Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Misschien is alles dus toch niet voor niets geweest"

11 minuten leestijd

Arnhem 1984. Heel in de verte ligt de John Frost Brug, de vroegere Rijnbrug, die in september 1944 voor onze geallieerde bevrijders een „brug te ver" was in Operatie Market-Garden. Hier, op het Onderlangs, raast het verkeer langs de Rijn. Daar, aan de Utrechtsestraat ligt het St. Elisabeth's Gasthuis. Vredig. Het beeld was bijzonder troosteloos, niet alleen door de vernielingen, maar vooral door het enorme aantal gesneuvelde Engelsen. De grond was letterlijk „bezaaid met doden", herinnert zich een dokter die ten tijde van de Slag om Arnhem werkzaam was in het St. Elisabeth's Gasthuis. Zijn indrukken en ervaringen staan vermeld in het boek De Zwarte Herfst, Arnhem 1944, De worsteling van mensen in oorlogstijd. Authentiek relaas van ooggetuigen". Dit bijzondere boek werd onlangs gepresenteerd in het Rijnhotel, aan het Onderlangs gelegen, waar in de septemberdagen van 1944 het oorlogsgeweld in al z'n verschrikkingen woedde.

Op 17 september, volgende week maandag, is het 40 jaar geleden dat het plan van de Britse veldmaarschalk Bernard Law Montgomery om door middel van een grootscheeps luchtlandings- en grondoffensief van boven de Rijn het westen van Duitsland binnen te vallen en Hitlers Derde Rijk op de knieën te . dwingen, ten uitvoer gebracht. De gevolgen van Operatie Market-Garden zijn een ieder genoegzaam bekend. Bevrijding van eengroot deel van het land, de mislukte verovering van de Rijnbrug, duizenden gesneuvelden onder de geallieerde soldaten, honderden slachtoffers onder de burgerbevolking, een lange Hongerwinter in het vooruitzicht voor velen.

Over de oorzaken van het debacle van de Slag om Arnhem verschijnen geregeld nog „onthullende" publikaties. Onlangs deed een groep cadetten en officieren van een Hogere Krijgsschool in Engeland een „uitputtend" onderzoek naar de „militair-strategische complicaties" van de Slag om Arnhem. Er valt een les te leren uit de geschiedenis. Honderden publikaties over het onderwerp zijn reeds verschenen. De belangstelling is nog steeds enorm.

Twee jonge verzetsmensen

Wéér verscheen een - bijzonder - boek. Toen ik enkele jaren terug de heer L. P. J. Vroemen interviewde in zijn hoedanigheid als voorzitter van de Documentatiegroep '40-"45 (wat hij tot afgelopen zaterdag nog was), zaten we temidden van zijn enorm uitgebreide collectie publikaties over de Slag om Arnhem en hij liet ook cassettebandjes zien met daarop gesprekken met ooggetuigen van deze dramatische episode uit de vaderlandse (internationale) geschiedenis. Vroemen zei dat hij dacht aan het publiceren van al die verklaringen van ooggetuigen. Het is ervan gekomen. Journalist C. A. Dekkers hielp mee bij het componeren van de documentaire verhalenbundel, waarin het menselijke aspect het belangrijkst is, en niet het militaire.

Vroemen schrijft in „De Zwarte Herfst" over de aanleiding. Hij en zijn vrouw komen uit Arnhem. In 1944 was de auteur 13 jaar. Hij kende de twee broers Hans en Bert Kuik. Over deze twee jonge verzetsmensen wordt in het boek veel geschreven. Ze werkten bij de Transportcolonne van het Rode Kruis, hielpen onderduikers aan benodigdheden, deden koerierswerk, verzamelden inlichtingen, hielpen gewonde parachutisten ontsnappen uit het St. Elisabeth's Gasthuis. Op 4 november 1944 moest dit ziekenhuis van de Duitse bezetter zijn ontruimd. Bert en Hans gingen daags ervoor naar het evacuatieadres van hun ouders in Beekbergen. Ze kwamen nog even koffie drinken in het huis van de Vroemens. De volgende dag hoort men het verschrikkelijke bericht dat de broers standrechtelijk gefusilleerd zijn door de Duitsers. Waarom? Vroemen komt later in gesprek met allerlei mensen en hij achterhaalt het gebeurde. Hij komt in contact met meer mensen die hun verhaal over hun oorlogservaringen kwijt willen.

„Dan komt de gedachte bij je op, al die verhalen op papier te zetten als een postume hulde aan Hans en Bert, en aan al die anderen die zich toen hebben ingezet vooreen betere maatschappij"

Aan het eind van het boek schrijft de amateur-historie us: Wie behoort tot onze generatie zal het begrijpen en misschien zichzelf herkennen. De anderen zullen wellicht buitenstaanders blijven en toch beseffen, dat zij die erbij waren nog dikwijls met hun verleden worden geconfronteerd". Op 31 augustus 1983 reikte prinses Margriet de Verzetsherdenkingskruisen uit, die postuum aan Bert en Hans Kuik waren toegekend. Op 7 september jl. werd het eerste exemplaar van het boek „De Zwarte Herfst" uitgereikt aan Rob Kuik, een broer van Bert en Hans. De belangstelling voor de presentatie was groot. Velen onder de aanwezigen komen in het boek voor. Zij waren ooggetuigen en vertelden hun verhaal. Aan ons.

Tweede Bataljon

Het boek (uitgave van De Gooise Uitgeverij Unieboek, Weesp; 304 bladzijden; veel foto's; gebonden; prijs ƒ 34,90) is een zeer lezenswaardig bont geheel. Een weerslag van gesprekken, correspondentie en dagboeken. Aan het woord komen verzetsmensen, Engelse officieren en manschsppen, óok enkele Duitse officieren en gewone burgers. Het boek valt in vijf delen uiteen, die enigszins in chronologische volgorde tal van facetten van de Slag om Arnhem omvatten.

De mannen van het Tweede Bataljon onder Frost bereiken (wat verderop schrijft hij nog: „Misschien is alles toch niet voor niets geweest") zeven uur na de landing de Rijnbrug en weten de noordelijke oprit enkele dagen vast te houden. De strijd is vreselijk. De lichtbewapende paratroopers komen oog in oog te staan met een Duitse overmacht van twee tankdivisies, genaamd „Hohenstaufen" en „Frundsberg", die in de buurt van Arnhem op krachten kwamen na een hevige strijd in Frankrijk. De manschappen van de Britse Eerste Luchtlandingsdivisie wachtten tevergeefs op de voorhoede van het 30e Legerkorps van Brian Horrocks.

Een citaat uit het dagboek van majoor Tony Hibbert, zaterdag 30 september 1944: „Gisteravond hoorde ik, dat Churchill in een redevoering het werk van onze eerste divisie heeft geprezen. De Royal Air Force heeft strooibiljetten uitgeworpen. Daarin verklaart Dempsey, dat hij nooit een bruggehoofd bij Nijmegen had kunnen vormen, wanneer wij niet zo lang hadden standgehouden bij de Rijnbrug. Wat zullen de Nederlanders blij zijn met de komst van Dempsey. De helft van de bevolking is ondergedoken. De Duitsers gedragen zich als beesten. Ze stelen en roven alles wat los en vast zit. Ze behandelen de Nederlanders als honden; eigenlijk nog slechter, want een hond sla je op straat niet zomaar dood". In een brief aan Vroemen schrijft de Duitse bataljonscommandant Hans Möller: „Ik denk ook met diep respect - en daarin sta ik zeker niet alleen! - terug aan de ongelooflijke dapperheid, de moed en de discipline van al die soldaten, die toen onze tegenstanders waren".

Geloven

Op maandagmorgen 25 september 1944 gaan vanuit Arnhem achttien personen in de richting van Ede. De evacués beginnen aan een ongewisse reis. Ze komen uiteindelijk terecht op een grote boerderij in De Valk, ongeveer halverwege tussen Otterio en Barneveld. Mevrouw Van den Broek-Ricardo te Arnhem schrijft in haar dagboek over de nacht voor de reis onder meer: „Laatst, op een nacht, werd ik plotseling wakker en toen was het net, of ik een stem hoorde zeggen: „Om te geloven, als je het goeden gemakkelijk hebt, is geen kunst. Maar om op God te vertrou wen als je in de benauwdheid zit en vreest voor je leven, dat is pas geloven". Daaraan moest ik denken op dit moment van wanhopige angst. Ik wendde mij als vanzelf lot God en bad het Onze Vader. En ik bad verder: „Geef ons de kracht, Heer, om dit alles te dragen. Wij mogen U niet vragen, ons leven te sparen, nu er zovele levens om ons heen geofferd worden voor onze vrijheid. Maar wij leggen ons leven in Uw handen omdat wij weten, dat het dan in goede handen veilig bewaard is. Wij willen ieder voor zich trachten, flink en moedig hier doorheen te gaan, want wij weten dafwie moedig draagt en niet versaagt, zichzelven en ook anderen schraagt. Amen". Dit gebed heb ik enige malen herhaald en toen gebeurde het wonder, wat ik niet had durven hopen: een weldadige rust kwam over mij en na enige tijd sliep ik werkelijk weer in. Om half zeven werd ik wakker, zonder angst en vol vertrouwen om deze dag tot een goed einde te brengen". Een citaat van een teruggekeerde evacué: „ We willen weer naar huis, maar kunnen er niet komen. De binnenstad is afgezet, maar we proberen hoever we langs de singels kunnen komen. De Jansbinnensingel is vrij, de Velperbinnensingel is begaanbaar, maar voorbij de Walbrugstraat komen we op'het terrein waar de strijd heeft gewoed. Zó ziet dus een slagveld eruit. Zó is dus de oorlog.' De Eusebiussingels zijn geen singels meer, maar chaos alleen geblakerde muren; o, die branden, die erge branden - hier ook al. Bomen zijn ^geschroeid, huizen zijn bezaaid met kaki soldatenkleren, met uitrustingsstukken, kapotte instrumenten, stukken electriciteitsdraad - alles is kapot, kapot. In het plantsoen bij de brug staan rijkbloeiende dahlia's, warmgeel, felrood, daar een felblauwe delphinium, bloeiende asters. Maar ook tot moes vertrapte planten en geblakerd gras. Daar ligt een gesneuvelde Engelse soldaat, zijn gezicht bedekt met stof en vuil, alleen zijn gesloten oogleden zijn wit. Even verder nog twee gedode Tommy's, en vlak erbij drie gesneuvelde Duitsers in het veldgrijs. Zo dicht bij elkaar, verenigd in de dood: Wat een ellende!"

Eiland in de strijd

Veel aandacht in het boek voor het St. Elisabeth's Gasthuis. De gewone gang in dit ziekenhuis wordt op zondag 17 september 1944 ernstig verstoord als de eerste gewonden onder Engelse en Duitse militairen en de burgerbevolking worden aangevoerd. Het gebouw is wisselend in Engelse en Duitse handen. „Een bonte menigte op een eiland in de strijd". Deze typering geeft dokter J. W. M. van Walsem, die ook in de aanhef werd geciteerd. Een bonte menigte: Engelse en Nederlandse gewonden en zieken, Duitse religieuzen. Nederlandse verpleegsters en verplegers, Engelse en Nederlandse doktoren, co-assistenten, helpers van het Rode Kruis, Engelse en Duitse artsen die zij aan zij operaties verrichten... Een eiland in de strijd: een klein territorium zonder gevechtshandelingen, maar omgeven door het ooriogsgeweld en - hoe kon het anders - daarvoor niet helemaal gespaard.

De kort na de Eerste Wereldooriog in Nederland aangekomen Anthonia Maria Stranzky was zuster in het St. Elisabeth's Gasthuis. Ze vertelt: „Kort voor de eerste Tommy's in het Gasthuis kwamen, liep ik in de hal twee Oostenrijkse officieren tegen het lijf. Ze begonnen een praatje en een van hen maakte de opmerking: „U komt dus ook uit Oostenrijk". Waarop ik meteen eruit flapte: „Ja, en de bevrijders komen er óók aan". Dat viel niet in de smaak bij de heren, want het waren vurige nazi's".

Zuster Stranzky kreeg op 7 september jl. bij de presentatie van het boek de correcte oorkonde van het Rode Kruis overhandigd. Die hoort bij de herihneringsmedaille die haar na de oorlog voor haar inzet werd toegekend. De daarbij behorende oorkonde heeft ze toen teruggestuurd, omdat haar naam onjuist was gespeld. Een verbeterd exemplaar werd haar nooit toegezonden. In het boek komt ook het bewonderenswaardige verzetswerk aan de orde. Bijvoorbeeld vgn het verzetsgroepje „Rolls Royce". Daarbij waren ook Bert en Hans Kuik aangesloten. Een apart hoofdstuk gaat over het nieuwsbulletin „Daily World News", waarvan het eerste nummer verscheen op 17 juli 1943. Op 3 januari 1945 deed de SD een inval en kwam er een abrupt einde aan deze ondergrondse uitgave, waarin berichten stonden als tegengif tegen de Duitse oorlogspropaganda en die onder heel moeilijke omstandigheden gemaakt werd. „Op zaterdag 25 november 1944 ontvingen de trouwe lezers een bijzonder exemplaar, gedrukt op groen papier. Groen, de kleur van hoop".

Pegasus I en II

Een opmerkelijk verhaal is dat over majoor Eckbrecht Freiherr von Oldershausen, Ortskommandant van Apeldoorn. Deze uitstekend Nederlands sprekende Duitser was de Nederlanders welgezind. „Hij heeft in de oorlog honderden Nederlanders geholpen. Uiteindelijk werd hij als dermate proNederlands beschouwd, dat Seyss-Inquart en diens politiechef Rauter hem lieten arresteren. Hij werd opgesloten in een militaire gevangenis te Hilversum. Op5 mei 1945 liet generaal Blaskowitz hem uit de gevangenis , halen om hem als tolk te laten fungeren bij de capitulatie-besprekingen in Wageningen met de Canadese géneraal Foulkes en prins Bernhard. Later kreeg Von Oldershausen van de Nederlandse regering een non-enemyverklaring".

Uitgebreid worden de omzwervingen en lotgevallen van de militairen op de Veluwe beschreven. Met hulp van tal van verzetsmensen slaagden in de nacht van 22 op 23 oktober 1944 150 officieren en manschappen erin in bootjes de Rijn over te steken naar de bevrijde overkant. Men liep vlak langs Duitse stellingen, maar de Operatie Pegasus I slaagde wonderwel. Talloze geallieerde militairen hielden zich schuil in de Veluwsc bossen, op boerderijen en in eenvoudige werkmanshuisjes. Nederlanders verborgen hen voor de vijand en zorgden dat ze in leven bleven. Een volgende dergefijkc ontsnappingsactie over de Rijn, Operatie Pegasus II, mislukte. Hetls verraden werk geweest, wordt in het boek verklaard. Een schrijnend verwijt is dit fragmentuit de verklaring van Nicolaas Tj. de Bode. destijds lid van de Ccntnile Inlichtingendienst en staflid van de LKP Oranje te Arnhem en later Nederlands vertegenwoordiger bij het Canadese hoofdkwaitier: „Als de geallieerden beter gebruik hadden willen maken van de overvloed van gegevens, die de verzetsbeweging over heel Nederland leverde, hadmen niet zo kwistig eigen en andermans kinderen hoeven te verspillen"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 september 1984

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 september 1984

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken