Bekijk het origineel

kaaitJQól^iolc

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

kaaitJQól^iolc

Het plan van Marieke (3)

8 minuten leestijd

Zo komt het dat negen jongens die vrolijk om half twee vertrokken, stil en somber naar huis terug komen.

Het is stil bij de familie Van Harsen. Mark ligt boven op bed en staart voor zich uit. Toen hij thuis gekomen was had hij bijna alles verteld en daarna was hij naar bed gestuurd. Hij heeft er zo'n spijt van. Nu zal moeder toch wel komen straks? Hij zal toch niet zó moeten gaan slapen. Het is nog wel erg vroeg, maar ja hoor, tik, tik, tik. En even later verschijnt moeders hoofd om het hoekje van de deur. „Kan ik binnen komen Mark?"

„Ja moeder, graag." Moeder gaat op de rand van het bed zitten en neemt zijn hand tussen haar eigen warme handen. „En Mark, vertel nu nog eens alles tegen me mijn jongen." En dan begint Mark te vertellen. Hoe fijn alles begon, hoe spannend het was. Hoe gemeen Herman deed, en tenslotte wat hij zelf gedaan en gedacht heeft.

Moeders gezicht wordt steeds verdrietiger, 't Is natuurlijk fijn dat Mark zo voor Marieke opkwam, maar de manier waarop...Nee, die was toch niet goed. Ze merkt wel dat Mark echt spijt heeft van alles. En bovendien zal hij wel erge honger hebben.

Maar voordat ze vraagt of hij nog even een boterham komt eten beneden zegt ze tegen Mark dat hij niet mag vergeten om de Heere vergeving te vragen voor alles wat hij gedaan heeft die dag. Mark knikte. Ja, dat is het belangrijkste, want het was toch wel heel erg.

In zijn pyama stapt hij achter moeder even later de kamer in. Peter ligt al op bed, maar Marieke zit bij vader op schoot. Na het eten mag Marieke altijd een poos opblijven. Want als ze willen dat Marieke wat leert, dan zullen ze veel met Marieke moeten praten en spelen zegt de dokter.

Mark snikt nog wat na als hij Marieke ziet.

Moeder stopt hem een heerlijke boterham met hagelslag in de handen. Juist als hij zijn boterham opheeft, gaat de bel. Als moeder de deur open-doet, ziet ze Herman en zijn vader staan. „Zo , mevrouw Van Harsen" zegt Hermans vader „Mijn zoon wil zijn excuses aan komen bieden. Straks kom ik hem wel weer halen." Hij geeft Herman nog even een schouderklopje en verdwijnt.

Verlegen stapt Herman de gang in en geeft mevrouw Van Harsen een hand. „O, het...het spijt me zo," hakkelt hij. Maar moeder glimlacht hem toe. „Kom maar even mee naar de kamer, daar zijn de anderen ook." Bang kijkt Herman naar Mark. Zou Mark nog boos op hem zijn? Maar hij ziet dat Mark juist ook rood wordt en bang naar hém kijkt. Vader kijkt van de één naar de ander. „Nou jongens, geef elkaar maar vlug de hand om vrede te sluiten.

Als Herman zit, staat vader op. „Zo, ik ga moeder eens even helpen met de koffie. Mag onze Marieke zolang bij jou op schoot. DoorAdrie Nijsse Herman"? Vader wacht niet eens op antwoord, maar legt Marieke al in Hermans armen. Herman wordt helemaal rood. Hij kijkt naar het meisje wat nu bij hem zit. Vanmiddag heeft hij zo met haar gespot, en nu? Zo'n lief klein meisje. O, nu kan hij begrijpen dat Mark zo kwaad werd.

Het is net of Marieke voelt wat hij denkt, en opeens komt er een lach over haar gezicht. Mark heeft het ook gezien. „O, Herman, ze lachte weer, zag je dat?" En dan vertelt Mark hoe graag ze allemaal willen dat Marieke lacht. En ook dat het meestal is of Marieke helemaal niet merkt dat er nog meer mensen zijn.

Als vader en moeder binnenkomen met de koffie en limonade zitten Mark en Herman met Marieke te spelen, en te praten om haar aan het lachen te krijgen. En als even later Hermans vader hem weer op komt halen zucht hij diep, en zegt: „Ik zal nooit, nooit meer met andere mensen spotten, want dat is heel erg."

Het is weer woensdagmorgen. Het regent buiten. Hè, denkt Mark, wat moet ik nou vanmiddag gaan doen?

Opeens hoort hij achter zich: „Psst, Mark, luister eens. IK heb toch zo'n goed idee."

Een korte tik klinkt voorin de klas. „Herman, vertel jij eens waar Napoleon geboren is?" Met een rood hoofd kijkt Herman op. Hè, waarom moest de meester hem nu storen. Hij heeft juist zo'n fijn plan. Nu heeft hij het nog niet tegen Mark kunnen zeggen. En dat juist onder de geschiedenisles, waar hij toch al niet zo goed in is. Wat zal hij doen? Zomaar een plaats raden? Nee hoor, dan lachen ze hem allemaal weer uit. „Ik, ik weet het niet meester."

De meester kijkt hem over zijn bril streng aan. „Als jij zo goed in geschiedenis bent mijn jongen, moet je vooral met je buurman gaan praten."

Herman wordt nog roder, hè wat akelig nou. Hij gaat weer recht zitten om goed op te letten. Maar het plannetje laat hem niet los. Mark is ook vast nieuwsgierig, naar wat hij wilde vertellen. Wacht, hij zal een briefje naar Mark proberen te schieten. Haastig krabbelt hij op een gescheurd briefje: „Mark ik heb een plannetje voor Marieke, wacht je straks op me, Herman." Even later valt er een propje voor Marks neus. Ha, van Herman natuurlijk. Even kijken of de meester niets ziet, maar nee hoor, hij kijkt juist naar de andere kant. Nieuwsgierig vouwt Mark het briefje open. Wat? Een plannetje voor Marieke? Wat zou dat kunnen zijn? Ook Mark let nu niet meer zo goed op, maar zit van alles te bedenken wat Herman kan bedoelen.

Gelukkig, daar gaat de bel. Eindelijk twaalf uur. In de gang is het een rumoer van jewelste, iedereen wil vlug naar huis. Lekker vrij vanmiddag.

Als Mark zijn jas aan heeft stoot hij Herman aan. „Kom op joh, vertel eens." „Even wachten" zegt Herman „tot we samen zijn. Of nee, Henk mag er ook wel bij zijn.

Even later lopen ze met zijn drieën door de regen naar huis. Maar ze merken het niet eens, want Herman heeft toch zo'n mooi plan!

Herman had thuis verteld van Marieke. En nu heeft zijn zus op de huishoudschool gehoord dat zulke kindertjes als Marieke, heel veel van muziek houden. Zou Marieke ook van muziek houden? Mark haalt zijn schouders op, tja, dat weet hij eigenlijk ook niet. Maar wat voor idee heb je Herman?

Herman weifelt even. Zouden ze het niet gek vinden? „Nou, eh, ik dacht, ik bedoel, ik kan nou ja, ik kan op mijn blokfluit wel een paar versjes spelen. Zou ze dat niet mooi vinden?"

Ineens ziet hij alles weer voor zich „En als jij dan op jullie orgel speelt Mark. En Henk kan dan zingen. Zullen wij dat proberen, om met zijn drieëen muziek te maken voor Marieke? Dat vindt ze vast mooi."

Henk vindt het een prachtig plan. Mark vindt het ook wel best. Maar hij weet het niet zo goed. Hij weet hoeveel tijd vader en moeder altijd aan Marieke besteden en hoe weinig ze lacht. Maar moeder vindt het vast wel goed, ze kunnen het toch proberen. Goed, laten ze afspreken dat ze vanmiddag om drie uur komen, want tot drie uur moet Marieke slapen.

't Is drie uur. Marieke ligt net in de box, als de bel gaat. Het zijn Herman en Henk. Herman houdt in zijn ene hand de blokfluit, die zit verpakt in een mooi doosje.

Moeder vindt het een goed idee van de jongens, maar ze weet ook nog niet of Marieke er op zal reageren.

Eerst krijgen de jongens een glas limonade en dan gaat moeder strijken.

De jongens kijken elkaar eens aan. Zullen we beginnen? Mark vraagt aan Herman welk versje hij op zijn blokfluit kan spelen. „Opent uwen mond" dat kan ik wel uit mijn hoofd spelen.

Even later maken ze met zijn drieën muziek. Mark op het orgel, Herman op de blokfluit en Henk zingt: „Opent uwen mond enz."

Vol spanning kijken ze naar Marieke. Even is het of ze haar hoofdje optilt, maar verder doet ze niets, helemaal niets.

De jongens kijken elkaar eens aan. „We laten de moed niet zakken hoor" zegt Herman „Kom op, we doen het nog een keer. Daar zetten ze weer in: „Opent uwen mond..."

En dan? Dan glijdt er een stralende glimlach over Mariekes ge- : zichtje. En de jongens zijn zo Wij. Mark springt van het orgelbankje af en pakt Mariekes handjes. „Marieke, je lachte, Marieke toe, lach nog eens."

De andere jongens staan ook rond de box te springen. „Marieke toe dan toch." En weer lacht Marieke.

Moeder die juist binnen komt ziet het ook. Zij is net zo blij als de jongens. Over haar wang glijdt een traan van blijdschap en stevig sluit ze Marieke in haar armen.

's Avonds in bed denken de jongens nog eens na over die middag. Wat. was dat fijn. Dat gaan ze nog eens doen. En ze danken God voor dit wonder en vragen of Hij hun en Marieke wil helpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1984

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

kaaitJQól^iolc

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1984

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken