Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

UIT DE KERKELIJKE PERS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT DE KERKELIJKE PERS

6 minuten leestijd

In het „Gereformeerd Weekblad" (uitgave Bout-Huizen) schrijft ds. W. van Gorsel dat er veel te overdenken valt rondom de Weeszondag.

„In de tien dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren vinden we in de opperzaal in Jeruzalem een gemengd gezelschap bijeen. Het is wéér Lukas die een aantal van deze mensen opsomt: de discipelen, de vrouwen, Maria de moeder des Heeren en Zijn broeders. Daaromheen wellicht nog een ruimere kring van gelovigen, want er blijkt een schare bijeen te zijn van 120 personen (Hand. 1:12-15.) Het samenzijn van deze mensen wordt gekenmerkt door verwachting.
(...)

Toch blijkt de „Pinkstergemeente" in Jeruzalem niet overgeestelijk bezig te zijn. In gespannen verwachting bidt zij om de komst van de beloofde Heilige Geest, maar zij is daarin niet overgeestelijk. Dat wordt ons wel duidelijk wanneer wij het tweede gedeelte van Hand. 1 lezen. Daar stelt Petrus heel nuchter de verkiezing van een twaalfde apostel aan de orde die de opengevallen plaats van Judas moet innemen. Er wordt een tweetal gesteld en daarna vindt er een loting plaats, waardoor Matthias wordt aangewezen.

Overigens moeten we hier geen tegenstelling oproepen, alsof de komst van de Heilige Geest een „geestelijke" zaak zou zijn en de verkiezing van een apostel een ,.zakelijke" aangelegenheid. Het is immers de Heilige Geest Die Zich aan de ambten en de ambts-- dragers verbonden heeft en door het ambt werkt. We lezen dat Christus na Zijn hemelvaart de Heilige Geest heeft uitgestort, maar evenzeer dat Hij na Zijn verhoging gegeven heeft „sommige tot apostelen, sommige tot profeten, sommige tot evangelisten, sommige tot herders en leraars, tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot de opbouwing van het lichaam van Christus" (Efeze 4:11-12).

Zo valt er op en rondom de Weeszondag heel wat te leren en te overdenken. Enerzijds kan er een „nabetrachting" zijn op de Hemelvaartsdag: Christus is ten hemel gevaren en gezeten aan de rechterhand van de Vader. Wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond. Anderzijds mag er ook het uitzien zijn naar Pinksteren, de dag waarop Hij Zijn belofte vervult en Zijn Geest uitstort op alle vlees. We dienen daarbij wel te bedenken dat ook deze heilsfeiten eenmalig zijn. Zoals Christus eenmaal ten hemel gevaren is, zo is de Heilige Geest ook maar één keer uitgestort. Als zodanig is het Pinksterfeest onherhaalbaar. Dat moet gezegd worden aan het adres van de „vrije groepen" waarin telkens weer wordt beweerd dat we een nieuw Pinksteren nodig hebben. Is het onder invloed van deze groepen of is 't onkunde als onder ons soms ook wordt gebeden om een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest?

Het zal misschien wel goed zijn, maar het is niet nodig, want de Heilige Geest is uitgestort. Wat we wel nodig hebben in ons eigen leven, in gezin, gemeente en kerk, is een krachtige doorwerking van de Heilige Geest. Daérom mag en moet gebeden worden, en als zodanig mag de gemeente van het Nieuwe Testament een Adventsgemeente zijn, een gemeente die uitziet naar een opwekking, een opleving, door de Heilige Geest gewerkt. Kom, Schepper, Geest...!"

Ds. J. H. Velema schrijft in het reformatorisch opinieblad „Koers" over de feministische theologie. Uit deze bijdrage de volgende passages:

„Als we het feminisme afwijzen dan dienen we de feministische theologie helemaal af te wijzen. Het is duidelijk dat deze theologie een theologische onderbouw wil geven aan genoemde feministische opvattingen. Dat betekent dat deze theologen geen recht doen aan de bijbelse visie op de vrouw.
(...)

Men dringt een bepaald gedachtenpatroon aan de Schrift op en gaat hiermee op de Schrift „los" met als resultaat een verwrongen, eenzijdige uitleg — een uitleg die past in het straatje dat men van tevoren had gelegd. In dat opzicht kun je tegenwoordig van alles meemaken: er is sprake van een materialistische en van een feministische exegese. Interessant om te lezen hoe men vanuit verschillend gezichtspunt één bepaalde geschiedenis, bijbelgedeelte kan verklaren. Exegeten verrichten allerlei acrobatische toeren. Maar vragen: wat zou de Heere nu te zeggen hebben en wat is nu de zin en de mening van de Heilige Geest Zelf?, dat is niet meer de primaire vraag die wordt gesteld. En om deze vraag gaat het nog altijd. Schrift moet met Schrift worden vergeleken. En wie de Schrift gaat vergelijken met de tijd of met zijn eigen feministische verlanglijstje laat uiteindelijk de bijbel buikspreken.

Het is wel duidelijk dat deze theologie een totaal anders gestructureerd kerkelijk leven beoogt dat op gespannen voet staat met Schrift en belijdenis. Als we de kerk moeten zijn op feministische wijze dan gaat het niet meer om de geestelijke maar om de menselijke bestaanswijze van de kerk — inderdaad niet mannelijk en vrouwelijk staan daar tegenover elkaar, maar geestelijk en menselijk. Het boek „Leer mij de vrouwen kennen" maakt duidelijk dat de feministische benaderingswijze, de feministische idealen, alle kerken moeten doortrekken. Er wordt niet meer gevraagd naar een kerkelijke belijdenis, naar Gods waarheid, maar de feministische visie moet doorgedrukt worden. Het feminisme moet mensen in verschillende kerken verbinden en verenigen. Dat wordt de nieuwe verbondenheid boven alle geloofs- en kerkelijke verdeeldheid

We wijzen de feministische theologie af terwille van het karakter van de theologie, de schriftuurlijke visie op de vrouw, de plaats van de vrouw, het kerkelijke leven naar Schrift en belijdenis. Deze theologie brengt ons op een dwaalspoor en haalt zaken uit elkaar die bij elkaar horen."

In het blad „Kerkinformatie" van de Gereformeerde Kerken in Nederland stelt F. C. Meijer dat de kerken kunnen zorgen voor arbeidsplaatsen.

„Wat kunnen de kerken concreet tegen de werkloosheid ondernemen? In tijden van bezuiniging klinkt die vraag nogal belachelijk. Wat kunnen immers kerken — met een begroting van een ton, of desnoods een miljoen — doen tegen een probleem waarmee miljarden gemoeid zijn? Toch bestaan er mogelijkheden. De overheid nam zogenaamde werkverruimende maatregelen, die ook gelden voor organisaties zonder winstoogmerk. Daartoe behoren plaatselijke kerken, evenals haar regionale, provinciale en landelijke organisaties.
(...)

Als de kerk bijvoorbeeld haar jeugdhonk ook overdag wil openstellen (een manier om werkloze jongeren uit het café en van de straat te houden) zal iemand de zaak moeten runnen en in orde houden. In grotere kerken is vaak veel secretariaats- en administratief werk te doen dat vrijwilligers nauwelijks in hun vrije tijd kunnen klaren. Ook voor het kerkblad is vaak veel nuttige arbeid te verrichten. Waarom daarvoor niet een jongere aangesteld? Sommige kerken zijn te klein voor een koster in volledige dienst. Door noodmaatregelen wordt daarin dan voorzien. Iets voor zo'n jongere? Wat natuurlijk niet kan: de huidige koster afdanken en dan een „gesubsidieerde" koster nemen. Of het kerkblaadje door jongeren laten rondbrengen dat anders per post werd verzonden.

Een andere suggestie: de archieven van de kerken zijn vaak wat moeilijk toegankelijk, om het zachtjes uit te drukken. Op initiatief van de algemeen archivaris van onze kerken, de heer De Kruijter, wordt er nogal wat gedaan om dat te verbeteren. Ligt daar een kans voor een of meer assistenten voor een regionaal of provinciaal archiefconsulent? Kortom: met wat vindingrijkheid valt er in dit opzicht misschien wel wat te doen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 22 May 1982

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

UIT DE KERKELIJKE PERS

Bekijk de hele uitgave van Saturday 22 May 1982

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken