Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE WENENDE HANNA

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE WENENDE HANNA

7 minuten leestijd

Zij dan van ziel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot de Heere, en zij weende zeer 1 Samuel 1:10.<br />

Op het gebergte van Efraïm woonde een godvrezende vrouw. Haar naam was Hanna. De man van Hanna was één van de weinigen onder het volk van Israël, die getrouw was gebleven aan God. Deze Elkana ging steeds op naar het heligdom des Heeren te Silo. Daar mochten ze samen in de voorhoven des Heeren God aanbidden.
Het was voor Hanna tot blijdschap des harten, dat ze met het volk des Heeren mocht samenkomen in Silo. Het was haar lust en leven om met anderen van Gods volk te spreken over de Heere en Zijn liefdedienst. Dat kon de vorst der duisternis niet verdragen. Daarom werkte hij in het hart van andere mensen orn Hanna smarten aan te doen.
Dat doet de duivel altijd. Wanneer we een kind des Heeren zijn dan moeten we er op rekenen, dat de vorst der duisternis alles in het werk zal stellen om ons verdriet te berokkenen. Zie eens naar de godvrezende Hanna. Peninna, de andere vrouw van Elkana, is een speelbal in de hand van satan, om Hanna verdriet aan te doen.

Waarom tergt Peninna Hanna? De diepste oorzaak is de vijandschap tegen het geestelijke leven, dat God aan Hanna gegeven had. Ze weet, waarmee ze Hanna het felst kan treffen. Ze heeft kinderen en Hanna niet. Onder Israël was het een grote schande als een vrouw geen kinderen had.
Wat deed de goddeloze Peninna? Wanneer Elkana niet thuis was, plaagde ze Hanna, ja ze tergde haar. Ze liet haar op harteloze, sarcastische wijze voelen wat ze miste. Ze liet geen gelegenheid voorbij gaan om Hanna tot in het diepst van haar ziel te grieven, ja ze zocht op duivelse wijze haar ondergang.

En Hanna, wat deed zij toen Peninna haar tergde, omdat ze geen kinderen had? Betaalde ze haar met gelijke munt? Neen, ze zweeg tegenover al de beledigingen van haar wederpartijster. Ze ontving genade om te zwijgen, ze mocht al de beledigingen van Peninna aan de Heere bekend maken. Ze bracht haar smart voor het aangezicht des Heeren.
Wat doen wij van nature? Ons eigen recht zoeken en onszelf verdedigen. Hanna was een kind des Heeren, dat komt duidelijk uit in haar handel en wandel. Ze mocht de lijdzaamheid der heiligen beoefenen en wachten op het heil des Heeren. Ze beleefde het voor haar ziel: „Wreekt uzelf niet beminden, maar geeft de toorn plaats, want er is geschreven: Mij komt de wrake toe. Ik zal het vergelden, spreekt de Heere".
Wat deed Christus, toen Mij gescholden werd? Hij gaf alles over aan Hem die rechtvaardiglijk oordeelt. Wat moeten wij doen als de mensen ons vals beschuldigen en ons tergen? Ons verdedigen tegen de leugens en de valse lasteringen? Wij zijn voor onszelf het gelukkigst als we kunnen zwijgen en God Zelf laten richten.

Hanna werd door Peninna gehaat en getergd. Is dit iets vreemds voor Gods Kerk op aarde? Helemaal niet; de godvrezenden ontmoeten op hun levenspad menigmaal een Peninna. Was deze Peninna een heidense vrouw? Neen, ze was een dochter van het volk Israël, evenals Hanna.
Wist ze dan niet, dat ze tegen God zondigde door Hanna te tergen en uit te schelden? Natuurlijk, dat wist ze heel goed, maar ze luisterde naar de stem van haar goddeloos hart, het was vijandschap tegen Gods werk, dat de Heere aan Hanna verheerlijkt had.
Hanna heeft het persoonlijk ervaren, dat iemands huisgenoten bittere vijanden zijn. Er is in de wereld tussen de mensen veel haat en vijandschap tegen God en de beleving van vrije genade. Godsdiensthaat is het ergste van alles. Gods kinderen ontmoeten in hun leven allerlei Peninna's.

Is de vorst der duisternis niet menigmaal een tergende Peninna voor hen? Wat kan satan Gods uitverkoren volk belasteren en benauwen! Wat een lastering sprak hij uit aan het adres van de godvrezende Job toen de Heere hem prees voor zijn oprechte levenswandel.
Wat kan de duivel onze ziel op sluwe en tergende wijze aanvallen. Mij schiet zijn scherpe pijlen op ons af, die in hels vergif gedoopt zijn. De laster van satan en zijn tergende beschuldigingen kunnen de ziel zo wonden en verschrikken. De apostel Paulus werd dag en nacht gekweld door een engel des satans die hem met vuisten sloeg.
Weet u wie een echte Peninna is voor het volk dat de Heere in waarheid vreest? De oude mens, ons zondig vlees, ons.goddeloos ik. We zoeken de vijand meestal buiten de stad mensenziel. Vergeet het niet, de vijandige Peninna woont in het huis van Elkana, ze leeft met ons.
Het vlees ondenwerpt zich der wet Gods niet. Want het kan dat ook niet. De strijd tussen vlees en geest kan zo zwaar zijn. Nu eens is Israël de sterkste en dan Amalek. We moeten altijd biddend strijden tegen alle harten boezemzonden.

Waar zocht Hanna haar troost? Bij de Heere, de God van hemel en aarde. Israels God was haar God, ze mocht haar hart met al de droefheid er smart uitstorten voor het aangezicht des Heeren. Wenende en biddende boog ze zich neder aan de voeten van de almachtige God. Elkana, haar man, was zeer goed voor haar. Hij gevoelde haar smart en leefde mee in het kruis, dat ze moest dragen. Hij zei tegen haar als ze veel verdriet had „Ben ik u niet beter dan tien zonen?"
Gods kinderen beleven het dat de wereld hen haat, omdat ze een ander volk zijn en uit andere beginselen leven. Maar Peninna is eveneens een vijand, al leeft ze met ons in dezelfde gemeente en in ons huis. Hanna had dikwijls meer verdriet van Peninna dan van de Kanaanieten, die overgebleven waren op het gebergte van Efraïm.
Is dit niet menigmaal de ervaring van Gods oprechte volk? Ja, het kan gebeuren dat we in onze man of vrouw een Peninna hebben. Weer anderen hebben in hun eigen kinderen of familieleden een Peninna. Wat is het smartelijk om dit te beleven. Wanneer je met hen spreekt over de dagelijkse dingen van het wereldgebeuren gaat alles goed.
Maar als je spreekt over het geestelijke leven en de noodzakelijkheid der bekering komt de botsing en de vijandschap. Wie is te beklagen, Hanna of Peninna? Hanna mocht met haar nood en verdriet, met haar droefheid en Kruis naar God vluchten. Peninna was een gewillig instrument in de hand van satan.
Alle Peninna's die Gods kinderen bestrijden en tergen zijn diep te beklagen. De Heere zal het ongetwijfeld voor zijn Hanna's opnemen en alle Peninna's straffen met zijn oordelen. Weet u wat mogelijk is. Een vijandige Peninna kan nog bekeerd worden en dan verandert ze in een biddende Hanna.
In het huis des Heeren te Silo legde Hanna haar Kruis voor God neer en stortte ze haar ziel uit in een ontroerend smeekgebed. Zie haar worstelen in het gebed in Gods huis. O God des Levens, O Heere mijn toevlucht, zie neder op uw dienstmaagd. Met mocht U behagen uit souverein welbehagen aan mij te gedenken en mij een zoon te schenken. God verhoorde haar gebed en schonk haar een zoon, ze mocht moedenweelde smaken. Samuël werd geboren, hij was een afgebeden zoon, hij werd een profeet des Heeren die tot rijke zegen was voor Israël en Gods Kerk.

MIDDELBURG                                                        DS. G. A. ZIJDERVELD

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1983

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

DE WENENDE HANNA

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1983

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken