Bekijk het origineel

lepziekte heeft weer de kop opgestoken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

lepziekte heeft weer de kop opgestoken

Opruiming van dode iepen kan uitbreiding vertragen

7 minuten leestijd

Opnieuw verschijnen in de kranten regelmatig berichten over de iepziekte die weer de bomen aantast en te gronde richt. Voor dit jaar kondigt Staatsbosbeheer aan: „Snel en goed ruimen van zieke iepen is noodzakelijk". Sinds eind juni is een campagne bezig van de Plantenziektenkundige Dienst, Staatsbosbeheer en de gemeentelijke plantsoenendiensten.

Particulieren hoeven daarbij niet achter te blijven, want de honderd procent subsidieregeling daarvoor blijft onverminderd van kracht. Zo belangrijk acht de regering deze bestrijding, die moet voorkomen dat bij ons ook vrijwel alle iepen zouden verdwijnen. Het is niet denkbeeldig dat inderdaad die fraaie boom grotendeels uit ons landschap zou verdwijnen door deze ziekte. In Zuid-Engeland is dat al zo. In tien jaar ging daar tweederde van alle iepen dood, waardoor het landschap een troosteloze aanblik kreeg. Ook over geheel Noord-Amerika breidde de iepziekte zich uit; daar gaan nog jaarlijks vele miljoenen bomen dood door deze ziekte.

In ons land
Bij ons is dat tot nu toe meegevallen door de intensieve bestrijding die nu al voor het zesde jaar wordt uitgevoerd. In „Groenvoorziening" van december 1977 staat: „Dit jaar is gebleken dat de iepziekte, die vooral in Engeland al onherstelbare schade heeft aangericht, ook in Nederland op grote schaal voorkomt, zodat het totale iepebestand ernstig wordt bedreigd".

Dit jaar werkt de campagne volgens het principe „snel en goed opruimen van zieke en dode iepen". Duidelijk is al gebleken dat actieve bestrijding goedkoper is dan in een situatie waarin de ziekte vrijgelaten wordt. Een jaar van onderbreking van de opruiming doet het werk van de voorgaande jaren volkomen teniet vanwege explosieve keverontwikkeiling. Daarom moeten dode en zieke iepen stelselmatig worden opgeruimd.
De iepziekte is niet een verschijnsel van de laatste jaren. In een „Leerboek der plantkunde" van 1934 staat over de iep: „Sinds enige jaren bedreigt een schimmel (Cerastomella ulmi) zijn gezondheid (iepziekte)". In de flora van Heimans c.s. van 1909 staat over de iep als bijzonderheden: „De iepen of olmen zijn bijzonder taaie bomen, kunnen veel besnoeiing verdragen en slaan ook uit de wortels. Het hout is zeer taai en een uitstekend timmerhout, ook voor meubelen; het spint (de buitenste houtlaag) is geelachtig wit, het kernhout is donkerbruin". Over de iepziekte wordt daarin niets geschreven.
In het oude „Wandelboekje" van Heimans en Thijsse lees ik: „Iep of olm. In Nederland de algemeenste boom langs de wegen in de steden". Daarvan zijn er echter sinds 1930 al veel verdwenen. In de jaren dertig kwam de iepziekte op grote schaal voor. Toen werd op sommige plaatsen vijftig tot negentig procent van de bomen ziek en mannen van Staatsbosbeheer gingen door het land om de zieke of dode bomen snel op te ruimen. „lepejagers" werden ze wel genoemd. Daarna was de ziekte nooit helemaal overwonnen. Sinds 1972 echter was er een ernstige opleving. Toen werd in Friesland een iep gevonden die door een agressieve iepziekte was aangetast.

Verdwijnen?
In Engeland heerst de iepziekte sinds 1967; eerst was die beperkt tot enkele duidelijke haarden, later breidde die zich uit over een groot deel van Engeland. Daar waren in 1977 al negen miljoen bomen eraan te gronde gegaan.
Een jaar later, in juli 1978, schreef P. Lombarts in „Groenvoorziening"; „Om maar meteen met de deur in huis te vallen: van alle gekweekte en in de handel gebrachte iepen is er niet een waarvan met zekerheid kan worden gezegd dat deze absoluut niet bevattelijk is voor de iepziekte. Dat wil echter niet zeggen dat we alle over een kam mogen scheren. Naast verscheidende variëteiten, die zo vatbaar zijn dat ze beslist afgeraden moeten worden, zijn er enkele die met een zeker voorbehoud nog wel aanbevolen kunnen worden".
De heer P. Rogmans, districtsambtenaar van Staatsbosbeheer was in dat jaar wel heel erg pessimist. Hij sprak zich als volgt uit: „De iep, de belangrijkste boom van de kustprovincies, dreigt uit het Hollands landschap te verdwijnen. De struise en zo karakteristieke windvanger wordt belaagd door een gigantische schimmelepidemie, die vooral de laatste jaren in alle hevigheid heeft toegeslagen. Grote boosdoener is de iepespintkever, een insekt dat zich, bij gebrek aan natuurlijke vijand nummer een, de specht, ongebreideld heeft kunnen voortplanten".
Sinds de jaren dertig zijn, volgens gegevens van Staatsbosbeheer, in ons land daardoor al 800.000 iepen uit het landschap verdwenen. De laatste tien jaar vooral door een nieuwe en zeer agressieve vorm van de iepziekte.

Schimmel
De ziekte ontstaat door een schimmel met de Latijnse naam Ceratocystus ulmi. Die vermenigvuldigt zich in de houtvaten. Dat zijn de kanaaltjes waardoor water met voedingszouten wordt getransporteerd; levensaders voor de boom dus. De schimmel roept als reactie van de iep een soort vergroeiing in die houtvaten op, die daardoor verstopt raken. Het gevolg laat zich raden: verdrogen en afsterven boven de aantasting.
De schimmel verspreidt zich snel, waardoor de aantasting verder doordringt en ten slotte de boom doet doodgaan. Wanneer die aantasting door de agressieve vorm van de ziekte plaatsvindt, kan een iep in enkele weken geheel wegkwijnen. In ons land komt nu juist voornamelijk die agressieve vorm voor.

Verspreiding
De schimmel komt niet vanzelf op de iep. Twee soorten iepespintkevers verspreiden hem. De grote iepespintkever (Scolytus scolytus) en de kleine (Scolytus multistriatus). Wijfjes van deze kevers leggen eitjes onder de bast van iepen die ziek of verzwakt zijn, of in gevelde stammen en dikke takken die op de grond grond achterblijven. Als die door de iepeziekte zijn aangetast, dan kunnen schimmelsporen komen in de gangen die door de larven worden geknaagd. Dat resulteert na het verpoppen in besmette kevers, die naar andere iepen vliegen, waar ze de bast in de takoksels vreten en zo schimmelsporen overbrengen. Ook via de wortels kan de ziekte verder vreten, vooral wanneer oude bomen dicht bij elkaar staan en een boom hevig is aangetast.
Doordat de schimmel in de houtvaten leeft is bestrijding moeilijk. Tot nu toe is de beste methode het secuur opruimen van dode en zieke bomen; vooral ook het grondig verwijderen van alle potentiële broedplaatsen van de kevers. Dat laatste is nog altijd de kern van elke bestrijdingsactie. Het houdt in: kappen en schillen van de stam en het verbranden van de bast en dikke takken. Ook de achterblijvende stobbe moet worden geschild. Al het hout met bast vormt een gevaar en bij het ruimen mag niets worden vergeten. Er zijn ook proeven genomen met injecteren van iepen met Arbotect en Lignasan, een vrij kostbare behandeling die tweejaarlijks moet worden toegepast.
Er wordt ook onderzoek verricht naar een mogelijke biologische bestrijding van de iepziekte. Daarvoor werden achtduizend iepen geïnjecteerd met verschillende stammen van de pseudomonas-bacterie. Men verwacht dat die gezonde bomen kan beschermen tegen aantasting. Die bacterie produceert stoffen die de iepziekteschimmel in z'n groei belemmert. Over de resultaten van de proeven kan men nu nog niets met zekerheid zeggen. De proefnemingen gaan door.

Het publiek kan aan de bestrijding meehelpen, door geen iepehout te gebruiken voor de open haard. Ook wordt men verzocht zieke of dode iepen te melden bij de gemeentelijke plantsoenendienst, de Plantenziektenkundige Dienst of bij Staatsbosbeheer.

Waarom populair?
De vraag kan rijzen waarom een zo voor ziekte vatbare boom toch werd en nog altijd wordt aangeplant. Allereerst omdat de ziekte in het begin van deze eeuw niet bekend was, En de iep heeft bijzondere eigenschappen die hem voor aanplant aantrekkelijk maakt. Daardoor zijn iepen al eeuwen voor ons landschap kenmerkende bomen die in het verleden op grote schaal werden aangeplant.
De iep is bijvoorbeeld heel goed bestand tegen wind en ook tegen zeewind, wat uniek is en voor onze kustprovincies van belang. Van luchtvervuiling heeft de iep evenmin hinder. Voordat de iepziekte optrad was de iep bij ons de meest aangeplante laan-, erf- en stadsboom. Langs de Amsterdamse grachten, op veel stadswallen, op kerkhoven en marktpleinen werden- ze geplant. Ook als erfbeplanting en langs wegen werden er veel gepoot.

In Noord-Holland en langs de Friese en Groningse kust is de iep de meest voorkomende boomsoort. Juist daar slaat de ziekte het hardst en opvallendst toe; als daar de iepen geheel zouden verwijnen is het landschap voor jaren ontluisterd. Daarom wordt alles gedaan om de gevreesde ziekte in bedwang te houden. Om de verspreiding tegen te gaan. Tegelijk probeert men goede preventieve middelen te ontwikkelen. Want de iep wil men in ons bestand van bos en bomen niet missen. In grote delen van ons land heeft deze boom het karakter van het landschap bepaald, al eeuwenlang. Dat willen we graag zo houden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1983

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

lepziekte heeft weer de kop opgestoken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1983

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken