Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Restauratie Het Loo nadert voltooiing

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Restauratie Het Loo nadert voltooiing

9 minuten leestijd

APELDOORN —„Paleis Het Loo wordt een museum. In juni 1984 zal dit nieuwe museum voor het publiek worden opengesteld. Dit onder de voorwaarde dat de herinrichting van het gebouw en de afwerking van de paleistuin op tijd klaar zijn. De tuin en de buitenzijde van het paleis moeten er uitzien als in het jaar 1692. In dat jaar werd de bouw van het paleis afgerond. Koning-stadhouder Willem III en zijn vrouw Mary Stuart hadden in 1685 opdracht gegeven het paleis te bouwen."

Dit zegt dr. A. W. Vliegenthart, directeur van Rijksmuseum Paleis Het Loo. Vliegenthart is verantwoordelijk voor de inrichting van dit nieuwe museum. Omdat alles gerestaureerd wordt, moet de directeur nauw samenwerken met de leider van het restauratieproject, de heer ir. J. B. baron van Asbeck. De ingang van het museum is niet de deur die men bereikt als men de monumentale trappen beklommen heeft, maar de kelderingang onder deze trappen. „In het hoofdgebouw van Het Loo willen we aan de bezoekers laten zien hoe het paleis in de eeuwen van zijn bestaan gebruikt is door de Oranjes. Dat hebben we op de volgende manier gedaan: Ieder regerend vorst heeft één of meer kamers gekregen die ingericht worden zoals die persoon dat vroeger had. We beginnen met een kamer van Willem III en de laatste kamer is die van koningin Wilhelmina. Zelfs haar speelkamertje is niet vergeten. Tijdens een rondleiding wandelen de bezoekers langs al deze kamers, te beginnen bij de eerste bewoner. Het unieke van dit alles is dat dit bezoek je als het ware alle stijlen laat zien die het huis rijk is geweest," zo vertelt Vliegenthart.

Verandering
„Hoe vaak die stijlen veranderd zijn, blijkt uit de houten panelen die langs de muren aangebracht zijn. Op sommige plaatsen zitten wel zes lagen schilderingen. In een andere kamer vonden we bijvoorbeeld een plafond van planken dat met de beschilderde zijde naar boven gekeerd was. Als zo'n mooi beschilderd plafond uit de mode was geraakt dan had men er blijkbaar geen moeite mee om zoiets op deze manier te veranderen. In andere vertrekken heeft men ook wel het plafond opnieuw beschilderd."
„We kwamen steeds weer voor verrassingen te staan. Zo vonden we eens vier marmeren dolfijnen in de kelder van het Oude Loo. (Het Oude Loo is een kasteeltje dichtbij het paleis dat nog steeds bij de koninklijke familie in gebruik is). Deze dolfijnen komen nu weer te staan op de plaats waar het hoort: in de fontein op het plein voor het paleis," zo verduidelijkt de heer Vliegenthart.
Terug in het hoofdgebouw vertelt Vliegenthart verder over de kamer van Mary Stuart, de vrouw van Willem III: „Op haar slaapkamer had Mary een heel bijzonder statiebed staan. Dit bed is er niet meer, maar in Engeland hebben we een bed kunnen vinden dat er veel op lijkt. Deze aanwinst plaatsen we dan ook op haar slaapkamer. Vermeldenswaardig is dat zo'n statiebed vroeger het symbool van de rechtspraak was. Zo was dat ook in Versailles." Van andere vergelijkingen met dit Franse paleis wil Vliegenthart niets weten.
„De gemalin van koning-stadhouder Willem III had verder in de kelder van het paleis een eigen grotje. Hierin waren verschillende schelpen en mozaïeken aangebracht. Zeker de moeite van het bekijken waard. Mary kon in dit grotje komen via een klein trappehuis. Dit trappehuis kon zij bereiken via een achterdeurtje in haar kamer. Eenmaal in „haar grotje" aangekomen kon Mary gemakkelijk haar privé-tuin bereiken."
„Wat geldt voor de vertrekken van Mary Stuart en Willem III dat geldt voor alle kamers die verder volgen: de inrichting en de stijl is zover mogelijk overeenkomstig de situatie van vroeger. Gegevens over inrichtingen en stijl hebben we voornamelijk verkregen uit inventarissen, tekeningen en gravures," zo betoogt de directeur van het rijksrnuseum.

Restauratie
De eerste restauratie in paleis Het Loo vond plaats in de periode 1900- 1902. Toen heeft koningin Wilhelmina opdracht gegeven aan schilder W. A. Fabri om de grote hal in het hoofdgebouw in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Deze vier muren zijn eigenlijk één groot schilderij. Volgens Vliegenthart is dat niet helemaal gerestaureerd zoals men tegenwoordig gewend is. Dat kan Fabri ook niet kwalijk genomen worden omdat hij niet over die verfijnde methoden beschikt waar men heden ten dage dergelijke werkzaamheden mee aanpakt."
„In de linkervleugel van het paleis wordt op de begane grond een ruimte ingericht waar plaats is voor tijdelijke tentoonstellingen. Deze ruimte werd vroeger gebruikt als stal van de stadhouder en/of koning. Afscheidingen tussen de afzonderlijke paardeboxen zijn aangegeven door andere stenen in de vloer. Zoals bekend werden nieuwe stallen later buiten het paleis gebouwd.
Op de eerste verdieping van deze linkervleugel van het paleis, dus boven de tentoonstellingsruimte, komt het nu in Den Haag gevestigde museum van de Kanselarij van de Nederlandse Orden."
„In de rechtervleugel komt een permanente tentoonstelling over de politieke en staatkundige betekenis van de Oranjes in de geschiedenis van Nederland. Verder wordt er ook een restaurant in het paleis gebouwd. Het moet in de toekomst mogelijk zijn dat men in het restaurant iets gaat nuttigen, zonder dat er een bezoek aan het museum wordt gebracht."

Laatsten
„De laatste bewoners van dit paleis te Apeldoorn waren prinses Margriet, mr. Pieter van Vollenhoven en hun kinderen. Zij hebben tot juni 1975 in de rechtervleugel van Hel Loo gewoond. Nu wonen ze in een bungalow in het park, niet ver van hun vroegere woning. Ter herinnering aan deze laatste bewoners hebben we besloten om hun eetkamer ingericht aan het publiek te tonen. Prinses Margriet heeft hiervoor haar toestemming gegeven. Zij heeft ook medewerking beloofd in de vorm van meubilair dat haar gezin in Het Loo gebruikte," aldus Vliegenthart.

Dit is niet de enige herinnering aan het gezin van prinses Margriet. Er is nog een aandenken. Hierover kan echter alleen worden verteld: De vierde zoon van de prinses. Floris, is als eerste en laatste in de koninklijke kapel van Het Loo gedoopt. Vliegenthart: „Aan deze kapel hoeft niet veel gerestaureerd te worden. Behalve het orgeltje was alles in een goede staat. Dat orgeltje wordt momenteel gerestaureerd door Ernst Leeflang uit Apeldoorn."

Geschiedenis
Om te kunnen begrijpen hoe omvangrijk de restauratie van dit paleis is geweest, is het nodig de geschiedenis van het toekomstige museum na gaan.
Na de bouw van 1685-1692 was Het Loo natuurlijk eigendom van de Oranjes. Dit veranderde ten tijde van de Bataafse Republiek (1795-1806). Toen werden alle paleizen, dus ook Het Loo, eigendom van de staat. Maar niet alleen veranderde het paleis van eigenaar, ook de tuin bij het paleis en de aanblik veranderde. Koning Lodewijk-Napoleon liet namelijk in 1808 het paleis pleisteren in een wit-grijze kleur.
In dit pleisterwerk werden voegen aangebracht. Hierdoor leek het net alsof Het Loo uit natuurstenen was opgebouwd. De geometrisch aangelegde tuin omgeven door terrassen, werd door dezelfde koning vlakgemaakt tot een Engelse landschapstuin. De stijltuin van paleis Het Loo was uit de mode geraakt.
Het paleis bleef eigendom van de staat. Dat was dan ook de reden dat koningin Wilhelmina, die enorm gehecht was aan Het Loo, een ingrijpende verbouwing van 1911-1914 niet kon tegenhouden. Er werd in deze periode een verdieping op het hoofdgebouw gemaakt. Verder werd er een complete balzaal aangebouwd en aan de noordwestzijde kwam een grote dienstvleugel.
In de loop van de jaren werd het paleis ook steeds witter door het kalken. Verder slibden de voegen langzaam maar zeker dicht, zodat het paleis uit 1685 bijna onherkenbaar werd.

Krediet
„In de jaren zeventig van deze eeuw kwam het paleis onder beheer van het toenmalig ministerie van CRM (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk), het huidige WVC (Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur). Toen zijn ook de eerste plannen gelanceerd om van Het Loo een museum te maken en het tegelijkertijd te restaureren. De restauratiecommissie uit 1956 werd per 1 januari 1971 nieuw leven ingeblazen. Er was echter wel een wezenlijk verschil: 1956 moest deze commissie er rekening mee houden dat er in Het Loo nog leden van de koninklijke familie woonden. In 1971 echter waren er gevorderde plannen om van het paleis een museum te maken."
„In 1974 gaf de Tweede Kamer het gevraagde krediet van 44.000.000 gulden. Na aanvankelijk verleende toestemming volgden drie jaren waarin niemand wist waar men aan toe was. De Tweede Kamer discussieerde hoe men wel of niet zou moeten restaureren. Nadat dit alles opgelost was, kon men na 1 januari 1977 beginnen met de daadwerkelijke restauratie en de inrichting van een museum. Een gigantisch restauratiekarwei, want zoals gezegd was de doelstelling om het uiterlijk van Het Loo en tuin weer terug te brengen in de situatie van 1685. Dit betekende dat bovenste verdieping van het hoofdgebouw verwijderd moest worden en balzaal moest verdwijnen. Het pleisterwerk moest er ook afgebikt worden zodat de originele stenen weer voorschijn kwamen. Tot onze grote verbazing kwamen wij tot de conclusie dat het gebouw van 1685 er beter uitzag dan hetgeen er na 1900 bijgebouwd was. Deze laatste uitbreidingen waren op zich eigenlijk al aan restauratie toe. Ook de geometrische tuin werd uitgegraven en opnieuw aangelegd.

Inrichting
De stand van zaken bij de restauratie is als volgt: in het voorjaar werd het paleis in zijn geheel bouwkundig opgeleverd. Momenteel is men binnen druk bezig met de aankleding van het museum (stoffering en meubilering). Aan de tuin is met man en macht gewerkt om die tegelijkertijd met het museum open te kunnen stellen," zo zegt de directeur.
Om de te verwachten stroom van circa 500.000 bezoekers per jaar op te kunnen vangen, heeft de gemeenteraad van Apeldoorn besloten het aantal parkeerplaatsen te verdubbelen tot 680.

Voor de inwoners van Apeldoorn worden direct na de officiële opening drie avonden georganiseerd om hun te laten zien wat er van „hun" paleis geworden is.

Het is menselijkerwijs gesproken jammer dat koningin Wilhelmina dit alles niet mee kan maken. Zij hield immers veel van Het Loo, zoals het er uitzag voorde verbouwing in 1911. Dat blijkt niet alleen uit het feit dat zij de eerste was die een restauratieopdracht gaf, maar ook dat zij na die verbouwing van 1911-1914 slechts één keer gebruik heeft gemaakt van de balzaal die er volgens de Staat nodig voor gasten bijgebouwd moest worden. De betimmering van deze balzaal wordt nu gebruikt in het restaurant.

Als dit grootste restauratieproject van ons land afgerond is, dan is een bezoek aan Rijksmuseum Paleis Het Loo door iedere Oranjegezinde en staatkundig geïnteresseerde Nederlander bijna verplicht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 31 december 1983

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Restauratie Het Loo nadert voltooiing

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 31 december 1983

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken