Bekijk het origineel

Nieuwe aanslag op christelijke instellingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nieuwe aanslag op christelijke instellingen

10 minuten leestijd

DEN HAAG — Eén van de vele maatschappelijke processen die ons land sinds de roerige jaren zestig heeft doorgemaakt, wordt aangeduid met de term „sexuele revolutie". En terecht, want op het terrein van de sexuele moraal vond een complete omkering aller waarden plaats.

Die sexuele revolutie rekende radicaal af met de heersende opvattingen, die in de "ogen der „verlichten" als Grondslag van confessionele organisatie niet langer bepalend preuts en Victoriaans werden bestempeld. Zo werd iemand die een homofiele relatie aanging, niet langer als een buitenbeentje beschouwd.

Heel normaal vond men het ook dat mannen (jongens) en vrouwen (meisjes) een sexuele relatie aangingen zonder getrouwd te zijn. Eerst heette dat nog „hokken", later kwam daar het begrip „samenwonen" voor in de plaats. Zelfs de strafbaarstelling van pedofielen kwam ter discussie te staan, al is het dan thans nog niet zover dat alle wettelijke beletsels uit de weg zijn geruimd.

Belemmeringen

Het departement dat zich opwierp als begeleider van dit maatschappelijk proces, was het ministerie van CRM. Daar constateerde men dat er in het maatschappelijk leven nog allerlei belemmeringen waren die een geli ke behandeling van homofielen, ongehuwd samenwonenden e.a. in de weg stonden. Om die reden achtte men het noodzakelijk een wetgeving te ontwerpen die deze belemmeringen weg zou nemen en zodoende verscheen er na een jarenlange studie een „voorontwerp van eèn wet gelijke behandeling". Het werd in september j.l. door de toenmalige staatssecretaris voor emancipatiezaken, mevr. Kraaijeveld-Wouters, aan de pers gepresenteerd. Aan dit voorontwerp lag ondeimeer ten grondslag het „advies over de wettelijke bestrijding van discrinfmatie wegens homofilie", waaraan in onze krant van vrijdag 27 november j.l. reeds uitvoerig aandacht werd besteed („het zachtroze gevaar: aantekeningen bij het CRM-rapport homofilie").

Om duidelijk te maken wat dit voorontwerp van wet beoogt, zullen we de belangrijkste bepalingen weergeven:

• Het is niet toegestaan in een sollicitatie-oproep of bij de sollicitatie-procedure onderscheid te maken op grond van ;eslacht, sexuele geaardheid of huweijkse staat; Men mag dus een sollicitant niét afwijzen omdat hij bijv. praktizerend homofiel is of ongehuwd samenwoont. Ook voor ontslag mag dit geen grond zijn.

• In statuten of reglementen van een rechtspersoon (denk aan verenigingen) mogen geen bepalingen worden opgenomen dat alleen mannen of alleen vrouwen lid mogen zijn.

• Scholen mogen leerlingen of studenten die - praktizerend - homofiel zijn of „samenwonen", niet weigeren of anders behandelen.

• Het is niet toegestaan te discrimineren bij het ter beschikking stellen van woonruimte.

In artikel 37 voegt het voorontwerp daar nog aan toe (en dat heeft verstrekkende consequenties) dat het iri z'n algemeenheid niet toegestaan is zonder redelijke grond direkt of indirekt pnder:scheid te maken op grond van gesla§htj homofilie, huweli kse staat of gezinsverantwoordeli j kheid.

Een uitzondering maakt het voorontwerp voor „voorzieningen en activiteiten van godsdienstige aard" (kerkelijke samenkomsten) en voor ,,bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard".

Het voorontwerp wil voorts een commissie in het leven roepen die belast is met het toezicht op de naleving van deze bepalingen. Deze commissie (door sommigen „de geheime politie" genoemd) heeft dé bevoegdheid bepaalde gevallen van ,,ongerechtvaardigde discriminatie" openbaar te maken. Los daarvan kunnen zij die menen wegens geslacht, homofilie of (buiteh)huwelijkse staat te zijn gediscrimineerd, de rechter inschakelen. Deze kan dan met de gebruikelijke middelen (o.a. dwangsom) een eind aan de vermeende discriminatie maken.

Informatiedag

Op 14 november j.l. heeft het ministerie van CRM op een zgn. informatiedag een toelichting gegeven op dit voorontwerp van wet. Onder de ca. 100 aanwezigen bevond zich ook een handjevol vertegenwoordigers van christelijke organisaties en partijen. Een van hen was dhr. R. H. Matzken, die optrad namens een werkgroep van de Evangelische Alliantie. Hij legde het forum, dat voornamelijk werd- bemand door beleidsambtenaren van CRM, de vraag voor of een christelijke organisatie met een maatschappelijke functie zich straks nog op de bijbel mag beroepen bij het aannemen van personeel, het toelaten van cliënten enz. Het antwoord was kort maar onthutsend: nee. De grondslag van een christelijke organisatie met een maatschappelijke functie (een bejaardentehuis, een, opvangcentrum voor drugsverslaafden, scholen e.d.) is niet langer bepalend, zo werd hem te verstaan gegeven. Het forum gaf dhr. Matzken te kennen dat men niet aanvaardt dat iemand jegens zijn leden, cliënten, personeel of bestuur discriminerend of als zedenmeester optreedt...

In de praktijk

Wat zal nu dit laatste in de praktijk tot gevolg hebben? We noemen enkele voorbeelden:

• Een bejaardentehuis mag, als dit voorontwerp tot wet zal zijn verheven, niet langer de bepaling hanteren dat er voor praktizerend homofielen of ongehuwd samenwonenden geen plaats is. Doet men dat toch, dan kan plaatsing via de rechter worden afgedwongen.

• Een school mag éen onderwijzer die naar een openstaande betrekking solliciteert, niet afwijzen op grond van zijn sexuele geaardheid of omdat de betrokkene „samenwoont".

• In een advertentie voor een vader en moeder voor bijv. een kindertehuis mag niet langer de term „echtpaar" worden gebruikt.

Dat is immers discriminatie ten aanzien van ongehuwd samenwonenden.

• Een gemeente of particulier mag bij het verhuren van woonruimte geen kandidaat-huurders meer afwijzen omdat zij homofiel zijn, „samenwonen" Of dergelijke.

Sluipwegen

Het zal duidelijk zijn dat de identiteit van tal van christelijke organisaties door deze wet op cje tocht komt te staan. Een organisatie als Youth for Christ, diè zich o.a. bezighoudt met de opvang van homofielen, zal er bijv. rekening mee moeten houden dat ze door belangenorganisaties van homofielen aan de schandpaal genageld of voor de rechter gedaagd zal worden. Ook de Evangelische Hogeschool in Amersfoort voorziet moeilijkheden. Directeur Van Delden: „Wij zullen de leerlingen, om maar wat te noemen, straks niet meer mogen voorhouden dat Gods Woord homosexualiteit verbiedt. Zelfs is er in het CRM-advies m.b.t. de homofilie, dat mede aaii het voorontwerp ten grondslag ligt, sprake van dat „gediplomeerde homofielen de scholen in moeten om de leerlingen vertrouwd te maken met afwijkend sexueel gedrag".

Nog verstrekkender lijken de gevolgen voor hulpverleningsorganisaties als de Amsterdamse stichting Heil des Volks, die onder meer een evangelisch bureau voor homofielen heeft opgezet.

Deze organisatie dreigt straks voor de keuze te worden geplaatst zich aan te passen aan de nieuwe wet of af te zien van overheidssubsidie (Heil des Volks ontvangt jaarlijks een subsidie van ca. 400.000 gulden). Woordvoerder Krijn de Jong van deze stichting merkt op: „Gesteld dat je door de commissie aangeklaagd zou worden, dan kun je je er natuuriijk wel uitdraaien. Maar ik denk dat je als 'christen eerlijk zult moeten antwoorden. In dat geval vrees ik het ergste voor het voortbestaan van ons bureau voor homofielen".

Zo ligt het ook op andere terreinen. Het bestuur van een christelijke school dat geconfronteerd wordt met een sollicitant die samenwoont, kan zo iemand een briefje schrijven dat hij öf zij is afgewezen omdat men twijfelt aan zijn of haar onderwijskundige capaciteiten. Maar als dat bestuur zo iemand eerlijk te verstaan zou geven dat men op grond van de bijbel niet tot aanstelling is kunnen overgaan, loopt die school de kans publiekelijke aan de muur te worden gespijkerd. De christelijke instellingen en organisaties worden straks - met andere woorden - verleid tet het uithalen van allerlei capriolen en het bewandelen van sluipwegen om niet met deze wet in aanvaring te komen. Maar soms zal zelfs dat niet mogelijk zijn...

Scheiding

Daarbij dient nog te worden bedacht dat allerlei actie- en pressiegroepen niet zullen nalaten om christelijke instellingen, scholen e.d. kleur te laten bekennen. Men hoeft wat dat betreft niet de illusie te koesteren dat me,n buitenschot zal blijven. Als er op de informatiedag van CRNi iets is duidelijk geworden, is dat het wel. Opvallend op die dag was ook dat er aan de bezwaren vanuit christelijke hoek nauwelijks aandacht werd geschonken. Daarover dhr. R. Ferwerda, die aanwezig was als adviseur van de RPF-fractie in de Tweede kamer: „Er was die dag sprake van een scheiding der geesten, a thans zo heb ik het ervaren. Wie zich achter het wetsontwerp schaarde of vond dat het nog niet ver genoeg ging, werd zeer welwillend tegemoet getreden. Maar wij werden duidelijk anders behandeld. Over discriminatie gesproken".

Ferwerda zegt het op zich een goede zaak te achten dat er wetgeving komt t.a.v. gelijke behandeling. „Maar", zegt hij, „dan denk ik met name aan minder validen, die nog maar al te vaak worden gediscrimineerd. Of bijv. aan het ongeboren kind, dat eveneens een wettelijke bescherming moet ontberen".

Voor het voorontwerp van wet, zoals het er nu ligt, heeft hij dan ook geen goed woord over. „Als hoogste norm wordt hierin gehanteerd: wat "wil de publieke opinie. Daaruit proef ik onmiskenbaar opstandigheid tegen Gods Woord. De Normen van dat Woord zijn ongeldig verklaard en daarmee is de vrijheid van christelijke organisaties in groot gevaar".

De geestelijke achtergrond van dit voorontwerp is volgens Ferweda dat, godsdlÈnst en geloof iil het openbare leven geen rol meer mogen spelen. „Men wil dat slechts toelaten binnen de kerken en in het privé-leven", meent hij. Om daar tegen te protesteren, zou massaal van de mogelijkneid gebruik moeten worden gemaakt om bezwaren tegen dit voorontwerp bij het ministerie van CRM kenbaar te maken, vindt hij.

Wijzigingen

Maar, zal iemand mogelijk opperen, een voorontwerp is nog geen wet en een wet zal toch altijd nog door het parlement moeten worden aanvaard. Dat is waaf, maar of de kans groot is dat de Tweede kamer, in het desbetreffende wetsontwerp belangrijke wijzigingen zal' aanbrengen, moet betwijfeld worden. SGP-fractiemedewerker mr. G. Holdijk (die na een eerste bestudering van het voorontwerp, eveneens tot de conclusie is gekomen dat er voor verontrusting alle aanleiding is) merkt daarover op: „Het zal vooral van het CDA afhangen of er alsnog voor christelijke organisaties en instellingen uitzonderingsbepalingen komen. Maar zelfs al zou het CDA zich daar sterk voor maken, dan hoeft dat nog niet tot wijzigingen te leiden omdat de PvdA en de VVD - naar ik vrees; zonder meer met deze wetgeving akkoord zullen gaan. In ieder geval zullen we er thans alles aan moeten doen om die uitzonderingsbepalingen te bepleiten".


Heeft de gereformeerde gezindte bij het ontplooien van maatschappelijke activiteiten lange tijd een zekere lankmoedigheid ondervonden van de zijde van de overheid, de laatste tien jaar is die verdraagzaamheid stukje bij beetje ineengeschrompeld.

Een voorbeeld waaruit dat blijkt, is dat verpleegkundigen die in geweten niet mee kunnen -werken aan abortus-ingrepen, op een zijspoor dreigen te worden gerangeerd. Of, om een ander voorbeeld te noemen: er is een wet in de maak die alle gesubsidieerde instellingen — dus ook 'protestants-christelijke — dwingende regels oplegt ten aanzien van de democratisering. Dat lijkt misschien onschuldig maar het is het niet. In de praktijk betekent dit namelijk dat het bestuur van een christelijke instelling niet meer autonoom zal zijn maar rekening moet houden met de inzichten, wensen en verlangens van personeel, cliënten e.d. ook als die laatsten ,,andersdenkenden" zijn. Daardoor kan de identiteit van zo'n instelling of organisatie dus duidelijk op de tocht komen te staan, wat trouwens ook de bedoeling is.

De confessionele organisaties — zo wordt al jaren in progressieve kringen geroepen — moeten opengebroken worden.

Een van de jongste geesteskinderen van hen die dit openbreken willen bevorderen, is het „voorontwerp van een wet gelijke behandeling". Als dit voorontwerp eenmaal tot wet is verheven, zal er geen ,,ongerechtvaardigd" onderscheid meer gemaakt mogen worden tussen personen om reden dat zij man of vrouw, homo- of heterofiel, gehuwd of ongehuwd zijn dan wel „samenwonen".

En dat heeft een nieuwe aanslag tot gevolg op de identiteit van tal van christelijke organisaties en instellingen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 december 1981

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Nieuwe aanslag op christelijke instellingen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 december 1981

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken