Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Europese tuincultuur en haar invloed op de taal

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Europese tuincultuur en haar invloed op de taal

8 minuten leestijd

Zelfs mensen die veel van tuinieren houden en er zelf een prachtige siertuin op na houden, zullen lang niet altijd weten dat de tuinarchitectuur zo'n mooie geschiedenis heeft. Het is hiermee net als met schilder- en bouwkunst; in de loop van de tijd zijn er tal van scholen geweest, die ieder werkten volgens hun eigen regels. In Europa heeft men achtereenvolgens de Italiaanse, de Franse en de Engelse tuinarchitectuur gekend.

In de vijftiende eeuw gingen de Italianen prachtige tuinen en parken aanleggen. Ze vonden hun inspiratie in de klassieke bouwkunst van de oude Romeinen. Hierbij moet men bijvoorbeeld denken aan de beroemde amfitheaters van het oude Rome, waar trapsgewijze (tien-)duizenden toeschouwers konden plaatsnemen om te kijken naar de stierengevechten of naar de christelijke martelaren die voor de stieren of de leeuwen werden geworpen. De Italianen gingen nu ook hun tuinen echt opbouwen; trapsgewijze kwamen de groene vlakken achter en boven elkaar te liggen. De bloemen speelden eigenlijk geen rol, het ging vooral om het groen in mooi perspectief. Om te variëren waren er veel grotten in deze tuinen en soms ook watervalletjes of cascaden. De beroemdste Italiaan op dit gebied was Pirro Ligorio (1510-1583).

Le Nótre

In de zeventiende eeuw, met name onder Lodewijk XIV, kwam de Franse beschaving tot een zeer hoge bloei. De Italiaanse tuinen werden toen vervangen door de Franse, dikwijls aangelegd door André Le Nótre. Zijn naam is zo beroemd geworden dat hij in iedere encyclopedie te vinden is; (men moet zoeken onder de letter L). Le Nótre was een stadsmens; hij is geboren en gestorven in Parijs (in 1613 en 1700) en hij was eigenlijk meer een architect dan een tuinman. Bij hem overheersten de wiskundige vormen: de paden waren kaarsrecht en de kruinen van de bomen en struiken mochten hun natuurlijke vorm niet houden, zij kregen het model dat Le Nótre eraan wilde geven. Vooral de heggen om de tuinen kregen een heel kunstmatig uiterlijk; ze dienden als lijst om de tuin, een decoratie waarin de wiskundige vormen overwogen. (Misschien stammen daar onze rechthoekig geknipte ligusterhegjes nog van af.) Le Nótre werkte veel voor de paleizen van de koning, de Tuilerieën en de paleizen in Versailles, de residentie die door Lodewijk XIV uit de grond gestampt is.

Hoewel we tegenwoordig meer houden van natuurlijkheid moeten we niet over het hoofd zien dat Le Nótre's tuinen artistieke prestaties van de eerste rang waren, maar het was vooral een kunst van menselijke modellen, geen natuurlijke schoonheid. Af en toe vindt men in Nederlandse parken (in Rotterdam bijvoorbeeld) nog weleens een tuin in deze geest, maar om een heel park aan te leggen op dezelfde wijze als Le Nótre dat zou nu niet meer gaan. In deze tuinen vond men vaak fonteinen die geplaatst waren in een bekken of bassin; verder ook cascaden, d.w.z. kunstmatige watervalletjes. Bloembedden in de vorm van rechte stroken heetten rabatten en de leibomen werden ondersteund door spalieren. ^

Dat er steeds nieuwe woordenboeken of herdrukken van bestaande verschijnen is zowel het gevolg als het bewijs van het feit dat het Nederlands een levende taal is. Onze taal blijft zich voortdurend ontwikkelen en deze ontwikkeling is de laatste jaren in een stroomversnelling gekomen nu, zoals gezegd wordt „alles ter discussie gesteld moet kunnen worden".

Hel gevolg is dat steeds meer mensen over steeds meer dingen moeten (kunnen) meepraten en meer tijd gaan besteden aan vergaderen, praten en discussiëren. Mede kierdoor neemt het aantal nieuwe woorden in onze faal sneller dan vroeger toe en krijgen bestaande woorden een enigszins gewijzigde betekenis. Deze ontwikkelingen dragen ertoe bij dat een woordenboek na enige jaren herzien moet worden, wil het zijn gebruikers voorzien van de juiste informatie.

Kenmerkend voor bovengenoemde gang van zaken is bv. het feit dat een bekend woordenboek nl. Kramers' Nederlands woordenboek, sinds 1946 niet minder dan 16 herdrukken gekend heeft.

Boek

tolk

Thans ligt voor ons een geheel nieuwe uitgave van dit woordenboek, waarvan de titel luidt: Kramers' Groot woordenboek Nederlands, tevens vreemde- woordenboek. Deze titel verdient enige toelichting. Dit werk is een samenvoeging van Kramers' Nederlands woordenboek en van een sinds 1848 bestaande Kramers' woordentolk. In laatstgenoemd werk werden woorden en uitdrukkingen beschreven die het Nederlands aan vreemde talen ontleend had en die nog steeds niet vernederlandst waren. Aangezien men thans minder bezwaar dan vroeger maakt tegen het gebruik van vreemde woorden in het Nederlands, nemen de woordenboekschrijvers of lexicografen dit soort woorden meer in hun werk op. De samenstellers van dit woordenboek hebben ingespeeld op dit teken des tijds en hebben, zoals gezegd, beide genoemde werken tot een geheel gemaakt.

In de achttiende eeuw kreeg de Engelse tuinkunst de overhand. Hun tuinen zagen er veel natuurlijker uit dan de Franse, bomen en struiken hadden een tiatuurlijke vorm behouden en de paden waren nooit recht. Zij hielden ook veel van groepen bomen van verschillende hoogte. Wie echter denkt dat die onregelmatigheden op een speling van de natuur berusten, vergist zich schromelijk. De berekening van het geheel, met al de bochtjes in de paden erbij, was ook bij de Engelsen uiterst nauwkeurig.

Maar door die onregelmatigheden, al waren die kunstmatig, gaven de Engelse tuinen toch de indruk van een landschap. De belangrijkste kunstenaar op dit gebied was William Kent (1685-1748). Erg origineel schijnen de Engelsen met deze tuinen niet geweest te zijn. Het waren misschien nabootsingen van de Chinese tuinen. Een groot deskundige op dit gebied, zelf een Engelsman, heeft een dik boek geschreven om dit te bewijzen.

De onregelmatigheden van de Engelse tuinen vindt men in het klein terug in onze borders (let u vooral op de Engelse naam). Ook die zien er erg natuurlijk uit, maar het zijn goed geplande cultuurprodukten.

Kunst- en taalgeschiedenis

Hierboven is al het woord architect (d.w.z. bouwmeester) genoemd en de geschiedenis van de tuinarchitectuur is dan ook een onderdeel van de kunstgeschiedenis, speciaal van die van de bouwkunst. Maar behalve voor de kunstgeschiedenis zijn deze gegevens ook voor de taalgeschiedenis van belang; want iedere ontwikkeling in de kunst vraagt series nieuwe woorden waarmee de nieuwe kunstvormen worden aangegeven. Een mooi opsomminkje daarvan vindt men in Dudens Herkunftswörterbuch der deutschen Sprache. Die vertelt bij het (Duitse) woord Bassin dat dit behoort tot een groep woorden die betrekking hebben op de tuinbouwkunst en die sinds de achttiende eeuw door het Duits aan vreemde talen ontleend zijn. Als Italiaanse term noemt hij Grotte (Italiaans grotta); hierboven zagen we al dat grotten in Italiaanse tuinen vaak voorkwamen. Uit het Frans zijn Bassin, Kaskade, Allee en Fontane. Ook dit zijn een soort sleutelwoorden, maar dan voor de Franse tuinkunst. Tenslotte geeft Duden als termen die via het Nederlands zijn ontleend Rabatte en Spalier.

Zo'n partijtje woorden is waard om nageplozen te worden omdat het hele rijtje ook in het Nederlands voorkomt. Speciaal de via het Nederlands gekomen

IJITDE GESCHIEDENIS VANONZE WOORDENSCHAT termen Rabatte en Spalier maken ons nieuwsgierig. De Nederlandse woorden rabat en spalier (waarvan dus het Duitse Rabatte en Spelier af moeten komen) zijn allebei vrij moeilijk om te verklaren. Rabat is vooral bekend in de betekenis „korting". Dit kunnen we hier terzijde laten, want dat is in het Duits Rabatt (zonder e dus). Verder betekent rabat ,,zoom" of ,,lang smal tuinbed"; dit is in het Duits Rabatte geworden. Wij hebben dit rabat aan het Frans ontleend en zoals Duden zegt is het via het Nederlands in het Duits terechtgekomen.

Nog moeilijker is ons woord spalier, ook wel espalier; (dit is een latwerk of staketsel voor leibomen). Het is niet helemaal duidelijk of ons (e)spalier ontleend is aan het Franse espalier zoals Duden meent. Het is ook mogelijk dat wij het aan het Duits hebben ontleend. Dit staat weer in andere woordenboeken.

Tuin en Zaun

Maar nu het woord tuin. Dit had oorspronkelijk een heel andere betekenis dan tegenwoordig. Wie zich goed wil realiseren wat „tuin" precies betekende, moet het vergelijken met het overeenkomstige Duitse woord. Dit is Zaun en Zaun betekent hek, heg, omheining, maar geen tuin. Welnu, dat was heel vroeger in het Nederlands ook zo. Met ,,tuin" duidde men alleen de omheining aan. Vandaar dat we in de Statenvertaling ook lezen van betuinen en omtuining. Dat betekent gewoon omheinen, heg. Uitzicht vanaf de Rotterdamse Euromast op „Het Park" met links een deel van de Franse tuin.

Een oud Nederlands woord voor tuin (moestuin, bloementuin) is hof. In de Statenvertaling is sprake van bloemhoven en van de Hof van Eden. We spreken van de Keukenhof en verder komt hof voor in familienamen: Van 't Hof, Ten Hove. In sommige dialecten, vooral Zeeuwse, is ,,tuin" gewoon onbekend en gebruikt men steeds hof. Verder kennen we een hoenderhof en in de Bijbel vinden we het woord hovenier. Dit komt zoals zoveel min of meer verouderde woorden ook voor in het Vlaams. In Antwerpen kent men bijvoorbeeld de Hoveniersstraat. Daar is een Joodse syZinneprent van de Hollandse tuin, bewaakt door de leeuw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 22 January 1982

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Europese tuincultuur en haar invloed op de taal

Bekijk de hele uitgave van Friday 22 January 1982

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken