Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

irctkaalif^ót^OK.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

irctkaalif^ót^OK.

Nog één nach^e slapen!

6 minuten leestijd

Door W. van Zijtveld-Kampert Bart draait zich om en om in zijn bed. Hij kan maar niet in slaap komen. Was het maar morgen. Dan is hij jarig. En hij is vreselijk benieuwd wat hij krijgen zal voor zijn verjaardag. Bovenaan zijn verlanglijstje heeft hij een nieuwe fiets gezet.

Pap weet wel dat hij graag een fiets wil hebben. Maar papa vindt het helemaal niet nodig dat Bart een fiets heeft. „De school is vlakbij en als je naar oma gaat, dan kun je ook best lopen," zegt papa.

Bart heeft het toen aan mama gevraagd. Maar moeder praatte al net als vader. Zij zei: „We kunnen niet alles kopen hoor Bart. En jij hebt Boefje ook al gekregen."

Ja, Boefje kost veel, dat weet Bart wel. Hondebrokken zijn duur en Boefje eet heel veel. Maar Bart wil Boefje nooit meer missen. Dan maar geen nieuwe fiets. Jammer dat nieuwe fietsen zoveel kosten. ledere morgen blijft Bart even stilstaan voor de rijwielzaak in het dorp. Daar staan hele mooie fietsen in de etalage. Groene en blauwe fietsen en een rode fiets. Die vindt Bart de mooiste van allemaal. Arie's vriendje heeft ook een rode fiets. Alle jongens uit de klas hebberi een fiets. Ze lachen hem uit als hij met zijn kleine fietsje door het dorp rijdt.

Bart wil zo graag met Arie door het bos fietsen. En als hij groot is, dan wil hij een crossfiets hebben. Dat is het mooiste van alles. Hij staat vaak te kijken naar de grote jongens die met hun crossfietsen heuvel op heuvel af rijden. Hij zou zo wel mee willen crossen!

Bart gaat overeind in zijn bed zitten. Hij gooit de dekens van zich af. Het is warm in bed, en het duurt nog zolang eer het morgen is

Bart kijkt naar de deur die op een kiertje open staat. Een klein lichtstreepje komt er naar binnen. Moeder heeft vergeten het licht in de gang uit te doen.

Dan ineens gaat de deur langzaam verder open. En wie komt daar binnenstappen? Het is Boefje, hij kwispelt met zijn staart en springt zomaar bij zijn baasje in bed. Hij likt Bart over zijn handen en over zijn gezicht. Hij jankt van blijdschap omdat hij bij Bart is. Fijn dat hij zijn baasje gevonden heeft. Boefje is niet van plan om zomaar weer weg te gaan.

„Stil toch Boefje," zegt Bart. „Als mama hoort dat jij boven bent, zit er wat voor je op stoute hond." Boefje kruipt wel eens vaker bij Bart in bed. Maar dat wil moeder beslist niet hebben. „Geen honden in bed," zegt ze dan. Bart trekt Boefje dicht tegen zich aan, hij slaat de deken over Boefje heen.

„Je mag heel eventje bij me blijven," zegt hij. „Als papa en mama naar boven komen moet jij wegwezen." Boefje vindt het best. Hij kruipt nog dichter tegen Bart aan. Hij vindt het helemaal niet aardig van het vrouwtje dat hij nooit bij Bart slapen mag. Het bed is immers heel groot, hij kan er makkelijk bij. En bij Bart in bed heeft hij het altijd zo lekker warm.

Nee, Boefje^napt niet zoveel van die grote mensen. ledere keer zeggen ze maar weer: „Boefje dat mag je niet doen. Boefje, jij bent een ondeugende hond." Als het vrouwtje zo streng praat dan wordt Boefje wel een beetje bang. Hij wil wel graag een lieve hond zijn. Maar het is wel moeilijk om altijd gehoorzaam en lief te zijn, vindt Boefje. Boefje krijgt slaap. Hij vindt het heerlijk bij Bart in het warme bed. Hij snurkt een beetje

„Je moet eigenlijk naar beneden, stoute Boef," zegt Bart. „Nog vijf minuten hoor en dan breng ik je naar de keuken. Als mama je ziet, dan zit er wat voor ons op." Dan, zomaar ineens, krijgt Bart slaap. Even nog denkt hij aan Boefje. Hij zal hij moet Boefje naar beneden brengen. Dan valt Bart in slaap. Boefje vindt het best, hij gaat ook lekker slapen.

De klok van de grote toren laat elf slagen horen. Vader en moeder gaan nu ook naar bed. Moeder gaat nog even bij haar kindertjes kijken. De meisjes • slapen lekker. Dan gaat ze nog even bij Bart kijken. Hij zal nu toch eindelijk wel slapen, denkt ze. Voorzichtig doet ze de deur open. Ze durft geen licht aan te doen. Stel je voor dat Bart weer wakker wordt. Met haar hand voelt ze over de dekens. Dan buigt ze zich over Bart heen. „Slaap je al jongen", vraagt ze zacht. Ze krijgt geen antwoord. Fijn, Bart slaapt lekker. Wat zal hij morgen blij zijn met zijn verjaardag en zijn cadeaus. Moeder stopt de dekens nog eens goed vast. Maar maar.... wat is dat voor lawaai onder de dekens? Bart snurkt geweldig, zou hij verkouden zijn? Stel je voor dat hij morgen ziek is! Ze strijkt over het hoofd van Bart. Het geronk gaat maar door. Moeder wordt er een beetje bang van. Ze doet vlug het licht aan en dan ziet ze het. Die ondeugende hond is bij Bart in bed gekropen. Ze wordt nu echt boos op Boefje.

„Vooruit jij," zegt ze. „Naar beneden en direct in je mand. En als je weer bij Bart in bed kruipt, ga je voor straf naar de schuur." Boefje heeft helemaal geen zin om uit zijn warme bed te komen. Hij begint nijdig te blaffen en te grommen. Papa hoort het ook. „Wat is dat nou," vraagt hij verwonderd. „Boefje is boven en hij wil niet naar beneden," zegt moeder. Nu loopt vader naar het bed van Bart toe. Hij kijkt heel boos naar Boefje.

„Maak dat je weg komt lelijke hond, ik ben echt boos op je." Boefje houdt gelijk op met brommen. Hij is nu toch wel bang. Met de staart tussen zijn benen sluipt hij naar beneden. Heel stilletjes gaat hij in zijn mand liggen. Bart is wakker geworden van het lawaai. Hij gaat overeind in bed zitten. „Is het nu al morgen en ben ik al jarig?" vraagt hij.

„Nee hoor, het is nog geen morgen," zegt moeder. „Boefje lag bij jou in bed. En dat mag hij niet doen, heb jij hem soms meegenomen naar boven?"

„Nee," zegt Bart. „De deur stond open en toen is Boefje naar binnen gegaan. Ik wilde hem weer naar de keuken brengen. Ik weet het niet precies meer.... ik viel meens in slaap." „Ga jij nu maar weer lekker slapen," zegt moeder. „De nacht moet nog komen." Bart kruipt weer lekker onder de deken, hij valt gelijk weer in slaap.

Moeder gaat nog even naar de keuken. Verdrietig kijkt Boefje haar aan. Zou het vxouwtje nog boos op hem zijn? Zou ze hem in de schuur opsluiten? Boefje vindt het erg als er iemand boos op hem is. Moeder aait hem over zijn kop.

„Stil maar hoor, nou ben je weer lief. Zul je nooit weer in het bed van Bart gaan slapen? Je weet toch wel dat het niet mag."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1984

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

irctkaalif^ót^OK.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1984

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken