Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Kamer wist alles over hoge kosten pijlerdam"

Oud-ministers ontkennen parlement te hebben misleid

4 minuten leestijd

DEN HAAG — Met cijfers over de kosten van de pijlerdam in de Oosterschelde is niet gegoocheld. De oud-bewindslieden Westerterp, Tuijnman en Zeevalking van Verkeer en Waterstaat houden vol dat zij steeds open kaart hebben gespeeld tegenover de Tweede Kamer.

De ex-ministers werden gisteren op een niet alledaagse wijze aan de tand gevoeld door de Kamercommissie voor de rijksuitgaven naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer over het Oosterscheldeproject. In het rapport, dat eind vorig jaar werd uitgebracht, stelt de Rekenkamer dat de Tweede Kamer onvolledig is geïnformeerd over de kosten van de in aanbouw zijnde pijlerdam. Ook zou met name minister Tuijnman de Kamer veel te laat hebben geïnformeerd over de fikse financiële tegenvallers.

Pijlerdam

In 1976 ging de Tweede Kamer akkoord met het kabinetsbesluit om in de Oosterschelde een pijlerdam aan te leggen in plaats van een dichte dam. Al in 1974 had de Kamer het kabinet te verstaan gegeven, dat een halfopen dam in de Oosterschelde niet meer dan twee miljard extra mocht kosten. In 1981 werd bekend dat deze overschrijding veel hoger zou komen te hggen. Volgens de Rekenkamer wist Minister Tuijnman dit al veel eerder. Ook Westerterp zou een veel te gunstig beeld van de kosten hebben geschetst.

Niet verdonkeremaand

Westerterp gaf gisteren toe dat hij de post voor onvoorziene uitgaven bewust aan de lage kant had geraamd. In 1976 stemde het kabinet in met zijn plan om deze post met 120 miljoen gulden te verlagen. „Maar dit geld is niet verdonkeremaand. Ik heb de Tweede Kamer hierover ingelicht en die gaf haar fiat".

De halvering van de post onvoorziene uitgaven vond plaats omdat Westerterp anders de grens van de meerkosten overschreden zou hebben. Dan had het project niet kunnen doorgaan, en zou het toenmalige kabinet Den Uyl ten val zijn gekomen. „Ik heb toen gezegd, ik weet wel hoe de hazen lopen. Ik hoefde niet zorgder te zijn over de financiële middelen dan anderen in het kabinet", aldus de oud-minister.

Waarschuwingen

Zijn opvolger Tuijnman bezwoer dat hij pas in 1981 wist dat de kostenramingen voor de pijlerdam ernstig zouden worden overschreden. Weliswaar bereikten hem eerder al „van de werkvloer" waarschuwingen dat de kosten uit de hand waren gelopen maar die berichten - destijs door Tuijnman bestempeld als „indianenverhalen" - werden niet door de top van Rijkwaterstaat bevestigd. Tuijnman bekende dat hij in 1981 nog had overwogen om alsnog te kiezen voor een dichte dam. „Daar zou echter veel tijd mee verloren zijn gegaan en als Zeeuw vond ik dat volstrekt onaanvaardbaar. Bovendien zou bij de keuze voor een dichte dam heel Nederland, met name de milieubeweging, op zijn kop zijn gaan staan. We wisten allemaal dat de raming voor de pijlerdam onzeker was, ook de Tweede Kamer", zo besloot Tuijnman zijn verweer.

In het rapport van de Rekenkamer wordt oud-minister Zeevalking verweten dat hij geen nieuwe post onvoorzien heeft opgevoerd toen het hiervoor bestemde bedrag, volledig was uitgeput. De ex-bewindsman gaf dit toe maar verweerde zich door te zeggen dat hij dit niet kon verkopen aan zijn collega's in het kabinet. Toen hij aantrad had hij al een gat van 730 miljoea gulden moeten dichten. Op aanvulling van de post onvoorzien werd door de Tweede Kamer ook niet aangedrongen. In tegenstelling tot Westerterp was Zeevalking van mening dat de ontbindende voorwaarden van 1974 „geen half-open dam als die te duur wordt" nog steeds van kracht is. „Men zal alleen wel uitkijken om er ook op die voorwaarden een beroep te doen. De ontbindende voorwaarden heben gewoon niet gewerkt".

Project van de eeuw

Westerterp liet de Kamercommissie onomwonden weten niet erg gelukkig te zijn met de ontstane opwinding over de kosten van het Oosterscheldeproject. „Bij het gereedkomen zal de pijlerdam circa negen miljard gulden kosten. Dat is een onvoorstelbaar hoog bedrag. Maar om dit bedrag in zijn verhoudingen te zien, wil ik erop wijzen dat in de periode '84-'86 door het ministerie van verkeer en waterstaat eveneens een bedrag van negen miljard gulden zal uitgegeven worden voor de instandhouding van het openbaar vervoer". De oud-bewindsman rekende voor dat de pijlerdam iedere Nederlander een bedrag van 614 gulden kost. Met dat geld wordt volgens Westerterp dan wel een werk gerealiseerd dat als „het project van de eeuw" kan worden aangemerkt.

Zie ook pag. 5: Kamer heeft heel wat boter op het hoofd. (Van onze parlementsredactie)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 juni 1984

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 juni 1984

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken