Bekijk het origineel

Franse scheepsbouw in twee concerns

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Franse scheepsbouw in twee concerns

5 minuten leestijd

PARIJS — De gehele scheepsbouw in Frankrijk is ondergebracht in twee concerns. De Franse minister van Scheepvaart, Le Rensec, heeft destijds toestemming gegeven voor de laatste grote fusie aan de Atlantische kust tussen de werven Alsthom-Atlantic in St. Nazaire en DubigeonNormandië in Nantes.

Begin november kwam een fusie tot stand van de werf FranceDunkerqu,e in Duinkerken met de scheepsbouwbedrijven La Ciotat en La Seyne aan de kust van de Middellandse Zee. Deze drie vormen het tweede concern. Volgens de minister is nu de reorganisatie van de scheepsbouw in Frankrijk, waarmee vijftien jaar geleden een begin werd gemaakt, afgerond.

Dubigeon is nu een volledige dochteronderneming van Alsthom-Atlantique. De werf bouwde tot dusver bijzondere vaartuigen en passagiersschepen maar gaat nu ook oorlogsschepen maken. De minister heeft al een buitenlandse order voor een onderzeeboot met een waterverplaatsing van 900 ton en conventionele aandrijving in het vooruitzicht gesteld. 86 Tel danst, terwijl hij deze wooden uitroept, als een kwajongen op het dek, vergeet heel zijn waardigheid als meerdere en leermeester van Hansen Piet. Maar Hans en Piet lachen Tel er niet om uit, want zij maken zelf nog grotere bokkesprongen! „Daar ik moet bijzijn gauw," zegt Geova de Bask in zijn gebroken Hollands. En inderdaad, geen minuut later is ook zijn sloep gestreken en op weg naar de plek, waar een verwoede strijd plaats heeft tussen een grote walvis en een troep zwaardwalvissen, die de reus van beide zijden als hongerige wolven aanvallen. De walvis slaat als een razende met zijn staart. De zee om hem heen gelijkt wel een kokende ketel. Weer duikt hij onder maar ook daar zetten zijn aanvallers hun lugubere werk voort. „Nee maar, kijk eens," roept Hans, „wat een stukken ze hem nu uit zijn lichaam hebben gescheurd!"

31 Een hoge rietstand markeert de tochtsloot, soms breed, soms bijna niet of helemaal niet. Door de berm kruipen ze in de richting van de blauwgrijze vlek en telkens kunnen ze er een blik op slaan. Onbeweeglijk staat de reiger in de sloot. Het lijkt bijna alsof hij een middagdutje doet. Geloof het maar niet, want zijn grille kijkers merken elke rimpeling van het watervlak. Niets ontgaat hem. Een macht van geluiden hangt om de jongens heen, die hen alle opwinding van die morgen voor het moment doet vergeten. Het distributiekantoor is ver weg, landwachters zelfs tot buiten hun gedachten op' dit ogenblik. Blank staat het slootwater, doorzichtig als glas. Een snoek heeft de schaduw opgezocht van de rietkraag en staat daar met bewegingloze vinnen. Af en toe gaat op het Schinkelpaadje een hoofd omhoog, fluistert iets en dan schuiven de twee weer verder, de twee van de Mulo, die veel vrije dagen hebben zoals ook vandaag. Langzaam verplaatsen ze zich. Het blauwgrijs begint zich scherper af te tekenen en de zwarte fladderveren langs de witte kop achter de forse snavel trekken steeds meer aandacht. Tenslotte vinden ze dat ze dicht genoeg genaderd zijn. Ze liggen nu boven op het pad, de kin op de opgerolde handen en kijken naar een interessante vogel. Maarten en Wouter weten niet van de snoek die daar staat en ze merken evenmin die lichte rimpe-' ling van het water. De snoek heeft daar evenmin erg i in en ziet niet de twee blauwgrijze standers, die '' langs de rietkraag onhoorbaar komen aangegleden," centimeter na centimeter, één dat ze zijn met de tin-; ten van het water hier. , ,,Toch is het net alsof ie zich verplaatst. Maarten, i Daarnet stak zijn kop af tegen die afhangende rietwimpel. Dacht jij soms dat hij daar maar zo'n beetje ; stond te dutten? Had je gedacht." Dan is daar opeens een razend snel uitschieten van ; de forse dolksnavel en een felle pijn vlijmt door het • snoekenlichaam. Vliegensvlug wil hij wegschieten naar het diepe, i maar het is alsof hij verlamd is en de pijnlijke, niet aflatende druk langs zijn lichaam laat niet af. Het volgende ogenblik hangt hij naar adem snakkend boven het water. Een sissend geluid snirst vanuit zijn puntbek tussen vlijmscherpe tanden door, maar 't helpt niet. Twee huppen van de lange reigerstelten en de snoek smakt op het Schinkelpad. Dan slaat de snavel telkens toe, hakt en slokt. semschichten de harpoenen uil drie, vier sterke handen, hander die geoefend zijn in deze oorlog er zelden een gezonde prooi missen, laat staan een gewonde! Het is nu weldra met de walvis gedaan. Alleen is het nu zaak de zwaardwalvissen en ijshaaien zoveel mogelijk onschadelijk te maken, wani natuurlijk laten deze vlugge rakkers, die de aanval hebben geopend, hun buit niet zonder meei aan de walvisvaarder over. Hans ziet in de grootste spanning hoe • een nieuwe verwoede en niet ongevaarlijke zeeslag tussen de mannen in de sloepen en de gevinde „zeewolven" zich ontspint. Met pieken, harpoenen, lenzen er zelfs knuppels gaan ze de gulzigaards te lijf. Maar brutaal en snel als zij zijn is het heel moeilijk her te treffen. De meeste kans hebber de mannen nog als uit de aanval lende zwerm de brutaalste zeero vers boven water springen.... Zelft in allerijl meegenomen gewerer komen er aan te pas. „De Groen landia" komt wel nader, maar mer durft van het moederschip niet te schieten, uit vrees één der manner in de sloepen te treffen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 31 januari 1983

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Franse scheepsbouw in twee concerns

Bekijk de hele uitgave van maandag 31 januari 1983

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken