Bekijk het origineel

De Dwingelose Heide

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Dwingelose Heide

Waar men nog ruimte en rust kan ervaren

6 minuten leestijd

De Dwingelose Heide is een van de laatste plaatsen waar men de ruimte nog kan ervaren zoals dat vanaf de Middeleeuwen tot aan het begin van deze eeuw op vele plaatsen mogelijk was." Zo staat het in de beschrijving van Natuurmonumenten die de Dwingelose Heide sinds 1930 in bezit en beheer kreeg. Nu is dat meer dan duizend hectare.

Voordat een begin gemaakt werd met de aankoop, gingen enkele natuurvrienden er naartoe om het gebied te verkennen. Dat was in 1929; Jac. P. Thijsse was daarbij en schreef erover in „De Levende Natuur". Aan het eind van zijn verslag was zijn conclusie: „We maakten nog eens de rekening op van wat deze duizend hectaren van Drente aan „natuurschoon" opleveren en kwamen voor de zoveelste maal tot het resultaat, dat het als een schande voor nu en later beschouwd moest worden, wanneer zoiets uit Nederland, uit de wereld, zou worden weggevaagd."

Reservaat

Welnu, het fraaie landschap is niet verloren gegaan en wij kunnen, dank zij de inspanning van een klein groepje mensen, nog steeds van het Drentse heidelandschap genieten. In de komende weken, als de struikheide bloeit, trekt de Dwingelose- Heide veel bezoekers. In het noorden wordt de heide begrensd door bossen van Staatsbosbeheer en in het zuidoosten grenst er nog eens 400 hectare staatsnatuurreservaat aan, de Kraloër Heide. Met elkaar vormt dit nu het grootste heidereservaat van Drente.

Bij de parkeerplaats ben ik niet direct enthousiast. Even verder is de schaapskooi, waarvandaan wandelen fietstochten kunnen worden gemaakt. Ik had nogal hoge verwachtingen van de Dwingelose Heide. Daardoor viel de eerste aanblik wat tegen. Bij de schaapskooi begint een stoffig zandpad en links en rechts zie ik eerst alleen vergeeld gras. Zo zijn onze heidevelden geworden en ook bij Dwingeloo blijkt het gras te woekeren. Is ook hier de hei alleen nog maar een naam van vroeger, terwijl van het oorspronkelijk beeld weinig meer over is? Dat blijkt gelukkig toch mee te vallen.

Ruimte

De zandweg gaat dwars door het terrein richting Lhee. Ruimte? Ja, die is hier nog, al is het anders dan Thijsse 55 jaar geleden zag, zoals hij schreef in „Een verkenning in Drenthe": naar drie van de vier kanten was het één en al hei wat we zagen." Rust is er nog te vinden. Die wordt door vogelgeluid niet verstoord maar benadrukt. Steeds weer zie ik lage gedeelten waar na de vele regen nog volop water staat. Er liggen hier dan ook nog meer dan veertig plassen verspreid. Juist die lage natte gedeelten bij het water zijn de mooiste en rijkste stukken van de heide. Daar voelen de wulpen zich in het voorjaar thuis en laten er hun welluidend geroep horen. Die vogels hebben daar een grote en ongestoorde ruimte, want de bezoekers worden op de paden gehouden. Dat is noodzakelijk, want er zijn op de Dwingelose Heide bijzondere levensgemeenschappen die een strenge beheersvorm absoluut noodzakelijk maken. Om die gebieden voor de toekomst te bewaren.

Ruimte? Voor Nederlandse begrippen zeker. Maar toch... met de fiets ben ik na tien minuten halfweg en zie dan al de geweldige radiotelescoop tegen de bosrand aan de einder. Misschien is het toch beter om te voet te gaan... om de bijzondere indruk van de toch wel grootse heide te ondergaan. Die ervaar ik onder een berk langs het zandpad. De horizon is rondom op grote afstand afgesloten met bos. Dat is op deze zomerdag wazig grijs. Het lijkt alsof ik in een grote cirkel ben. Voor me klinkt geroep van vogels.

Hemelaftasters

Wat verder begint een heerlijk kronkelend schelpenpad dat meer fietsgenot belooft dan de mulle zandweg. Daar blijkt de struikhei nog te overheersen, hoewel grote stukken alleen nog maar vergeeld gras laten zien. Het is heerlijk zitten op de hoge rand langs het fietspad. De leeuweriken zingen onafgebroken, een torenvalk wiekelt en duikt op prooi, een trage buizerd doet hem na.

Slechts een enkele fietser doet mij er aan herinneren dat ik hier niet alleen ben. Hier ervaar je toch wel de ruimte op een manier die elders in ons land nauwelijks meer te vinden is. Het fraaie fietspad voert naar de grote radiotelescoop die daar als een levenloos stalen gevaarte staat, doods en zielloos. En toch uit de ruimte, die zich oneindig boven de Dwingelose hei uitstrekt, radiostraling opvangt. Een stuk fascinerende techniek, aan de rand van een uniek natuurgebied, dat gelukkig zonder enige storende geluiden de geheimen van het heelal tracht te ontraadselen.

Jeneverbessen

Bij de radiotelescoop ga ik rechtsaf over de Oude Hoogeveensedijk richting Eursinge. Het is een met berken omzoomde zandweg met een goed fietspad ernaast. In de modderige greppel erlangs groeien lage wilgestruiken. Rechts ligt de hei, links is een grote groep jeneverbessen grillig verspreid. Een Vlaamse gaai laat horen hoe goed hij kan imiteren als hij mij even doet denken dat er een buizerd roept. Achter de jeneverbessen ligt een moerassig gedeelte met een kleine plas. Daar begint akkerland en weiland, frisgroen afstekend tegen de bruine hei.

Juist voordat de verharde weg begint sla ik weer rechtsaf, een zandweg die aan het begin nauwelijks begaanbaar is. Hetzelfde pad dat bij de schaapskooi begint en Benderse weg heet. Lopen gaat beter dan fietsen, want het zand is erg droog en mul. Hier ervaar ik de rust bijzonder als ik, midden in dat grote veld van struikhei en gras, mijn boterham eet. De lucht is strakblauw, de wind suist door de smelen ik hoor geen ander geluid dan van vogels.

Vennen

De vele vennen zorgen voor grote afwisseling en trekken veel vogels. Ook de lage heidegedeelten zijn bijzonder, vooral door de flora met zeldzame soorten. Er zijn uitgestrekte dopheidevelden in het reservaat. Dat is de echte Erica die vanaf juni al wekenlang bloeit en daarmee aansluit en overloopt bij en in de struihei die nu aan de beurt is. Op die vochtige gedeelten groeien ook klokjesgentianen, gevlekte orchideeën en het niet zeldzame plantje tormentil met de gele sterretjes. Kraaiheide, wolverlei, wolfsklauw en rozenkransje groeien en bloeien er. Bijzonder mooi is het in augustus en september als de struikheide bloeit. Er groeit er daar nog zoveel van, dat grote oppervlakten in die tijd wekenlang paars kleuren en ontelbare honingzoekende insekten aantrekken.

Een bezoek aan de Dwingelose Heide is de moeite zeker waard. In alle jaargetijden, maar voor velen het meest aantrekkelijk als de struikheide bloeit. Er zijn altijd bloeiende bijzonderheden te zien. Daarvoor is dit bezit immers. Zoals Thijsse in het al aangehaalde artikel schreef: „De natuurmonumenten zijn er toch, opdat wij er kunnen zien wat we in de boeken lazen, met op de koop toe wat nieuws erbij."

Wie niet tegen flinke wandelingen opziet en goed tegen zomerse warmte kan, vindt op het Geusinger Veld, zoals de Dwingelose Heide ook wel wordt genoemd, veel ruimte en daardoor de zo zeldzaam wordende rust. Een enorme radiotelescoop tast dag en nacht de ruimte af. Ruimte en rust, maar niet alleen hei; grote delen zijn vergrast. Dwingelo: een klein dorp met een gezellige brink en een fraaie oude kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 augustus 1984

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

De Dwingelose Heide

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 augustus 1984

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken