Bekijk het origineel

„Walvisvaart, vergrijp aan prachtige, weerloze dieren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Walvisvaart, vergrijp aan prachtige, weerloze dieren"

5 minuten leestijd

„Veel narigheid en moeilijkheden van allerlei aard, veel bloed, zweet en tranen maar vooral veel stank en ergernis over de wijze waarop de mens zich vergrijpt aan prachtige weerloze dieren en waarmee hij zal doorgaan totdat ze van de aardbodem weggevaagd zijn". Dat was de pennevrucht van Jan Strijbos toen hij in 1946 als natuuronderzoeker een reis meemaakte van de walvisvaarder „Willem Barendsz". Binnen een tijdsbestek van een halfjaar zag hij hoe men 770 walvissen op koelbloedige wijze van het leven beroofde.

Die walvisvaarder was genoemd naar de ontdekkingsreiziger Willem Barendsz. Dat was de man die in 1596 samen met Jacob van Heemskerk en De Rijp in de Noordelijke IJszee talloze walvissen tegenkwam. Zij waren op zoek naar een doorvaart naar het Oosten. Ze ontdekten nog meer: het eiland Spitsbergen. „Een eiland met goede baaien en om te ankeren en veel mogelijkheden om de walvis aan land te verwerken" vonden'ze.

De inmiddels in het leven geroepen Oost Indische Compagnie nam de exjloitatie van de walvisvangst voortvarend ter hand. Op Spitsbergen verscheen de nederzetting Smeerenburg waar het spek van de walvis ter plekke tot traan ^-erd verwerkt. Die traan werd in vaten /erpakt teruggestuurd naar het wachtende vaderland.

Nieuws
Het nieuws over de rijkdom aan walvissen lokte ander walvisvaarders aan. Uit Noorwegen, Duitsland, Denemarken en Engeland. In de 18e eeuw begonnen ook de Amerikanen deel te nemen aan de walvisvangst in het hoge Noorden. Men' breidde de vangststations aan de kust uit en begon ook in andere zeeën te jagen op buitruggen, zuidkapers en vooral potvissen. Later rriaakte men in volle zee de kadavers van de dieren langszij de schepen vast en werden de dieren boven water van hun speklaag ontdaan. '

De walvisvaarders van die tijd beschikten over schepen van 50 tot 150 ton die elk waren uitgerust met vier tot zes sloepen. Met die sloepen werden de walvissen gevangen. Gedurende een expeditie werd gemiddeld een tiental vissen buitgemaakt.

Gevaar

Het was een gevaarlijk karweitje, die walvisjacht. Als de bemanning niet te lijden had onder scheurbuik en kou dan sloopte de uiteindelijke vangst hun gestel wel. De jacht op een flinke vis kon uren duren en bleef dan nog vaak zonder succes. In die primitieve begindagen was de walvis trouwens niet geheel weerloos. Regelmatig ramden de beesten, woedend geworden door de dood van hun jong, de sloepen. Hele bemanningen k\yamen zo nogal eens om het leven.

Ondanks al die ellende ving men walvissen, en veel. Zo veel zelfs dat halverwege de 17e eeuw de wateren rond Spitsbergen uitgeput waren. De walvisstand was daar de das omgedaan en die paar die de klopjacht overleefd hadden, kozen eieren voor hun geld en vertrokken ijlings naar noordelijker wateren. Nog een eeuw waren de Nederlandse walvisvaarders actief in de zeeën rond Groenland en IJsland maar rond 1750 was ook dat gebeurd. De afstand naar de Zuidpoolgebieden waar de vis welig tierde was nog te ver. De walvisvaart raakte in verval.

Pas toen in 1868 de Noor Svend Foyn de eerste af te schieten harpoen fabriceerde leefde de dodelijke jacht weer op. Het moordwapen kreeg in de punt een granaat mee die een nog verwoestender uitwerking had. Dat betekende het startsein voor de walvisvaart „nieuwe stijl". Deze harpoen kon met een kanon worden afgeschoten waardoor het nu ook mogelijk was om snellere walvissoorten buit te maken. Als het schot goed doel had getroffen, kwam de granaat in het lichaam van de vis tot ontploffing waarna hij binnen enkele seconden stierf. Met een slang pompte men lucht in het kadaver waardoor het bleef drijven. '

Buit

Daarna kwamen de- stoomschepen en fabrieksschepen, soms met de afmetingen van een vliegdekschip, waarmee de buit aan boord getrokken en op zee verwerkt werd. De opsporingsmiddelen werden verbeterd en de vangst ging weer met sprongen omhoog. In de jaren '30 bereikte de walvisvaart ongekende hoogten. Alleen al in 1931 werden op .het zuidelijk halfrond bijna 30.000 blauwe vinvissen gedood.

Ook Nederland schaarde zich met veel tam-tam onder de walvisvarende landen. Dat was in 1946. De behoefte aan oliën en vetten was in die dagen van schaarste groot. Het Zweedse tankschip Pan Gothia werd omgebouwd tot de Willem Barendsz I en vertrok samen met natuuronderzoeker Jan Strijbos naar de Zuidpool. We schreven al dat Strijbos van die reis geschokt terug kwam. Wie ook geschokt terugkwam was de scheepsarts A. Melchior. Hij schreef in zijn reisverslag: „Er was aan boord geen enkele afleiding of verstrooiing. Er was alleen de drankfles. 9 Walvisvangst in de 18e eeuw. De harpoenier staat mei de harpoen klaar op de voorplecht. Toen die voorraad op was werden de jongens van net twintig jaar stomdronken van de eau de cologne die ze bij de kapper kochten en bij flessen tegelijk naar binnen sloegen."

De geschiedenis herhaalde zich: Door massale slachtingen was de walvispopulatie dusdanig verminderd dat de vangst steeds minder lonend werd. De vangsten bleven alle beneden de verwachtingen. Desondanks besloot de Nederlandse walvisindustrie een nieuw schip te bouwen dat in 1954 van stapel liep: de Willem Barendsz II. Het was op dat moment de grootste en de mooiste walvisvaarder. Echter, de walvis werd nog steeds schaarser en de prijzen van traan kelderden. Bovendien werden de jaarlijks toegestane vangstquota steeds kleiner. In 1965 was het definitief gebeurd met de Nederlandse walvisvaart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1982

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

„Walvisvaart, vergrijp aan prachtige, weerloze dieren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1982

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken