing. Verder zal er straks met de telefoon daardoor meer mogelijk zijn. Er worden al proeven gedaan met de wekdienst, verkort kiezen van veel gebruikte nummers, afwezigheidsmelding, „niet storen", nummerherhaling en kostenopgave. In 1984 zal „service 06" zijn intrede doen. Dit is een soort van telefonisch antwoordnummer. Je kunt daarmee gratis contact krijgen met een abonnee (op zijn kosten) en het zal ook mogelijk zijn om binnenkomende gesprekken naar een ander nummer om te zetten. Op dit moment is de PTT-praktijkproef Viditel aan de gang. Met dit systeem kan men via de telefoonlijn informatie uit een centrale computer op zijn tv-beeldscherm zichtbaar maken. Hierbij is tweerichtingsverkeer mogelijk. Zo kun je thuis boodschappen doen: „telewinkelen" noemt men dat. De draadloze oproepapparatuur semafoon past tegenwoordig in ieders binnenzak. Op pad zijn en toch bereikbaar zijn voor anderen. Bij elk telefoondistrict is zo'n apparaatje voor 6,50 gulden per dag te huur. De autotelefoon is een draadloze telefoon, waarmee automatisch contiact kan worden opgenomen met abonnees in rijdende auto's en schepen.

Voor gehandicapten is er al veel aangepaste apparatuur verkrijgbaar. Er is ook een proef met een doven/blindentelefoon met een uitlezing in braille. Voor bejaarden is er het bejaardenalarm, waarmee men via een in huis draadloos werkend systeem contact met een vast bemande centrale post kan opnemen als men in nood verkeert.


Gedenkboek

Het lijvige gedenkboek ,,Honderd jaar telefoon 1881-1981" behandeh de boeiende geschiedenis van een bijzonder communicatiemiddel. Maar de auteurs houden zich ook met het heden bezig en werpen een blik in de toekomst. Telecommunicatie is een zeer dynamisch bedrijf. Vele nieuwe ontwikkelingen' staan ons nog te wachten. Het gedenkboek is in de eerste plaats door en voor PTT-ers. Geïnteresseerde leken zullen echter ook veel van hun gading in vinden. Het gebonden boek bevat zeer veel illustraties, echter hier en daar „moeilijk modern" opgemaakt. Het boek is niet in de boekhandel te koop. Belangstellenden kunnen wel een exemplaar bestellen van de beperkte oplage die er nog is. Het bedrag van ƒ 49,95 (incl. verzendkosten) moet dan overgemaakt worden op postgirorekening 45100 t.n.v. het Staatsbedrijf der PTT te Den Haag met vermelding van „1881-1981".

DvR

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 oktober 1981

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Telephonie op breede schaal toegepast, gaat eene groote toekomst tegemoet

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 oktober 1981

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken