Bekijk het origineel

Staatssecretaris d'Ancona ambitieus en fanatiek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Staatssecretaris d'Ancona ambitieus en fanatiek

,,Het gaat om nieuwe waarden en normen"

8 minuten leestijd

DEN HAAG — Drs. H. (Hedy) d'Ancona, in dit kabinet belast met het emancipatiebeleid, is niet alleen een ambitieuze staatssecretaris maar ook een zeer fanatiek voorvechtster van „de vrouwenbeweging". Daarbij schuwt ze de confrontatie niet, zoals begin deze week tijdens een commissievergadering van de Tweede kamer wel is gebleken.

Mevr. d'Ancona (45) is geen vreemdeling in het politieke Jeruzalem. Van '74 tot '81 was ze lid van de Eerste kamer voor de PvdA, terwijl ze jarenlang één van de aanvoerders was van „de vrouwenlobby". Daarvoor was ze wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Gemeentelijke universiteit van Amsterdam, waaraan ze in 1963 — cum laude — was afgestudeerd in de sociale geografie. Tijdens haar studententijd werkte ze mee aan tv-programma's voor de Vara en in 1972 stond ze aan de wieg van het radicaal-feministische (feminisme is de beweging voor gelijke rechten voor de vrouw) maandblad Opzij.

Roerige jaren

Drs. d'Ancona was ook één van de oprichters van de — later toonaangevende — actiegroep Man-Vrouw-Maatschappij (MVM). In het laatste nummer van „Op gelijke voet", een informatieblad van het ministerie van CRM, zegt ze daarover: „Ik was een kind van mijn tijd. Provo, kabouter, de roerige zestiger jaren. Vanuit die actie-achtige achtergrond raakte ik betrokken bij het emancipatiegebeuren. Die betrokkenheid kwam aanvankelijk niet voort uit persoonlijke ervaring. Ik had een goede opleiding, een goede baan, geen kinderen. Maar het feit dat je onrechtvaardigheid niet zelf aan den lijve ervaart, mag nooit een reden zijn om je niet op te winden over onrechtvaardigheden jegens anderen. Binnen MVM trachtten we die onrechtvaardigheden om te zetten in aktieprogramma's; wij vonden dat de politieke partijen iets moesten doen".

Halverwege de jaren zeventig veranderde haar instelling omdat toen ook haar persoonlijke situatie veranderde: ze werd directeur van het Centrum voor beleidsadviserend onderzoek, een door haarzelf opgericht bureau dat in opdracht van gemeentebesturen inspraakbrochures begeleidt, onderzoek verricht enz. „Inmiddels", vervolgt ze, „had ik kinderen gekregen en ik besefte dat ik alleen maar mijn werk kon combineren met het opvoeden van de kinderen, vanwege mijn baan en mijn inkomen. Vrouwen die het niet zo getroffen hebben, die komen klem te zitten, die kunnen geen kant meer uit. Er was (en is) geen sprake van een eerlijke verdeling van de taken binnenshuis".

In het interview zegt ze veel geschreven te hebben over vrouwen en macht. Ze vindt dat vrouwen moeten proberen feitelijke machtsposities te verwerven omdat anders de samenleving nooit op hen zal zijn afgestemd. Vandaar dat ze moeilijk nee kon zeggen toen ze werd gevraagd voor de post van staatssecretaris. Bovendien kan ze, door die post, vrouwen over hun schroom heen zetten zulke posities te aanvaarden. „Ik wil aantonen dat het te combineren valt: een politieke functie als deze en de zorg voor kinderen. Als ik ooit in de krant moet schrijven dat deze functie mij 90 uur per week kost, is dat een treurig moment, ook voor de vrouwenbeweging. Want dan kan ik vrouwen nooit meer aansporen dit te doen".

Doorbreking

Wat het door haar te voeren beleid betreft, is mevr. d'Ancona allereerst gebonden aan het regeerakkoord. Daarin staat onder meer dat er een herverdeling van arbeid moet plaatsvinden zodat vrouwen gemakkelijker aan een (deeltijd)baan kunnen komen, dat het sociale en fiscale stelsel zo veranderd moet worden dat het voor een vrouw niet meer uitmaakt of ze gehuwd is of niet en dat er een wettelijke regeling moet komen ter bestrijding van de sekse-discriminatie (de inmiddels beruchte „Wet gelijke behandeling"). Ook maakt het regeerakkoord melding van „emancipatiebelemmerende problemen", die opgelost kunnen worden door kinderopvang (crèches), een betere aansluiting van school- en werktijden, roldoorbrekend onderwijs en ouderschapsverlof, alsmede latere openingstijden van winkels, banken enz. ten behoeve van de werkende vrouwen.

Over de vraag hoe ze haar beleid zal invullen, is mevr. d'Ancona nog niet erg openhartig geweest. Wel schrijft ze in een brief van 29 januari jl. aan de Tweede kamer dat het emancipatiebeleid van dit kabinet zich niet zal beperken tot een arbeids- en inkomensbeleid. Bij het nemen van beslissingen zal het kabinet, met andere woorden, steeds na dienen te gaan of daarmee de vrouw niet ongelijk wordt behandeld. Ook komt in deze brief het veelzeggende zinnetje voor dat het bij het emancipatievraagstuk ondermeer gaat „om herverdelen van macht in de persoonlijke levenssfeer en om nieuwe waarden en normen".

Voorrang zal drs. d'Ancona geven aan plannen op het terrein van vrouwen uit minderheden en kinderopvang. Verder zal het veelbesproken banenplan van Den Uyl volgens de brief aansluiten „op de groeiende wens van mannen en vrouwen om betaalde arbeid buitenshuis en de verzorgende onbetaalde arbeid binnenshuis onderling anders te verdelen".

Maar voordat de staatssecretaris aan het regeren slaat, wil ze eerst „een nieuw theoretish kader" voor het emancipatiebeleid opstellen, dat onder andere zal bestaan uit „een analyse van het vrouwenvraagstuk". Wat daar allemaal mee wordt bedoeld, is tot op heden vrij duister, al lichtte drs. d'Ancona zelf een tipje van deze sluier op tijdens de vergadering van de vaste Kamercommissie voor het Emancipatiebeleid, afgelopen maandag. Naar haar zeggen is objectief vast te stellen dat de vrouw zowel in de maatschappij als in het gezin wordt achtergesteld. In de samenleving maar ook in de gezinnen is sprake van machtsverhoudingen of, zoals de radicaal-feministen zeggen: onderdrukking. Daar kan de overheid wat aan doen door de keuzevrijheid te vergroten. Als de vrouw bijvoorbeeld buitenshuis wil werken, moet ze haar kinderen in een crèche kunnen brengen. Als ze het huishouden aan de man over wil doen, moet dat ook kunnen. Kortom, er moeten allerlei voorwaarden worden geschapen die het de vrouw mogelijk maken haar rol als huismoeder van zich af te schudden. Aldus het nogal verbeten betoog van de staatssecretaris, dat door haarzelf werd betiteld als een lesje in sociologie voor meneer Meindert Leerling c.s. Over arrogantie gesproken...

Bits

De woordvoerders van SGP, RPF en GPV, resp. Van der Vlies, Leerling en Schutte, bleken overigens niet onder de indruk van de spoedcursus sociologie. Zij lieten weten dat er in ieder geval in hun eigen kringen geen behoefte was aan het door drs. d'Ancona uitgestippelde beleid, dat door Leerling zo werd omschreven: „Elke Nederlandse vrouw gevraagd of ongevraagd betrekken in het emancipatieproces". Bovendien vroegen genoemde fracties zich af waarop de staatssecretaris zich kan beroepen als zij het heeft over „de vrouwenbeweging!'. Vandaar dat Van der Vlies erop aandrong om ook „andersdenkenden" in de verschillende overleg- en adviesorganen op te nemen.

Daarmee werd de bewindsvrouwe opnieuw nadrukkelijk geconfronteerd met de denkbeelden en opvattingen die er ten aanzien van het emancipatievraagstuk binnen de gereformeerde gezindte leven. Zoals de lezer weet, liggen er bij de onder drs. d'Ancona ressorterende Directie coördinatie emancipatie meer dan tienduizend reacties uit deze kring op het „Nederlands actieprogram emancipatiebeleid" en op het „Voorontwerp van een wet gelijke behandeling". Wat dat betreft kan het de staatssecretaris moeilijk zijn ontgaan hoe in de reformatorische en evangelische kring wordt gedacht over de gelijke behandeling van man en vrouw, gehuwden en ongehuwd samenwonenden enz. Ook zal ze moeilijk kunnen volhouden dat ze niet weet dat er vrouwen zijn die zich — om met Leerling te spreken — gelukkig voelen op de plaats en met de taak die zij van Godswege hebben gekregen. Misschien dat de staatssecretaris zich maandag oni die reden wat bits liet ontvallen dat ze „onderhand nieuwsgierig begon te worden naar al die tevreden vrouwen"?

Geen inzicht

Die laatste opmerking kon trouwens wel eens typerend zijn. Want, zo zou men zich kunnen afvragen, klopt het beeld dat de natie al zovele jaren wordt voorgeschoteld, wel als zou er een enorme behoefte zijn aan al die roldoorbrekende maatregelen en plannen? Als we het Sociaal cultureel kwartaalbericht van eind vorig jaar mogen geloven, valt het allemaal nogal mee. In dat kwartaalbericht werden de resultaten van een ornderzoek van het als zeer betrouwbaar te boek staande Centraal bureau voor de statistiek gepubliceerd naar de leefsituatie in 1980. Aan huisvrouwen was onder andere de vraag voorgelegd in welke mate men het eens was met de uitspraak: „Ik zou graag de huishouding ruilen voor werk buitenshuis". Uitkomst: helemaal mee eens 5 pct., mee eens 7, niet mee eens, niet mee oneens 14, niet me eens 32, helemaal niet mee eens 41.

Een andere vraag luidde in welke mate men tevreden was met huwelijk en gezin. En wat bleek? Meer dan 80 procent van de ondervraagden was tevreden tot buitengewoon tevreden.

Mevr. drs. C. Jol van het CBS tekent hierbij aan dat de mens volgens algemeen aanvaarde theorieën in het algemeen niet geneigd is om toe te geven dat hij (of zij) ontevreden is met zijn (haar) situatie. „Men zal", zo zegt mevr. Jol ons, „vergelijken hoe een ander het heeft en dan tot de conclusie komen dat de eigen situatie nog zo beroerd niet is, hoewel er diep in het hart mogelijk onvrede leeft. Maar los daarvan mag men zonder meer op de uitkomsten van dit onderzoek afgaan".

Is dat voor de staatssecretaris niet een aardig lesje ontnuchterende werkelijkheid? Nee hoor, gaf ze het Kamerlid Leerling onlangs te kennen tijdens het debat over de begroting van Sociale zaken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 februari 1982

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Staatssecretaris d'Ancona ambitieus en fanatiek

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 februari 1982

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken