Bekijk het origineel

„Ik schaam me dat ik hier moet zitten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Ik schaam me dat ik hier moet zitten"

Hoe de raad van Aardenburg een voorwerp van spot is geworden

10 minuten leestijd

Het kan er in Neerlands raadzalen heet aan toegaan. In Rotterdam trekt een rechtse minderheid sinds jaar en dag ten strijde tegen een rood programcollege, in Amsterdam heeft de oppositie de oorlog verklaard aan de „regeringspartijen" en in Vlaardingen werden de wethouders onlangs na een verhit debat naar huis gestuurd. Maar dat alles is slechts kinderspel vergeleken bij de chaotische taferelen die zich afspelen binnen en buiten de raadzaal van het Zeeuwsch-Vlaamse Aardenburg. Een omstreden klokkenspel, de komst van een woonwagenkamp en onderlinge vetes blijken deze gemeente vrijwel onbestuurbaar te hebben gemaakt. Over een Bourgondisch levende burgemeester, een verdeelde oppositie en een raadsvergadering als „circusvoorstelling".

Eerste burger van het overwegend roomse Aardenburg en zijn vierduizend inwoners is drs. W. Lockefeer, een in de vroegere KVP grootgeworden textielkoopman. Politiek gepokt en gemazeld: lange tijd was hij voorzitter van de provinciale afdeling en lid van de Statenfractie. Ook maakte hij nog korte tijd deel uit van de Eerste kamer. Groeide op in Hulst maar verhuisde naar het meer westelijk gelegen Aardenburg, nadat hij — in 1973 — benoemd was tot burgemeester van de gelijknamige gemeente die behalve dit middeleeuwse stadje de vlekken Eede, Sint Kruis en Draaiburg omvat. De met een zuidelijke (dus Vlaamse) inslag behepte inwoners leerden Lockefeer kennen als een bestuurder met een Bourgondische levenswijze. Niet een van schranzen en doorzakken, maar van een goede wijn op z'n tijd en misschien wel eens enkele te veel. Intussen bleef hij wel zakenman: in 1978 richtte hij een beheersmaatschappij op die weer gelieerd was met een tegelijkertijd in het leven geroepen onroerend-goedmaatschappij. Ook in Aardenburg kroop het bloed waar het niet gaan kon.

Pais en vree
Tot de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar was het allemaal nog pais en vree in politiek Aardenburg. Goed, de 11 leden tellende gemeenteraad was ondanks de overheersende invloed van het rooms-katholicisme verdeeld in een zestal fracties waaronder de nodige vrije lijsten, maar dat was een verschijnsel dat in heel Zeeuwsch-Vlaanderen kon worden waargenomen. Per slot is een raad met een tienkoppige KVP-fractie en een eenmans-CH-fractie maar een gezapige bedoening.
Tijdens de vorige „regeerperiode" werd burgemeester Lockefeer in het college van B en W geflankeerd door twee CDA'ers. Van die twee CDA-wethouders behoorde één tot de katholieke bloedgroep, de ander tot de CH. Weliswaar behoorde die CH'er tot een minieme minderheid, maar zo waren ze in Aardenburg dan ook wel weer.
De samenwerking tussen burgemeester en wethouders was redelijk; zo er al diepgravende meningsverschillen waren, kwamen die in de meeste gevallen niet verder dan het dorpscafé. Volgens de een waren de goede verhoudingen te danken aan de kwaliteiten van burgemeester Lockefeer, volgens de spreekwoordelijke boze tongen echter kon de harmonie slechts voortbestaan bij de gratie van de wethouders en raadsleden die niet tegen 's burgemeesters heerschappij waren opgewassen. Hoe het ook zij, de gemeente Aardenburg kon in ieder geval in alle rust en stilte worden bestuurd.

Monsterverbond
Dat veranderde plotsklaps na de gemeenteraadsverkiezingen van 1982. Achter de schermen werd een „monsterrerbond" gesmeed tussen CDA, VVD en enkele andere fracties. De coalitie kon rekenen op de steun van 6 van de 11 raadsleden. Tot de oppositie behoorden, merkwaardig genoeg, de overige leden van de CDA-fractie, dit echter weer tegen de zin van de plaatselijke CDA-afdeling. Zelfs het landelijk bestuur van het CDA moest er later aan te pas komen om de onderlinge conflicten bij te leggen.
In de wandelgangen viel inmiddels te beluisteren dat burgemeester Lockefeer allerminst enthousiast was over de machtswisseling. Met CDA-wethouder Van Wijnckel had hij niet veel moeite, maar dat lag anders ten aanzien van de nieuwbakken VVD-wethouder De Ridder. Vooral diens goede verhouding met D'66-raadslid en notoire dwarsligger Van Rie was hem een doorn in het oog. Tussen Van Rie en Lockefeer had het nooit zo geboterd. Zo had Van Rie in 1980 het ontslag van een gemeente-ambtenaar aanhangig gemaakt bij het ministerie van Binnenlandse zaken, waarop Lockefeer aangifte had gedaan bij de justitiële autoriteiten wegens schending van het ambtsgeheim. Na de verkiezingen van 1982 volgde nog een ander incident toen de burgemeester het D'66- raadslid te verstaan gaf dat hij zich schuldig had gemaakt aan het wederrechtelijk binnendringen van het gemeentehuis door gebruik te maken van het gemeentelijk kopieerapparaat.

Geloofsbrieven
Nieuwe verwikkelingen volgen als de meerderheid aan de coalitie ontvalt. Dat komt doordat één van de raadsleden, Standaert, die slechts eenmaal in de raadzaal is verschenen om het nieuwe college van B en W in het zadel te helpen, ziek wordt. Voor de oppositie lijkt dan de weg vrij om de „dissidente" wethouder, De Ridder, zijn ontslag aan zeggen. Die mogelijkheid is aanwezig omdat De Ridder volgens de Gemeentewet niet mag deelnemen aan de stemming over zijn ontslag. Maar de „coalitiegenoten" verijdelen de snode plannen door de raadzaal demonstratief te verlaten zodra het ontslag van De Ridder ter tafel komt. Dat gebeurt tot drie keer toe, waarbij de publieke tribune de laatste maal in een luid gejuich uitbarst. Burgemeester Lockefeer laat dat niet over zijn kant gaan en geeft opdracht het publiek uit de raadzaal te verwijderen.
Maar de oppositie heeft meer pijlen op haar boog: zij weigert de zogeheten „geloofsbrieven" van de opvolger van Standaert (het zieke raadslid, deze trekt zich terug uit de raad) goed te keuren. Ook hierover wordt tot drie keer toe gestemd en iedere keer is de stemverhouding 5-5.

Uiteindelijk brengt de Raad van State uitkomst door in een beroepsprocedure uit te maken dat de opvolger van Standaert tot de raad moet worden toegelaten. Het „monsterverbond" zou dan dus weer over een meerderheid hebben kunnen beschikken, ware het niet dat CDA-wethouder Van Wijnckel de ruzie met zijn fractie heeft bijgelegd en is overgelopen naar de oppositie. De ommezwaai van Van Wijnckel houdt mede verband met de gang van zaken rond de locatie voor een woonwagenkamp. Dit kamp is gepland in de nabijheid van de woning van Van Wijnckel in Eede. Later wordt die vestigingsplaats overigens weer gewijzigd. Het kamp moet dan volgens de plannen in Aardenburg-West komen, waar de Ridder woont...

Carillon
Door de verzoening van CDA-wethouder Van Wijnckel met diens fractie lijken de politieke dagen van wethouder De Ridder geteld. Zijn ontslag is slechts een kwestie van tijd. De onderlinge spanningen nemen verder toe en gaan gepaard met anonieme telefoontjes in de  zin van: zijn uw kinderen al thuis? Of het water is diep. Niet alleen huize-Lockefeer wordt met dit soort praktijken geconfronteerd, oook verschillende raadsleden.
Dwars door alles heen speelt intussen de kwestie van het carillon dat al vier jaar in de k elders van het stadhuis van Aardenburg ligt opgeslagen.
De gemeente heeft dat klokkenspel destijds gekregen van een stokoude Drachtenaar, Pieter de Boer. Deze heeft zijn leven lang gevochten voor pensioenrechten voor slachtoffers van de Eerste wereldoorlog, en uit dankbaarheid aan de politici die hem daarin steunden, als monument eer klokkenspel laten gieten.
Op de klokken kwamen beeltenissen van o.a. oud-minister Lieftinck van Financiën, de liberale voorman Oud en ook de voormalige SGP-kamerleden Van Dis en ds. Zandt. Hoewel deskundigen zich minder lovend over het carillon hadden uitgelaten, aanvaardde de gemeente Aardenburg de 49 klokken in dank. Maar al spoedig werd het geschenk, zoals burgemeester Lockefeer zo treffend typeerde, „een teken van tegenspraak".
het besluit van de gemeenteraad om het carillon in de toren van de monumentale Sint Baafskerk in Aardenburg te hangen, stuitte bij de schenker op onoverkomelijke bezwaren. De beeltenissen op de klokken zouden dan voorgoed aan het zicht onttrokken en daarmee zou het monument gedegradeerd zijn tot een ordinair speelinstrument. Veel meer voelde Pieter de Boer voor een locatie op de bagane grond, bijvoorbeeld in een theehuisje.
Maar daar was het gemeentebestuur weer niet voor te porren omdat — de woorden zijn opnieuw van burgemeester Lockefeer afkomstig — „in Aardenburg geen thee wordt gedronken, alleen als je ziek bent".Daarop dreigde de Boer met een kort geding om langs die weg zijn carillon weer terug te krijgen in Drachten.
Om dat te voorkomen werd door wethouder de Ridder een laatste bemiddelingspoging ondernomen. Hij reisde af naar het hoge noorden en kwam met De Boer overeen dat het carillon opgehangen zou worden in een monument dat naast de Sint Baafskerk moest verrijzen. De eer leek gered. Toch zou de in Drachten gesloten overeenkomst worden gebruikt als een stok om de hond te slaan. Het lot van wethouder De Ridder was bezegeld.

„Verdorven geest"
Op 16 juni 1983 rolt het hoofd van De Ridder. De publieke tribune puilt uit, politieagenten bewaken de orde en de  spanning in de raadzaal is te snijden. De meerderheid (6 van de 11) verwijt De Ridder dat hij in de carillon-kwestie eigenmachtig is opgetreden en dat hij niet voldoende plooibaar is. „U bent te rechtlijnig", wordt hem te verstan gegeven. Met 6 tegen 4 stemmen (de wethouder mag zelf niet meestemmen) wordt De Ridder naar huis gestuurd, maar niet nadat deze ongekend fel van leer is getrokken tegen de smeders van het „complot". „Vele malen", voegt hij Lockefeer toe, „heeft u te kennen gegeven dat ik weg moest. Thans is het u gelukt de meerderheid achter uw karretje te spannen." Waarna hij voorspelt dat fascistoide stelsels uiteindelijk toch door corruptie en verraad ten onder zullen gaan.
Vervolgens moet de raad een opvolger aanwijzen. Maar de aanhang van De Ridder weigert tot drie keer toe aan de stemming deel te nemen en opnieuw is de chaos compleet. De publieke tribune neemt afscheid van De Ridder met een langdurig applaus, D'66-raadslid Van Rie moet nog kwijt dat de samenstellers van het ontslagvoorstel beschikken over een „fantasierijke maar verdorven geest" en met een vooralsnog onvervulde vacature in het college wordt de raadsvergadering beëindigd.

Verzoening
Dan is voor commissaris der Koningin in Zeeland, dr. C. Boertien. het moment aangebroken zich met de situatie te bemoeien. Minister Rietkerk van Binnenlandse zaken heeft de commissaris om „advies en raad" gevraagd nadat de problemen in Aardenburg zijn doorgedrongen tot het ministerie. De raadsleden en burgemeester Lockefeer moeten in Middelburg te biecht komen en beloven de commissaris beterschap.
Een tijdlang gaat het goed, maar als het intussen weer aangevulde college in augustus bekendmaakt dat de septembervergadering niet doorgaat wegens gebrek aan agendapunten, ontstaat nieuwe deining. De oppositie onder aanvoering van ex-wethouder De Ridder schrijft een extra vergadering uit en voert op de agenda een zestal punten op. De carillon-affaire wordt gemeden omdat daarover nog een door De Boer aangespannen rechtsgeding loopt. Wel wordt het veelbesproken woonwagenkamp ter tafel gebracht, alsmede enkele andere hete hangijzers.
Afgelopen dinsdagavond heeft de gemeentieraad zich over de zes agendapunten gebogen. Genomen besluiten: geen. Sommige voorstellen bleken onvoldoende voorbereid, andere verdwenen in de prullenbak wegens onderlinge verdeeldheid bij de oppositie. De reacties van de raadsleden waren verbitterd. Een bloemlezing: „Ik schaam me dat ik hier moet zitten". „Ik heb nog nooit meegemaakt dat er zo vergaderd werd". „Het boetekleed is weer afgeworpen". Een raadslid. Bonte van Gemeentebelangen die in een vorige vergadering terecht had vastgesteld dat Aardenburg „de rise (voorwerp van spot) van Nederland" was geworden, sprak dit keer zelfs van een „Circusvoorstelling".
Dat laatste heeft de opstellers van de Gemeentewet natuurlijk niet voor ogen gestaan. Daarom zal commissaris Boertien, nu politiek Aardenburg in een nieuw dieptepunt is beland, er wellicht weer aan te pas moeten komen. Maar zo hij al heil zou zien in een tweede verzoeningspoging, het zal niet meevallen de gemoederen tot bedaren te brengen. Want — om het met de historische woorden- van een wethouder uit het Zeeuwse te zeggen — „polietiek, da's een vuul zootje". In Aardenburg weten ze daarover mee te praten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 oktober 1983

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

„Ik schaam me dat ik hier moet zitten

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 oktober 1983

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken