Bekijk het origineel

iretAaa/tfzóJ^o^ Flits wil niet ziek zijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

iretAaa/tfzóJ^o^ Flits wil niet ziek zijn

8 minuten leestijd

DoorJ. Visser-Vlaanderen „Ha, ha..., moet je Frits zien. Met de tas van zijn moeder komt hij naar school!" Een paar jongens staan te dansen om Frits. Frits begrijpt er niets van. Je mag toch wel, als straks de school uitgaat, een boodschap voor je moeder doen?

Frits kijkt schuin naar de juffrouw. Zou ze het horen, dat de jongens hem uitlachen? Maar jiif heeft nergens erg in. Ze staat met meneer Van Delden, uit de vierde klas, te praten. Jan, die in de klas naast Frits zit, zegt: „Trek je er niets van aan, joh. Ik moet zo vaak boodschappen doen. Ik ga straks met je mee. Moet je naar de bakker? Misschien krijgen we weer een koekje. Lekker!" Dan horen ze de bel. De school gaat aan. De jongens en meisjes snellen naar de deur en dringen naar binnen. „Nou...nou," lacht meneer Van Delden, „jullie hebben nog al zin om naar school te gaan. Jullie zijn druktemakers hoor! Ik denk, dat we storm krijgen!" ,,Hè nee meester, geen storm. We willen . sneeuw!" „Sneeuw...? Niets er van hoor, ik wil geen sneeuw meer. De sneeuwpret is voorbij!" Luidruchtig hangen ze de jassen op en gaan naar binnen. Frits heeft de tas aan de haak onder zijn jas gehangen. Als alle kinderen in de klas zitten, kijkt juf de klas rond. Ze ziet veel lege plaatsen. Zouden er zoveel zieken zijn? Zelf is ze ook verkouden. Verschillende jongens en meisjes hoesten. „Houden jullie je hand voor je mond, als je hoest," waarschuwt juf, „want je steekt elkaar aan. Als het zo doorgaat, zijn er morgen nog meer zieken. En... dan kan ons lokaal op slot." „Hoi... hoi...," roepen de kinderen. Ze hebben er helemaal geen erg in, dat ziek zijn heus niet leuk is. Onder de les zijn de kinderen rumoerig. De juffrouw moet steeds zeggen, dat ze stil moeten zitten.

Jan fluistert tegen Frits: „Zeg, kijk eens naar buiten. Daar op het dak loopt een poes." Hij wijst met zijn vinger. Juf heeft nergens erg in, want ze schrijft juist een paar sommen op het bord. Maar dan, als ze zich omdraait, zegt ze: „Jan, vertel jij eens, hoe je die sommen moet maken. Kom maar even hier." „Oei...," Jan heeft helemaal niet naar juf geluisterd. Met een hoogrode kleur stapt hij de bank uit. Zenuwachtig kijkt hij naar de sommen. Hij begrijpt . er niets van en geeft een verkeerd antwoord. ,,Je hebt niet opgelet. Jan. Ga maar weer zitten. Frits vertel jij het maar." Ook Frits snapt de sommen niet. „Ze zijn toch echt niet moeilijk. Jullie móeten ze snappen! Tineke ze.g jij het maar." Tineke weet de antwoorden goed. En... ze krijgt een tien.

Als ze daarna Nederlandse taal hebben, doen Jan en Frits heel goed hun best. Juf is streng en ze hebben geen zin om school te blijven. Frits moet er niet aan denken.

Vanmorgen zei.mama:,,Frits, jij moet als de school uitgaat, brood halen bij de bakker. Ik kan niet gaan, want ik voel me ziek." Frits wil mama graag helpen. Papa is de hele dag naar het kantoor. Wel een uur moet papa daar 's morgens naar toe rijden en 's avonds weer terug. De hele dag blijft papa weg. Gelukkig is papa zaterdags en natuurlijk zondags thuis. Zaterdags mag Frits, als het nodig is, meehelpen in de tuin. En zondags gaat hij al mee naar de kerk. Twee keer. Dat kan best, als je zes jaar bent.' Nicolientje, het zusje van Frits, is vijfjaar. Zij draait nog een beetje in de kerk. „Dat gaat wel over," zegt papa. Nauwelijks heeft juf gedankt of Frits gaat vlug de school uit.

„Wat heb je een haast," roept juf nog. Maar Frits hoort het niet meer. Jan draaft achter Frits aan. „Wacht even...," roept hij.

Samen hollen ze naar de bakker. „Hè...hè...," hijgend komen ze in de winkel. „Wat hebben jullie hard gelopen jongens. Het lijkt of je achteraan gezeten wordt door een grote hond," lacht de bakker. „Ik moet twee broden kopen," zegt Frits, „want mijn moeder is ziek." „Dat is erg F.rits. Hier hebben jullie ieder een koekje. En ga maar gauw naar huis! De groeten aan je moeder hoor Frits. En beterschap...!"

De jongens smullen van het heerlijke koekje. Ze lusten er wel tien. „Ik vraag aan mama, of ik die koekjes voor de zondag mag kopen," denkt Frits. „Mama kan nu toch geen koekjes bakken." Jan is het eerste thuis. En als Frits in huis komt, roept hij: „Mam, de bakker heeft verrukkelijke koekjes. Mag ik ze kopen?" Hij rent de trap op. Mama ligt op bed. „Kalm Frits," zegt ze zachtjes, „de koekjes zijn nog niet op. Misschien zaterdag hoor! Ga maar even de tafel dekken. De buurvrouw komt zo met jullie eten. Ook brengt ze straks Nicolientje naar de kleuterschool." „Hè," denkt Frits, „niets aan hoor, zonder mama."

IJverig brengt de buurvrouw het'brood voor mama boven. Mama heeft niet veel trek. O nee, ze heeft alleen maar dorst. Na het eten ruimt de buurvrouw de keuken weer netjes op. Mama is blij, dat ze zo lief is om te helpen. Een goede buur is beter dan een verre vriend. De dokter komt vanmiddag. Wat zal die zeggen? Als Frits en Nicolientje weer naar school zijn, gaat mama rustig slapen. Ze is zó moe...!

Frits kan zijn gedachten vanmiddag niet bij zijn schrijfles houden. O nee, hij heeft ineens zo'n hoofdpijn. Zijn hoofd valt bijna op de bank. En als de school uitgaat, lijkt het, of hij duizelig is. „Ben je ziek," vraagt de juffrouw bezorgd.

„Uh...ik heb... mijn hoofd doet alleen maar zeer. Ik mag niet ziek worden, juf. Want mijn mama is ziek, die móet ik helpen." „Ik denk, dat je wel ziek bent, Frits. Ga maar vlug naar huis, en...naar bed." Hoe kan juf dat zeggen. „Ik...ik wil niet naar bed," denkt Frits. Langzaam loopt hij naar huis. Als hij boven bij mama komt, hangt hij met zijn hoofd op mama's kussen. „Wat is er. Frits?" „Niets mam. alleen een beetje duizelig, enne...m'n hoofd doet pijn."

„Je moet ook naar bed. Frits," „O nee mam, dat kan niet. Ik moet u helpen. En...de juffrouw gaat morgen verder vertellen van Mozes. Dat wil ik horen."

„Weet je wat Frits, de dokter is geweest. Ik mag af en toe een poosje op. Jij gaat nu naar bed. Ik lees je morgen de geschiedenis van Mozes voor. Uit de kinderbijbel." Mama helpt Frits met uitkleden. Hij trilt op zijn benen. Zou hij koorts hebben... ? Fnts wil niet, maar...toch verlangt'hij naar bed. Want hij voelt zich heus een beetje ziek.

Mama dekt hem lekker warm toe onder de dekens, en fluistert: „Slapen hoor Frits, dan ben je gauw beter. De Heere in de hemel kan ons weer beter maken. Dat weet m'n jongen wel, hè!" „Ja...ja mam."

0,o... die Frits. Het duurt maarhééleven,of...hijslaapt. Papa moet 's nachts steeds uit bed, om Frits een beetje water te , geven. „Die kan morgen niet naar school. Onmogelijk," zegt papa ongerust.

's Morgens wil Frits uit bed komen, maar hij rolt om. En als papa komt kijken, ligt hij al weer onder de wol. „Ik... ik wil toch naar school," stamelt Frits met een benepen stemmetje. Papa moet lachen, „Frits, Frits, wat wil jij graag naar school. Ik hoop, dat het zo blijft. Dan word je héél knap!" Mama belt de juffrouw van school op, dat Frits niet kan komen.

„Dat dacht ik wel," zegt juf. „Ik hoop, dat Frits weer gauw beter is. Er zijn veel zieke kinderen."

Mama gaat gezellig bij Frits voorlezen. Dat is een verrassing voor hem. Ze leest van Mozes, net als de juffrouw. Mozes die verborgen moest worden voor de boze koning. Die boze koning wilde alle pasgeboren jongetjes laten verdrinken. O, wat was dat erg! In het geloof hebben de vader en moeder van Mozes hem in • een kistje van biezen gelegd. Dat kistje hebben ze tussen de biezen aan de oever van de rivier gezet. Zomaar in het water. Gelukkig heeft de dochter van Farao hem gevonden. Mozes mocht blijven leven. De Heere zorgde voor hem. Mozes moest later een ' dienstknecht van de Heere worden.

Frits ligt met warme wangen te luisteren. Het lijkt een klein beetje of hij op school is. Als mama klaar is met lezen, zegt ze bezorgd: „Nu ben je zeker wel moe. Frits?" „Ja mam, maar...het was zo mooi! Wilt u vanmiddag weer een stukje lezen?" „Natuurlijk jongen, maar nu ga je eerst een poosje slapen. Want van rusten en slapen word je beter. En... kun je weer fijn naar school." Dat wil Frits dolgraag, want ziek zijn is helemaal niet leuk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1984

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

iretAaa/tfzóJ^o^ Flits wil niet ziek zijn

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1984

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken