Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boefle weer üiuis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Boefle weer üiuis

8 minuten leestijd

„Nu moet je eens goed naar mij luisteren Bart," zegt hij. „Boefje is een hele pientere hond, hij zal be^t weer terugkomen. En honden kunnen best tegen een regenbui. Boefje vindt het altijd leuk om in de regen te lopen. Straks na hel eten gaan we samen nog weer zoeken hoor! We nemen de auto mee en dan rijden we het hele bos door." Bart huilt nu niet meer. nu papa zich er mee bemoeit kan het nog wel weer in orde komen. Papa weet immers altijd raad. Hij ziet niet dat papa een bezorgde rimpel boven zijn ogen heeft. Want vader is er echt niet zo zeker van dat Boefje weer terug komt. Hij denkt net als de boswachter: „Stel je voor dat Boefje onder een auto gekomen is!"

Na het eten gaan Bart en zijn vader samen op weg. Bart is weer lekker uitgerust en ze gaan nu met de auto. Eerst rijden ze maar weer naar het park. Niets te zien, geen mensen en helemaal geen hondjes. Natuurlijk niet, aJIe honden liggen lekker warm in hun mand. Dan rijdt papa het dorp uit, de bosweg in. Bij ieder kruispunt zet hij zijn auto stil. dan lopen Bart en vader een eindje het bos in. Steeds maar weer roepen ze Boefjes naam. Maar Boefje komt niet hoor. Hij hoort zijn baasje natuurlijk niet roepen. Eindelijk gaan ze toch maar weer naar huis toe.

Ze weten niet meer waar ze zoeken moeten. Op de terugweg gaat vader even bij het politiebureau aan. Heel misschien is Boefje wel ergens aan komen lopen en hebben de mensen de politie opgebeld. Ook dat is mis, de agent schrijft alles op. „Als we wat weten bellen we u",zegt hij. Het is al laat als vader en Bart thuiskomen. Moeder verwent haar jongen met een groot stuk appeltaart en een beker chocolade. Ja, en dan moet Bart naar bed. Daar is niks aan te doen. Als moeder een half uurtje later nog eens naar hem gaat kijken ligt hij nog klaarwakker. Mama gaat op de rand van zijn bed zitten en streelt hem over zijn haar. „Mijn lieve jongen," zegt ze, „kun je niet slapen? Lig je nog te piekeren over Boefje" Als hij niet terugkomt, krijg jij weer een andere hond van ons hoor." Nu gaat Bart weer huilen. „Ik wil geen andere hond, ik wil alleen maar Boefje." „Misschien komt Boefje wel weer terug," zegt moeder. „De politie weet dat hij is weggelopen. En overmorgen zetten we een advertentie in de krant. Als iemand Boefje ziet, weten ze dat het onze hond is. „Ik vind het ook heel erg hoor. Maar toch. Boefje is een hond. stel je voor dat we Willeke kwijt waren. Dat was nog veel erger." Ja, dal vindt Bart toch eigenlijk ook wel. Hij houdt van Willeke toch nog wel meer dan van Boefje. Maar Boefje is zo'n lieve hond, die kan hij niet missen.

Boefje heeft vast erge honger. Of misschien ligt hij wel ergens aan de kant van de weg met een gebroken poot. Boefje kan natuurlijk niet begrijpen dat zijn baasje niet komt om hem te heipen. Als Bart daar aan denkt dan zou hij het liefst weer gaan huilen. „Mama," vragend kijkt Bart zijn moeder aan. „Ja mijn jongen, zeg het maar," zegt moeder. Mag... magik voor Boefje bidden? „Of vindt de Heere het niet goed dat ik voor een hond bid?" „Natuurlijk mag jij voor Boefje bidden", zegt moeder. Er staat in de Bijbel dat er geen musje van het dak valt zonder dat de Heere het wil. De Heere weet alles en Hij ziet alles en jij mag alles aan Hem vertellen hoorf Dat moet je altijrfdoen in^Vleven, alles aan de Heere God vertellen. Als je verdriet hebt en als iets heel ergs in je leven gebeurd. Je zult merken, Bart dat je gebed niet altijd direct verhoord wordt. Maar als je alles aan de Heere vertelt dan wordt het wel vaak rustig in je hart."

Moeder stopt Bart nog eens lekker in en gaat naar beneden. Als zij en vader een uurtje later naar bed gaan kijken ze nog even bij de kinderen. Bart slaapt rustig. Gelukkig," zegt moeder. „Als Bart slaapt hoeft hij niet aan Boefje te denken."

Het is nu heel stil geworden in huis. Iedereen slaapt, alleen Boefje slaapt niet. Boefje loopt helemaal alleen in het donkere bos. Eerst had Boefje het best leuk gevonden. Hij voelde zich lekker vrij. Hij zag een haas en die ging hij vlug achterna. Maar de haas kon veel harder lopen dan hij. Toen Boefje een paar uur in het bos gelopen had werd hij erg moe. Op een open plekje waar de zon lekker warm scheen ging hij liggen slapen.

Toen hij wakker werd regende het. Het begon al donker te worden in het bos. Boefje begon toen wel erg te verlangen naar zijn mand. En ook naar zijn etensbak. Want Boefje begon honger te krijgen. In het bos was niets te eten voor hem.

Boefje liep maar heen en weer. Hij was de weg helemaal kwijt. En hij begreep helemaal niet dat zijn baasje hem niet op kwam zoeken. Nee Boefje vindt het helemaal niet fijn in hel donkere bos. Zo nu en dan jankte hij zacht.

De torenklok van het dorp slaat twee keer. Het is midden in de nacht. Nog steeds loopt Boefje te zoeken naar zijn huis en naar zijn baasje. Eindelijk komt hij bij de straatweg. En daar is ook het park. Boefje kent het park wel, daar is hij vaak met Bart en Arie gaan spelen. In het park verdwaalt hij niet. Boefje loopt nu nog harder. Hij wil naar huis, lekker slapen en lekker eten. Het is helemaal donker is huis als Boefje het tegelpad oploopt. Zouden ze niet thuis zijn, cienkt Boefje. Dat is even erg, dan kap'h'.j niet bij zijn etensbak konien. Boefje begint hard te blaffen. Maar niemand hoort hem, iedereen in huis slaapt lekker. Boefje jankt en krabt met zijn poot aan de achterdeur. Bart kom dan, ik ben zo koud en ik heb zo'n honger, wil Boefje zeggen.

Bart slaapt, hij draait zich in zijn slaap om en om. Hij droomt dat hij met Boefje in het park loopt. En dan is daar ineens een grote hond die Boefje wil bijten. Boefje kom hier, wil Bart roepen. Maar er komt geen geluid uit zijn keel.

Dan ineens is hij wakker. Gelukkig, hij heeft gedroomd. Hij gaat rechtop in zijn bed zitten. Wat een nare droom was dat toch! Dan ineens weet Bart alles weer. Boefje is er niet, o wat erg. Verdrietig kruipt Bart weer onder de dekens. Maar wat is dat nu, hij hoort wat. Zouden er inbrekers in huis zijn! Even luistert hij nog. Ja hoor, er is lawaai bij de achterdeur. Het zijn vast inbrekers.

„Papa... papa er zijn inbrekers. Ik heb ze duidelijk gehoord." Vader vliegt overeind in zijn bed. Hij weet niet direct waar Bart het over heeft. „Inbrekers, welnee jongen, die komen niet bij ons," bromt hij. „Ik heb ze zelf gehoord," zegt Bart. Ze zijn bij de achterdeur. Luistert u maar, ik hoor het weer." Vader en moeder zijn nu allebei klaar wakker. Duidelijk horen ze dat er iemand bij de achterdeur is. Dan ineens kijkt vader heel blij. „Kom maar mee Bart," zegt hij. „Ik weet wie die inbreker is, het is onze Boef. Hoor maar, hij krabt aan de deur". Bart rent naar beneden. Hij hoort Boefje nu blaffen en janken. Vlug doet hij de deur open en daar vliegt Boefje naar binnen. „Boefje... Boefje toch, waar ben je geweest," roept Bart. Hij slaat zijn armen om Boefjes hals en geeft hem een dikke zoen op zijn kop. Wat is die Bart blij. Maar Boefje is ook blij. hij likt Bart over zijn gezicht en handen. Dan gaat hij naar zijn etensbak, want Boefje heeft erge honger.

Moeder maakt een beetje melk voor Boefje warm. Ze doet een paar beschuiten door de melk. In een wip heeft Boefje zijn bak leeg. Hij lust nog wel meer van die lekkere pap. Moeder maakt nog een beetje melk warm voorde hond.

Boefje is erg moe. Als hij zijn eten op heeft kruipt hij in zijn mand. Hij valt gelijk in slaap. Zo nu en dan gromt Boefje een beetje. Hij droomt dat hij in het bos is. Bart gaat ook weer slapen. Hij iszo blij, zo blij. Nu is alles weer goed, want Boefje is weer thuis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1984

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Boefle weer üiuis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1984

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken