Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Aanklacht tegen Franse prefect

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Aanklacht tegen Franse prefect

Waterleidingbedrijven eisen vernietiging vergunning

3 minuten leestijd

RUSWUK — De aanklaclit van de waterleidingbedrijven in ons land tegen de Franse prefect van het departement Boven-Rijn in verband met de zoutlozingen op de Rijn, wordt donderdag door de administratieve rechtbanl^ in Straatsburg behandeld. .

De bedrijven hebben groot bezwaar tegen de nieuwe vergunning, die de prefect aan de kalimijnen in de Elzas heeft verleend, om tot 31 december 1990 afvalzout op de Rijn te lozen. Zij eisen vernietiging van de vergimning, omdat de voortdurende zoutbelasting van het Rijnwater grote schade toebrengt aan de drinkwatervoorziening in Nederland.

De waterleidingbedrijven zijn het wachten op de resultaten van het internationale, al bijna dertig jaar durende Rijnoverleg, moe. Ondanks een in 1976 tussen de Rijnoeverstaten gesloten zoutverdrag, waarbij de Franse zoutindustrie de lozingen van afvalzout op de Rijn uiteindelijk zou halveren, is sindsdien nog geen gram van dit zout uit de rivier teruggehouden. Nu proberen de waterleidingbedrijven via de Franse rechter gedaan te krijgen, dat er een einde aan de lozingen van de kalimijnen komt.

De vereniging van exploitanten van waterleidingbedrijven in Nederland (VEWIN), gaf eind 1980 in samenwerking met de stichting Rein Water en met steun van de waterschappen in West-Nederland, de stad Amsterdam en de provincie Noord-Holland, de Parijse advocaat Huglo opdracht beroep aan te tekenen tegen de verlenging van de lozingvergunning van de kalimijnen, die tegen het einde van dat jaar afliep.

Tegen de regels

De Franse prefect verlengde op 22 december van dat jaar de vergunning met een jaar. Dit gebeurde echter zonder (overeenkomstig de bepalingen) de betrokken instanties gehoord te hebben en met achterwegelating van de verplichte publikatie in het Franse staatsblad. Dit was tegen alle regels in, ook omdat de Franse wetgeving slechts verlenging met een half jaar toestaat.

De waterleidingbedrijven in ons land waren hiervan niet op de hoogte. Toen zij er achter kwamen dat de kalimijnen over een nieuwe vergunning beschikten, dienden zij in februari 1981 bij de administratieve rechtbank te Straatsburg een bezwaarschrift in. Zij meenden sterk te staan, omdat de Franse prefect diverse wetten had overtreden.

De indieners van het bezwaarschrift waren zeer ontstemd toen de prefect even later de vergunning van de kalimijnen verving door een nieuwe, waarbij het staatsbedrijf de toestemming kreeg zijn zoutlozingen ongehinderd voort te zetten tot 31 december 1990. Daarbij vermeed hij zorgvuldig de fouten, die hij de vorige keer had gemaakt. Omdat er nu sprake was van een nieuwe vergunning, moesten de waterleidingbedrijven de gehele procedure opnieuw beginnen.

Volkenrecht

De indieners van de aanklacht menen, dat met de officiële toestemming aan de kalimijnen jaarlijks 6,5 miljoen ton afvalzout op de Rijn te mogen lozen, het volkenrecht wordt geschonden. Door de belasting van het Rijnwater met het afvalzout wordt in een buurland ernstige schade toegebracht, niet alleen aan waterleidingbedrijven, maar ook aan de tuinbouw in het Westland.

De nieuwe vergunning bindt de lozingen door de kalimijnen weliswaar aan enkele maxima, maar het jaargemiddelde blijft hetzelfde als voorheen, zo beweren de waterleidingbedrijven. Het Franse bedrijf mag per 24 uur hoogstens 1,65 maal 130 kilogram zout per seconde op de Rijn lozen. Per 2 uur is niet meer dan 1,8 maal 130 kilogram per seconde toegestaan. Hierdoor zullen de pieken van de zoutbelasting van de Rijn enigszins worden afgezwakt. De afvlakking van de pieken heeft naar hét oordeel van de VEWIN weinig effect, omdat men in Nederland toch niet weet wanneer dez^ e aankomen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 juni 1983

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Aanklacht tegen Franse prefect

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 juni 1983

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken