Bekijk het origineel

60 jaar insuline

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

60 jaar insuline

5 minuten leestijd

Dit jaar, om precies te zijn op 29 mei, was het 60 jaar geleden dat in ons land de eerste dosis insuline werd toegediend aan een 13-jarige jongen. Sinds die tijd heeft de behandeling van suikerziekte grote veranderingen ondergaan, waarover straks meer. We zullen eens bekijken hoe het tot nu ging.

Diabetes mellitus
Suikerziekte is al vanaf oude tijden bekend, maar kwam waarschijnlijk toen minder vaak voor. De ziekte wordt gekenmerkt door een groot gewichtsverlies bij een grote urineproduktie. Om het tekort aan vocht aan te vullen ontstaat er een bijna niet te lessen dorst. Diabetes mellitus betekent eigenlijk: zoete waterloop, omdat de urine van patiënten veel suiker bevat. Vroeger werd dit getest door wat urine op de tong te nemen en dan te proeven...
Gelukkig zijn de tijden veranderd en is een klein strookje papier voldoende om dezelfde informatie te geven. Het uitscheiden van suiker in de urine komt door de hoge suikerconcentratie in het bloed. Deze wordt op zijn beurt weer veroorzaakt door een gebrek aan insuline, een hormoon dat normaal in het lichaam hoort voor te komen. Insuline zorgt ervoor dat het suiker in het bloed, de glucose of druivesuiker, in de weefsels wordt opgenomen. De weefsels hebben de glucose nodig voor hun stofwisseling, dus om te kunnen leven en werken. Insuline zorgt er ook voor dat er een energie-voorraad in de lever wordt opgeslagen in de vorm van glycogeen, een soort zetmeel.

Alvleesklier
Insuline wordt gemaakt in pancreas of alvleesklier. Deze klier die achter de maag tegen de wervelkolom aan ligt, maakt nog meer produkten, die bijvoorbeeld in de dunne darm worden uitgescheiden en nodig zijn voor de spijsvertering. Door nog onbekende, onopgehelderde oorzaken laat de alvleesklier het wel eens afweten met de insulineproduktie. Soms maakt hij nog een kleine hoeveelheid, maar meestal, vooral bij jeugdige diabeten, is de produktie helemaal stopgezet. Wat gebeurt er nu in het lichaam? De glucose uit het bloed kan niet in de weefsels worden opgenornen. De spieren gaan over op een andere brandstofbron, namelijk vet. Bij vetverbranding ontstaan er echter zure bijprodukten, waardoor het hele lichaam kan verzuren, er kan zelfs aceton ontstaan! Ernstig ontregelde diabeten kunnen wel eens ruiken naar aceton, die in de uitademingslucht zit. Door het hoge vetverbruik gaat de patiënt afvallen, ondanks dat hij veel eet. De hoge bloedsuikerspiegel zorgt ervoor dat er via de nier suiker wordt uitgescheiden. Omdat de nier echter geen „stroop" kan produceren, moet er een hoeveelheid water mee worden uitgescheiden om de glucose in op te lossen. Er ontstaat dus een groot vochtverlies wat door de patiënt met liters water, thee en limonade moet worden aangevuld.

Behandeling
Vroeger bestond de behandeling van diabetes mellitus uit het geven van een suikervrij dieet. Hierdoor wordt de suikerbelasting minder terwijl het verlies via de nieren geringer wordt. Veel patiënten konden hier toch niet optimaal mee behandeld worden en deze mensen overleden aan totale uitputting en diabetisch coma. Het duurde tot 1921 voordat de twee Amerikaanse geleerden Banting en Best insuline konden isoleren en erachter kwamen dat dit het missende hormoon was bij diabetes mellitus. In 1922 werd het voor het eerst in Amerika aan een patiënt toegediend. In 1923 was in Nederland ook insuline verkrijgbaar en zo werd een 13-jarige jongen behandeld met een ernstige suikerziekte. De voorraad was echter zeer beperkt want na enkele dagen moest de therapie weer gestaakt worden. Later kwam er weer Amerikaanse insuline over en men kon weer een paar weken vooruit. 1 augustus 1923 werd in Oss de eerste grote insulineproduktie gestart door de firma Organon. Deze firma kon een wat ruimere hoeveelheid leveren, hoewel iedere week een nieuwe dosis moest worden aangevraagd! De aanvraag moest in tweevoud worden ingediend en moest voorzien zijn van gegronde redenen om tot insulinetoediening over te gaan. Gelukkig zijn ook hierin de tijden veranderd en is er geen beperking meer op het gebruik van insuline.

Verandering
Waren de eerste insulines kortwerkend en beperkt houdbaar, in de loop der jaren werd er zo aan het hormoon gesleuteld dat het steeds beter houdbaar werd en dat de werkingsduur werd verlengd. Door insuline te koppe. len aan andere stoffen wordt de afgifte verminderd waardoor een meer gelijkmatige bloedspiegel wordt verkregen, een toestand die normaal in het lichaam ook voorkomt.
De insulines werden ook zuiverder in de loop destijds. Vanaf het begin werd het vervaardigd uit alvleesklieren van slachtvee, zoals varkens en runderen. Door steeds verdergaande zuivering kon een tiental jaren geleden de monocomponent insuline op de markt worden gebracht, een zuivere insulinesoort zonder bijprodukten. De soort zou mindere overgevoeligheid veroorzaken en beter werkzaam zijn. Toch bleef men nog steeds met het probleem zitten dat varkens- of runderinsuline niet precies gelijk is aan het menselijke. Hoewel het evengoed zeer werkzaam is, was men toch niet helemaal tevreden. Het menselijk insuline móest na te maken zijn. Dit is de laatste jaren dan ook gelukt, er zijn nu insulines op de markt die identiek zijn aan het menselijke insuline. Ze kunnen op twee verschillende manieren worden gemaakt. De eerste mogelijkheid is het bewerken van gewone varkens- of runderinsuline met behulp van een chemische reactie. Hierbij worden wat kleine veranderingen in het hormoon aangebracht, zodat de structuur precies overeenkomt. Een tweede manier is het maken van insuline door voorgeprogrammeerde bacteriën die de insuline kunnen maken in alle gewenste hoeveelheden. Hiervoor zijn vanzelfsprekend geen slachtvee-alvleesklieren meer nodig.
Deze laatste techniek is mogelijk geworden dank zij de recombinant-DNA-onderzoeken, die nogal veel stof hebben doen opwaaien. Het gebruik van insuline is de afgelopen 60 jaar sterk toegenomen mede doordat het aantal suikerpatiënten is toegenomen. De behandeling is veel gecompliceerder geworden omdat men erachter is gekomen dat een goede instelling van belang is voor het verloop van de ziekte en het optreden van complicaties De levensverwachting, als we hierover mogen spreken, ligt voor een suikerpatiënt niet veel lager dan voor een gezond persoon, iets wat 60 jaar geleden wel anders lag. De eerste Nederlandse, met insuline behandelde suikerpatiënt kreeg gedurende 58 jaar insuline en overleed op 71-jarige leeftijd. Zonder insuline zou dit menselijkerwijs tot een onmogelijkheid behoren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1983

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

60 jaar insuline

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1983

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken