Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christenen vertaalden heidense woorden (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christenen vertaalden heidense woorden (2)

14 minuten leestijd

Hoe zouden de oude Germanen toch hun offerplechtigheden genoemd hebben? In ieder geval gebruikten ze niet het woord offeren, want dat kenden ze niet. Het moet zoiets geweest zijn als blota. Dit blota (dat men kent uit het Oudnoors) betekent soms offeren, soms toewijden. Deze dubbele betekenis van blota (ofTeren of wijden) heeft de geleerden in grote moeilijkheden gebracht, want als zij het werkwoord blota lezen in combinatie met mens moeten zij dan aan echte offers denken? Dan zou er sprake zijn van een mensenoffer. Maar het kan ook dat daarmee de wijding, heiliging van een of ander persoon bedoeld wordt. <br />

Er zit echter nog veel meer interessants aan dit blota. Het betekent ook loten. Want loten doet men tegenwoordig wel voor de meest verschillende doeleinden, maar vroeger, bij de heidenen, was loten iets heiligs. Het lot werd vooral gebruikt om mensen of dieren aan te wijzen die aan de goden gewijd moesten worden, in welke zin dan ook.

Sommige lezers zullen misschien denken: „Waarom haalt u dat Oudnoorse werkwoord blota erbij? Het ligt toch veel meer voor de hand te denken dat de oude Germanen wel gesproken zullen hebben over offeren (of een daarop gelijkend woord)". Dat is echter onjuist, want offeren is overgenomen van de Romeinen, van het Latijnse offerre, d.w.z. brengen voor (het aangezicht van de goden). Dit Latijnse offerre is later vooral gebruikt door de Romeinse christenen. Door middel van hen leerden onze Germaanse voorouders het kennen en voortaan gingen ze spreken van „offeren". Men moet er rekening mee houden dat het christendom via Rome naar ons land gekomen is. De Romeinen waren dus eerder gekerstend dan de Germanen en veel christelijke begrippen hadden in Rome Latijnse namen ontvangen (zoals offeren). Die namen behielden ze, soms tot vandaag toe.

Altaar

Het belangrijkste hiervan was dat de Germaans-heidense term voor offeren „blota" geheel uit onze taal verdween. Hetzelfde gebeurde er met het oude woord voor altaar. In Engeland en waarschijnlijk ook in onze streken heette een heidens altaar een „godentafel", een tafel gewijd aan de afgoden dus. Maar toen de afgodendienst afgeschaft was en de mensen de afgoden maar liever helemaal vergeten moesten, mocht dat „godentafel" niet blijven bestaan. Het werd vervangen door altaar; dit was een Latijns, dus een christelijk woord.

Ook de priesters van de oude goden mochten hun namen niet houden. Een priester heette in het Germaans een gode. Deze naam gode werd verdrongen door „priester", een woord dat via het Latijn teruggaat tot het Griekse presbuteros (oudere).

Runen

Vermoedelijk zijn de bovengenoemde heidense woorden blota, godentafel en gode niet vanzelf verdwenen, maar opzettelijk verbannen en verjaagd door de evangeliepredikers en de christelijke leiders. Alles wat aan het heidendom herinnerde moest verdwijnen. Dat schijnt ook het geval geweest te zijn met de runen. Want runen waren heidense, magische tekens. De letters die we nu gebruiken hebben we van de Romeinen, zowel de lettertekens als het woord letter.

Het woord rune betekent eigenlijk geheimenis; voor het aanbrengen daarvan gebruikten de priesters een scherp voorwerp. Dit krassen heette rijten, wat nog voortbestaat in het Engelse to write. In navolging van de Romeinen (met hun woord scribere) is men schrijven gaan zeggen. Voor dit scribere hebben de Engelsen als doorvoerhandelaars gefungeerd. Weliswaar zijn de Engelsen to write blijven zeggen, maar ze ontleenden scribere aan het Latijn in een bepaalde betekenis: een straf (boete) opleggen. En via Engeland is het Latijnse scribere toen in het Nederlands en het Duits terechtgekomen.

Omdat de runen zulke geheimzinnige tekens waren, kwam het lezen ervan meer neer op gissen, raden dan op ons lezen. Lezen was toen dus eigenlijk raden en dit raden is gebouwd op dezelfde stam als die er zit in het Engelse to read (lezen). Dat de Engelsen tegenwoordig nog spreken van to read komt doordat ze vroeger bij het lezen moesten „raden".

We hebben dus gezien dat oude heidense woorden: blota, godentafel, gode, rune, rijten ,en raden langzamerhand verdwenen zijn en vervangen door christelijke: offeren, altaar, priester, letter, schrijven en lezen. De meeste van deze woorden kwamen uit het Latijn. En omdat de Romeinen al veel eerder gekerstend werden dan onze voorouders kon men deze Latijnse benamingen als gegarandeerd christelijk beschouwen.

Zaterdag

De geschiedenis van de woorden is soms nauwkeurig bekend en kan leerzaam zijn voor de kerkgeschiedenis. Dat is het geval met de beide Duitse namen voor de zaterdag, Samstag (vooral in Zuid-Duitsland) en Sonnabend (vooral in het Noorden). Hierover staat een heel verhaal in het woordenboek van Duden. Zuid-Duitsland is reeds vroeg gekerstend, in de 5e eeuw, door Ariaanse volksstammen. Die noemden de zaterdag sambat; dit hadden ze afgeluisterd van de Grieken, die dikwijls ook sambaton zeiden. De eerste lettergreep van dit sambaton is toen, door de Ariaanse zending, in Zuid-Duitsland terechtgekomen en daar is het eerst Sambaz-tac geworden, het tegenwoordige Samstag.

Maar Noord-Duitsland bleef veel langer heidens. (Daar woonden o.a. de Saksen, onder wie Bonifatius heeft gewerkt en waarvan er velen door Karel de Grote gedwongen werden zich te laten dopen). Deze Saksers hebben toen de Angelsakser Bonifatius in zijn eigen taal sunnan-aefen horen zeggen. (Dit betekende eigenlijk Zondag-vooravond). Langzamerhand is dit toen Sonnabend geworden.

Men kan dus aan de hand van de Zuidduitse naam Samstag en de Noordduitse naam Sonnabend nagaan hoe de beide helften van het land gekerstend zijn, want Samstag is terug te voeren tot het Griekse en Sonnabend tot het Angelsaksisch. Men moet erop letten dat al deze namen de Joodse sabbat, de zaterdag aanduiden. In het Engels en het Nederlands is de heidense naam zaterdag behouden en is men sabbat later gaan gebruiken als bijnaam voor de zondag, speciaal in verband met de zondags- of sabbatsrust. Ook deze Engels-Nederlandse naam sabbat is dus weer typerend voor een stuk beschaving.

Vader en kind

Het is dus heel merkwaardig dat sommige van de oude heidens-religieuze woorden overgenomen zijn, terwijl andere (gode en rune) uit het spraakgebruik zijn verdwenen. Hoe zit het in dit verband met vader en kind; vader als naam voor God en kind voor de mensen die in God geloven? Zijn dat specifiekchristelijke woorden die in andere godsdiensten niet voorkomen? Nee, want in de oude heidense godsdiensten van Europa kwam de naam vader wel degelijk voor (kind veel minder). De hemel werd dan beschouwd als de vader-god en de aarde als de moeder-godin. Daartussenin bevond zich de mens, het kind of liever het voortbrengsel van de beide godheden-natuurkrachten.

Bij de Romeinen was het gebruik van de naam vader voor de hoofdgod veel frequenter. Hun hemelgod Jupiter droeg oorspronkelijk de korte naam lov. Uit eerbied, vooral in gebeden, voegden de Romeinen daar dikwijls pater aan toe; het werd dus lov-pater (Vader lov). Langzamerhand gingen ze dit lov-pater samentrekken tot luppiter en onder deze naam luppiter (door ons geschreven als Jupiter) is hij bekend geworden.

Ook de andere namen van familieleden werden door heidense godsdiensten gebruikt. De aarde werd vaak beschouwd als moedergodin; daarop berust de weleens gebruikte woordcombinatie „Moeder Aarde".

De namen broeder en zuster, in de zin van geloofsgenoten, komen ook in de Bijbel al voor en zijn door het christendom overgenomen. Het gebruik ervan heeft vooral in Italië en Spanje veel moeilijkheden doen ontstaan omdat daar het kloosterwezen tot heel grote ontwikkeling kwam. Daardoor gingen „broeder" en „zuster" vrijwel uitsluitend een kloosterbroeder en kloosterzuster aanduiden. Voor de gewone broers en zussen waren dus andere woorden nodig. Deze werden dan ook gecreëerd; in Spanje ging men hermano en hermana zeggen, letterlijk volle (broeder) en volle (zuster). In Italië gebruikte men verkleinwoorden: fratello (broertje) en sorella (zusje). Iets dergelijks vindt men in het Nederlands, waar binnen het katholicisme de religieuzen en in het algemeen geloofsgenoten en verpleegkundigen broeder of zuster heten, terwijl gezinsleden het moeten stellen met de namen broer(tje) en zus(je).

Paternoster

De naam vader wordt (bij Joden en christenen) soms op mensen toegepast: de Joden noemden zich kinderen van Vader Abraham en de paus wil aangesproken worden als Heilige Vader. Veel belangrijker is Vader als het woord, volgens Bijbels gebruik, wordt toegepast op God en dan speciaal op God de Vader. Denkt u in dit verband ook aan het Onze Vader. Dit gebed werd vóór de Hervorming in Nederland met de Latijnse term Paternoster genoemd, een van de voorbeelden waaruit blijkt hoe sterk het Latijn toen de kerk beheerste. Dezelfde Latijnse invloed vindt men in het moderne Frans, waar hetzelfde gebed Le Pater heet. Een vadernaam die men slechts heel zelden in de Bijbel vindt is Abba. Deze is van Semitische oorsprong en is via het Grieks en het Latijn (Abbas) doorgedrongen tot het Nederlands (abt) en het Frans (abbé). Met de naam pater worden sommige Roomse geestelijken aangesproken, maar in de verbasterde Duitse vorm Pfarrer duidt ze predikanten aan. Een laatste naam, papa, is in het Kerklatijn gegeven aan de paus, die eerst alleen maar bisschop van Rome was. Ons woord paus is eigenlijk een verbastering van dit Latijnse papa. Eerst was papa de naam van alle bisschoppen; ons Nederlandse paap duidde vroeger ook gewoon bisschoppen aan. Pas met de Hervorming heeft paap zijn tegenwoordige minachtende waarde gekregen.

Ook de pausen, de bisschoppen van Rome, droegen de naam papa. En naarmate zij, meer dan 1000 jaar geleden, steeds machtiger werden, eigenden zij zich ook de naam papa toe, terwijl de am dere bisschoppen deze .geleidelijk verloren. En toen zij eindelijk het alleenrecht op de naam papa hadden verkregen, was de macht van de pausen voorgoed gevestigd. Het Duitse Papst is, evenals ons paus, een verbastering van papa, d.w.z.: vader. „, Men ziet hoe verrassend veel (kerk)geschiedenis er weerspiegeld wordt door de geschiedenis van de woorden. En dan niet zomaar enkele al-gemeenheden, niet alleen dat onze woordenschat een christelijke inslag heeft gekregen, maar ook veel onverwachte bijzonderheden over ontwikkelingen en veranderingen op religieus gebied. Zowel over de vestiging van het pausdom; als over de wegen waarlangs het christendom in Duitsland is doorgedrongen en eigenlijk over de hele geschiedenis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1983

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Christenen vertaalden heidense woorden (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1983

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken