Bekijk het origineel

„Hongerende landen hebben niet veel aan Europese voedselbank

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Hongerende landen hebben niet veel aan Europese voedselbank"

Sahellanden moeten op andere manier geholpen worden

9 minuten leestijd

De verschrikkelijke hongersituatie in de Afrikaanse landen niet alleen geleidt tot grote flnanciële actie in ons land, maar ook tot uitvoerige discussies over structurele hulp. Dat leidt soms tot uiteenlopende opvattingen. Deze week pleitte drs. H. Schelhaas, voorzitter van het Produktschap voor zuivel, voor het oprichten van een Europese voedselbank. Dr. ir. B. M. Jellema, directeur van de Vereniging voor zuivelindustrie VVZM, ziet daar eigenlijk niets in.<br />

Drs. Schelhaas heeft tijdens zijn nieuwjaarsrede voor het Produktschap voor zuivel het al eerder door hem gelanceerde idee nader toegelicht. Hij stelde dat de Europese landbouwpolitiek rekening zal moeten houden met de niet-commerciële behoeften. Verwacht wordt immers, dat het voedseltekort in de wereld in de komende 20 jaar nog zal toenemen. Op grond daarvan pleiten velen voor een vergroting van de voedselhulp. Schelhaas citeerde de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Perez de Cuellar. Deze stelde onlangs: „Voedselhulp is een essentieel onderdeel van zowel humanitaire hulp als van internationale ontwikkeling. De huidige crisis in het door droogte getroffen Afrika en andere delen van de wereld waar een voedseltekort bestaat, maakt een uitgebreider multilateraal voedselhulpprogramma noodzakelijk, teneinde de gevolgen van noodtoestanden te onderverzachten en de economische ontwikkelingen van de arme landen, waarvan de voedselproduktie per hoofd van de bevolking daalt en de voedselimport stijgt, te bevorderen". Omdat ook andere VN-experts stellen dat een verdubbeling of verdrievoudiging van de voedselhulp nodig is, kwam bij drs. Schelhaas de idee op van een Europese voedselbank. Deze voedselbank zou - naast de huidige hulp - 1 procent van de Europese landbouwproduktie ter beschikking moeten krijgen. Hiervoor is een bedrag nodig van circa 900 miljoen gulden. Indien voorlopig wordt geput uit de overschotproduktie zou de helft van dat bedrag voorlopig voldoende zijn. Daar reeds nu de aanvragen voor EG-voedselhulp de beschikbare hoeveelheden aanzienlijk overtreffen zal een uitbouw van de hulp tot 5 procent van de Europese landbouwproduktie op termijn mogelijk moeten zijn. Een deel van de hulp zal besteed kunnen worden voor het aanleggen van noodvoedselvoorraden op strategische plaatsen.

Uiteraard is drs. Schelhaas volledig op de hoogte van de negatieve effecten die voedselhulp voor de lokale produktie kunnen hebben. Daarom stelde hij deze week ook dat structurele hulp alleen gegeven wordt indien de landbouwpolitiek in- het voedselhulp vragende land de lokale landbouwproduktie stimuleert, en voorkomt dat voedselhulp een belemmering vormt voor een verhoogde lokale produktie. Voedselhulp moet immers in principe tijdelijk zijn.

Sympathiek, maar....
De voorzitter van het Produktschap voor Zuivel wil zich in de komende tijd nog laten voorlichten door diverse experts op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking alvorens met een compleet plan te komen. In ieder geval vinden nu al velen het een heel sympathiek plan. Het is immers verschrikkelijk wat er gebeurt in bijvoorbeeld de Sahellanden.
Zo dacht een groepje journalisten, die afgelopen donderdag tijdens een persbijeenkomst Schelhaas onder meer dit idee hoorden verdedigen er ook over. Toen er wat later nog wat over nagepraat werd, keken de journalisten dan ook wat vreemd op toen een van de andere bestuursleden van het Produktschap het plan bekritiseerde.

De criticus is niet de eerste de beste. Het gaat om dr. ir. B. M. Jellema, directeur van de Vereniging voor zuivelindustrie VVZM. Bij deze organisatie zijn de particuliere zuivelfabrieken in bns land aangesloten, zoals Nestle, Nutricia en Wessanen. Voor dit onderwerp is echter van nog veel meer belang, dat jellema een langdurige ervaring heeft op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Zo werkte hij een aantal jaren in Nigeria en Kameroen en begeleidde later een aantal projecten in de Sahellanden. Ook in Bangladesj werd een half jaar doorgebracht op een project. Nog in november van het vorige jaar was hij op verzoek van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking in Boven-Volta om ook daar naar een project te kijken. Jellema spreekt dus zeker uit ervaring ter plekke en dat geeft zijn woorden een groter gewicht. Het bleek dan ook dat Jellema een grote kennis van zaken had opgedaan over de manier waarop het beste de economische problemen in de hongergebieden kunnen worden aangepakt.

Onnodig
Gisteren spraken we dr. Jellema om te horen wat nu exact zijn bezwaren zijn tegen het plan voor een Europese voedselbank. „Als ik lees en luister wat de heer Schelhaas zegt en schrijft, dan kom ik tot de conclusie, dat het zijn bedoeling is om in Europa voedsel in voorraad te gaan houden. Een voedselbank dus. De daar aanwezige voorraden moeten we dan ter beschikking stellen als er ergens een noodsituatie is. Dan zeg ik daarop, dat het beschikbaarheidsprobleem niet bestaat. Er is namelijk genoeg voedsel beschikbaar. De voorraden graan die bijvoorbeeld in Rotterdam liggen opgeslagen en de zuivelvoorraden binnen de EG, daar kan zo over beschikt worden als het nodig is. Dat geldt trouwens ook voor de voorraden die elders in de wereld, bijvoorbeeld in Amerika, in Brazilië en in Australië, liggen. Een nieuwe voedselbank is dus niet nodig. Ik denk dat de heer Schelhaas vergeet, dat er ook een heel apparaat nodig is om zo'n voedselbank te beheren. Je kunt namelijk bijvoorbeeld geen 100.000 ton graan ergens opslaan om dat bijvoorbeeld over drie jaar, als er weer ergens nood is, daar heen te brengen, want dan is dat graan al bedorven. Het voedsel moet rouleren. Je hebt dus een, aan- en verkoopbeleid nodig, een apparaat, dat meespeelt in de wereldhandel", aldus Jellema.

Politiek probleem
Het tweede punt dat dr. Jellema aansneed is een heet hangijzer, dat men zeker in bepaalde kringen niet wil horen. „De honger in Afrika is grotendeels een politiek probleem. Neem nu de honger in Ethiopië. Ik ben er van overtuigd dat die voornamelijk is veroorzaakt door het optreden van de regering daar. Ik spreek uit ervaring. De hongersnood van 1973 in Ethiopië en in de andere Sahellanden en in 1974 in Bangladesj konden niet verklaard worden uit een verminderde beschikbaarheid vanvoedsel. De huidige hongersnood in Ethiopië is voor een groot deel het gevolg van een politiek en economisch wanbeleid van het land zelf. Droogte speelt een rol, maar is anderszins in die gebieden een normaal verschijnsel, waar je rekening mee moet houden. Maar hoe gaat het nu in Ethiopië? De militaire junta daar heeft het bewaren van voedsel verboden. Uit de Bijbel weten we al van de wijsheid van Jozef, die voorschreef dat in de vette jaren wat zou worden bewaard voor de magere jaren. In het marxistische Ethiopië noemt men dat echter „hamsteren". Geld sparen en voorraden bewaren voor een slecht jaar noemt men „kapitalistische manieren", daar wordt tegen opgetreden. Transporteren en opslaan van voedsel heet „uitbuiting" terwijl het juist een zeer gezonde zaak is. Wanneer er nu in zo'n land voedselhulp wordt gebracht, dan bevestig en versterk je het systeem dat aan de macht is. Met dat voedsel gaat men namelijk leger, politie en ambtenaren betalen. De lokale markt wordt dan helemaal onderuit gehaald, want er treedt natuurlijk prijsbederf op, zodat het voor de boeren ook weinig zinvol is om zichin te zetten voor een zo hoog mogelijke produktie

Andere soorten
Het derde punt dat dr. Jellema noemt is het andersoortige voedsel dat door westerse landen naar de hongerende landen wordt gebracht. „In de Sahellanden is sorghum een basisvoedsel, eiwit en vitaminerijk. Als wij dan tarwe of, nog erger, rijst leveren, dan gaat de stedelijke bevolking een ander voedselpatroon volgen. Daarmee wordt een continue behoefte aan vreemd voedsel gecreëerd. Als dan de heer Schelhaas zegt dan structurele voedselhulp alleen gegeven mag worden als de lokale landbouwproduktie wordt gestimuleerd, dan is dat volkomen in strijd met zijn idee voor een voedselbank, die altijd beschikbaar is. Voedselhulp mag nooit structureel zijn."

Hoe moet het dan?
Maar hoe moet het dan? Moeten we hongerende massai» maar laten sterven? Dat kan toch niet! Jellema: „Ik spreek nu niet over de humanitaire aspecten. Geen christenmens zal het over zijn hart kunnen verkrijgen om in dergelijke noodsituaties niet de helpende diaconale hand te bieden. Alleen, daar hebben we geen voedselbank voor nodig. Het is, zoals ik al zei, niet het probleem dat er geen voedsel ter beschikking is, maar hoe we het ter plekke kunnen krijgen. Transport en verdeling, daar gaat het om. De havens van Ethiopië bijvoorbeeld hebben een jaar nodig om de behoefte van de bevolking, in tijd van nood, van één maand te verwerken. Het is eigenlijk de enige oplossing dat we op wat langere termijn streven naar het opvoeren van de lokale voedselproduktie. Dat is niet eenvoudig, want ik kom vaak moedeloos uit zo'n ontwikkelingsland vandaan. Toch ben ik er als econoom, en de technische mensen vallen mij daarin bij, van overtuigd dat het mogelijk moet zijn dat de hongerende Afrikaanse landen zichzelf voeden. Ook in die zin dat ze droge jaren kunnen overbruggen. Welnu, daar moeten we heen. Voor de korte termijn moeten we alle krachten inzetten voor de oplossing van de problemen rond transport en de juiste verdeling. Dat is harder nodig dan druk te zijn voor een Europese voedselbank. Dat idee heeft geen zin.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 januari 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

„Hongerende landen hebben niet veel aan Europese voedselbank

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 januari 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken